|
Dossier: Vertrouwens-crisis 4
Recent psychologen-congres wekt verontrusting bij ouders
28 juni 2003
In dit dossier schetsen we de recente vertrouwens-crisis tussen ouders en deskundigen.
Hieronder leest u de reacties van de betrokkenen op onze artikelen:
Micha de Winter (hoogleraar aan de Universiteit van Utrecht);
Martine Delfos (therapeut en auteur van veel boeken);
een officiële reactie van het NIP (de landelijke beroepsvereniging van psychologen).
1. Reactie Micha de Winter
Professor de Winter, hoogleraar aan de Universiteit van Utrecht, was not amused door onze artikelen. Hij vond het allemaal maar hysterisch gedoe, en was niet bereid om inhoudelijk te reageren.
2. Reactie Martine Delfos
Martine Delfos, therapeut en auteur van veel boeken, nam wél de moeite om te reageren:
Veeleisende ouders?
Ter introductie van mijn bijdrage over de consternatie rond 'het perfecte kind' een waar gebeurd verhaal van de afgelopen maand.
Sterre van 10 heeft erg vaak pijn aan haar voeten. De huisarts kijkt ernaar, maar kan niets vinden. Omdat Sterre toch wel erg veel last heeft met lopen, gaat ze na verloop van tijd naar de specialist. Ook hij vindt geen afwijking. Er blijkt niets mis te zijn met haar voeten. Het probleem is dat ze te lang veel te goede schoenen heeft gedragen. Daar zijn haar voeten 'lui' van geworden. Het advies is: slechtere schoenen en veel op blote voeten lopen.
Dit voorbeeld is tekenend voor onze welvaartsmaatschappij. We hebben het beste met onze kinderen voor, maar onze goede zorgen kunnen voor bijzondere verrassingen zorgen.
Op het NIP-psychologencongres van 22 mei was het thema het 'perfecte kind'. Aanleiding was te bekijken of we niet te veel van onze kinderen vragen en of we in een maalstroom van diagnoses terecht zijn gekomen waar we met zijn allen de dupe van zijn. De algemene teneur van het congres was deze vraag bevestigend te beantwoorden. De volgende vraag is dan ook meteen: wie is hier verantwoordelijk voor?
De tijdgeest is hiervoor verantwoordelijk. Het is niet alleen in Nederland zo, het is tekenend voor de rijkere landen. Juist daar is het kindertal afgenomen (hooggespannen verwachting gericht op de paar kinderen), is de leeftijd waarop mensen hun kinderen krijgen is hoger geworden (waardoor een toename aan ontwikkelingsrisico's), zijn er meer hoogopgeleide ouders die carrière maken (en als gevolg daarvan vermoeid zijn) en kunnen we de verlangens van kinderen ruim bevredigen (waardoor het risico van verwennen ontstaat). Zelfs de economisch zwakkeren kunnen hun kinderen veel bieden, onvergelijkbaar meer dan enkele decennia geleden.
Goedbedoelende ouders, leerkrachten en hulpverleners zorgen er gezamenlijk voor dat gedrag dat voorheen als normaal werd gezien, nu regelmatig gediagnostiseerd wordt als ADHD, als autisme of als hoogbegaafd. Uiteraard wil ik niet beweren dat deze diagnoses geen bestaansrecht hebben. Dat weet ik maar al te goed vanuit mijn werk. Maar niet in de mate waarin het nu lijkt voor te komen. Het haalt bovendien de aandacht weg van de werkelijke nood.
Het is goed om het voorbeeld van Sterre in gedachten te houden: nu problematiseren en onterecht diagnostiseren betekent straks moeilijke pubers en adolescenten. Kritisch naar onszelf (ouders, leerkrachten én hulpverleners) kijken en vooral écht luisteren naar het kind zelf, helpt voorkomen dat kinderen geleefd worden in plaats van leven.
Zie verder:
mijn column in het vakblad O|25.
Dr. Martine F. Delfos, psycholoog
Commentaar van een lezer, n.a.v. het bovenstaande verhaal van Martine Delfos
Onmiddelijk moest ik terugdenken aan begin 1980. Een consultatiebureau in een klein dorp in het noorden van het land, met een streekfunctie.
Wij jonge moedertjes, de meesten van ons hadden niet veel te besteden, net een huis gekocht, verbouwing, kindertjes. De rente van de hypotheek was zeer hoog in die tijd.
De arts van het consultatiebureau, in onze ogen erg oud, leesbrilletje op het puntje van haar neus, enorm hoge hakken onder haar schoenen.
