Home » Artikelen » Tien tips om prettiger en sneller te leren zwemmen

Tien tips om prettiger en sneller te leren zwemmen

Onze kinderen gaan steeds jonger op zwemles. Dat kan, maar vergt wel enige aandacht. Wij bieden u: 10 tips om prettiger en sneller te leren zwemmen.

Om te beginnen is het altijd de bedoeling dat een kind kan drijven voordat de zwemslagen worden aangeleerd. Een kind moet zowel op de rug als op de buik goed kunnen drijven.

Maar voordat een kind durft te gaan drijven, moet hij eerst in het water (en onder water) durven. Wat kunt u als ouder doen om uw kind daarbij te helpen? De meeste van de onderstaande tips gaan daarover.

1. Ga zelf met het kind naar het zwembad

Verplaats u eerst eens fysiek in de positie van een kind. Ga eens in het zwembad op uw knieën zitten, op de hoogte van uw kind, en kijk om u heen. U ziet dan een enorm groot vlak water, met allemaal dobberende hoofden erin.

U – en dus uw kind – ziet hoofden die dichterbij komen en weer weg gaan. Dat die hoofden zwemmende mensen zijn, is niet het eerste wat er in uw kind opkomt.

Praat samen over wat je ziet. Zo zal het minder eng worden.

Ravot en speel met uw kind in ondiep water. Laat zien dat het leuk is om gekke bewegingen in het water te maken. Leer uw kind ook om van een kleine hoogte in het water te springen. Laat het rennen door het water. Maak daarbij ook gebruik van de armen, en spetter er lekker op los. Zo leert het kind om te gaan met de tegendruk van het water en met spetters in het gezicht.

2. Doe spelletjes met het gezicht onder water

Leer spelenderwijs dat je zonder problemen onder water kunt met je gezicht. Niet dwingen natuurlijk, maar probeer eerst eens één oor onder water te leggen. Hoor je dan nog iets? Wat? Zo ook met je neus onder water.

Geef het kind een zwembrilletje om onder water te kunnen kijken. En probeer samen (op een willekeurige plek, bijvoorbeeld in de auto) om tien tellen je adem in te houden. Probeer dat ook eens onder water.

3. Oefen het liggen op de rug

Doe eerst eens voor hoe je ontspannen kunt drijven op de rug. Dat gaat zo: oren in het water, kijken naar het plafond, billen dichtknijpen. In het begin vindt het kind dit heel erg eng.

Houd voortdurend lichaamscontact met uw kind bij deze oefening. Laat het kind de handen op schouderhoogte brengen, dan door de knieën zakken, het hoofd achterover doen en de benen strekken (licht afzetten), en de billen omhoog duwen. Ondersteun met een hand de rug of billen van het kind. Doe het niet te lang en bouw het vertrouwen langzaam op.

4. Oefen het vallen en opstaan in het water

Als een kind valt, bij lopen of spelen in het water, dan is de eerste reactie van veel mensen om onmiddellijk toe te schieten om het kind te helpen opstaan, te pakken en te troosten. Dat is begrijpelijk, maar het kan beter.

Als een kind valt, dan schrikt het. Het is ook eng. Maar het is beter om het kind de kans te geven om zélf weer op te staan. Laat het gerust even ploeteren. Als het niet lukt, dan helpt u natuurlijk en daarna doet u een keertje langzaam voor hoe je opstaat in het water.

Als een kind zelfstandig overeind gekomen is, dan helpt dat het zelfvertrouwen in het water te versterken.

5. Oefen het liggen op de buik
Op de buik liggen is gemakkelijker naarmate het kind het gezicht goed in het water houdt. Kijk naar de bodem. Laat maar eens zien wat er met je benen gebeurt als je je hoofd omhoog doet: hoe verder je hoofd achterover buigt, hoe meer je benen naar beneden gaan. Dan kun je niet meer liggen.

Begin bij de kant. Zak door de knieën, zet met één been af tegen de muur en drijf. Als dat goed gaat, oefen het dan vanuit stilstaande positie. Als het hoofd goed in het water ligt (kijk naar de bodem), dan komen de billen vanzelf goed omhoog.

Ga in ondiep water en laat het kind de handen op de bodem zetten. Draai de handen zo, dat de vingers naar de tenen wijzen. De billen komen nu omhoog. Vraag het kind dan één hand los te laten en dan beide handen. U staat voor het kind en houdt zijn handen vast. Trek het kind door het water en laat het zijn gezicht in het water doen.

