logo Ouders Online

home forum chat thema-pagina's vraagbaken video koopjeskelder surf-tips snuffelgids service colofon

Magazine - redactionele artikelen
 Actueel
Het nieuwe huishouden - De levensloopregeling

24 februari 2004

Op 1 januari 2006 is de levensloopregeling van start gegaan. Vanaf die datum kunt u fiscaal-vriendelijk gaan sparen voor 'onbetaald' verlof of eerder stoppen met werken. Maar hoe zit de regeling nu eigenlijk in elkaar? Hoe verhouden de fiscale voordelen zich ten opzichte van het spaarloon? En hoe is de kinderopvang tijdens het verlof geregeld? Ouders Online geeft alle ins en outs.


Alles over de levensloopregeling

door Henk Boeke

Het concept 'levensloopregeling' is oorspronkelijk ontwikkeld door het CDA, als middel om het gezinsleven te stimuleren. De achterliggende gedachte was dat de overheid een handje zou moeten helpen bij het aantrekkelijker maken van dingen als 'tijd vrijmaken voor de kinderen' (ouderschapsverlof) of 'vader en moeder bijstaan in hun laatste levensfase' (zorgverlof).

Om begrijpelijke redenen is de uiteindelijke regeling veel breder geworden. Niet iedereen maakt immers deel uit van een gezin, terwijl wél iedereen van zo'n regeling moet kunnen profiteren. Vandaar dat in de uiteindelijke regeling meerdere vormen van verlof zijn toegestaan, variërend van sabbaticals tot eerder stoppen met werken.

De levensloopregeling kan ook opgevat worden als een fiscaal aantrekkelijke spaarvorm, net als het spaarloon. Het belangrijkste verschil is dat vrijvallend spaarloon voor álles gebruikt kan worden, terwijl de levensloopspaarpot alleen gebruikt kan worden voor het bekostigen van verlof of vervroegde uittreding.

De levensloopregeling in vogelvlucht
In essentie komt de levensloopregeling hierop neer:

  • werknemers mogen jaarlijks maximaal 12% van hun bruto jaarloon opzij zetten voor het bekostigen van een inkomensloze periode of een periode waarin zij minder inkomen hebben dan hun salaris;
  • de spaarpot mag gevuld worden tot maximaal 210% van het bruto jaarloon;
  • over de inleg worden alleen premies werknemersverzekeringen geheven. Loonheffing vindt pas plaats als het spaargeld wordt uitbetaald (tijdens het verlof); over de uitbetaling zijn geen premies werknemersverzekeringen verschuldigd;
  • elk deelnamejaar levert een premie van EUR 183,- (bedrag 2006) die 'uitbetaald' wordt in de vorm van een korting op de loonheffing tijdens het verlof;
  • het spaartegoed telt niet mee voor het vermogen in Box III;
  • elke werknemer mag zelf bepalen welke financiële instelling zijn spaarpot beheert. Een collectieve regeling via de werkgever kán gunstig zijn, maar deelnemen daaraan is niet verplicht;
  • nadat er verlof is opgenomen, mag het – gedaalde – spaartegoed weer worden aangevuld (met inachtneming van de normale regels).

Tot zover de grote lijnen. Nu de details.

Wie mag er deelnemen?
De levensloopregeling staat open voor iedereen met een arbeidsovereenkomst. Dus wel voor werknemers, inclusief directeuren-grootaandeelhouders (DGA's) oftewel directeuren van een BV, maar niet voor IB-ondernemers, zoals freelancers, vennoten in een VOF, of maten in een maatschap.

Ook werknemers met een fictieve dienstbetrekking kunnen deelnemen (mits hun 'werkgever' daarmee instemt) omdat ze voor de loonbelasting als werknemers gelden. Bijvoorbeeld: thuiswerkers en commissarissen.

