logo Ouders Online

home forum chat thema-pagina's vraagbaken video koopjeskelder surf-tips snuffelgids service colofon

Magazine - redactionele artikelen
 Actueel
 Taalstimulering - prijsvraag
 Taalstimulering - uitslag
 
Inzendingen 1 t/m 50
 Inzendingen 51 t/m 100
 Inzendingen 101 t/m 150
Mijn eerste Van Dale (voorleeswoordenboek)
Prijsvraag: taalstimulering - inzendingen 1 t/m 50

Voor de winnaars: 15 exemplaren van "Mijn eerste Van Dale"

september 2005

Hieronder vindt u de inzendingen 1 t/m 50 voor de prijsvraag over taalstimulering.


1. Het grote boek van Madelief
Leeftijd: vanaf 4 jaar.
Anita, Beuningen

Ik heb 4 kinderen in de leeftijd van 2jaar tot 12 jaar. De jongste worden veel voorgelezen en daar zingen we veel mee.Ook rijmen we veel met de jongste en de oudste bespelen een muziekinstrument en lezen alle boeken die ze maar leuk en spannend vinden en dat zijn er erg veel.


2. Taal en onze kinderen
Leeftijd: 0 5
Tineke van doesburg, Eexterzandvoort

Zoals zoveel ouders zullen doen, lees ook ik mijn kinderen veel voor, verder zingen we veel liedjes, de kinderen luisteren naar liedjes in de auto en we spelen veel spelletjes als memory, waarbij de kinderen de plaatjes benoemen die ze hebben omgedraaid of die ik om heb gedraaid. We bouwen het steeds een stukje verder uit. Van makkelijk naar steeds iets moeilijker. Wanneer we samen toren maken van blokken oefenen we de ruimtelijke begrippen als voor, achter, tussen, naast en wanneer onze dochter op de pony zit oefenen we ook nog links en rechts en de letters die we tegenkomen.

Wanneer we aan het fietsen zijn vraagt onze dochter wat de verkeersborden betekenen die we tegenkomen en ook dan zijn we dus weer bezig met de taalontwikkeling. ik let ook op de uitspraak van woorden en leg eventueel uit hoe het woord goed uitgesproken wordt. Let wel: dit gebeurt allemaal op spelender wijs. Tijdens spelletjes of voorlezen, enz. Verder sluit ik ook aan op de behoefte van de kinderen. Ik merk wanneer ze weer toe zijn aan iets nieuws. Ook met onze zoon ben ik druk, wanneer hij magneetcijfers op de koelkast aan het plakken is, vraatgt hij "is dit"? Ik vertel dan welke kleur ze zijn en we sorteren alle kleuren bij elkaar en herhalen iedere keer welke kleur het is. Ook benoemen we de dieren en bloemen die we op de fiets tegenkomen.

Ik kan nog wel even door gaan, maar ik denk dat dit in grote lijnen is wat ik doe aan de taalontwikkeling van onze kinderen. "Ongemerkt" ben je er maar druk mee.


3. Goed leren lezen
Leeftijd: 10 jaar
Marc, Rotterdam

wij stimuleren het lezen van de kinderen door ze veel te laten lezen, en als het nodig is te helpen. Tevens lenen ze regelmatig boeken op de schoolbibliotheek en de gewone bibliotheek.


4. Met zijn allen
Leeftijd: 2 jaar
Christine Berbee, Anna Paulowna

Ik heb een dochter van 11 jaar een stiefzoon van 14 die bij zijn moeder woont en een stiefzoon van 16 die wel bij ons woont. En dan hebben we Thomas die in april 2 jaar is geworden.

Hij begint lekker te kletsen maar niet altijd even duidelijk. Vroeger bij mijn dochter zei ik altijd dat ze naar mijn mond moest kijken en mij dan na praten en meestal deed ze dat ook.

Nu met Thomas gaat het anders want omdat hij wat oudere broers en zus heeft bemoeit iedereen zich met hem.

Als hij niets wil zeggen dan zeggen we dat hij het niet mag zeggen en dan doet hij het juist wel, dit helpt ook met eten trouwens.

En als hij een bui heeft van na praten dan springen we daar gelijk op in om de woordjes te zeggen die bij hem nog niet helemaal duidelijk gaan. En vragen stellen van "wie is dat en wie ben ik"? Dat helpt ook goed.

Ja en natuurlijk de liedjes, dat helpt ook. Thoms beslist het eigenlijk, de ene keer als ik begin met zingen, of broer of zus of pappa, dan mogen we ook zingen maar een andere keer dan mag het niet en moet hij het doen en als we samen zingen dan brult ie heel wat anders maar meestal probeert ie mee te zingen maar dan zingt ie wel steeds de woorden die hij al ken, maar het is een begin en een heel gezellig begin. Zo ook met voorlezen, als je het boekje al tig keer vertelt heeft blijft het nog steeds leuk en dan vraag ik of hij voor wil lezen en dan vertelt ie zelf wel wat, vaak losse woorden en als ik dan iets vraag dan vertelt hij wel weer iets.

Het woord kijken is bij Thomas kaiken, ik krijg het er niet goed uit om het wat netter te zeggen, terwijl wij allemaal toch echt kijken zeggen hoor.

Ik vind het wel leuk dat het niet in een keer goed gaat hoor, want het is heel gezellig om zo bezig te zijn en je kan nog eens heel erg lachen om de dingen die hij zegt, stel dat hij alles in een keer perfect zou doen, nee dan wordt hij veel te snel groot maar we doen natuurlijk wel ons best om er een grote knul van te maken.

Groetjes de hele familie Berbee


5. Herhaling van woorden terwijl je het voorwerp aanwijst
Leeftijd: van meet af aan
Anneke Bakker Hees, Salland 6

Herhaling van woorden terwijl het voorwerp wordt aangewezen. Zingen met gebaren erbij. Dierengeluiden maken bij het zien van het dier. Als in bijvoorbeeld: hond. Wat zegt de hond. Waf.

Een hond wordt als hond aangeduid, niet als woef of waf. Een trein zegt tjoeketjoek, maar is geen tjoeketoek.

Refereren aan liedjes waarin wordt gezongen over hetgeen het kind ziet. Bij honden bijvoorbeeld hondje waf, waf waf waf Voorbeeld: kijk een hond. Wat doet hondje. Waf. Weet je nog? Hondje waf, waf waf waf.


6. Bibbezoekje
Leeftijd: 2 jaar
Karin Uytterhoeven, Sint katelijne Waver (België)

Misschien niet razend origineel, maar wel héél doeltreffend. Lukas is nu 2 jaar en spreekt met 4 woord zinnetjes.

Wij hebben steeds met boekjes bezig geweest vanaf hij 4 maanden was (kijken) en voorlezen als hij wat ouder werd. Nu kan hij vlotjes vertellen wat in de boekjes staat. Hij maakt ook torens van z'n boeken (stapelt ze allemaal op elkaar en benoemd ze dan). HÚÚl leuk om hem bezig te zien en wij krijgen veel complimentjes dat hij zo vlot praat.


7. Speurtocht door het huis
Leeftijd: 6 a 7 jaar, maar ouder is ook leuk
Martine Hooijenga Le Duc, Oudega

DE hit wat taalontwikkeling betreft hier in huis was een speurtocht door het huis heen voor mijn zoon, toen bijna 6. Kleine briefjes : "Ga naar je kamer en kijk onder je bed", "Loop naar de badkamer", en bij iedere plek lag bij aankomst een nieuw briefje... "Kijk onder het vloerkleed in de kamer".

Helemaal opgewonden rende hij het hele huis door, van briefje naar briefje, helemaal opgewonden en nieuwsgierig waar het volgende briefje hem heen zou leiden en bij het laatste briefje "kijk in je schooltas... en snoep maar lekker" juichte hij het uit over het doosje rozijntjes.

Onnodig te zeggen dat er nog vele speurtochten die eerste gevolgd hebben, met en zonder opdrachten, en steeds moeilijker maar altijd met evenveel enthousiasme !


8. Ik zie ik zie wat jij niet ziet
Leeftijd: 6 8
Jacqueline Slegers, Veldhoven

Ik zie ik zie wat jij niet ziet en het begint met de letter?

Bijvoorbeeld: "bal"

Ik zie ik zie wat jij niet ziet en het begint met de B.

groetjes Jacqueline


9. Ik zie ik zie wat jij niet ziet
Leeftijd: kleuters
Ria Alix, Lint (België)

Wanneer wij met de auto onderweg zijn spelen wij regelmatig dit spelletje wij houden ook van variaties zoals ik hoor(ruik,voel,proef...) ik hoor wat jij niet hoort plezier verzekerd!

