|
Crisis-kind
Column over pleegkinderen
april 2001
Problemen op school
Een dag voor de paasvakantie gaat de telefoon. De leraar van ons 11-jarige pleegkind Pim. "Pim doet niet zo lekker mee op school", meldt hij. "Hij is slecht geconcentreerd, wil opdrachten niet uitvoeren, leidt anderen in de klas af, en is zelf ook snel afgeleid. Maar hij wordt wel boos als hij iets moet afmaken terwijl de anderen al iets anders mogen doen." Toen de leraar hem aanspoorde aan het werk te gaan had hij brutaalweg geantwoord: "Voor jou zeker. Waarom zou ik voor jou werken?"
Dit is een ontwikkeling waar ik wel rekening mee had gehouden maar die ik toch niet had verwacht. Pims verhalen over school waren altijd beknopt, maar wel enthousiast. Bij ons gaat het gewoon goed met hem. Waarom dan niet op school?
Hele ontwikkeling
Pim is een jongen die al een hele ontwikkeling heeft doorgemaakt. Hij heeft geleerd zijn buien van boosheid en schelden te beheersen en laat dat bij ons ook goed zien. Maar waarom dan niet op school?
De leraar vraagt mij of ik het goed vind dat hij Pim als het nodig is eens laat nablijven. Nou, goed... Het gevolg is wel dat ik hem dan op moet gaan halen, 17 kilometer verderop.
Je gaat toch weer weg
Wanneer de kids thuis zijn uit school, roep ik Pim bij me. Het is niet eenvoudig om even alleen met hem te kunnen praten, want ons nieuwsgierig aagje (Ilja) houdt de ontwikkelingen en contacten met ons pleegkind goed in de gaten. Maar goed, het lukt. We zijn even onder elkaar.
In eerste instantie is het een gesprek van één kant. Pim Kijkt ongeïnteresseerd en lijkt niet te willen snappen wat er fout is. Wanneer ik hem vertel dat zijn houding en desinteresse in het werk op school ertoe kan leiden dat hij naar een andere school moet, zegt hij: "Nou, dat moet ik toch wel." En ineens zie ik waar het probleem zit. In ieder geval deels. Tot de zomervakantie zit hij nog op deze school, maar de kans is groot dat hij na de vakantie in een nieuw gezin naar weer een nieuwe school moet. Waarom zou je dan je best doen? Je gaat toch weer weg.
Hoe zit dat dan?
Maar aan de andere kant: bij ons blijft hij ook niet. Terwijl hij bij ons wél opvallend zijn best doet. Hoe zit dat dan? Waarschijnlijk heeft het te maken met het feit dat hij bij ons minder moet. Blijft echter het probleem van de school. Hoe lossen we dat op?
In eerste instantie zegt Pim het nut van school niet in te zien. Maar dat is een façade waar snel doorheen geprikt kan worden. Uiteindelijk komt hij zelf tot de conclusie dat hij niet zo goed bezig is geweest. Dat hij zeker beter kan en dat hij nu al moet leren om gewoon opdrachten en leiding te aanvaarden. Nu van de leraar, later van een baas. De enige manier om daar geen last van te hebben, is zelf baas worden van een bedrijf. En, ja hoor, daar is school en een diploma voor nodig.
Excuses en aan de slag
Afgelopen dinsdag is hij weer naar school gegaan. De leraar belde met de mededeling dat hij netjes zijn excuses had aangeboden voor zijn gedrag en dat hij beloofd had beter zijn best te doen.
Thuis hebben we een 'doelenlijst' gemaakt. We houden nu bij waar Pim aan moet werken, wat voor gedrag hij moet laten zien op school en thuis. Gaat het goed, dan ligt er een beloning in het verschiet. Maar oh wee als ik een keer gebeld wordt met de mededeling dat ik hem van school kan komen halen 's middags. Met die opdracht ben ik niet blij, en dat zal hij dan weten.
Ik hoop dat het goed gaat. Voor hem. Hij kan het. Het is gewoon een lekker joch waarmee het hartstikke goed kan gaan. Als hij maar de kans en de positieve aandacht krijgt die hij verdient.
En verder...
En verder speelt hij gezellig in de buurt. Hij heeft een vriendje gemaakt waarmee hij op de computer en de playstation speelt. Hij heeft een nieuwe step waarmee hij met een clubje op straat grote toeren uithaalt, én hij is nog steeds een lieve grote broer voor Ilja.
Mariska Botman
p/a redactie@ouders.nl
Mariska Botman is 36 jaar, beleidsmedewerker bij de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen, en buitengewoon ambtenaar van de Burgerlijke Stand. Getrouwd met Hans (46) en journalist bij een landelijk dagblad. Samen met Ilja, dochter van 6, vormen ze sinds 1999 een pleeggezin.
Ze hebben gekozen voor crisis-opvang, een type opvang dat normaal gesproken kort duurt. Voor kinderen die om een of andere reden snel een plekje in een gezin nodig hebben. Deze vorm duurt drie maanden tot een jaar.
Bij Ouders Online leest u elke maand de ervaringen van Mariska en haar gezin. Heeft u vragen over pleegzorg, of overweegt u zelf een pleegkind in huis te nemen, dan kunt u mailen naar het bovengenoemde adres.
|