|
Opvoeding - Het groot opvoedboek (voorpublicatie afl. 2)
24 juni 2005
Vergeet dokter Spock en Penelope Leach. Ons nieuwe baken heet: Anna Wahlgren. Deze moeder van negen kinderen speelde het klaar om ons 768 pagina's lang op het puntje van onze stoel te laten zitten. Wij waren trouwens niet de enigen. Maar liefst 500.000 (!) Scandinavische lezers gingen ons al voor.
In Het groot opvoedboek, dat met zijn 768 pagina's inderdaad 'groot' genoemd mag worden, vertelt Wahlgren zo'n beetje alles wat kinderen meemaken, van de babytijd tot hun 16e jaar, en hoe je daar als opvoeder het beste op kunt reageren. Het is een vrolijk boek dat je voortdurend een hart onder de riem steekt en je nooit veroordeelt. Met tal van praktische tips en inzichtgevende verhalen.
Ouders Online verwent u met drie voorpublicaties, zodat u een goed beeld krijgt van datgene wat u kunt verwachten. Dit is aflevering 2.
Deze week: een fragment over de angsten die kinderen kunnen krijgen als ze hun eigen ik leren kennen, en een hilarisch verhaaltje over een héél akelig jongetje.
Het groot opvoedboek
door: Anna Wahlgren
uitg.: Forum (de Boekerij)
ISBN 9022540790
Prijs: EUR 29,95
verschijningsdatum: rond 1 juli 2005
Deel 3 - Kleine kinderen. Een praktische handleiding
Achtmaanden-angst. De geboorte van een eigen ik
Als het kind zo'n acht à negen maanden oud is, treedt een verandering op.
Niet altijd, maar meestal wel bijzonder goed merkbaar.
Psychologen spreken van scheidingsangst.
Ouders vertellen hoe hun acht of negen maanden oude kind opeens in tranen kan uitbarsten bij het zien van een persoon die het kind nog maar een paar weken eerder vrolijk brabbelend tegemoet ging.
Andere ouders vertellen dat de kleine, die als ze zich pijn gedaan had of teleurgesteld was vroeger altijd mama moest hebben, nu bijna wanhopig de armpjes uitstrekt naar papa, zelfs wanneer ze bij mama op schoot zit.
Het spreekt vanzelf dat het voor mama niet eenvoudig is om dit gewoon over zich heen te laten komen, zonder zich gekwetst of onrustig te voelen.
Weer andere ouders vertellen van lichamelijke symptomen: trillingen, wonderlijke huiduitslag, heftige, vaak harde, regelmatige bewegingen, die kennelijk angstdempend zijn daarbij kan het kind op een beangstigende manier het hoofd tegen het ledikant of de muur slaan.
Ook kan op deze leeftijd plotselinge fysieke gevoeligheid optreden, met hoge koorts, koortskrampen, overgeven enzovoort.
(Een kind met hoge koorts moet altijd koel gehouden worden, dun gekleed zijn en zonder dekentje in bed liggen. Koortskrampen kun je meestal opheffen door de kleine te masseren; voor je met de massage begint koel je je handen onder de koude kraan.)
En ouders kunnen vertellen hoe hun kind, dat al maandenlang netjes de hele nacht doorsliep, nu plotseling nacht na nacht wakker wordt, huilt en tekenen van onrust vertoont. Door die verstoorde nachtrust worden de nachten steeds meer een probleem.
Volgens mijn theorie inzake de zogenaamde herhaalde zwangerschap vindt op een leeftijd van acht of negen maanden opnieuw een geboorte plaats niet de fysieke geboorte van een kind, maar de geboorte van een eigen ik.
Net zoals de feitelijke geboorte pijnlijk en verwarrend was, alles overhoop gooide en een traumatische shock veroorzaakte, zo is de confrontatie met het eigen 'ik' de geboorte van het ik een gebeurtenis die schokkend is en alles op zijn kop zet.
Er gebeurt iets onherroepelijks.
De wereld wordt nooit meer zoals hij was.
Het kind is geboren om een ik te worden. Het kind is niet langer een deel van een omgevende 'ruimte', waarmee het langzaam vertrouwd is geraakt.
Het kind staat nu als een eigen ik in deze ruimte en richt de blik met doodsangst en onzekerheid naar zowel de ruimte als het eigen ik zoals het onbekende altijd angst en onzekerheid wekt.
De verandering kan vergeleken worden met de ervaring van de net bevallen moeder.
Plotseling is het pasgeboren kind daar zichtbaar, duidelijk, levend buiten de baarmoeder. Het kind is niet langer een deel van het lichaam van de moeder.
