6 december 2010 door Justine Mol

Opvoeden zonder straffen of belonen

of belonen Oma van Drongelen vroeg wat nou beter is: haar eigen pedagogische tik of de psychologische aanpak van haar dochter. Justine Mol wijst de derde weg.

Of je een kind nu met een hand op zijn billen of met woorden om de oren slaat, ik noem dat allebei straffen. Laat ik meteen duidelijk zijn. Ik ga het niet hebben over hoe je verantwoord straft en beloont. Mijn uitgangspunt is dat we straffen en belonen niet nodig hebben om kinderen te helpen opgroeien tot respectvolle en krachtige mensen die iets willen bijdragen aan het geluk van anderen, zonder zichzelf tekort te doen.

Wat oma van Drongelen en haar dochter Stefanie allebei willen bereiken, is dat de kinderen zich gedragen. Oma doet het op een duidelijke, directe manier. Moeder Stefanie is op zoek naar een zachte manier. Ze ziet haar kinderen als individuen die mogen meebeslissen en zelf ontdekken. Dat laatste duurt wat langer, maar uiteindelijk, als de situatie uit de hand dreigt te lopen, neemt ook zij haar toevlucht tot manipuleren. (In haar geval door middel van 'negeren'.)

"Niek, dat vindt de dokter echt niet leuk hoor"

Over die situatie in de wachtkamer van de dokter, met het rondgooien van folders: ik vermoed dat moeder Stefanie zich machteloos begon te voelen, toen ze zei: "Niek, dat vindt de dokter echt niet leuk hoor, wat jij nu doet." Ze probeert haar grenzen aan te geven en haar kind tot ander gedrag over te halen.

Ik herken dit dilemma uit de tijd dat mijn eigen kinderen klein waren. Ik ben nog wel geen oma, maar ik heb inmiddels wel de oma-leeftijd bereikt. De grote vragen waren vroeger steeds:

  • Hoe geef ik mijn grenzen aan zonder mijn kinderen als hondjes te conditioneren?
  • Hoe laat ik hen – en niet te vergeten mijzelf – in hun (en mijn) waarde?

Knoop in mijn maag

Ik had altijd een knoop in mijn maag wanneer ik straffen inzette als laatste strohalm. Mijn kinderen voedden mijn twijfel, want ze lieten zich niet in de hoek (of op de gang) zetten. Ik moest hen vasthouden of de deur op slot doen, waartegen ze dan bleven bonken en schoppen totdat ik hem weer open deed.

Vreemd genoeg had ik ook dat nare gevoel als ik mijn kinderen een ijsje beloofde als ze mee gingen wandelen. Ze kregen bijvoorbeeld wel zakgeld zodra ze met geld konden rekenen, maar ik gaf ze nooit geld voor een goed rapport. Ik vond het al erg genoeg dat ze met cijfers beloond werden, wat de aandacht weghaalde van wat ze zich van de leerstof hadden eigen gemaakt en wat niet.

Geweldloos Communiceren

Toen mijn kinderen in de puberleeftijd kwamen, vond ik bevestiging van mijn intuïtieve afkeer voor straffen en belonen bij Marshall Rosenberg, de grondlegger van Geweldloos Communiceren, en bij Alfie Kohn, auteur van o.a. 'Punished by Rewards' (Belonen is een Straf).

Zij zien als basis van een menswaardig leven: samen leven in verbondenheid. Doel van iedere interactie tussen mensen wordt dan de ontmoeting op zich. Het gaat erom dat je elkaar respecteert en met verwondering kijkt naar de verschillen. Het doel is dus niet: 'voor elkaar krijgen dat een ander doet wat jij zegt.'

Ik vraag vaak aan mensen die vinden dat kinderen moeten gehoorzamen: "Wat wil jij dat de reden voor een kind is om te doen wat jij zegt?" Zo nodig ik ze uit om hun motivatie te onderzoeken.

Willen zij hun kind zo kneden dat zij er geen last van hebben, dat hij aardig gevonden wordt, zich aanpast aan de maatschappelijke norm en daardoor 'goed' terecht komt? Of wil je dat je kind tot zijn recht komt?

Als ze voor dit laatste kiezen, komt vaak de volgende vraag op: hoe begeleid je kinderen zo dat ze hun eigenheid kunnen vinden en die zo inzetten dat die in harmonie is met hun omgeving?

Kleine volwassenen?

Moeder Stefanie zegt dat ze haar kinderen als gelijkwaardig ziet. Uit het verhaal van oma begrijp ik dat dit voor Stefanie en haar man Kees betekent dat ze hun kinderen als kleine volwassenen behandelen. Ze gaan over van alles en nog wat met elkaar in discussie. Dat is niet wat ik bedoel...

Ik heb het begrip 'gelijkwaardigheid' leren nuanceren. Kinderen zijn net als volwassenen: ménsen. Met gevoelens en verlangens, voor- en afkeuren. En die gevoelens van hen zijn net zoveel waard als die van hun opvoeders.

Vakantiebestemming

Het gaat 'm dus om de gevoelens, niet om levenservaring en kennis. In dat laatste zijn kinderen en volwassenen niet gelijk. Door bij het kiezen van je vakantiebestemming de wensen van de kinderen te horen, en mee te nemen in je beslissing, neem je hen serieus. Maar daarna beslis je gewoon zelf. Jij weet hoeveel geld je aan je vakantie wilt uitgeven. Jij weet hoeveel reistijd de kinderen aankunnen. En jij weet of jullie het meest zullen genieten op een camping of in een vakantiepark.

