|
Column: Sam en Vos - aflevering 2
19 september 2003
Eigenlijk wilden we deze column "Een gewone moeder" noemen. Een moeder van een tweeling is immers óók een moeder. Net zoals een zwarte moeder, een tiener-moeder of een alles-voor-elkaar moeder. Allemaal hebben ze hun eigen makke, maar het blijven natuurlijk gewoon moeders.
Waarom hebben we dan toch gekozen voor de tweeling-titel Sam en Vos? Omdat het zulke titel-genieke namen zijn... In deze serie vertelt Susan Leynse haar belevenissen als moeder. Soms als tweeling-moeder, soms als gewone moeder.
Deze keer gaat Susan met de billen bloot. Is ze nu wel of niet een slechte moeder?
Een ongeluk zit in een klein hoekje
door Susan Leynse
Moeders sturen en masse verhalen in naar websites als babyinfo.nl. Voor een groot deel betreft dit vertederende verhalen over hun kroost. Dat papa's en mama's ook wel eens de fout ingaan, daar lees je minder over. Waarschuwingen zat, maar eigen ervaringen van ouders? All rightie, deze moeder gaat met de billen bloot over haar eerste gelukkig-goed-afgelopen ongelukjes met de tweeling. Dochter Sam en zoon Vos waren toen bijna negen maanden oud.
De zegeningen van de draadloze telefoon
's Avonds belt een goede vriendin. Voordat ik moeder werd en zij naar de andere kant van het land verhuisde (en zich verloor in haar kersverse geliefde en nieuwe, drukke baan), plachten wij elkaar regelmatig en langdurig te bellen. Tegenwoordig komt het er nog zelden van.
De kinderen zitten middenin het naar-bed-ritueel maar ik ga ervan uit dat mijn man dit verder op zich neemt. Helaas, zonder overleg gaat hij er vandoor om een flat-genoot met computer-problemen te helpen. Ik zit zo lekker in mijn gesprek dat ik gewoon doorga en ondertussen wat handelingen met de tweeling verricht. Het ene moment ligt Vos middenop het grote bed en het volgende... belandt hij op de grond. Ik zie hoe hij valt en het lijkt niet iets om je zorgen over te maken. Natuurlijk zet hij een keel op van jewelste maar dat is in mama's armen zo weer over.
Van Sam was ik al gewend dat ze zich in no time verplaatst door te kruipen maar het tijgeren van Vos stelde tot nu toe niet veel voor. Eén moment is mijn aandacht er niet bij en dan is dit dus het resultaat.
Miss wet t-shirt
De volgende morgen zie ik een schaafplekje op het gezicht van mijn zoon. Oh, wat voel ik me schuldig.
Die avond met gasten aan het natafelen, is Sammie het zat in de kinderstoel. Dan maar gezellig bij mama op schoot. In één graai weet ze de koffie om te stoten en wat over haar handje en kleding heen te krijgen.
Hoewel ik niet het idee heb dat het ernstig is al is het maar omdat ze geen kik geeft, speer ik met Sam naar de badkamer en zet haar met kleren en al onder de net niet steenkoude douche. Daar moet ze wel even van huilen maar al snel vindt ze het helemaal prima, waarschijnlijk ook omdat het een warme avond is.
Ja maar, gister ging het ook al fout!
Mijn tante en vriendin vertellen over hun eigen klunzigheden met kinderen en moedigen me aan om me niet al te druk te maken over het gebeurde. "Ja maar, gister ging het ook al fout!" "Ach, er is niks gebeurd en je hebt goed gehandeld."
Op mijn reactie is inderdaad niets aan te merken. Ik besluit om niet te blijven hangen in een o-wat-ben-ik-een-slechte-moeder-gevoel. Wel prent ik mezelf in dat als er twee dagen achter elkaar iets gebeurt, ik te afwezig ben en/of nog niet gewend ben aan de pijlsnelle ontwikkeling van mijn kinderen. Toen ze bij wijze van spreken min-één waren, hield ik er al rekening mee dat ze van de commode konden vallen of zo. Maar er gebeurde nooit wat. Mijn aandacht lijkt wat te zijn verslapt. Zonder het nou te gaan overdrijven, is wat meer voorzichtigheid wel geboden.
In elk geval is er van dit tweede avontuur gelukkig geen spoor overgebleven.
Susan Leynse
p/a redactie@ouders.nl
Susan M.L. Leynse-Put is auteur van software-handleidingen, en kende haar man Maarten nog maar nauwelijks toen ze in verwachting raakte. Susan was 3 maanden zwanger toen een echo uitwees dat er een zoon én een dochter in haar buik groeiden. Dochter Sam en zoon Vos werden geboren op 29 september 2002.
|