Ze had de wind eronder, niemand durfde haar tegen te spreken. Kind uitkleden maar schoenen van het kind mee naar binnen nemen. Kind moest liggen op de onderzoekstafel.
De schoenen werden afgekeurd. Er moesten stevige schoenen gekocht worden dat was belangrijk. Het werd op een dusdanige manier vertelt dat de meeste moeders schoenen kochten die ver boven het budget uitgingen. We moesten wachten tot de kinder bijslag binnen was. Thuis liepen de kinderen op klompjes of blote voeten, wij namen de dure inmiddels iets te kleine schoenen mee in een tas naar het bureau en de arts knikte tevreden.
Ze controleerde gelukkig niet of de maat goed was.
Wie heeft het idee dat kinderen goede stevige schoenen moeten dragen de wereld in geholpen zodat kinderen als Sterre nu een luxe probleem hebben? In de jaren '80 waren dat in ieder geval niet de ouders, die konden zich geen luxe schoenen permitteren. In die tijd waren dat de artsen van de consultatiebureau's.
De ouders mochten natuurlijk ook vragen stellen. En ik had een vraag, ik maakte mij erg bezorgd over de verlegenheid van mijn oudste dochter. Sinds ze de peuterspeelzaal bezocht vertoonde ze stil teruggetrokken verlegen en nerveus gedrag.
Nou, deze moeder moest zich niet zoveel zorgen maken. Er zullen altijd verlegen kinderen zijn de één heeft dat wat meer dan de ander.
Mijn hulpvraag werd dus afgedaan als een vraag van een overbezorgd moedertje. En dat heb ik heel veel meegemaakt, in de jaren daarna.
Ineke Scholten,
een bezorgde moeder van 4 hoogbegaafde kinderen, waarvan er inmiddels 3 kapot gemaakt zijn door onkunde en onwil. Ze zijn zonder of zonder passend diploma van school gekomen. De jongste zit nog op school en is inmiddels ook een absolute onderpresteerder.
3. Reactie van het NIP
Ongevraagd kwam het NIP, de landelijke beroepsvereniging van psychologen, nog met een reactie:
Geachte redactie,
Het NIP, de beroepsvereniging van psychologen, heeft met belangstelling de discussie gevolgd op Ouders Online over het NIP-congres met als thema "Het perfecte kind". Het congres was opgezet om collegae aan het denken te zetten over hulpvragen en hulpverlenersaanbod vroeger en nu. Hebben we te maken met ouders die meer dan vroeger naar perfectie streven? Zo ja, hoe gaan wij daarmee om? En stel dat die indruk klopt, heeft dat dan gevolgen voor de ontwikkeling van kinderen?
Het betrof hier dus de bespreking van een maatschappelijk verschijnsel en niet een inventarisatie van recent onderzoek. Zo'n opzet brengt prikkelende uitspraken met zich mee. De nuanceringen die tijdens het congres door de sprekers zelf en de deelnemers zijn aangebracht, zijn helaas niet door de media gepubliceerd.
Vanzelfsprekend is het niet de intentie van het NIP om wie dan ook de schuld te geven van ontwikkelingen die in de maatschappij zichtbaar zijn. De problemen waarmee ouders en kinderen zich richten tot de psycholoog, werden en worden door kinder- en jeugdpsychologen van het NIP méér dan serieus genomen.
Hierbij verzoek ik u vriendelijk deze reactie op uw website te plaatsen.
Namens het NIP,
het bestuur van de sector Jeugd
Commentaar Ouders Online
Op zich waren we verheugd dat het NIP reageerde, maar deze brief heeft onze zorgen bepaald niet weggenomen. We zullen uitleggen waarom.
Ten eerste: als die neiging van ouders om naar perfectie te streven "een maatschappelijk verschijnsel" is, en geen resultaat van onderzoek, waar halen die psychologen dat dan vandaan? Zo kunnen wij het ook. Eerst een karikatuur verzinnen en daar vervolgens tegen tekeer gaan...
En ten tweede: het NIP zégt wel dat ze niemand de schuld willen geven, maar nu zijn opeens de media weer de klos. Die zouden geen nuanceringen hebben aangebracht. Tja, dat geloven we meteen, want zo zijn de media nu eenmaal, maar ze hebben dat van geen vreemde. Het NIP doet namelijk precies hetzelfde. Zie Ouders willen een bijzonder kind, kinderen willen normaal zijn op de site van het NIP.
|