Hoewel de pas bevallen moeder natuurlijk wist dat de baby in haar buik een eigen leven had, was het ongeboren kind toch een deel van haar zelf.
Er heeft een grote verandering plaatsgevonden en haar reactie is veelzijdig en gecompliceerd.
Ook zelf kijkt ze met nieuwe ogen.
De reacties van het kind het kind dat met acht of negen maanden wordt geboren als een eigen ik lijken op die van de moeder wanneer het 'ding' uit haar baarmoeder wordt geboren als een kind.
Vrouwen reageren verschillend. Kinderen reageren verschillend.
Het hele scala van emotionele uitingen en gedragingen is vertegenwoordigd.
De ene pas bevallen moeder wordt vervuld van een ongecompliceerde, vanzelfsprekende vreugde over het nieuwe leven dat ze als natuurlijk ervaart en voelt geen overrompelende verandering.
Een ander wordt gegrepen door een dusdanige angst dat ze de impuls voelt om haar kind iets aan te doen of zelfs te doden impulsen die weliswaar niet ongewoon, maar wel gruwelijk en angstaanjagend zijn voor degene die erdoor getroffen wordt.
Alle vrouwen reageren anders op een veranderde situatie; hetzelfde geldt voor alle baby's.
Bij veel baby's is helemaal geen achtmaanden-angst te merken. Bij anderen is die angst des te sterker.
Net als de naaste omgeving van een vrouw die net een baby heeft gekregen gewoonlijk begrijpt dat ze aandacht, respect en betrokkenheid nodig heeft ongeacht of ze zelf aangeeft dat ze dit alles nodig heeft moet jij als vader of moeder er rekening mee houden dat een kind van acht of negen maanden oud een 'ik' gekregen heeft.
Ook al wordt dit feit niet altijd nadrukkelijk aangekondigd, het is een geboorte die een reactie vereist.
De leeftijd van acht tot negen maanden is een labiele periode net zoals de pas bevallen moeder labiel is, of dat nu merkbaar is of niet en of ze er nu onder lijdt of niet.
De verandering vraagt om geborgenheid, voorzichtigheid, geduld, behoedzaamheid, rust.
De baby die met zes of zeven maanden nog zo beminnelijk, harmonieus en gezellig was, begint op een leeftijd van acht tot negen maanden op alle mogelijke en onmogelijke manieren te 'zeuren', in reactie op een verandering die even overweldigend is als de bevalling dit is voor een vrouw. Het is goed om dat in gedachten te houden, als je vreest dat er iets aan de hand is.
De labiliteit begint plotseling, net als bij een vrouw die een baby heeft gekregen. Er kan al eerder sprake van zijn geweest zoals bij de zwangere vrouw maar op een andere manier.
De labiele fase wordt gevolgd door evenwicht en stabiliteit, net zoals de kersverse moeder zich op een dag vol vertrouwen en rustig heeft ingesteld op het feit dat ze moeder is geworden.
En de parallel met de pas bevallen vrouw gaat nog verder: het kind dat een eigen ik heeft gekregen, is gevoelig voor inspanningen en eisen, voor iedere buitengewone belasting, zou je kunnen zeggen.
De leeftijd van acht of negen maanden is niet de juiste tijd voor eisen en verwachtingen ten aanzien van de kleine.
Als oma bijvoorbeeld komt en haar armen uitstrekt naar het kind dat op papa's arm zit en de kleine huilend zijn gezicht wegdraait, moet papa proberen hem behoedzaam en liefdevol bescherming te bieden.
Oma voelt zich wellicht gekwetst, maar daar is niets aan te doen.
Misschien zou papa zowel het kind als zijn oma wel de grootste dienst bewijzen als hij het contact maken zou verschuiven naar de tijd voor en na deze periode, die immers niet eeuwig duurt en in feite helemaal niet zo langdurig is (circa een maand).
Het lijkt me onnodig te zeggen dat dit de slechtst denkbare periode is voor veranderingen in het dagelijks leven van het kind.
Als de kinderen en hun ontwikkeling de voorwaarden zouden bepalen, in plaats van het maatschappelijke systeem en de financiën, zou niemand op het idee komen om het kind juist op een leeftijd van acht of negen maanden voor het eerst op de crèche te doen (wat tot voor kort helemaal niet zo ongebruikelijk was).
Volgens mij is het net zoiets als wanneer een moeder bij thuiskomst uit de kraamkliniek merkt dat ze tijdens haar afwezigheid niet alleen een nieuw huis, maar ook een nieuwe echtgenoot heeft gekregen!
