Klaas was naar de zolder gekomen, waar Aagje haar domein had. Hij stond voor het grote raam, de handen in de zakken van zijn spijkerbroek. Hij had niet eens de tijd genomen zijn werkkleren uit te trekken.
'Wat denk jij ervan?' vroeg hij.
'Niks, ik denk niks,' zei Aagje. Haar stem klonk hoger dan normaal. 'Ik wil er ook helemaal niks van denken. Het hele gedoe is overbodig volgens mij.' Ze bleef koppig doorgaan met het tekenen van een schema.
'Ik dacht dat je erover wilde praten,' zei Klaas hulpeloos. Hij was niet zo goed in praten.
'Ik wil alleen maar dat het niet onder de oppervlakte blijft. Iedereen denkt eraan, maar niemand zegt wat. Het is om de zenuwen van te krijgen,' zei Aagje. 'Wat helpt het als hij de waarheid weet? Dat levert alleen maar ellende op. Hij is al zo onhandelbaar.'
'Dat is de puberteit,' zei Klaas sussend. 'Ik denk eigenlijk dat het niet tegen te houden valt...'
Hij probeerde de klink van het raam; die ging stroef. Hij moest de sloten weer eens nalopen met de oliespuit.
'Waar ben je bang voor?' vroeg hij opeens. Aagje gaf geen antwoord.
'Misschien moeten we dit aan mama overlaten,' zei Klaas ten slotte. 'Die kan beter met problemen omgaan dan ik.'

Geven vader Klaas en zijn dochter Aagje de zaak in handen van moeder Hanneke?

  • Ja
  • Nee

  • Copyright © 1996-2011 Ouders Online, alle rechten voorbehouden