Bijzonderheden:

  • DGA's mogen altijd meedoen, ook al hebben ze geen personeel. Wat dat betreft is de levensloopregeling dus ruimhartiger dan de spaarloonregeling;
  • bent u IB-ondernemer en wilt u eerder stoppen met werken, dan kan daar in sommige gevallen de oudedagsreserve (voorheen de FOR) voor gebruikt worden;
  • de Tweede Kamer discussieert nog over mogelijkheden om de levensloopregeling ook open te stellen voor IB-ondernemers.

Oudere werknemers
Voor werknemers die op 1 januari 2006 56 jaar of ouder zijn, blijven de regelingen voor prepensioen en VUT gewoon bestaan. Daarnaast mogen ze óók deelnemen aan de levensloopregeling, wat onder andere interessant kan zijn als er te weinig pensioen is opgebouwd.

Voor werknemers die op 31 december 2005 51 jaar of ouder zijn, maar nog geen 56, is in de levensloopregeling een extra opbouwmogelijkheid gecreëerd. Die extra opbouwmogelijkheid komt erop neer dat de werknemer meer mag sparen dan 12% per jaar. Zo kan een oudere werknemer er korter over doen om het eind-maximum van 210% te halen.

Keuzevrijheid
Werknemers hebben volledige keuzevrijheid:

  • meedoen mag, maar hoeft niet;
  • de hoogte van de inleg is vrij (tot maximaal 12% van het bruto jaarloon);
  • meedoen aan een collectieve regeling van de werkgever is niet verplicht;
  • kiest u voor een individuele regeling, dan mag u zelf een spaarpot-beheerder kiezen (bank, verzekeraar, beleggingsinstelling, bedrijfstakfonds, etc.). Het enige wat niet mag, is een levensloopregeling in eigen beheer, ook niet voor DGA's (hierin verschilt de levensloopregeling van het pensioen);
  • instappen is het hele jaar mogelijk;
  • elk jaar kan er opnieuw gekozen worden voor meedoen aan de spaarloonregeling of de levensloopregeling.

Tip: weet u op dit moment nog niet of u dit jaar aan de spaarloonregeling of aan de levensloopregeling wilt meedoen, dan kunt u voorlopig gewoon de spaarloonregeling handhaven. Dit jaar geldt namelijk een overgangsregeling, waarbij het tot 1 juli 2006 mogelijk is om spaarloon achteraf nog over te hevelen naar de levensloop-spaarpot.

Hoeveel kun je sparen?
De basisregel is dat er jaarlijks maximaal 12% van bruto jaarloon gespaard mag worden, en dat het totaal gespaarde bedrag maximaal 210% van het bruto jaarloon mag bedragen.

Bijzonderheden:

  • als 'jaarloon' geldt: alles wat belast is (vast, variabel en incidenteel). U mag dus ook de auto van de zaak, de dertiende maand en de winstdeling meetellen;
  • voor het bepalen van het maximum van 12% geldt als jaarloon: het jaarloon van het lopende jaar;
  • voor het bepalen van het maximum van 210% geldt als jaarloon: het jaarloon van het voorgaande jaar;
  • er mag alleen gespaard worden in geld en niet in tijd (zoals bij de nu afgeschafte verlofspaarregeling het geval was).

Hoe wordt het geld uitgekeerd?
Zodra een werknemer daadwerkelijk verlof opneemt, en daarvoor het spaartegoed van zijn levensloopregeling wil aanspreken, keert de beheerder het benodigde geld uit aan de werkgever. Die betaalt het vervolgens als salaris aan de werknemer.

Als de werkgever niet meer bestaat (bijvoorbeeld als gevolg van faillissement) en de werknemer wil levensloopverlof opnemen, dan mag de financiële instelling op verzoek van de werknemer het tegoed rechtstreeks aan hem overmaken onder inhouding van loonheffing.