Een eigen ik krijgen betekent dat je je bewust wordt van jezelf.
Ik ben iemand.
Papa is ook iemand en mama is weer een ander iemand.
Ik ben een mens. Mama en papa zijn andere mensen. Ik ben niet zoals zij; ik ben ik.
Mijn handen, die ik gebruik, mijn armen en mijn benen, mijn mond en mijn knieën, mijn lichaam en mijn gewaarwordingen, al mijn gereedschappen, mijn bezittingen en middelen om te leven, dat alles vormt nu een eigen ik.
Dat eigen ik betekent een mens; de mens 'ik'.
Ik denk, ik voel, ik ben.
Wat doet het kind met deze wetenschap?
Het komt los van zijn omgeving. Het kind ziet de verschillen, het merkt dat het niet langer een deel van iemand anders is, het ervaart de onherroepelijke scheiding.
Ik ben niet langer een deel van de wereld die mij omgeeft. Ik leef in deze wereld als een eigen ik, niet meer als een onderdeel.
Voor de vrouw die bevallen is, is het kind na de geboorte niet langer een deel van haar zelf en haar lichaam.
Onherroepelijk van haar lichaam gescheiden, lag het kind naast haar, nadat de navelstreng was doorgeknipt.
Het kind was nog steeds een deel van haar het was haar kind. Maar het was geen deel van haar lichaam meer.
Het geboren kind hoort nog steeds bij de omgeving, bij het gezin, bij mama en papa, maar maakt hier niet meer op dezelfde manier als voorheen deel van uit.
Het kind leeft er middenin maar is ervan gescheiden.
Hoewel een pas bevallen vrouw blij is met haar kind, voelt ze ook leegheid.
Het is stil geworden in haar buik. Het getrappel is weg. Het vertrouwde gevoel is weg. Het lichaam is stom geworden.
In plaats daarvan is er een kind.
Nieuwbakken moeders vertellen eenstemmig dat het tijd duurde voordat die verandering helemaal tot hen doorgedrongen was en ze zich ten volle realiseerden wat er gebeurd was dagen, weken of zelfs maanden.
Ook voor het kind kost het tijd om de verandering die zich voltrekt als het eigen ik geboren wordt te begrijpen, te accepteren en zich erop in te stellen.
Net als de pas bevallen moeder wordt het kind getroffen door de onwerkelijkheid, de leegheid, het vreemde, vage gemis.
In tegenstelling tot de vrouw moet de baby het echter stellen zonder het intellectuele verstand.
Het kind kan niet zeggen: "Ik heb een eigen ik gekregen, daarom heb ik nu zo'n vreemd gevoel. Maar het zal wel gauw beter worden, tenminste, dat zeggen alle andere baby'tjes die ook een eigen ik hebben gekregen."
De vrouw weet echter: "Ik heb kind gekregen, dat is de reden. Ik zal er wel aan wennen."
Vanwege het gebrek aan dat soort kennis en ervaring komt het kind al snel in een toestand van angst terecht.
De verandering die de kleine nergens aan kan relateren, wordt beangstigend.
En die angst kan op allerlei manieren tot uitdrukking komen.
Ook wat heel vertrouwd leek, kan op bepaalde momenten, onder bepaalde omstandigheden beangstigend worden voor een kind bijvoorbeeld mama's lach, papa's baard, het geluid van de speeldoos, die onschuldige oude teddybeer... en last but not least het eigen persoontje van het kind.
Zelfs het eigen ik kan angstaanjagend zijn, omdat het nieuw en onbekend is.
Het kind van acht of negen maanden oud kan zowel vriendelijk als heel agressief gedrag vertonen.
Vaak beginnen zich rituelen van zelfkwelling te ontwikkelen. Het kind bonkt ritmisch en soms akelig hard met het hoofd tegen de muur en je moet je hand ertussen leggen.
Sommige kleine kinderen slaan zelfs in de slaap hun hoofd tegen de spijlen van het bed, waardoor ze wakker worden. Ook dat is dan weer reden tot verdriet. Bij zulke kinderen moeten de kanten van het ledikantje van een beschermrand worden voorzien.
Ook uitvallen naar de omgeving zijn niet ongebruikelijk.
Het eigen ik is geboren en daarmee is de omgeving veranderd.
Uit angst voor het onbekende kan het kind zich niet alleen verdedigen door te vluchten en zich terug te trekken, maar ook door te vechten.
Een hummel die lief en schattig op de commode ligt om een schone luier en een knuffel te krijgen, kan dus zonder waarschuwing vooraf zijn lieve vader of moeder met verbluffende kracht in het gezicht slaan.
