|
Crisis-kind
Column over pleegkinderen
september 2001
Mariska Botman vertelt over het afscheid van Pim, haar laatste crisis-kind, en reageert op al die mensen die haar de afgelopen tijd bericht stuurden. "Ik vind het zo knap van je, dat zou ik nou niet kunnen", is een veel gehoorde reactie. Maar wie het wil, die kan het. En financieel hoeft het ook geen probleem te zijn, legt Mariska uit.
Lekker duidelijk
De maand juli, het begin van de zomervakantie, is het einde van de plaatsing van Pim. De dagen voor zijn afscheid verlopen enigszins hectisch. We gaan nog een dagje naar Six-Flags als afscheid, pakken alles voor hem in (en voor ons, want wij vertrekken 1 dag later) en weten bij dit alles nog steeds niet wat er gaat gebeuren. Moeder is voorbereid op een voorlopige terugkeer thuis en ziet hier tegenop. De voogdes weet het allemaal ook niet meer. Lekker duidelijk, voor een 11-jarig jochie, dat ook wel inziet dat naar huis gaan nou niet bepaald de beste optie is.
En dan komen de vragen van de omgeving. "Zou je hem niet willen houden?" "Vind je het niet moeilijk om te zien dat ze met dat jochie lopen leuren?" "Waarom kan hij eigenlijk niet blijven?"
Kort
Het antwoord is voor ons heel duidelijk. Wij hebben voor crisis-opvang gekozen, die per definitie kort duurt (in principe drie maanden). Als we een kind zouden houden, dan is er dus weer een crisis-plek minder. En daaraan is een tekort.
Daarbij past het prima bij ons leven zo. Emotioneel is het best wel eens moeilijk, maar omdat je vooraf weet dat het kind weer snel weggaat, kunnen wij ons daar in ieder geval goed tegen wapenen.
Het is nu september en we zitten nog in een rustpauze. Pim zit in alweer een tijdelijke opvang waar hij binnenkort ook weer weg moet. Een plek is er nog steeds niet voor hem.
Reacties
In de afgelopen tijd heb ik regelmatig reacties gehad op deze column. Van mede-pleegouders die herkenning vinden, van geïnteresseerden, en van mensen die op een bepaald stuk reageren. Dat doet me goed. Ik zit niet alleen voor mezelf te schrijven, tenslotte.
Wat opvalt, is dat in een aantal reacties gevraagd wordt om meer informatie. Hoe word ik pleegouder? Ik zou wel willen, maar..., etc.
Voor één keer, en in het kort, wil ik daarom wat algemeens over pleegzorg vertellen. Hopelijk zijn daarmee dan ook veel vragen beantwoord.
Iedereen kan pleegouder worden
Iedereen kan pleegouder worden. Alleenstaand, samenwonend, getrouwd, homo of hetero, maakt allemaal niet uit. Zelfs als je werkt kan het. De meeste pleegouders werken tegenwoordig, al is het wel vaak deeltijd.
Pleegzorg bestaat uit verschillende vormen. Crisis-opvang of kort durende opvang duurt 3 maanden tot een jaar. Langdurige opvang (perspectief biedend) is voor onbepaalde tijd. Het kan zijn dat een klein kindje tot zijn of haar 18e blijft, en het kan ook voor enige jaren zijn.
Veel behoefte
Waar veel behoefte aan is in verschillende delen van het land, is weekend- en vakantie-opvang. Een kind komt dan om de week een weekend bij je logeren, en in de vakanties een afgesproken periode. Vaak kunnen de echte ouders het met zo'n regeling nét redden. Voor potentiële pleegouders is het een vorm die niet direct te veel van je vraagt, en waar je zelfs fulltime bij kan werken.
Kortom, voor iedereen die geïnteresseerd is en echt wil, is er een vorm van pleegzorg die bij je past.
De vergoeding dekt de kosten
Financieel is het ook redelijk goed geregeld; je hoeft er niet bij in te schieten. Dit jaar is er zelfs meer geld gekomen, zodat de maandelijkse vergoeding zeker niet slecht is. Het dekt in ieder geval de kosten.
Echt interesse? Kijk eens op www.pleegzorg.nl. Daar vind je meer informatie en landelijke en regionale telefoonnummers.
"Ik vind het zo knap van je, dat zou ik nou niet kunnen" is een zin die ik regelmatig hoor. Hoeft ook niet. Je moet het ook niet kunnen. Maar als je wilt, en als je denkt: "Ik heb die ruimte", geef het dan eens een kans. Je hebt een behoorlijke voorbereidingstijd waarin je altijd nog terug kan als je merkt dat het toch niets voor jou is. Niemand die het je kwalijk neemt.
Alle kinderen..
Onze laatste pleegzoon heeft dus nog steeds geen plekje. Onze tiener-pleegdochter van vorig jaar liet in haar laatste brief weten dat ze het in het tehuis waar ze nu woont steeds minder naar haar zin heeft en hoopt volgend jaar op kamer-training te mogen. (Kamer-training? 16 jaar? Zie je je kind al gaan?) Onze pleegzoon Ron, met ADHD, is na behandeling bij zijn vader gaan wonen en de kleine vakantievriend van twee zomers geleden hoop ik half september weer te zien op een bijeenkomst voor pleeggezinnen.
We zijn met z'n drieën maar ik heb een groot gezin. Op afstand. Soms moeilijk, maar ze blijven erbij horen. Dat is ook pleegzorg.
Mariska Botman
p/a redactie@ouders.nl
Mariska Botman is 36 jaar, beleidsmedewerker bij de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen, en buitengewoon ambtenaar van de Burgerlijke Stand. Getrouwd met Hans (46) en journalist bij een landelijk dagblad. Samen met Ilja, dochter van 6, vormen ze sinds 1999 een pleeggezin.
Ze hebben gekozen voor crisis-opvang, een type opvang dat normaal gesproken kort duurt. Voor kinderen die om een of andere reden snel een plekje in een gezin nodig hebben. Deze vorm duurt drie maanden tot een jaar.
Bij Ouders Online leest u elke maand de ervaringen van Mariska en haar gezin. Heeft u vragen over pleegzorg, of overweegt u zelf een pleegkind in huis te nemen, dan kunt u mailen naar het bovengenoemde adres.
|