De bedoeling is dat we leren iets te omschrijven zodanig dat de andere kan raden wat het is, er mogen alleen ja/neen vragen gesteld worden tot het geraden is. proberen maar,zeurende kids op de achterbank zijn verleden tijd.


10. We begrijpen elkaar
Leeftijd: 0 tm 5 jaar
Suzanna Evers Huizing, Zwolle

Toen mijn zoon Joeri 5 jaar geleden geboren werd, werkte ik in die tijd met verstandelijk gehandicapten. Een aantal van deze mensen waren ook doof of konden niet verbaal communiceren, door goed te kijken en geduld, kom je toch heel goed zien en aanvoelen wat iedereen vaak nodig had.toen joeri nog maar 2 maanden oud was begon ik al heel snel met het opletten van bewegingen en oogcontact,en legde daar bepaalde beloningen bij, slokje water, een aai over de neus of wang, kusjes,piep bah spelletjes en als hij zijn beweging stopte gaf hij dus eigenlijk aan dat hij genoeg er van had,dit was zo heel duiidelijk voor ons beidendat het leven er erg makkelijk door was.

Het woord NEE werd bij mij vaak gemeden, ik zei het gewoon nooit, zo moet je je zelf dwingen opm in gesprek te blijven met je kind, en leg je op een andere manier uit waarom iets niet kan of mag.duidelijk voor bijde partijen en je neemt vaak de tijd voor elkaar.Joeri vond het leuk om te horen waarom hij niet op een bank moet springen , want dan zit er namelijk een kans in dat we naar de dokter moeten gaan om misschien een zeer handje te laten behandelen, en daar hebben we eigenlijk geen tijd voor , want het is veel leuker om dan lekker te gaan knutselen.

Joeri is een kind wat geboeid kan luisteren en heeft daarbij dan meteen weer zelf een extra aanvulling op dit advies,.

Ik heb nooit zinnen ingekort of verkleind (zoals: Mag niet, afblijven, hierblijven, hou op) maar eigenlijk altijd voledige zinnen gebruikt waarom het niet zo handig is als ik een kindje kwijt raak in de stad,is joeri volkomen duidelijk.

Ook het roeren met een lepel in de toilet pot,is ook,uitvoerig met een boel humor besproken, en ook waarom dat nou niet echt kan.

Joeri mijn man en ik hebben dus niet 1 woord nogig om elkaar te begrijpen, we gebruiken gewoon meerdere omdat het zo heerlijk is om met elkaar te praten.

Een beetje mazzel heb ik ook wel hoor, want vooral in het begin na ik stopte met werken heb ik ook alle tijd voor genomen, en het heeft tot op de dag van vandaag een geweldige uitwerking gehad.

Groetjes Suzanna


11. Hoofdtaal Nederlands, ernaast een beetje Duits
Leeftijd: peuter
Marieke, Apeldoorn

Ik probeer de taalontwikkeling zo natuurlijk mogelijk te stimuleren. Ik ben Duitse en Nederlandse. Mijn man is Nederlands. Onze zoon voeden we Nederlands op, maar hij krijgt wel regelmatig de Duitse taal aangeboden. Met mijn familie wordt Duits en Nederlands gepraat. Ik heb Duitse kinderboekjes en ik zing Duitse kinderliedjes (gebrek van kennis van Nederlandse liedjes). De Nederlandse taal is de hoofdtaal.

Ik stimuleer de Nederlandse taal op de volgende manier.
Veel praten, benoemen wat ik doe, benoemen wat Martijn doet.
Als Martijns klanken klinken als woordjes, reageer ik met goed zo, en een herhaling van wat ik denk dat wat hij zei.
zingen, mamamamama en papapapapapa en dadadadada enc.

Maar deze drie manieren gebeuren gewoon in de loop van de dag. Ik ga niet zitten en dan oefenen. Het ontstaat van zelf. Het vele praten is wel een bewuste keuze. Het lijkt op monologen, maar intussen krijg ik een hoop reactie. (Martijn is nu 1 jaar)


12. Hakken en Plakken
Leeftijd: 5/6 (groep 2)
Ursula Dijkstra, Nieuw Vennep

Mijn oudste bleef in de race van het leren lezen in groep 2 (grapje) hangen bij het hakken en plakken. Hij begreep niet dat v¹ oh sss samen het woord VOS moest worden. We zijn toen het spelletje ik zie ik zie wat jij niet ziet en het is (kleur).... gaan doen met de letters.

Dus: ik zie, ik zie, wat jij niet ziet en het is een sss tuh oe lll (stoel dus). Hij vond het erg leuk en twee maanden later las hij Avi 1!

Ursula Dijkstra


13. Slordige lezers!
Leeftijd: 8
Anja Marks, Zwolle

Mijn kind is een slordige lezer (veel fouten wanneer ze voorleest, ze leest radend).

Wat doen we samen?

Ik lees voor, mijn kind leest mee, in een leuk, door haar zelf uitgekozen voorleesboek. Zij haalt de fouten die ik (expres) lees eruit. Omdat mijn kind veel fouten maakt in leesteksten, lezen we om de beurt een bladzijde hardop. 's avonds lezen we twee bladzijden. Eentje op de manier zoals hierboven beschreven en de andere bladzijde leest zij voor, nemen we op op de bandrecorder en spelen we af. Samen beluisteren we daarna de band en halen de voorgelezen fouten eruit. Meestal wil ze zelf de bladzijde daarna nogmaals voorlezen en opnemen om het eigen aantal fouten te verminderen. Dit lukt altijd!


14. Eigen taaltje en moedertaal
Leeftijd: vanaf ongeveer 2 jaar en ouder
Annelies, Purmerend

Mijn zoon (3 jaar) heeft een taal /spraakstoornis. Wij zijn dagelijks bezig met taalstimulering. In de breedste zin van het woord (dagelijks herhalen van woorden, ondersteunende gebaren, picto's (plaatjes/foto's) en voorlezen.

In eerste instantie heeft mijn zoon een eigen taaltje ontwikkeld met woorden die wij, als familie, alleen kennen. Die woorden gebruikt z'n zusje ook wel eens. Ze zegt dan bijvoorbeeld, wil je wat eten; "hammeles". Ham of mmmmm.... is een verbastering van hap. Zo begint elk kindje. Het eet en mamma en/of pappa zeggen bij elk hapje "hap". Overigens is het taalbegrip van mijn zoon OK. Hij begrijpt de taal heel goed, maar het praten lukt veel minder.

Op vakantie hebben we weer een woordje geleerd. Doordat we altijd hetzelfde pad liepen naar het restaurant; kwamen we steeds dezelfde bloemetjes tegen. Overdag (ontbijt) waren ze dicht en 's avonds (diner) waren ze open. Als stimulering van de taal en natuurlijk ook een leuk spelletje voor de kinderen. Zeiden we dagelijks als we langs liepen in koor. De bloemen zijn.... (de kinderen mochten dan antwoorden met het gebaar voor open en/of dicht).

In de laatste week zei mijn zoon OPEN!

Wat een prachtig mooi souvenir om mee naar huis te nemen.....


15. Taalstimulering: ja, doen!
Leeftijd: vanaf 2 jaar zeker
Joke de Bakker, Lelystad

Bij mijn eerste kindtje werd ons gezegd dat wij te makkelijk waren, hoefde het maar aan te wijzen en wij gaven het. Maar wat bleek hij was doof door de constante oorontstekkingen. Dus we konden proberen te ontwikkelen wat we wilde maar hij hoorde het toch niet.

Aangezien het ons eerste kindje was wisten wij niet wat we hiermee aanmoesten. Tot hij geholpen werd aan zijn keel en neusamandelen, want hij bleek al een achterstand opgelopen te hebben. Hij was inmiddels 3,5 jaar. Dus groep 1 problemen achterstand in de taalontwikkeling. Maar nu 2,5 jaar later met stimulering van de taalontwikkeling is zelfs zijn taalbegrip 1 jaar verder dan zijn leeftijd.

Dus stimuleer, met oefeningen werkt echt. Ik spreek uit ervaring een jaar geleden kon niemand mijn zoon verstaan en begrijpen. Maar nu wel. Dus ook mijn dank aan de logopedie hierbij, zonder hen was het niet gelukt. Nu zit hij nog op een normale basisschool, anders was het al een zmlk.