Enig teken van berouw hoef je natuurlijk niet te verwachten. Integendeel!
De rituelen van zelfkwelling zijn spanningverminderend; hetzelfde geldt voor agressieve uitvallen naar de omgeving.
Je kunt zelfs een glimp van triomf waarnemen, wanneer het kind dat zich verdedigt tegen zijn onbekende ik, in plaats daarvan de macht overneemt en daarmee de omgeving in zijn macht krijgt.
Ik tegen jou: ik kan jou slaan! Ik ben een ik en ik heb macht!
(Tranen en oproer in een situatie als deze zijn nutteloos, ook al is het in meer dan één opzicht een pijnlijke ervaring bijvoorbeeld als je geslagen bent. Pak de handjes vast en houd ze opzij, ga door met de knuffel die je wilde geven en blijf ondanks alles kijken alsof je begrip hebt voor de situatie.)
Voor het kind dat een eigen ik heeft gekregen zijn begrip en steun van de omgeving uiterst belangrijk; ontsteltenis of een veroordeling daarentegen kunnen catastrofaal zijn.
Hetzelfde geldt voor een pas bevallen moeder.
Niemand hoeft voor haar op zijn tenen te lopen, maar op de moeilijkste momenten moet ze kunnen rekenen op steun en begrip van een omgeving die niet op de gedachte komt om haar te veroordelen.
Bij wijze van samenvatting een paar tips:
Leg onverwachte veranderingen en plotseling opkomende problemen niet uit als een teken dat er nu iets ernstigs aan de hand is!
Wacht af.
De symptomen kunnen ook lichamelijk zijn.
De achtmaanden-angst verdwijnt (na ongeveer een maand). Binnenkort is het kind een stoere peuter van een jaar, die werkelijk van zijn eigen ik houdt. Maar op dit moment kent de kleine zijn nieuwe eigen ik nog niet.
De nachten die zo keurig verliepen, worden nu misschien onrustig. Volg de vuistregel: één keer is geen keer, twee keer is een slechte gewoonte!
Laat de deur op een kier staan, praat geruststellend tegen de kleine, maar ga niet naar binnen. "Ga maar lekker slapen, er is niets aan de hand. Welterusten. Tot morgen!" Laat buiten de deur, dus niet in de kinderkamer, het licht branden.
Haal niet de speen weer van stal en neem het kind niet op (zie 'Zorgen? Slaap' in het vijfde deel van Het groot opvoedboek.)
De angst voor vreemden is vaak heel uitgesproken. Respecteer die angst! Het is helemaal niet slecht voor een kind van deze leeftijd om geen andere volwassenen (of kinderen) te ontmoeten.
Laat je niet bang maken: "Hij moet toch met anderen in aanraking komen, anders blijft hij immers zo bang!" Nee hoor, dat blijft hij niet.
Het zware werk vindt plaats in het innerlijk van het kind. Zorg daarom dat het uiterlijke zoveel mogelijk gelijk blijft.
Slik je trots in als de kleine de voorkeur geeft aan iemand anders dan jij!
Je kunt op een uiterst pijnlijke manier worden afgewezen. Geef dan desondanks een kus of een knuffel, om aan te geven dat je er bent met je liefde, zonder dat je om die reden opdringerig wordt. Wacht op betere tijden.
Een kersverse moeder kan zowel liefde als haat voelen voor haar pasgeboren kind en gedachten over leven en dood koesteren ten aanzien van haar kind.
Ook het kind dat een eigen ik heeft gekregen wordt gekweld door allerlei tegenstrijdige gevoelens.
Wees niet bang voor eventuele agressieve uitingen. Het kind moet kunnen reageren op een verandering die beangstigend is. Maar sta niet toe dat het kind jou of iemand anders slaat.
Geweld en destructief gedrag moeten met liefde bestreden worden.
Pak de kleine handjes die slaan en laat ze in plaats daarvan strelen, of houd ze opzij en kus en streel de kleine zelf.
Toon rustig en duidelijk je eigen onvermoeibare liefde. Loop vervolgens weg en laat het kind met rust!
Voorkom dat het kind zichzelf iets aandoet. Plaats beschermranden in het bedje! Het bonken zelf moet je echter niet verhinderen.
Laat in deze fase alle plannen varen die tot een verandering in de omgeving van het kind, inclusief de mensen die daarbij horen, kunnen leiden. Doe je best om andere oplossingen te vinden!
