Home » Artikelen » Prentenboek app minder effectief dan papieren boek

Prentenboek-app minder effectief dan papieren boek

Het eerste onderzoek naar prentenboek-apps voor de iPad hakt er behoorlijk in: kinderen van 3-6 jaar steken er minder van op dan van een papieren boek. Hoe kan dat?

Vorig jaar bespraken we een Nederlands onderzoek naar interactieve prentenboeken, bedoeld voor de PC. De belangrijkste uitkomst van dat onderzoek was dat kinderen ongeveer evenveel leren van digitale prentenboeken als van (interactief) voorlezen uit een papieren boek. Het enige – minimale – verschil was dat kinderen met weinig voorleeservaring meer baat hadden bij digitale voorleesboeken dan kinderen die wél gewend waren om (thuis) voorgelezen te worden.

Dat onderzoek ging nog niet over prentenboek-apps voor de iPad omdat die apps er toen nog nauwelijks waren. Inmiddels neemt het aanbod aan apps enorm toe, evenals het iPad-gebruik (1 op de 3 Nederlandse gezinnen met kinderen heeft er al een), en prompt verscheen het eerste – Amerikaanse – onderzoek naar het effect van prentenboek-apps.

De resultaten van het nieuwe onderzoek lijken op het eerste gezicht nogal afwijkend. Van prentenboek-apps zouden kinderen juist minder opsteken dan van voorgelezen worden uit een papieren boek. Hoe kan dat? Hieronder eerst een bespreking van het nieuwe onderzoek. Daarna een vergelijking tussen beide onderzoeken.

Opmerking vooraf: in het nieuwe (Amerikaanse) onderzoek wordt gesproken over enhanced e-books, oftewel digitale boeken die verrijkt zijn met interactieve elementen. In Nederland noemen we dat 'prentenboek-apps'.

"Blijf nou 's van dat scherm af!"

Het Joan Ganz Cooney Center, een onafhankelijk onderzoeksinstituut dat onder andere naam maakte met de ontwikkeling van Sesamstraat, deed een zogenaamde QuickStudy, bedoeld als vooronderzoek naar prentenboek-apps. Om te kijken wát je eigenlijk moet onderzoeken, en hóe je het moet onderzoeken. Vanwege de kleinschaligheid van het onderzoek zijn de resultaten beslist niet zaligmakend, maar ze geven wel een eerste indicatie.

De belangrijkste bevinding was dat bij voorlezen uit een prentenboek-app de interactie tussen ouders en kinderen vooral bestond uit praten over het medium, en niet over het verhaal. ("Blijf nou 's van dat scherm af!") Daardoor konden de iPad-kinderen achteraf minder goed navertellen waar het verhaal over ging dan de kinderen die voorgelezen werden uit een papieren boek.

De onderzoekers vroegen 32 gezinnen (die een museum bezochten) om 10 minuten voor te lezen aan hun kinderen van 3 tot 6 jaar. Er werden drie media aangeboden:

  • een papieren boek;
  • een kaal e-book (Kindle);
  • een prentenboek-app (iPad).

De voorlees-sessies werden opgenomen op video, de video's werden geanalyseerd, en er werden controle-vragen aan de kinderen gesteld.

In de praktijk bleek er weinig verschil te zijn tussen papieren boeken en kale e-books, maar des te meer tussen papieren boeken en prentenboek-apps. Bij prentenboek-apps ging de interactie vooral over dingen die niets met de inhoud te maken hadden, zoals de bediening van het apparaat, en het wegdrukken van handen. Daardoor onthielden de kinderen minder van het verhaal zelf.

Aanbevelingen

Ondanks de kleinschaligheid van het onderzoek waren de resultaten dermate opmerkelijk dat de onderzoekers het aandurfden om twee aanbevelingen te doen:

  • Voor ouders en leerkrachten: kies liever papieren boeken (of kale e-books) om voor te lezen, als je wilt dat kinderen er echt iets van opsteken.
  • Voor ontwerpers: ga zorgvuldig te werk bij het toevoegen van toeters en bellen (zoals geluidjes en animaties), en vermijd extra's die geen direct verband houden met het verhaal. En áls ze worden toegevoegd, zorg er dan voor dat voorlezers ze kunnen beïnvloeden (zoals uitzetten, overslaan, etc.)

Zelf zouden we daar nog een extra aanbeveling aan willen toevoegen, op basis van de onderzoeksresultaten:

  • Voor het onderwijs: wees terughoudend met het omarmen van iPads voor kleine kinderen (van 3 tot 6 jaar) als dat ten koste gaat van papieren boeken.

Conclusie

De resultaten van dit Amerikaanse onderzoek naar prentenboek-apps voor de iPad lijken in tegenspraak met die van het Nederlandse onderzoek naar digitale prentenboeken voor de PC, maar dat is maar schijn. Eigenlijk zeggen ze allebei precies hetzelfde. Namelijk dat kinderen gewoon zo min mogelijk afgeleid moeten worden door toeters en bellen die weinig tot niets met het verhaal te maken hebben. In het Nederlandse onderzoek was die afleiding er gewoon niet of nauwelijks, omdat de proefpersoontjes niet zelf de interactie konden aangaan. Dáárdoor werd er – in tegenstelling tot het Amerikaanse onderzoek naar prentenboek-apps voor de iPad – nauwelijks verschil in leereffect gevonden tussen digitale boeken en papieren boeken.

Daarnaast zeggen beide onderzoeken op één punt zelfs letterlijk hetzelfde, namelijk dat kinderen met weinig voorleeservaring wel degelijk baat kunnen hebben bij digitale boeken respectievelijk prentenboek-apps. Hetzij doordat ze dan überhaupt in aanraking komen met voorleesverhalen, hetzij doordat ze geïnteresseerd kunnen raken in taal en tekst vanwege de aantrekkelijkheid van de iPad.

Bronnen

Print books vs. e-books

Onderzoek Cooney Center, 2012 (pdf)

Voorlezen krijgt concurrentie: het digitale prentenboek

Artikel Ouders Online, 2011

Iene Miene Media

Onderzoek Mediawijzer.net/Mijn Kind Online naar mediagebruik, 2012 (pdf)

Verder lezen

For their children, many e-Book fans insist on Paper

The New York Times, 2011

For young readers, print or digital books?

Mind/Shift 2012, weblog over 'leren'

Henk Boeke

is redacteur van Ouders Online.