Samenloop met andere regelingen
Met de introductie van de levensloopregeling zijn de volgende regelingen afgeschaft:

  • de verlofspaarregeling - eventuele spaartegoeden kunnen overgeheveld worden naar de levensloopregeling;
  • de regeling voor tijdsparen - desgewenst kunnen werknemers afspraken maken met hun werkgevers om gespaarde verloftijd te kapitaliseren. Dit bedrag kan vervolgens overgeheveld worden naar de levensloopregeling.

De spaarloonregeling blijft wél gehandhaafd, met dien verstande dat er nooit in één jaar gelijktijdig gebruik gemaakt kan worden van de spaarloonregeling én de levensloopregeling. Per jaar dient een keuze te worden gemaakt.

Soorten verlof
Er bestaan allerlei vormen van verlof. Op sommige daarvan bestaat een wettelijk recht (zoals zwangerschapsverlof), op andere niet (zoals verlof om je zieke kind van de crèche te halen, oftewel het calamiteitenverlof). Ook wordt in sommige gevallen het salaris doorbetaald en in andere gevallen weer niet. Met name bij verlof zonder salarisdoorbetaling is de levensloopregeling natuurlijk handig. Maar die is weer niet altijd toepasbaar.

Kortom: een warboel van regelingen met elk zijn eigen kenmerken. De onderstaande tabel brengt alle mogelijkheden en onmogelijkheden in kaart.


  Wettelijk recht op verlof? Doorbetaling salaris zónder levensloopregeling? Levensloopregeling
inzetbaar?
 


Zwangerschaps-
en bevallingsverlof
ja ja (uitkering via UWV) ja




Adoptieverlof ja ja (uitkering via UWV) ja




Ouderschapsverlof ja afhankelijk van CAO of arbeidsvoorwaarden ja




Kortdurend zorgverlof ja ja ja




Calamiteitenverlof nee ja nee




Langdurig zorgverlof ja nee ja




Sabbatical leave nee nee ja




Overige soorten verlof (scholing, stervensbegeleiding, etc.) nee nee ja

Eerder stoppen met werken
Het tegoed van de levensloopregeling kan gebruikt worden om eerder te stoppen met werken, vooropgesteld dat daarover afspraken gemaakt kunnen worden met de werkgever. Vervroegde uittreding is immers geen wettelijk recht. Met de spaarpot van (maximaal) 210% van het jaarsalaris zou je bijvoorbeeld drie jaar eerder kunnen stoppen, met behoud van 70% van het salaris.

Let op: de opbouw van vakantiedagen en de werkgeversbijdrage voor de ziektekostenverzekering kúnnen gewoon doorlopen (omdat er nog steeds sprake is van verlof, en de werknemer officieel in dienst blijft) maar wie de kosten daarvan draagt, ligt niet op voorhand vast. Werkgevers zullen vanzelfsprekend niet staan te springen om dit soort dingen te bekostigen voor werknemers die ze nooit meer terugzien.

Het is dan mogelijk om het dienstverband te beëindigen, waarbij de werknemer zijn spaartegoed ineens krijgt uitgekeerd. Voor de werknemer is een dergelijke vorm van afkoop echter zeer onvoordelig:

  • meestal zal de werknemer meer loonbelasting moeten betalen, omdat hij of zij in een hogere belastingschaal terecht kan komen;
  • er kan geen gebruik worden gemaakt van de levensloopkorting (EUR 183,- per deelnamejaar) op de loonheffing tijdens het verlof, omdat er geen sprake meer is van verlof;
  • over het uitgekeerde vermogen moet volgens de gebruikelijke regels vermogensrendementsheffing (Box III) betaald worden.

Aandachtspunten voor werknemers
Deelnemen aan de levensloopregeling is een wettelijk recht, maar het daadwerkelijk opnemen van verlof is dat niet (met uitzondering van o.a. ouderschapsverlof en langdurend zorgverlof). Verlof 'voor eigen gebruik', zoals een sabbatical, moet altijd in overleg met de werkgever geregeld worden. In sommige bedrijven zijn daar collectieve afspraken over gemaakt; zo zegt de CAO van een van onze grootste banken dat er maximaal 13 weken achtereen opgenomen mogen worden.