16. Woordjes leren
Leeftijd: vanaf de geboorte
Viola Freke, Alphen aan den Rijn

Wat wij doen is alles wat we doen met Mike benoemen en de klanken die hij herhaalt dan zeg je goed zo... Hij is 5,5 maand en begrijpt er niksvan, maar hij vind het een geweldig spelletje. Ook als we gaan wandelen of autorijden benoemen we alles wat we tegenkomen.

In de auto is dat niet veel omdat hij alleen de bomen en de lucht ziet, maar toch.

Wat hij het leukste vind is dat als je een voorwerp voor zijn neus houdt en het dan benoemt. Bijvoorbeeld als je een ritselende tas voor hem houdt en je zegt tas dan zegt hij gelijk aaaaaaaaaaaaaaaaaaa. dan zeg ik ja goed zo dat is een tas he. En dan schiet hij in een grote schaterlach. En als je zo'n knisperboekje met voorwerpen hem aanrijkt, gaat hij hem heel aandachtig "lezen" op zijn manier en dan komen er allemaal leuke geluiden uit de box of zijn bed. Als je tegen hem zegt waar is de poes kijkt hij gelijk naar 1 van onze katten en net zo met de hond. Als je aan hem vraagt waar papa is dan kijkt hij gelijk naar boven. Hij weet dondersgoed dat als papa thuis is vaak achter de pc zit.

Mike heeft ook een iegen speelhoekje in de kamer waar de computer staat en hij vermaakt zich uitstekend als wij achter de computer zitten. Hij is dan echt aan het brabbelen.


17. Nederlandstalige liedjes Luisteren
Leeftijd: Vanaf 4 jaar tot oneindig
Saskia Heenk, Hoofddorp

In de auto of thuis zet ik vaak Nederlandstalige liedjes op. Bv van Blof, De Dijk of Spinvis, maar ook klassiekers van Wim Sonneveld of Boudewijn de Groot. Achterin is het dan doodstil.

Regelmatig moet het volume zacht om de vragen te beantwoorden. "Mam, wat betekent 'het gaat als volgt' , of: Mam, waar gaat dit liedje over. Er wodt dan meteen besproken of het een verdrietig liedje is of vrolijk, en hoe je dat hoort. Aan de muziek maar ook aan de woorden.


18. Ervaringsgericht
Leeftijd: 1 ½ 4 jaar
Muis Pot, Bruchterveld

Door ze te laten voelen, ruiken, zien en horen en vervolgens het woord noemen. Daarbij alles ondersteunen met je lichaamstaal gezichtsexpressie en lichaamshouding. Kinderen zijn erg visueel ingesteld. Indien je er ook nog een gebaar bij kan maken onthouden ze woorden nog sneller.

Bijv. in de herfst; de wind die je voelt en hoort, het zien van de bewegende bomen/takken, vervolgens het ruizen van de bladeren, het vallen ervan en het knisperen van blad als je er over heen loopt. Mijn eraring met onze kinderen is dat dit een schat aan ervaring en woorden oplevert en hen nieuwsgierig maakt naar veel dingen.


19. Speurtocht
Leeftijd: 6 9 jaar
Monique van Beek, Amersfoort

Maak een speurtocht in huis! En dan wel met kleine briefjes, waarop in het AVI niveau van het kind geschreven staat waar ze de volgende aanwijzing kunnen vinden. Geen lange lappen tekst, het moet leuk en uitdagend blijven. Opdrachtjes tussendoor maken het nog leuker:"pak een snoepje uit de kast en eet het op". Iets verantwoorders pakken mag natuurlijk ook... Of: "pak de trui van papa en trek hem aan".

Heeft goed gewerkt voor enigzins dyslectische zoon, die over een hobbeltje geholpen moest worden om lezen weer leuk te gaan vinden. Je kunt dit natuurlijk ook uitbreiden naar de tuin of omgeving. Met stoepkrijt kom je een eind.


20. Boodschappen
Leeftijd: vanaf 1,5 jaar
Bianca Buitelaar, Zoetermeer

Als ik boodschappen heb gedaan wil mijn dochter Noortje graag helpen met de tas uitpakken. Stuk voor stuk pakt ze de boodschappen (ook de zware!) en bekijkt ze uitvoerig waarbij ik vertel wat ze in haar handjes heeft. Pas als ze goed gekeken en gevoeld heeft loopt ze naar mij toe en geeft het aan mij. Ik zeg dan nogmaals wat het is en zeg dankjewel.

Inmiddels is ze 2 jaar en drie maanden en weet enorm veel woordjes en kent ze veel producten bij naam (leuk in de supermarkt, maakt het boodschappen doen leuker!!).

Twee vliegen in een klap, voor mamma handig, voor haar erg leuk en leerzaam. Ik ben trouwens benieuwd hoe lang dit leuk blijft en hoe lang ze zo behulpzaam is met opruimen ; )


21. Letter van de dag
Leeftijd: 5 6
G.Schilt, Nieuwerkerk ad IJssel

In een schriftje kiezen we een 'letter van de dag'. Die schrijf ik op een bladzijde. Vervolgens verzinnen we allemaal woordjes met deze letter. Mijn kind tekent die en ik schrijf het woordje er bij. Mijn dochter (inmiddels 8)vond dat heel leuk.


22. Kinderen serieus nemen
Leeftijd: 0 3 jaar
Sandra van Steenvelt, Zoetermeer

We gaan er van uit dat een kind taal nodig heeft om zichzelf uit te drukken. Het kind kent deze taal echter nog niet goed (zoals jezelf in het buitenland hebt). Net als jijzelf heeft het kind wel behoeften (het wil iets weten, iets van je gedaan krijgen, duidelijk maken hoe het zich voelt e.d.). Met aandacht en geduld proberen we deze 'kleine vreemdeling' te helpen om zich in onze wereld te thuis te voelen. Door te luisteren naar wat een kind wil zeggen en door te helpen de juiste uitdrukkingsvorm te zoeken voor gevoelens, gedachten en wensen. Vanaf de eerste 'woordjes' nemen we onze kinderen serieus als ze iets proberen te zeggen en voeren gesprekjes met ze.

We reageren niet op jengelen, zeuren e.d. maar vragen in zo'n geval aan onze zoon om te vragen wat hij wil. (waarna hij overigens niet altijd zijn zin krijgt). Dit werkt goed bij onze zoon (nu 2,9 jaar).

Uiteraard lezen we boekjes, zingen we liedjes, kijken we naar kinder tv e.d. Maar voorop staat dat we aansluiten bij de dingen waar hij op dat moment plezier in heeft. Zo is hij gek op pippi langkous en kijkt heel vaak (naar stukjes van) de dvd. Hij kent inmiddels de liedjes, de personages, speelt verhalen na en verzint daarbij op los. Andere 'thema's'die weken of maandenlang in waren zijn Bob de Bouwer, het Kinderkerstfeest (in de supermarkt wordt hartje zomer gezongen over Jezus in het wiegje)en koken zijn heel leuk om zijn taalbeheersing te vergroten door er op in te spelen.

Onze dochter (nu bijna 1 jaar) is gek op lampen. Zij wijst naar de lamp en maakt een verrukt geluid. Wij reageren enthousiast en benoemen het:lamp. Eerst lijken haar nabootsingen nergens op, maar na een aantal keer is het voor haar 'laa'. Alles wat ze niet kent, maar waar ze wel de aandacht op wil vestigen noemt ze "die". Wij gaan daar op in en proberen haar het woord dat erbij hoort te leren (niet bij elk woord uiteraard).

Ze bootst veel klanken na op het moment. Ook hierop gaan we enthousiast in, door samen deze geluiden te maken en daar plezier in te hebben.

We merken dat de creche en thuis beide op hun eigen manier van invloed zijn op de taalontwikkeling. Op de creche begonnen het praten later dan thuis. Nu onze zoon in de peutergroep zit, merken we na een crechedag dat hij veel 'volwassener' is in zijn uitdrukking en uitspraak. In de vorige groep kon hij wel met de juffies praten, maar met de kinderen was fysieke communicatie nog de norm. Daar is hij ook een tijdje in doorgeschoten (duwen, slaan).

Tot slot een anekdote. Toen onze zoon zo'n 18 maanden was sprak hij zich in een winkel luid en duidelijk ergens over uit tegen een mevrouw. Zij zegt, over zijn hoofd heen, tegen mij wat brabbelt hij leuk he? Waarop ik in mezelf verontwaardiging ontdekte: wie brabbelt hier nou, zij zelf toch zeker. Het kwam niet in haar op om te luisteren naar wat hij te vetrellen heeft.


