Terug naar de Prijsvraag

Prijsvraag Citotoets

De juiste antwoorden
op de Cito-toets voor ouders

Hieronder vindt u de juiste antwoorden op de zes vragen uit de CITO-toets van 1999 (overgenomen met toestemming van de Citogroep te Arnhem).

Vraag 1 (rekenen)

Welke appels zijn per kilo het goedkoopst?
a) Jonagold (juiste antwoord)
b) Elstar
c) Cox Orange
d) Karmijn

Vraag 2 (rekenen)

Iris wil 2,5 dl melk afpassen. Op de maatbeker staan milliliters. Hoeveel ml melk moet ze afpassen?
a) 0,25
b) 25
c) 250 (juiste antwoord)
d) 2500

Vraag 3 (taal)
De schoolkrant van de 'Theo Thijssenschool' heeft
een apart rubriek voor gekke gebeurtenissen.
Jozien uit groep 8 schrijft het volgende stuk voor die
rubriek. Ze moet het nog wel verbeteren.

  1. Vorige week liep ik met mijn broertje Tim van
  2. school naar huis. Aan het eind van de Kerkstraat
  3. hangt een automaat met kauwgomballen.
  4. Mijn broertje keek ernaar en vroeg toen aan mij
  5. of ik geld bij me had. Ik zei: "Nee, ik heb geen
  6. geld. En als ik het had, dan kreeg je het niet."
  7. En wat denk je? Hij stopte zijn hand in het gat
  8. waar die kauwgomballen uit horen te komen.
  9. Hij bleef maar duwen en duwen. Zijn arm ging er
  10. steeds verder in. En ineens zei hij blij: "Ik heb
  11. hem." Toen lachte hij nog. Maar even later lachte
  12. hij niet meer, want toen hij zijn hand eruit wilde
  13. trekken, leek die klem te zitten. Hoe hij ook
  14. wrong, hij kreeg hem er niet meer uit.
  15. Ik moest toen wel die vrouw van de sneopwinkel
  16. erbij halen. Zij heeft 112 gebeld. Dat nummer was
  17. vroeger anders. Ik geloof 06-11; ik weet het niet
  18. zeker.
  19. Even later kwam de brandweer. Die brandweer-
  20. mannen wisten niet of ze hem konden bevrijden
  21. zonder hem te verwonden. Daarom hebben ze
  22. een ambulance gebeld. Toen die er was, de
  23. brandweer met allerlei apparaten mijn broertje
  24. bevrijd heeft. Zijn verwondingen vielen gelukkig
  25. mee, maar hij was heel erg geschrokken.
  26. Die vrouw van de snoepwinkel heeft ons nog
  27. ieder een kauwgombal gegeven. Dat vond ik heel
  28. aardig, want Tim was tenslotte haar snoep aan
  29. het pikken. Mijn vader en moeder waren eerst
  30. heel erg kwaad op Tim. Vooral natuurlijk, omdat
  31. hun zoontje aan het stelen was. Maar ook, omdat
  32. de verwachting gerechtigd is, dat zij aansprakelijk
  33. gesteld zullen worden voor de aangerichte
  34. schade. Later moesten ze eigenlijk wel lachen om
  35. die rare gebeurtenis. En Tim? Die kan er nog
  36. steeds niet om lachen. Helemaal niet nu hij weet,
  37. dat hij voorlopig geen zakgeld meer krijgt en dus
  38. zeker geen kauwgomballen kan kopen. En zijn
  39. hand in een kauwgomballenautomaat steken?
  40. Dat zal hij nooit meer doen.

Lees: Maar ... schade (regel 31 t/m 34).
Wat is een juiste opmerking over deze zin?
a) De informatie erin is in tegenspraak met de rest van het verhaal.
b) De informatie erin is overbodig.
c) Het taalgebruik is te vaag.
d) Het taalgebruik past niet bij dat van de rest van het verhaal. (juiste antwoord)

Vraag 4 (taal)

Welk stukje kan Jozien het beste weglaten?
a) Mijn ... je? (regel 4 t/m 7)
b) Toen ... zitten. (regel 11 t/m 13)
c) Dat ... zeker. (regel 16 t/m 18)
(juiste antwoord)
d) En ... doen. (regel 38 t/m 40)

Vraag 5 (wereldoriëntatie)

Het pretpark Disneyland is niet in het centrum van Parijs gebouwd. Wat is hiervoor de belangrijkste reden?
a) De bewoners van het centrum van Parijs hebben geprotesteerd tegen de komst van een pretpark.
b) In het centrum van Parijs is geen ruimte voor zo'n groot park. (juiste antwoord)
c) In het centrum van Parijs is zo'n park moeilijk bereikbaar als je met de trein komt.
d) In Parijs wonen maar weinig mensen die het leuk vinden om naar zo'n park te gaan.

Vraag 6 (wereldoriëntatie)

Een aantal mensen heeft van hout een trein gemaakt die de grond in gaat. Ze willen graag dat de spoorlijn hier door een tunnel zal gaan. Wie beslissen of die mensen hun zin krijgen?
a) de inwoners van de Betuwe.
b) de Nederlandse Spoorwegen.
c) de stichting Veilig Verkeer Nederland.
d) de Tweede en de Eerste Kamer. (juiste antwoord)

Copyright © 1996-2001 Ouders Online BV
Uitsluiting aansprakelijkheid
Pagina voor het laatst bijgewerkt op: 11 april 2001