Overige bijzonderheden:

  • tijdens het verlof loopt de opbouw van vakantiedagen gewoon door, evenals het privé-gebruik van de auto;
  • tijdens het verlof lopen de rechten die voortvloeien uit de sociale verzekeringen ook gewoon door, maar niet langer dan maximaal anderhalf jaar (eventueel minder, als u nog maar kort in dienst bent);
  • bedragen uit de levensloopregeling worden als salaris uitbetaald door de werkgever bij wie het verlof wordt opgenomen (de werkgever op zijn beurt ontvangt het geld van de financiële instelling die de spaarpot beheert);
  • het tegoed van de levensloopregeling kan alleen worden opgenomen als er sprake is van een dienstverband. U kunt het dus niet gebruiken als aanvulling op een WW- of bijstandsuitkering;
  • het maandsalaris tijdens een verlofperiode mag niet hoger zijn dan het normale maandsalaris (maar wel lager);
  • neemt u tijdens uw loopbaan geen verlof op, dan valt het saldo van de levensloopregeling één dag voor het bereiken van de 65-jarige leeftijd vrij. De uitkering wordt dan belast als loon uit vroegere dienstbetrekking; u heeft dan wél recht op de levensloopkorting;
  • als een pensioenregeling de mogelijkheid biedt om vrijwillig bedragen bij te storten, dan mag daarvoor het geld uit de levensloopregeling gebruikt worden;
  • neemt u ouderschapsverlof op krachtens de wettelijke regeling (dus de arbeidsduur over 13 weken uitgesmeerd over 6 maanden, oftewel 50% verlof) en neemt u deel aan de levensloopregeling (dus als u daadwerkelijk geld stort), dan heeft u recht op de ouderschapsverlofkorting van 50% van het minimumloon over de periode van het ouderschapsverlof.

Levensloopregeling en pensioen-opbouw
De precieze gevolgen voor de pensioen-opbouw zijn op dit moment nog niet bekend.

Levensloopregeling of spaarloon?
U kunt elk jaar kiezen of u dat jaar wilt deelnemen aan de levensloopregeling óf aan de spaarloonregeling. Maar hoe moet je kiezen? Welke overwegingen spelen daarbij een rol?

Om te beginnen moet u zich realiseren dat er een belangrijk verschil is in datgene wat u met het geld kunt doen. De levensloopregeling kan alleen maar gebruikt worden voor het bekostigen van verlof, terwijl het spaarloon (op het moment dat dat is vrijgekomen) voor alles gebruikt kan worden wat u maar wilt.

Vervolgens zijn er de fiscale aspecten. Grof gezegd komt het erop neer dat de levensloopregeling fiscaal gezien vooral interessant is voor mensen met een hoog inkomen. Iemand die 52% inkomstenbelasting betaalt heeft er meer plezier van dan iemand die 42% inkomstenbelasting betaalt. Degenen die helemaal goed af zijn, zijn mensen met een eigen BV. Voor hen is de levensloopregeling een walhalla van fiscale mogelijkheden. Daarover straks meer.

Financieel voordeel
Hoeveel bedraagt het financiële voordeel nu eigenlijk? We geven twee voorbeelden, een op basis van een belastingtarief van 52% en een op basis van een belastingtarief van 42%. Het totale voordeel is opgebouwd uit: de belastingbesparing in Box I, het rentevoordeel en de belastingbesparing in Box III. De details zullen we u besparen; die beslaan ca. 1 A4-tje per berekening.