23. Dreumesles
Leeftijd: 1 ½
Denise Reijenga, Dordrecht

Als ik naar de kinderboerderij ga, neem ik zijn boekje over boerderijbeesten mee. Mijn zoontje vindt het prachtig als ik in het boekje een plaatje van een dier laat zien en hij het dier mag zoeken. Elk dier die hij tegen komt zegt hij nee is niet. Als hij dan het dier vindt is hij dolgelukkig en roept dan heel hard het dier zijn naam, bijvoorbeeld koe.


24. Samen kijken, praten, spelen: leuk en leerzaam!
Leeftijd: 1 tot 12 jaar
Mies Meijer, Veenendaal

Mijn kinderen zijn inmiddels al ouder. Ik ben er echter van overtuigd, dat taalstimulering helpt.

Samen kijken naar tv/programma's. We keken altijd samen naar Villa Achterwerk. Woorden die ze niet begrepen, legde ik uit. Waar mogelijk, gaf ik oo synoniemen. We genoten altijd van de zondagmorgen, leuk en leerzaam!

Ik heb ook altijd heel veel voorgelezen. Kinderen willen altijd dezelfde verhaaltjes. Op een geven moment heb ik zelf een verhaalfiguur verzonnen, Billie Bal. Deze maakte allerlei avonturen mee, die aansloten bij hun eigen leefwereld.

Op deze manier werd spelenderwijs hun woordenschat vergroot.

Later hebben we samen verhaaltjes opgeschreven, de kinderen hebben er tekeningen bij gemaakt.

Ons eigen boek!

Ook herinner ik me de autoritten. Kinderen achterin, raadseltjes opgeven, dingen benoemen die we onderweg zagen.

Ingaan op vragen van de kinderen, heel veel met ze praten.

Wat ik absoluut afraad is om de taal te verdraaien, op een "kinderlijke" wijze met ze te praten, b.v. "Doe je nu gaan slapen?"

Ik merk nu, nu mijn kinderen wat ouder zijn , dat ze heel veel hebben opgepikt uit die tijd.

Ook nu nog merk ik dat ik voortdurend bezig ben met hun taal, hun taalgebruik en hen probeer duidelijk te maken dat taal absoluut belangrijk is, overal en altijd!

Mies Meijer


25. Grappig peutertaaltje
Leeftijd: peuter en kleuter
Annemieke, Rotterdam

Ik ben niet bewust bezigmet het ontwikkelen van de taal bij mijn kinderen. Ik denk dat ze in het gewone dagelijkse leven genoeg taalontwikkeling opdoen. Maar dat is bij ons het geval, dat hoeft natuurlijk niet bij iedereen zo te zijn. Mijn kinderen kijken veel naar Sesamstraat, maar dat is gewoon omdat ze het leuk vinden.

Ook lees ik elke dag voor, voordat ze gaan slapen. Ook weer omdat ze dat heel leuk vinden, niet om ze te ontwikkelen. Mijn zoon van 2,5 jaar oud begint nu echt aardig te praten. Tot voor kort sprak hij een aantal letters niet uit, zoals de s en de f. Dit leverde grappige uitspraken op en wij deden 'm vrolijk na. We corrigeerden 'm dus niet.

Nu begint hij vanzelf zichzelf te verbeteren en de woorden spreek hij steeds beter uit. Eigenlijk wel jammer, want dat peutertaaltje is erg grappig.

Ik denk dus dat kinderen in het gewone dagelijkse leven voldoende ontwikkeling mee krijgen en dat het niet nodig is om ze hierbij te pushen.


26. Houd ze wakker in de auto met 'foute' liedjes
Leeftijd: 2½ tot 6 jaar
Merel Zwart, Capelle a/d IJssel

Hoi Ouders Online,
Super dat jullie er weer zijn! Interessant onderwerp, het stimuleren van de taalontwikkeling. Ik wil er toch nog wat over kwijt.

Als leerkracht op een basisschool met veel allochtone kinderen stuiten wij dagelijks op jonge kinderen met een slecht taalniveau, in het Nederlands maar vooral ook in hun eigen taal. Dit vermoeilijkt het oppikken van een nieuwe taal.

In de onderwijspraktijk staat ook al jaren buiten kijf dat taalstimulering van het jonge kind zeer nodig en nuttig is. Dit is vooral een sociaal probleem en geen tweede taalprobleem, zoals veel mensen onterecht denken. Goed opgeleide ouders die bewust met tweetaligheid omgaan, hebben namelijk als resultaat een kind dat beide talen goed spreekt, al komt het praten soms wat later op gang.

Persoonlijk ervaringen met vrienden met kinderen in het buitenland versterken mijn opvattingen hierover. Kinderen die volgens het ene kamp taal vanzelf leren 'zonder dat je er wat voor hoeft te doen', gaan dan wel uit van een taalrijke omgeving waarin het de gewoonte is met je baby en peuter te praten. Maar kinderen waar nooit tegen gepraat wordt leren taal echt niet 'vanzelf'!

Dit is juist het probleem in veel laag opgeleide allochtone gezinnen. Tegen kinderen praat je niet, je zegt af en toe wat ze moeten doen en dat is het dan. Dit is een immense culturele kloof waar nog heel veel werk ligt voor consultatiebureau's bijvoorbeeld.

Genoeg hierover, hier mijn tip voor taalstimulering die ik heb uitgevonden op een moment dat elke ouder bekend zal voorkomen.

Je zit in de auto naar huis en je perse niet dat het in slaap valt vanwege vooruitzicht verstoord slaapritme dat vooral voor de moegestimuleerde ouders een ontmoedigend vooruitzicht is.

Het gaat als volgt. Het kind valt bijna in slaap en reageert zeer geërgerd op pogingen van ouders kant om wakker te blijven. Je gaat dan een 'spelletje' doen. Ga bekende kinderliedjes zingen die je fout zingt. Bijvoorbeeld: In Roodkapje, Ik ga naar tante koekjes brengen etc. Hilariteit op de achterbank: "Nee, dat is fout!".

Verander liedjes naar eigen inzicht en houd rekening met peuter kleuterhumor, poep, hard vallen, etc.

Als de kinderen weer een beetje wakker zijn, kun je zo ook zelf foute liedjes laten zingen en dan moet jij raden wat er fout was.

Veel succes ermee!
Merel Zwart


27. Voorlezen en woordspelletjes doen
Leeftijd: alle leeftijden
Monique Schouls, Zonnemaire

Van jongs af aan, lees ik al voor aan mijn kinderen. Rijmpjes, boekjes van mezelf van "vroeger" en hedendaagse boekjes. Zodra ze in groep 1 kwamen kregen ze de Bobo en abonneerde ik ze ook op Leesleeuw. Dan krijgen ze elke maand een leuk boek met plaatjes.

Ook koop ik regelmatig een soort spelletjes boek waar ze zelf letters over kunnen schrijven en letters moeten vinden.

Nu de oudste in groep 3 zit, gaat het echte werk pas beginnen. Kleine woordjes 'hakken', dus mm e ss, ipv em ee es (mes). Dat doen we zoveel mogelijk thuis. Het is eigenlijk best veel wat je allemaal kunt doen om de taalontwikkeling te stimuleren. Maar mijn ervaring is bij alletwee dat hoe meer je voorleest hoe meer ze het zelf ook willen leren!


28. Lekker kletskousen
Leeftijd: 7 jaar
Tineke Pastoor, Niebert

Eigenlijk zijn we in ons gezin allemaal praatgrage mensen al vinden we naar iemand goed luisteren ook leuk.We kunnen ons dus ook wel eens stil houden.

Van nature praten we dus veel en dan ook nog ABN. Tja zelf zijn we opgevoed met onze o zo leuke Groningse dialect.Ook leuk voor onze kinderen want dan word de gesproken taal vaak besproken! Want in het Nederlands zeg je een waterkraan, maar in het dialect een woaterkroan!

En zo zijn er erg veel woorden die dus met nadruk nog eens worden herhaalt.Op deze manier hebben we vaak veel lol in het uitspreken van zinnen en woorden, voor en nadoen is dan leuk en het mes snijdt onbewust aan twee kanten.

