Home » Artikelen » Alles over kruipen

Alles over kruipen

Kruipen heeft niets te maken met een goede lichamelijk ontwikkeling. Ook zonder kruipen kan een kind zich prima ontwikkelen. Maar kruipen is wel gezond en leuk!

Vroeger zei men dat het goed is als je baby leert kruipen voordat hij probeert te lopen, en - omgekeerd - dat het niet goed zou zijn als een kind het kruipen overslaat. Deze 'kennis', die vaak van moeders (en schoonmoeders) afkomstig is, wordt echter niet gesteund door wetenschappelijk onderzoek. Kruipen is leuk en gezond, maar niet per se noodzakelijk. Er zijn heel wat kinderen die de kruip-fase hebben overgeslagen, en verder een volstrekt normale ontwikkeling hebben doorgemaakt.

Ook het idee dat er een verband zou zijn tussen (niet) kruipen en dyslexie is nergens op gebaseerd.

Er zijn kinderen die niet kruipen maar wel bilschuiven. Dat kan leiden tot een asymmetrische belasting, vanwege het afzetten met één been, maar in principe is dat niet bezwaarlijk. Ook bij het lopen vormt het geen probleem, al kan het zijn dat bij de eerste stapjes de voet niet meteen helemaal recht geplaatst wordt. Na een tijdje trekt dat echter wel weer bij.

Variatie

De meeste baby's die uit zichzelf beginnen te kruipen, doen dat ongeveer in de 7e maand. Maar sommige baby's beginnen er pas mee als ze 10 maanden oud zijn. Alle variaties zijn normaal. Alleen kinderen die te vroeg geboren zijn, zijn in het eerste jaar meestal iets later dan gemiddeld.

Het ene kind ontwikkelt zich wat sneller in de motoriek, terwijl het andere kind juist eerder gaat praten. Geen kind is hetzelfde. Daarnaast kunnen er allerlei externe factoren een rol spelen bij het kruipen (of niet kruipen, of pas heel laat kruipen), zoals: wie de ouders zijn, wat ze met hun baby doen, of de omgeving wel spannend genoeg is om te verkennen, en zelfs wat er op de vloer ligt.

Voorwaarden

Kruipen leer je het gemakkelijkst als je al kunt zitten zitten. Kunnen zitten is echter niet per se noodzakelijk. Zo gaan sommige kinderen eerst tijgeren, en dat kan vaak wél al voordat ze goed kunnen zitten. Daarbij bewegen ze zich vooruit met hun lijfje zo dicht mogelijk tegen de grond aan. Het tijgeren van soldaten om ongezien over de grond te bewegen, is vrijwel dezelfde beweging.

Om te leren kruipen is het ook belangrijk dat het kind zijn hoofd goed rechtop kan houden. Kinderen met een klein hoofd hebben het wat dat betreft gemakkelijker dan kinderen met een groot hoofd.

Daarnaast moeten de rugspieren sterk genoeg zijn, en moet het kind zich realiseren dat het wel eens leuk zou kunnen zijn om ergens naartoe te bewegen. Want als die drang er niet is, houdt alles op.

Tijgeren

Sommige kinderen gaan eerst tijgeren en dan kruipen. Een gladde vloerbedekking maakt het kruipen moeilijker, zodat ze langer doorgaan met tijgeren. Met een ruwe vloerbedekking is kruipen gemakkelijker, omdat de knieën dan meer weerstand hebben.

Soms tijgeren ze eerst achteruit, voordat ze ontdekken hoe ze vooruit moeten. Dat komt doordat het gebruik van de armen vaak iets sterker ontwikkeld is dan dat van de benen, als ze nog zo klein zijn. Maar zodra ze de motivatie vinden om vooruit te bewegen, hebben ze vaak in een paar dagen door hoe dat moet!