Stel: uw salaris bedraagt EUR 64.000,- en uw belastbare inkomen (na aftrek van hypotheekrente en bijtelling van het eigenwoning-forfait) voor de levensloopregeling bedraagt EUR 57.762,-. Over de top betaalt u 52% belasting. Als u dan jaarlijks EUR 6.000,- opzij zet voor uw levensloopregeling, en u neemt na 5 jaar 8 maanden verlof op, dan heeft u na die 5 jaar een voordeel van EUR 4.936,- behaald (uitgaande van een rendement van 4,2% op uw levensloopregeling en 3% op een gewone spaarrekening).

Onder gelijke omstandigheden (spaarduur, jaarlijkse inleg, verlofduur en rendement) bedraagt het voordeel voor een salaris van EUR 51.762,- slechts EUR 2.111,-.

Conclusie: het verschil tussen een belastbaar inkomen van EUR 64.000,- en EUR 51.762,- is dus aanzienlijk. Het hogere salaris geeft meer dan twee keer zoveel voordeel!

Schriftelijke verklaring
Werkgevers moeten voor elke afzonderlijke werknemer een schriftelijke verklaring opstellen, waarin de levensloopregeling is vastgelegd. Gebeurt dat niet, dan gelden de fiscale faciliteiten niet, en kunnen er naheffingen van de Belastingdienst volgen.

Zo'n verklaring moet in ieder geval de volgende elementen bevatten:

  • de mededeling dat er gespaard wordt in geld en niet in tijd;
  • de mededeling dat de regeling uitsluitend bedoeld is voor het opnemen van tijdvakken extra verlof;
  • de mededeling dat de aanspraak tijdens het dienstverband niet kan worden afgekocht, vervreemd of prijsgegeven, en dat de aanspraak niet gebruikt kan worden als zekerheid (bijvoorbeeld voor een hypotheek);
  • naam en adres van de instelling die het spaargeld beheert;
  • indien van toepassing: een verklaring van de werknemer over de eventuele saldo's van levensloopregelingen bij andere werkgevers;
  • een verklaring van de werknemer dat hij of zij niet tegelijkertijd spaart op een spaarloonrekening.

Voorlopig gaan wij ervan uit dat er elk jaar een nieuwe verklaring gemaakt moet worden. Het kan echter ook zo zijn dat dit – net als bij de loonbelastingverklaring – alleen nodig is wanneer de omstandigheden veranderd zijn. De precieze verplichtingen zullen bekend worden zodra de uitvoeringsregeling van de levensloopregeling beschikbaar is.

Fiscale mogelijkheden voor DGA's
Omdat een directeur-grootaandeelhouder van een BV (DGA) zijn salaris meer in eigen hand heeft dan de doorsnee werknemer, biedt de levensloopregeling fiscaal gezien juist voor DGA's grote mogelijkheden. Verhoging van het salaris, met een hoge dotatie aan de levensloopspaarpot, behoort tot de mogelijkheden.

Bijkomend voordeel van een salarisverhoging is dat dit tot een (veel) hoger pensioen kan leiden. Bent u DGA en tussen de 51 en de 56 jaar oud, dan komt u ook nog in aanmerking voor de mooie overgangsregeling in de levensloop, waarbij meer dan 12% per jaar gespaard mag worden.

Het hele salaris (inclusief bijzondere uitkeringen en tantièmes) mag onbelast naar de levensloopspaarpot. Hierdoor kan het totale inkomen nihil worden, met alle bijkomende voordelen van dien. Denk hierbij aan inkomensafhankelijke regelingen (studiefinanciering, huursubsidie), maar ook aan de mogelijkheid om door middel van middeling of verliescompensatie belasting over voorgaande jaren terug te krijgen.

Kortom: de fiscale mogelijkheden lijken grenzeloos. In ieder geval zijn ze een stuk ruimer dan die voor gewone werknemers...