Verder is natuurlijk voorlezen en inmiddels zelf kunnen lezen favoriet vooral voor het slapen gaan. Leren letten op de manier van hoe je mooi voor kunt lezen gaat vanzelf door de interesse voor het toneel spelen in het gezin en daarbuiten. Fantasie genoeg en dan is het vaak nog gezellig ook!

Tja, saai mischien voor een ander, om zo met taal om te gaan. Eigenlijk sta ik er nu echt even bij stil hoe we het stimuleren. Gewoon ons boerenverstand gebruiken en liefde voor je kind. Daarnaast oprecht geintreseert zijn in de ontwikkeling van je kind,en er de tijd voor hebben;klaar is het!

U merkt het ook nu mischien iets te lang van stof, maar we kunnen ook kiezen uit zoveel woorden!

Groetjes Tineke Pastoor.


29. Tegenstellingen en rijmen
Leeftijd: Van 3 tot 101 jaar
Lilian van Eijndhoven, Capelle aan den IJssel

Uiteraard door veel voor te lezen. Volgens mij is dat de bakermat van de taalontwikkeling. Verder natuurlijk Sesamstraat en verder zo min mogelijk televisie.

Dé aankoop van de eeuw is een kinder cassetterecorder geweest toen onze oudste 2,5 was. We zijn nu aan de derde bezig en allebei zitten ze nog regelmatig liedjes en verhaaltjes te luisteren. Daar leren ze ontzettend veel van.

We hebben een tijdje gehad dat we op de fiets of lopend tegenstellingen deden. Dus: niet mooi, maar....

Sinds een paar weken doen we rijmen, eigenlijk op initiatief van onze oudste dochter van (volgende week) 6 jaar. Zij ontdekt de mooiste dingen. Vanmiddag weer: wat rijmt er op mijn? Van alles hoorde ik, ook van m'n jongste van 3,5 ("heel erg fijn"). Als klap op de vuurpijl: refrein! Geweldig vind ik dat.

Het gaat vaak te snel met die kids, maar soms kan ik niet wachten tot ze oud genoeg zijn om Sinterklaas gedichten te maken...


30. Lezen, lezen, lezen
Leeftijd: ach, van 0 tot 1000
Yvonne Hoekstra, Ermelo

Vanaf het 1e jaar lezen we voor. HET rustpunt van de dag. De oudste is nu 15 en vindt het nog heerlijk om samen met zijn zus van 12 voorgelezen te worden uit Harry Potter. Toen deel 1 uitkwam is pappa begonnen en heeft alle figuren eigen stemmen gegeven. Juist die stemmen (en dialecten) maken dat het altijd leuk is gebleven. Hagrid is bijv. Hagenees.

Vanuit het laatste deel wordt nog altijd voorgelezen. Beide kinderen lezen heel graag. En dan bedoel ik niet een stripboek. Kan geen kwaad tussendoor, maar er is meer...

Correct taalgebruik is voor hen heel normaal. Door het vele lezen is op school het vak voor hen geen probleem. Dankzij het voorlezen...? Laat ons in de waan dat dat zo is.

En wat is er leuker dan een kleinkind dat zijn opa/oma voorleest? Heerlijk toch! Al is het maar de krant.


31. Het uitzicht
Leeftijd: 3/4
M. van Duffelen, Rotterdam

Het uitzicht vanaf onze ontbijttafel is fantastisch. We kijken direct op de maas. Altijd is er wel wat te zien. Grote boten, kleine boten, een hijskraan met sleepboten, een watertaxi, alles wordt door onze zoon bestudeerd.

Op een dag doet hij een grote ontdekking. Letters. Op de grote hijskraan staan grote letters, op de taxiboten staan gele letters, op de binnenvaartschepen staan veel letters, op alle boten staan letter. Letters vormen woorden, woorden kunnen worden gelezen. Maar dat kan onze kleine man nog niet, hij is pas drie. En toch wil hij weten wat er staat. Gelukkig kan mama goed voorlezen en speelt zij het letterspel vrolijk mee.

En dan komt die ene boot. Die letters kent hij. Hij leest, helemaal zelf leest hij wat er staat. A...L...E...X. ôHe mam die boot heet net als ik!ö

Welk woord volgt, T...A...X...I... misschien?


32. Ik zet mijn man in
Leeftijd: alle leeftijden
S. van der Naaten, Haarlem

Door ze (5, 3 en 1 jaar) tijd door te laten brengen met hun vader/mijn echtgenoot; taalpuritein met een letterlijkheidsprobleem.

Als vanzelf zijn hierdoor al mijn kinderen alert en handig met taal. Ze moeten wel.....


33. Ons dochter is net een papegaai
Leeftijd: 2 jaar
Marijke , Appingedam

Mijn dochter is 2 jaar. Bij haar gaat het allemaal erg gemakkelijk. We zingen met speciale boekjes. Daarbij moet ze ook vormen kunnen herkennen; bij elk liedje een ander vormpje en kleurtje.

Daarnaast doen we ook veel met gebaren, zoals "mag niet" en dan met de vinger. Dat kopieert ze zo gemakkelijk allemaal. Is echt heel schattig. Daarnaast ook alles positief benadrukken met: "Zo moet dat, goed zo!"

Als ze nu vindt dat ze iets goed gedaan heeft, zegt ze: "Kijk mamma, zo moet dat!"


34. 'Bijna vanzelf?'
Leeftijd: 2 tot 3 jaar
Coraline Haller, Veenendaal

Wij hebben 4 kinderen, een van 24, een van 19, een van 17 en een van bijna 3.

Natuurlijk is lezen, zingen, enz. van groot belang en vooral hartstikke leuk. Maar soms zijn ze je gewoon voor en merk je dat de een meer interesse heeft in de taal en de ander eerst eens de spieren gaat ontwikkelen.

Onze jongste dochter kon met een half jaar al aangeven wat ze wilde eten of welk boekje er voorgelezen moest worden. Ze kon het weliswaar niet zeggen, maar met ja en nee knikken kon ze wel aangeven dat ze iets begreep. Ik was nog niet zo ver! De eerste tijd dacht ik nog dat het toeval was, maar gaandeweg merkte ik dat ze meer begreep dan ik dacht.

Ook wilde ze dat erg graag omzetten in woordjes, dus was ze flink aan het oefenen. Natuurlijk speel je daar op in, maar het moet vooral in het kind zelf zitten. En je moet zeker niet doorlopend elke situatie uitbuiten om te proberen je kind van alles en nog wat te leren omdat je er zo graag trots op wilt zijn. Een kind moet ook lekker kunnen spelen en op zijn eigen tempo de dingen ontdekken. Lekker kind zijn! Elk kind in zijn eigen tempo en op zijn eigen niveau.

Ik roep wel eens tegen jonge moeders die zich zorgen maken over de ontwikkelingen van hun kind (hij rolt NOG niet om en het MOET eigenlijk wel!): "Als ze voor hun 18e kunnen praten, lopen, en poepen en piesen op de wc, dan is het helemaal goed!"

Hartelijke groeten,
Coraline Haller


35. Een woordspelletje
Leeftijd: vanaf 5 jaar
Inge Smits, Lelystad

Naast het voorlezen en zingen en zo, doen we aan tafel regelmatig woordspelletjes. Een die nu erg in de smaak valt, is een "doorgeefspel", waarbij de volgende persoon een woord moet verzinnen dat begint met de laatste letter van het woord er voor.

Dat kan heel simpel: bord drop poes, maar ook ingewikkeld of met fantasiewoorden. En dan is het voor de mannen van 5 en 6 soms nog best lastig wat nou de eerste en wat het laaste letter is en dat bijvoorbeeld een ff toch echt wat anders is dan een vv.

De jongste van 2 doet overigens ook enthousiast mee, hoewel die zich meestal bezighoudt met het verzinnen van rijm of "aanverwante" woorden. Ook leuk, natuurlijk!


36. Naar de bieb! Voor niks!
Leeftijd: alle leeftijden
Katja Schmidtpott, Houten

Mijn dochter is nu ruim 6 en is net naar groep 3 gegaan. Zij leest al avi 2. Dat deed ze ook al voor de vakantie.

Omdat ik taal, zingen, lezen, enzovoorts zelf erg leuk en erg belangrijk vind, lees ik haar al voor sinds ze 3 maanden oud is. Sinds die tijd is ze ook al zelf lid van de bibliotheek. Dat is ideaal omdat je voortdurend andere boeken kunt uitzoeken. Blijkt er eentje erg favouriet, kun je het zelf altijd nog aanschaffen. Ze had altijd boeken die bij haar favouriet waren.