Hoe je het ook wendt of keert, als ouders heb je macht over je kinderen. Als ze nog heel klein zijn, is die macht groter. En in mijn ogen is het gezond als die macht steeds meer afneemt. Ook als je macht gebruikt, kun je in verbinding zijn. Als je met je baby'tje naar buiten gaat, bepaal jij of hij een mutsje opkrijgt.

Je blijft wel op de signalen letten. Als de baby een rood hoofdje krijgt, of gaat huilen, vraag je je af of hij het misschien te warm heeft.

Beschermende macht - bestraffende macht

Zo'n vorm van macht noem ik: 'beschermende macht', en die zet ik naast 'bestraffende macht'. Je kunt je kind willen beschermen tegen gevaar, zoals infectieziekten. Als je kind een medicijn niet wil innemen, neem je hem in de houdgreep en zorg je dat hij het pilletje alsnog doorslikt.

Doe je dit met zachtheid – en begrip voor de onwil – dan is het 'beschermende macht'. Maar knijp je zo hard dat je hem pijn doet, en zeg je dan als hij gaat huilen: "Eigen schuld, had je maar moeten meewerken," dan is er sprake van 'bestraffende macht'.

Jezelf beschermen

Je kunt ook jezelf willen beschermen, laten we zeggen tegen uitputting. In de tijd dat mijn drie kinderen om me heen krioelden, had ik de gewoonte opgepakt om eens per dag 20 minuten te gaan mediteren. Gewoon met de ogen dicht, zittend op de bank.

Ik had uitgelegd dat ik rust nodig had. Ik ging niet echt weg, dus het was veilig voor hen. Ze speelden, kropen af en toe op schoot, en kregen ruzie die zonder mijn inmenging weer overging. Als de telefoon ging, nam mijn oudste van 6 hem op. En als er gevraagd werd of zijn moeder thuis was, zei hij: "Ja, ze is thuis, maar ze kan niet aan de telefoon komen. Ze zit."

Wederzijds vertrouwen

In deze situatie was duidelijk sprake van wederzijds vertrouwen. Ik vertrouwde erop dat zij zich zouden redden zonder mijn inmenging, en zij vertrouwden erop dat ik mijn ogen open zou doen en zou ingrijpen als het echt nodig was.

Dat vertrouwen is voor mij wezenlijk in de opvoeding en ook in ons hele samenleven. Als ik erop vertrouw dat de vervulling van mijn behoeften even belangrijk is als de vervulling van andermans behoeften, kan ik open blijven voor wat zich aandient. Onze kinderen voeden ons hierin net zo goed op als wij hen.

Wanhopige moeder

Ik werd eens gebeld door een wanhopige moeder uit Amsterdam. Er had zich een strijd ontwikkeld tussen haar en haar zoontje van 2, over het verschonen van de luier. Toen de machtsstrijd zo hoog was opgelopen dat de poep tegen de muren vloog, had de moeder besloten mij om advies te vragen.

Bij een kop koffie in de stationrestauratie van Amsterdam CS vroegen wij ons af welke behoeften van zoonlief niet vervuld werden, waardoor hij zich zo verzette. Dat zouden wel eens 'plezier' en 'autonomie' kunnen zijn. Waarop we bedachten hoe hij zou kunnen kiezen: papa of mama om te verschonen? Liggend of staand? Zelf zijn truitje omhoog houdend of niet? Het plezier zou vanzelf wel komen, als het allemaal wat gemakkelijker zou gaan.

Twee dagen later kreeg ik een blije e-mail. Geen poep meer tegen de muren. De moeder had van haar zoon iets geleerd over 'afstemmen'.

"Stom wijf"

Moeder Stefanie werd door haar dochter (van 6) uitgescholden voor "stom wijf". Je kunt dat snel afdoen met "schelden mag niet", maar ook hier kun je naar de onderliggende behoeften kijken.

We waren op vakantie in Frankrijk en mijn dochter van 15 werd steeds chagrijniger. Toen ik haar vroeg om even te helpen met afwassen, begon ze mij uit te schelden voor "kutwijf".

Ik vertelde dit voorval tijdens een lezing en ik legde uit dat ik mij de scheldpartij niet persoonlijk aantrok. Ik maakte een wandelingetje met mijn dochter, zodat ze haar hart kon luchten over die stomme camping. Het was rotweer en er waren geen leuke jongens. Ze verveelde zich. Voor mij was hiermee de kous af.

Maar iemand uit het publiek zei: "En toen heb je haar toch zeker nog wel gestraft?!" Mijn dochter, die tot dan toe anoniem in het publiek had gezeten, stond op en zei: "Ik hoefde helemaal niet gestraft te worden, want ik wist heus wel dat ik iets gedaan had wat niet door de beugel kon. Ik heb hierdoor geleerd dat mijn moeder onvoorwaardelijk van me hield, ook als ik rottig tegen haar deed."

Als mijn dochter regelmatig tegen me gescholden zou hebben, zou ik haar hebben verteld hoe dat voor me was. Ik zou gevraagd hebben mij te vertellen wat haar dwars zat. Grenzen aangeven is blijven zeggen wat je wel en niet prettig vindt. En als je het echt helemaal gehad hebt, neem dan gerust je toevlucht tot een beloninkje of een strafje. Omdat ook jij niet perfect bent.