Wat gebeurt er als die 210% overschreden wordt?
De spaarpot van de levensloopregeling mag gevuld worden tot maximaal 210% van het bruto jaarloon. De werkgever dient erop toe te zien dat dit maximum niet overschreden wordt. Maar wat gebeurt er nu als in een jaar die 210% overschreden wordt? Dat kan immers gebeuren, doordat de spaarpot rendeert en doordat de werknemer nog toevoegt.

Dit soort overschrijdingen zijn toegestaan. Het spaartegoed zal dan echter op de eerstvolgende peildatum – 1 januari – hoger zijn dan 210%, zodat er dan niet meer gedoteerd mag worden. Het spaartegoed mag dan nog wél groeien door het rendement.

Wat gebeurt er bij uitdiensttreding?
Werknemers die hun huidige werkgever – gewild of ongewild – verlaten, kunnen het saldo op hun levenslooprekening laten staan, en gebruiken voor het opnemen van verlof bij de volgende werkgever.

Is er geen volgende werkgever, of wil de werknemer het geld gewoon niet laten staan, dan kan het opgenomen worden. Dat kan echter onvoordelig uitpakken, omdat er loonbelasting en premies volksverzekeringen (geen premies werknemersverzekeringen) over betaald moeten worden. Bij grote bedragen kan dat een hogere belastingschaal betekenen, wat natuurlijk nooit gunstig is. Bovendien kan er geen gebruik worden gemaakt van de levensloopkorting van EUR 183,-.

Wat er gebeurt er bij echtscheiding?
Bij een echtscheiding kan het spaartegoed van de levensloopregeling in de te verdelen boedel vallen (afhankelijk van het huwelijksgoederenregime). Als dit tegoed in de te verdelen boedel valt, zal vanwege de sterke verbondenheid met de werknemer het geld echter meestal aan hem of haar toegerekend worden. Vervolgens zal de andere partner daarvoor gecompenseerd moeten worden.

Wat er gebeurt er bij overlijden?
Als een werknemer vroegtijdig overlijdt, kan het saldo van de levensloopregeling als 'loon uit tegenwoordige dienstbetrekking' worden belast via de aangifte inkomstenbelasting van de overleden werknemer.

Een andere mogelijkheid is dat het tegoed bij de erfgenamen zelf belast wordt. De erfgenamen kunnen dat zelf kiezen, in overleg met de executeur testamentair. Deze mogelijkheid is voordelig wanneer de erfgenamen onder een lager belastingtarief vallen dan de erflater.

Wat gebeurt er als je in de bijstand komt?
Wie onverhoopt in de bijstand komt, hoeft het spaartegoed van de levensloopregeling niet bij zijn vermogen te tellen. U hoeft dat spaargeld dus niet op te eten.

Hoe is de kinderopvang tijdens het verlof geregeld?
Tijdens het verlof komt het werkgeversdeel voor de kinderopvang mogelijk te vervallen. In die periode moet u de kinderopvang dus zelf bekostigen. Ook kunt u natuurlijk besluiten om tijdens de verlofperiode geen gebruik te maken van kinderopvang. In dat geval moet u wel tijdig opzeggen, want eventuele extra kosten voor te laat opzeggen zijn voor uw eigen rekening.

Meer informatie
Wilt u meer weten over deze materie, kijk dan bijvoorbeeld eens op spaarvooruwverlof.nl van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Ook kunt u terecht op de sites van banken en verzekeraars. Die bevatten handige rekenmodules om scenario's door te rekenen. Tenslotte kunnen we aanraden: het boekje 'Levensloopregeling' van Mr E. van Waaijen, uitg. SDU, ISBN 906476127.

Henk Boeke
redactie@ouders.nl


Henk Boeke is redacteur van Ouders Online. Het bovenstaande artikel is een bewerking van een tekst die hij schreef in opdracht van SDU fiscale en financiële uitgevers.


Copyright © 1996-2010 Ouders Online, alle rechten voorbehouden
Uitsluiting aansprakelijkheid | info@ouders.nl
Pagina voor het laatst bijgewerkt op: 24 februari 2006