Ook voorleesboeken zijn er in overvloed te krijgen. En ook hier heeft ieder kind zijn eigen smaak!

Vaak wordt er ook nog voorgelezen, zijn er cd tjes te huur en zijn er andere activiteiten (bij ons bijvoorbeeld een kinderband tijdens de kinderboekenweek.

Naar de bieb is altijd weer feest, eerst bij het erheen gaan en het uitzoeken en daarna bij het voorlezen!

Het beste van alles is dat al dit plezier (voor ouder en kind) voor kinderen gratis is. Ieder kind kan gratis lid worden.

Meteen doen dus en zie hoeveel plezier u en uw kinderen eraan zullen beleven!


37. De woorden ontwikkeling hier thuis
Leeftijd: 1 t/m 15
Caroline Relleke, Someren

Wij zijn een samen gesteld gezin. Ik heb uit mijn eerste huwelijk twee kinderen (m) 15 jaar (j) 12 jaar en mijn man heeft ook uit zijn eerste huwelijk 2 kinderen (m) 12 jaar (m) 11 jaar. Samen hebben we ook een kindje (m) die is nu 19 maanden. De Jongste stiefkind woont half bij ons en half bij mama de andere kinderen wonen bij ons in huis.

We hadden al gauw door dat onze jongste dochter Danique woordjes overnam die de oudste kinderen gebruikte in het begin was het. We hadden de kinderen gevraagd niet op het woord "DIE" te reageren maar eerst uit te vinden wat ze bedoelde. Dat deden ze door waar de kleinste naar toe wees en dan tekijken wat daar allemaal stond en ales vast tepakken en gelijk de goede naam er bij tezeggen als ze dan Ja knikte nog een keertje het woord tezeggen voor je het gevraagd "DIE" gaf. Danique had al gauw door dat bepaalde dingen woorden hadden en begon dus ook vrij gauw dingen bij naam tenoemen.

We hebben ook gevraagd of de grote kinderen het woord niet willen zeggen op de manier zo als zei het zegt maar gewoon het goede woord, en dat doet eigenlijk op dit moment iedereen zelfs als een van de exen van ons hier zijn dan gebeurt het op deze manier.

Het voorlezen gebeurt meestal als de kleinste in bed ligt. Dan gaat de oudste stiefdochter iets voorlezen wat makkelijk begrijpbaar was (voor haar leeftijd dus).

Wij als ouders zijn met haar bezig als ze een woord zegt en die klinkt nog niet helemaal goed gewoon verbeteren maar dan zo dat het wel leuk blijft voor het kindje (dus maar een of twee keer het goede woord zeggen)

Voor de rest heeft ze eigenlijk een "DOE HET ZELF" iets ontwikkeld. Ze luistert gewoon hoe de oudste kinderen de dingen benoemen. Het is net een papagaai de kleinste, want ze zegt alles na.

T.v Kijken doe ze bijna niet, ze speelt liever.

Muziek is ze gek op en ook dat doen de andere kinderen samen met haar ze zingen het liedje ze dansen met haar. Ze vindt het prachtig en op haar maniertje zingt en danst ze mee.


38. Leuke kant van taalontwikkeling op school!
Leeftijd: basisschoolleeftijd, dus 4 12
Katja Schmidtpott, Houten

Omdat lezen zo leuk is en ikzelf lezen heb ervaren (en nog steeds ervaar) als het grootste plezier dat je jezelf en een ander (kind) kunt doen, stimuleer ik het graag.

Dit doe ik onder andere door op de school van mijn dochtertje, die inmiddels 6 is, in groep 3 zit en al avi 2 leest, actief te zijn in de schoolbibliotheek.

Het is een enorm leuke bezigheid!

De kinderen staan meestal al massaal te wachten tot we zover zijn dat we kunnen innemen/uitlenen.

Als de schoolbieb eens een keer gesloten is, krijgen we daar meteen commentaar op.

Eenmaal per jaar kunnen er nieuwe boeken worden besteld. Wanneer deze binnen zijn worden ze door ons verwerkt en wat zijn de kinderen blij als ze kunnen worden uitgeleend!

Niks heerlijkers dan opgetogen kreten achter de kasten vandaan: wat een leuk boek! Oh gaaf zeg, dat boek is er ook...etcetera.

Je leert alle kinderen van de school kennen, want iedereen komt bij je langs.

Soms ontdek je samen met een kind nog eerder dan juf of meester dat ze enorm vooruit zijn gegaan met lezen.(omdat ze in korte tijd heel vaak komen ruilen en de boeken ook echt gelezen hebben). Als je samen naar de juf of meester gaat om dat te vertellen blijft zo'n blij en trots gezicht je altijd bij! En wat leuk en ontroerend als zo'n stoere knul de volgende keer verteld dat hij inderdaad nu een hoger avi niveau mag lezen.

Voor de kleintjes (groep 3 en soms groep 2) proberen we er een feest van te maken als zij voor het eerst naar de schoolbieb mogen!

Hoera, ze kunnen lezen! En nu mogen ze dus naar de bieb.

We zorgen voor een rustige introductie, met alleen kleine groepjes uit die klas, zodat ze rustig kunnen wennen en zoeken.

We maken voor allemaal een geplastificeerde boekenlegger met hun naam er op, om het extra feestelijk te maken.(We doen dit door bij een boekhandel boekenleggers te vragen die over zijn van de kinderboekenweek van het jaar daarvoor. Deze bewerken we dan, zodat het bijna niets kost.)

Vraagt u eens op de school van uw kind hoe het met de bieb/vrij lezen daar gesteld is? Wellicht kunt u met een uurtje per week ook de taalontwikkeling van heel veel kinderen stimuleren!

P.S. Mocht mijn inzending eventueel met een boek beloond worden, dan gaat die dus in de schoolbieb!


39. Eindeloos voorlezen, niet alleen prentenboeken maar ook woordenboeken en 'encyclopedieën'
Leeftijd: tot ze zelf kunnen lezen
Anouk Siegenbeek, Houten

Uit mijn eigen jeugd heb ik heel wat boeken bewaard, bijvoorbeeld van Richard Scarry (Mijn Leuk woordenboek, Het drukke volkje van Bezigstad, Mijn leuk prentenboek, dat werk). Ook had ik nog een paar zgn. woordenboeken en 'encyclopedieën' voor kinderen, met plaatjes en woordjes, soms een korte uitleg. Deze blijken van grote waarde voor het ontwikkelen van de woordenschat van de kinderen.

Ik lees deze boeken al voor sinds mijn oudste (van nu 4) een beetje dierengeluiden kon maken, zo rond 1 jaar. We begonnen met het aanwijzen van de dieren en dan het geluid erbij maken, of andersom: het geluid maken en dan het dier erbij zoeken.

Daarna ging ik de boeken gewoon voorlezen: van aarde tot zee, van arend tot zebra, gewoon het plaatje aanwijzen en lezen maar. Hij vond het prachtig, elke keer kwam hij wel iets tegen dat speelde in zijn leefwereld. Toen hij bijvoorbeeld gefascineerd was door brand, vuur en brandweer, moest ik telkens weer bladeren naar het plaatje met vuur. Ook zag hij in zijn omgeving dingen die hij uit het boek herkende en die hij kon benoemen.

Dat laatste is volgens mij de stimulans van het voorlezen van dit soort boeken: het maakt dingen in de omgeving herkenbaar en ze weten er (alvast) een naam voor.

Door de herhaling van al die onderwerpen in deze 'woordenboeken' en 'encyclopedieën' heeft mijn zoontje een flinke portie algemene kennis en ontwikkeling meegekregen. (Maar lees ze voor aankoop wel eerst zelf, want er zijn ook heel veel van dit soort boeken die juist in 'slecht' Nederlands zijn geschreven!)


40. Niet verbeteren maar versterken
Leeftijd: 2
Yvonne de Groot, Zaandam

Onze dochter Francis (2 ½) begint heel goed te praten. Ze probeert van alles te zeggen en dat is bijna altijd te begrijpen. Als ze dingen niet helemaal goed formuleert, bijvoorbeeld 'ik heb lekker geslaapt', dan verbeteren we haar niet maar bevestigen we wat ze zegt, zodat ze merkt dat ze wordt begrepen (dat is prettig voor een kind!) en waarbij ze en passant ook de correcte vorm meepikt. 'O, heb je zo lekker geslapen? Wat goed zeg!'

Bij de oudste (nu 7) werkte dit ook prima.