Tips en trucs

Je kunt baby's nooit dwingen om iets te doen wat ze niet kunnen of waar ze nog niet aan toe zijn. Maar je kunt ze wel stimuleren en de juiste omstandigheden scheppen. De meeste kinderfysiotherapeuten gaan ervan uit dat het goed is dat een kind alle ontwikkelingsfasen doorloopt: eerst tijgeren of kruipen en dan lopen. Het kan dan ook helemaal geen kwaad om je kindje te stimuleren om te kruipen als het daaraan toe is. Daarover gaan de volgende tips en trucs.

  • Zodra je kindje goed kan omrollen en stevig op de buik kan liggen, kun je eens kijken of je het bewegen kunt stimuleren. Laat je kind tijdens het spelen lekker vaak op de buik liggen, dat maakt zijn rug sterk. En een sterke rug helpt weer bij het recht houden van het hoofd.
  • Probeer je kind te verlokken zich naar je toe te bewegen. Als een kind niet ziet wat daar aantrekkelijk aan is, zal hij ook geen moeite doen.
  • Zodra je merkt dat je kind probeert om op handen en voeten te gaan staan, kun je hem helpen. Vraag niet te veel in één keer. Je kunt beter een paar dagen achter elkaar een minuutje oefenen, dan lang achter elkaar op één dag. Je zult zien dat ze eerst wat onwennig zijn, en snel weer terug willen naar de buikligging, maar al heel snel krijgen ze door dat het veilig genoeg is om te blijven staan en een beetje heen en weer te wiebelen (van voren naar achteren).
  • De periode van het wiebelen kan weken duren. Neem daar gerust de tijd voor. Stimuleer die houding zo nu en dan, maar niet te lang, en zeker niet als je ziet dat je kindje er geen plezier in heeft. Leid de aandacht tijdens het wiebelen af, door zelf op de grond te gaan zitten zodat je kind jou kan zien, door interessante voorwerpen te laten zien, en door gezellig tegen je kind te praten. Schuif zo nu en dan een beetje uit het gezichtsveld en kijk of het je baby lukt om zijn hoofd mee te draaien en je met de ogen te volgen.
  • Na een paar weken krijgt je kindje door dat het zich met zijn knieën moet afzetten om vooruit te komen. Dat is best moeilijk, want een baby is topzwaar. Het hoofd geeft zóveel gewicht aan het bovenlichaam, dat hij moet oppassen om niet naar voren te kukelen. Zodra je kind door heeft hoe hij zijn lichaamsgewicht moet verplaatsen in een beweging, zal hij zijn eerste beweging met de benen maken.
  • Sommige baby's kruipen eerst achteruit, omdat dat gemakkelijker is. Dat is helemaal niet erg. Het verplaatsen op zich is een goede ervaring en ze zullen snel de andere kant op willen. Stimuleer de beweging vooruit te maken, door iets aantrekkelijks (jijzelf!) te laten zien aan de voorkant.
  • Beloon je baby met je stem. Laat merken dat je ziet hoeveel moeite hij moet doen en hoe goed hij zijn best doet. Houd oogcontact en geniet van jullie lach!
  • Maak de omgeving aantrekkelijk. Een zeer gladde vloer is geen gemakkelijke ondergrond om te leren kruipen. Leg in dat geval een stevig kleed op de grond, al is het maar tijdelijk. Doe je kind ook lekkere soepele kleren aan. Geen stugge denim bijvoorbeeld, maar zachte stof, waarin het kind goed kan bewegen. Thuis kunnen ze ook nog zonder schoentjes of slofjes. Blote voetjes is het beste tijdens het spelen op de grond.
  • Alle vormen van ontwikkeling waarbij je kindje laat zien dat het wil bewegen, zijn goed. Of het nou kruipen, buikschuiven of bilschuiven is. Pas wanneer je kind met 12 maanden nog helemaal geen behoefte lijkt te hebben om zich te verplaatsen, moet je dit melden op het consultatiebureau.

Volgende week gaan we door, met alles over lopen.

Justine Pardoen

is hoofdredacteur van Ouders Online.