6. Oefen het flipperen met de benen

Zodra het kind kan drijven, oefen dan het flipperen met de benen (de beenslag bij borst-crawl). Eerst met zoveel mogelijk spetters (dat is leuk), dan zonder spetters. Voeten onder water houden.

7. Begin altijd met de benen

Als u uw kind een zwemslag wil aanleren, begin dan altijd met de benen. Veel ouders willen graag meteen een combinatie-schoolslag aanleren, maar dat lukt vrijwel nooit. Dat is voor een klein kind veel te moeilijk. Begin dus met de benen, en altijd eerst op de rug.

Tegenwoordig is de moderne instructie zo:

  • begin met liggen op de rug
  • buig de knieën terwijl de knieën nog bij elkaar blijven. De voeten zakken dan naar de bodem
  • laat dan de benen (tenen naar buiten) tot op schouderbreedte van elkaar gaan en draai ze terug totdat ze weer gestrekt liggen.

8. Benadruk de 'Pipo-stand' van de voeten

Het lastigste en tijdrovendste is het om een kind te leren de stand van de voeten goed te doen. De voeten moeten steeds goed naar buiten gedraaid. Noem het 'Pipo-voeten', of 'je knipperlichten aanzetten'. Of vraag aan de eigen zwem-onderwijzer hoe hij (of zij) dat noemt.

Laat het kind in ieder geval de tenen goed omhoog trekken. Dan gaan de voeten al iets in de juiste stand. Dan de tenen naar buiten draaien. Deze stand van de voeten is belangrijk om goed stuwing te krijgen in het water. Je kunt dit ook heel goed thuis oefenen. Op de bank. Of laat het kind eens lopen met de voeten naar buiten gedraaid en de tenen omhoog. Een andere truuk is om het kind te laten zwemmen met waterschoentjes.

Let op: zorg ervoor dat het kind bij de beenslag op de rug NIET de knieën intrekt. De knieën moeten onder water blijven en dat is alleen mogelijk als de billen goed omhoog geduwd worden.

9. Wat u vooral NIET moet doen

  • Zet uw kind niet onder druk om iets te doen wat het niet wil of niet durft. Dus niet pushen, want dat werkt niet. Het heeft geen zin als een kind al zenuwachtig wordt in het kleedhokje.
  • Maak het zwemmen niet tot een rottige ervaring, maar zorg dat het leuk blijft. Als een kind klaagt over kou of andere pijntjes, stop dan gewoon. Ga ook nooit schreeuwen in het water.

10. Wat u vooral WEL moet doen

  • Wees eerlijk tegenover uzelf, tegenover uw kind en vooral ook tegenover de zwem-instructeurs. Vertel het ze, als er iets met uw kind aan de hand is. Is het hoogbegaafd? Heeft het watervrees? Heeft het flapvoeten? Leert het moeilijk? Is het motorisch een rampkind? Vertel het de zwemleraar. Die kan er dan rekening mee houden in de benadering van uw kind.
  • Als een kind naar zwemles moet, zorg er dan voor dat de tijd ervóór ontspannen is. Ga op tijd van huis weg, zodat u zich niet hoeft te haasten. Kom de allereerste keer iets eerder dan de anderen. Zo kan het kind goed zien wat er allemaal gebeurt.
  • Praat met uw kind over deze belevenis. Bevestig dat hij of zij nu groot is en spreek uw kind ook als zodanig aan. Hij of zij heeft dus geen 'handjes' meer maar 'handen'. Er is immers een gigantische stap gezet.
  • Beloon uw kind steeds als het een dappere of knappe prestatie geleverd heeft in het water. Prijs het de hemel in, ook al duurde de prestatie maar 3 seconden en had u nauwelijks tijd om met uw ogen te knipperen.

Tot slot

Geef uw kind de tijd. Veel tijd. Overhaast het niet, en verwacht ook niet dat uw kind binnen 6 maanden een zwemdiploma haalt. Ook al is het in aanleg een sportief type. Alle kinderen leren zwemmen; hoe dan ook. Maar gun ze wel hun eigen tempo.

Hoe meer u samen van het water geniet, hoe meer uw kind plezier zal krijgen in het zwemmen. Zo zal het ook sneller vooruit gaan op weg naar het diploma. Maar bedenk dat het helemaal niet ongewoon is als het anderhalf jaar duurt. Zeker als uw kind nog heel jong is.

Marco van Schaik

is zwemonderwijzer.