Verder denk ik dat het allemaal grotendeels vanzelf gaat. In gezinnen waar veel onderling wordt gepraat en gediscussieerd, pikt een kind van alles op, ook dingen die niet rechtstreeks tot haar gezegd worden. Zo hoorden wij Francis onlangs roepen: 'Het moet toch niet gekker worden!'


41. Baby ouders
Leeftijd: 0 tot.........
A.M.J. Nootebos, Koog aan de Zaan

Als volwassenen zich over een wiegje bogen en met 'ta ta ta, prrrt' contact zochten met de baby, stoorde mij dat altijd enorm. Gedraag je als volwassene, dacht ik dan altijd. Je bent geen baby dus moet je ook niet praten als een baby! Zeg iets als 'Goh, wat heb je mooie ogen' maar alstjeblieft geen 'ta ta ta, prrrt. Een hond is ook een hond en geen woef.

Verder heb ik mijn kinderen heel trouw voorgelezen. Aan de beroemde Nijntjeboeken had ik een gruwelijke hekel. Wat een afschuwelijk taalgebruik! Gelukkig waren en zijn er meer dan genoeg boeken van een betere kwaliteit.

Zelfs toen ze al zo'n jaar of 12 waren las ik nog voor uit zorgvuldig uitgezochte boeken.

Mijn kleintjes van toen zijn nu bijna volwassen. Ze hebben een enorme woorden en taalschat en ik heb de illusie dat dat mede te danken is aan het feit dat ik altijd normaal tegen ze heb gepraat en heel lang heb voorgelezen uit goede boeken.


42. Elke poging tot spreken positief waarderen en herhalen
Leeftijd: 1 ½ t/m 4
Marjan Godthelp, Rotterdam

We hebben heerlijke kletskinderen (19 maanden en bijna 3) en omdat ik vind dat oefening heel belangrijk is, zullen wij ze zelden direct corrigeren, maar vooral aanmoedigen en positief stimuleren (op latere leeftijd wordt dat meer noodzakelijk, denk ik).

Onze jongste van 19 maanden heeft nu een woordenschat van zo'n 60 woordjes en er komen er nu elke dag bij, omdat ze heel veel herhaalt van wat wij zeggen.

Wat wij doen is elk woord wat gezegd wordt, positief stimuleren, ook al is het niet helemaal correct. Zo waardeer je in ieder geval de inspanning, vervolgens geef je in een bevestigende toevoeging nog een keer het juiste woord. Rosa zegt bijvoorbeeld "pin", en wij zeggen dan "Goed zo, ja he... dat is een spin".

Dit zelfde principe passen we nog steeds toe bij onze oudste van bijna 3, in iets andere vorm. Hij zegt "die mug heeft mij gesteekt" Wij zeggen dan bijvoorbeeld: "Echt waar, heeft die mug jou gestoken?", etc.


43. Taal en spraakachterstand
Leeftijd: 4 jaar
Aukje Gijsbers, Cuijk

Onze kinderen (5 ½ en 4 jr) verslinden boeken. Naar de bibliotheek gaan is altijd een feest en ze "lezen" vervolgens de boeken zelf alvast door. Op vaste momenten (na het avond eten en voor het slapen gaan) lezen we ze voor.

Toch heeft onze zoon tot een jaar gelezen een forse spraak achterstand gehad (van twee jaar). Logopedie had geen enkel effect. Een overstap naar het speciaal onderwijs op spraak/taalgebied hebben wij overwogen.

Nadat hij interesse kreeg in letters, heeft hij zelf (zonder logopediste) zijn achterstand ingehaald. Doordat hij de letters kent, zijn woorden geen a bra ka da bra meer. Hij zet ze zelf in stukjes uiteen en ziet ze als het ware voor zich.

Conclusie: voorlezen is ontzettend leuk en fijn, maar bij sommige kinderen werkt het gewoon anders. Ouders, maak je niet druk om de foute uitspraak van woorden, soms is uw kind er gewoon nog niet aan toe!


44. Niet denken, maar doen
Leeftijd: vanaf de geboorte
E. Konijnenberg, Best

Mijn kinderen zijn inmiddels 12 en 14 en van jongs af aan zijn ze behoorlijk taalvaardig geweest. En dat zijn ze nog steeds. Ik verbaasde me altijd als ik uit verschillende richtingen hoorde "jij praat zeker heel veel met ze!".

Dat doe ik inderdaad, maar niet bewust om ze te stimuleren. Praten doe je met iedereen om je heen, dus ook met je kinderen. Ik heb ze altijd als personen beschouwd, geen speciale taalspelletjes gedaan, maar ook geen brabbelwoordjes gebruikt.

Corrigeren doe ik wel, maar tussen neus en lippen door, niet heel nadrukkelijk.

Ik denk dat taalverwerving een heel natuurlijk proces is; laat het dan ook natuurlijk verlopen. Op school krijgen ze gericht les, buiten school leren ze heel veel door gewoon te leven. Daar hoef je geen bewuste moeite voor te doen. Laat ze lekker gaan!


45. Ons Koreaantje en Nederlands
Leeftijd: 2 3 jaar
Bianca Kreuk, Hazerswoude

Ons zoontje is geadopteerd uit Korea, en nu 2½ jaar.

Het eerste jaar van zijn leventje heeft hij geen Nederlands gehoord, en daardoor is de (Nederlandse) taalontwikkeling iets later op gang gekomen. Maar dat heeft hij erg snel ingehaald. En eigenlijk is dat helemaal vanzelf gegaan.

Het gaat bij ons vooral op deze manier. "Mama Koggie?" "Ja lekker, mama lust wel een kopje koffie." Of: "Yoena mee(r) bood?" "Yuran mag nog een boterham hoor."

Sinds van de week was Koggie ineens koffie, en sinds een paar weken is Yoena veranderd in yoe han.

Ook lezen we veel boekjes. Vooral 's avonds na het eten. Hij mag die dan zelf uitzoeken. Meestal is het een Intertoys speelgoedboek. Maar ook daarvan kan je veel leren als peuter. Brandweerauto, politieauto, puzzel, Bob de Bouwer, al zijn speelgoed kan hij prima benoemen.

Hij heeft ook wat pratend speelgoed. O.a. een V tech pimpampoentje, waarvan hij geleerd heeft wat rood, groen en geel is.

De rest van de kleuren komt nog wel als hij zich daarvoor gaat interesseren...

Met Muck van Bob de Bouwer heeft hij tot 10 leren tellen, en gereedschap leren benoemen. (Had hij ons niet voor nodig...)

Sinds een paar maanden zit hij op de peuterspeelzaal, en ook daar leert hij bijzonder veel. Vooral liedjes. En ook daar gaat het spelenderwijs.

Hij weet ook prima wat strijken, stofzuigen, wasmachine, en zo is, omdat hij er gewoon bij is, en ik lopende weg automatisch tegen hem zeg: "Mama gaat even een was in de wasmachine doen". Of: "Nu nog even stofzuigen, en dan gaan we even wat drinken."

Het kost mij niet veel tijd en energie. Het gaat gewoon tussendoor eigenlijk.

Dat drammen van "zeg het nu eens goe oed" dat hoeft van mij nog niet op zijn leeftijd. En eigenlijk moet ik zeggen dat hij voor een 2 jarige heel goed praat. Ze nemen ongemerkt zoveel van je over!

Toen ik van de week om een kusje vroeg, zei hij: "Nee mama, misschien straks..." Dat heeft hij mij kennelijk een keer horen zeggen als hij mij iets vroeg. ; )) Je hoort soms echt jezelf praten!

Ik vind dat je dan ook erg uit moet kijken wat je zegt in bijzijn van je kind. Die kleine "potjes" hebben echt grote oren!

Affijn, ik ben supertrots op ons wereldkindje dat zich zo snel heeft aangepast!


46. Ziezo, van Annie MG Schmidt
Leeftijd: 2 100
Helena van Gelder, Amsterdam

Door veel humor in alles te leggen en hun vragen altijd serieus te nemen. Als zij merken dat het zin heeft om goed te praten en te luisteren, bereiken we een hoop samen. En... hebben erg veel plezier.


47. Aanmoediging, een zetje in de goede richting
Leeftijd: 0 10
Alma Korteweg, Dalfsen

Onze jongste begon met 9 maanden te praten. Ik (student taalkunde) werd daar nota bene door een andere moeder op atent gemaakt! Kinderen 'horen' immers niet voor hun eerste verjaardag te praten...

Later (rond 12 18 mnd?) stokte haar ontwikkeling. Ik had zelf bedacht dat da tkwam doordat ze onzeker was (later vaker faalangst, bijvoorbeeld bij fietsen). Ik heb toen weer het plaatjesboek erbij gepakt en in de vertrouwde omgeving van haar eigen kamer heb ik haar geprezen bij elk woord dat ze zei, en zo heeft ze haar zelfvertrouwen teruggevonden.

Op haar eerste ging ze naar het Noorse kinderdagverblijf en ook daar sprak ze, tot haar vertrek op 3½ jarige leeftijd, nauwelijks Noors, bang het verkeerd te doen.

De oudste is heel leergierig, maar dyslectisch. Bij haar dus alsmaar de uitdaging om lectuur te vinden die aansluit bij haar interesse, niet te dik is en niet al te veel moeilijke woorden bevat. Of niet? Ze heeft de dikke, moeilijke Grote Vriendelijk Reus van Roald Dahl met eindeloos veel verlengen helemaal uitgelezen!

"Zelf lezen is stom"; hoe wordt het leuker? We lezen uiteraard veel voor, ze heeft een enorme woordenschat, ook door Klokhuis en het Jeugdjournaal, maar ze zal toch een keer zelf de ondertiteling moeten (willen) gaan lezen.

Dat kleine gefrustreerde meisje (met haar supersnel lezende zusje), ik heb het er best vaak moeilijk mee.

Groeten, Alma


48. Moeilijke vragenrondje & voorlezen met woordenplaatjes
Leeftijd: 2 5 jaar
Marieke Engelberts, Gouda

Ik voel het zelf niet als taalontwikkeling, maar mijn zoontje van 5 wil na het voorlezen altijd een rondje moeilijke vragen doen. Deze moeilijke vragen kunnen variëren van wat hebben we vanavond gegeten tot welke dieren hebben we vandaag in de dierentuin gezien.

Met mijn zoontje van 2½ lezen we voorleesboekjes voor met plaatjes in de zinnen. Ik lees ze voor en mijn zoontje moet de plaatjes benoemen en vult daardoor het verhaal aan. Groot succes altijd!


49. Peuters leren vlug en veel
Leeftijd: 2 jaar
Parent Jean Fr, Oudenaarde (België)

Peuters zijn zeer nieuwsgierig. Wij geven aan alles wat hij aanwijst de juiste naam en vertellen er een (kort) verhaaltje bij. We zeggen ook altijd de kleur van het voorwerp erbij zodat hij onbewust de kleuren herkent.

Geregeld kijken we samen in kinderboeken en vertellen we hem een verhaaltje.


50. Van diamanten en wolven
Leeftijd: vanaf 3 j.
Kristien Debrock, Gent (België)

Allereerst een waarschuwing: als kinderen leren praten, hou er dan wel rekening mee dat hun mondje nadien noooooooit meer stil staat! ; )

Even ernstig. Als wij praten met onze kinderen, geven wij in het algemeen aandacht aan de volgende dingen:

  • We gebruiken nooit "kindertaal", ook niet wanneer ze nog baby waren. Dus geen andere woorden (bv. tsjoek tsjoek voor trein), geen vervormde zinsconstructies (kindje naar school gaan), maar wel volledig correcte zinnen, uiteraard aangepast aan de leeftijd (bv. korte zinnen, geen bijzinnen, naarmate ze groter worden verrijken met adjectieven of synoniemen, enz.)

  • We proberen onze kinderen steeds te laten uitspreken, ook als ze nog klein zijn en volop leren praten. Dat vraagt soms het nodige geduld want het kan wel even duren eer een beginnende prater duidelijk maakt wat hij wil zeggen. Als je oudere kinderen hebt, vergt het daarnaast ook de nodige energie om hen aan te manen dat ook te doen, want de verleiding om on affe zinnen te vervolledigen, is bij oud en jong zeer groot!

  • We vragen ook regelmatig aan de kinderen of ze een woord begrijpen, zeker bij het voorlezen. Als ze het niet weten, vraag ik eerst of ze zelf kunnen bedenken wat het zou betekenen, en soms leg ik het gewoon uit. Onze oudste (Lucas, 7 jr) kreeg voor Kerst overigens het ontzettend leuke "Woordenboek van Vos en Haas" (van Sylvia Vanden Heede), en nu hij kan lezen, zoekt hij regelmatig zelf of het woord erin staat.

  • Soms gebeurt het dat kinderen systematisch woorden fout zeggen (bv. Helena (3 jr) zei lang systematisch "ofilant" ipv "olifant"). Dan helpt het ook wel om af en toe (in een andere context, bv. als je iets aan het vertellen bent) zelf het woord fout te zeggen. Kinderen weten al heel goed dat iets fout is en zullen je enthousiast proberen te verbeteren.

  • Als ze fouten maken, herhalen we vaak de vraag, maar dan correct, zodat ze door herhaling leren hoe het juist moet. Bv. als Helena (3 jr) zegt: "wij wassen daar ook al eens geweest, hè mama?" herhaal ik: "ja hoor, wij waren daar ook geweest."

    Naast de "klassieke" dingen als voorlezen, liedjes zingen enz., doen we ook veel echte taalspelletjes. Wij wonen nl. ver van grootouders, tantes en nonkels en zitten dus vaak lang in de wagen. Met taalspelletjes paren we dan het nuttige (de verveling vermijden) aan het aangename (de spelletjes).

    Raadspelletjes staan hierbij op de eerste plaats: iemand bedenkt een dier, een persoon, een ding... en de anderen moeten dit raden door om beurt vragen te stellen. Wie juist raadt, mag het volgende woord bedenken.

    Kinderen kunnen dit al vroeger dan je denkt! zeker al vanaf vanaf 3 jaar en het blijft voor alle leeftijden leuk! Als ze klein zijn, help je hen natuurlijk, bv. door voorbeeldvraagjes te geven, of bv. voor dieren door te suggereren dat ze vragen kunnen stellen over de grootte, de kleur, waar het dier woont... Soms loopt het wel eens mis, bv. toen we zochten naar een klein oranje dier dat in het bos woont, maar toch geen vos was... (het was een wolf, zei Emilia (toen 4 jr).

    Voor oudere kinderen is het raden naar een persoon of een figuur uit een boek ook heel leuk.

    Andere toppers zijn staart kop spelletjes: iemand zegt een woord, en de volgende zegt een nieuw woord dat begint met de laatste letter van het vorige. Je mag geen twee keer hetzelfde woord zeggen in één spelronde. Het geeft niet als ze nog niet kunnen spellen, dan zeg je gewoon: ja het klinkt als een "t", maar je schrijft het met een "d", dus zoek maar een woord met een "d". Eerst speelden we het altijd met dierennamen (bv. tijger ratelslang gans spin enz.), maar je kan het ook met fruit groente spelen, of wat dan ook. Het is ook telkens een gelegenheid om hen weer nieuwe woorden te leren.

    Het is gewoon ontzettend plezierig om met kinderen en taal bezig te zijn, hen nieuwe woorden aan te leren en te horen gebruiken, hen zelfbedachte liedjes horen zingen, ook al loopt het wel eens mis, bv. toen er plots een "diamant" in onze vijver zat (Emilia (toen 4 jr) had goed geluisterd naar haar broer, alleen was het een salamander!)

    En tenslotte wil ik nog even ons "straf" taalspelletje vermelden. Soms gebeurt het dat er 's avonds geen bedtijd verhaaltje meer is, wegens te laat of echt niet flink geweest. Dan mogen ze wel elk een "rijmverhaaltje" kiezen: elk kind mag een dier kiezen, en dan rijm ik erop los tot ik geen rijmwoorden meer weet. Bv. het woord "leeuw" leidt dan tot "er was eens een leeuw, die liet een grote geeuw. Hij leefde vorige eeuw, en was een vriend van de meeuw. Soms geeuwde de leeuw: waar zit toch die meeuw? Hij is zeker weg met de spreeuw." Dat vinden ze hilarisch, ze leren woorden zoeken waar veel op rijmt (want dan is het verhaaltje minder vlug uit), en de twee oudsten doen het nu zelf ook al! (bovendien houdt dit spelletje onze hersencellen ook zéér alert!)


  • Door naar de inzendingen 51 t/m 100
     

  • Copyright © 1996-2010 Ouders Online, alle rechten voorbehouden
    Uitsluiting aansprakelijkheid | info@ouders.nl
    Pagina voor het laatst bijgewerkt op: 13 september 2005