In een fase van ingrijpende innerlijke veranderingen moet een onveranderlijke omgeving de hoogste prioriteit hebben.
Gedraag je net als anders tegenover het kind wijs het niet af, overstelp het niet met medelijden, 'troost' het niet.
Behandel het kind zoals je een pas bevallen moeder zou behandelen: attent, maar niet met medelijden. Je bent bereid om haar inspanningen te verlichten, maar probeert haar niet onder curatele te stellen.
Net zoals de kersverse moeder past het kind dat een eigen ik heeft gekregen zich het gemakkelijkst aan de nieuwe levenssituatie aan, wanneer het dagelijks leven vertrouwd en vrij ongecompliceerd is en de omgeving warmte en geborgenheid, dus geen onrust, biedt.
Wat psychologen scheidingsangst noemen, is volgens mij dus de reactie van het kind op de geboorte van het eigen ik, vanuit de oude vertrouwde situatie waarin het kind een deel uitmaakte van een omringend geheel, zoals het in de baarmoeder deel uitmaakte van het lichaam van de moeder.
Ik geloof niet dat het gaat om de angst om mama te verliezen, net zo min als de labiliteit van de pas bevallen vrouw kan worden toegeschreven aan haar angst om de pasgeboren baby te verliezen.
Deel 5 - Opvoeding
Akelige Peter
Er was eens een jongetje dat Peter heette.
Al vanaf zijn geboorte was het een akelig joch. Hij huilde en huilde en 's nachts huilde hij nog het meest.
De arme ouders zuchtten:
"Wisten we maar wat we eraan konden doen!"
Kleine Peter groeide en werd groter, maar hetzelfde gold voor zijn akeligheid. Hij sloeg kopjes en glazen kort en klein, kreeg hysterische aanvallen, hij verbood zijn moeder naar het toilet te gaan, trok de hond aan zijn staart en sloeg zijn arme vader met de bezem tegen het hoofd.
Hij werd steeds akeliger en zijn ouders zuchtten en leden eronder:
"Wisten we maar wat we eraan konden doen!"
Kleine Peter ging naar de crèche. Daar ging hij herrie schoppen en schreeuwen, hij was net zo gemeen als thuis. Hij kon niet tegen zijn verlies en moest altijd de beste, de eerste en de grootste zijn.
De crècheleidsters kregen er een punthoofd van. Kleine Peter vocht en de arme ouders zuchtten vertwijfeld:
"Wisten we maar wat we eraan konden doen!"
Toen Peter vervolgens op school begon was hij zo mogelijk nog akeliger. Daar weigerde hij stil te zitten, hij saboteerde de les en sloeg het televisietoestel tegen de grond. In de gang vulde hij de laarzen van zijn klasgenoten met water en knoopte hun jassen aan elkaar. De schoolboeken maakte hij kapot en de juffrouw noemde hij een rotwijf.
De arme ouders zaten handenwringend bij de directeur:
"Wisten we maar wat we eraan konden doen!"
Kleine Peter werd steeds groter. Op school was hij allang in een speciale klas geplaatst, wanneer hij ten minste niet spijbelde. Allerlei artsen en deskundigen hadden kleine Peter inmiddels onderzocht en er werden allerlei ingewikkelde diagnoses gesteld. Hyperactiviteitstendentieuze provocatiereacties, HPR, was een van de hypothetische diagnoses die zijn arme ouders te horen kregen.
Ten einde raad wendden ze zich tot een radicale psycholoog die gespecialiseerd was in opvoedingskwesties.
"Hij moet zich kunnen uitleven!" zei de psycholoog.
Er kwamen nieuwe meubels in het huis en Peters vader stond op het randje van bankroet toen kleine Peter zich had uitgeleefd.
De jaren verstreken. Na verloop van tijd leerde Peter een meisje kennen. In één klap werd hij reuze lief en aardig! Zijn ouders straalden van vreugde.
Maar Peter was amper getrouwd, of zijn gewone, akelige ik kwam weer te voorschijn. Hij schreeuwde en tierde en zijn vrouw durfde geen mond open te doen.
In plaats daarvan huilde ze:
"Wist ik maar wat ik eraan kon doen!"
Toen werden Peters bejaarde ouders ziek. Ja, ze lagen zelfs op sterven, maar Peter, akelig als altijd, weigerde bij hen op bezoek te gaan.
Tegen zijn vrouw zei hij:
"Ze hebben zich immers nooit om mij bekommerd. Net als jij, trouwens!"
Maar zijn oude ouders hoorden wat hij had gezegd en barstten uit:
"We hebben toch alles voor je gedaan, Peter!"
"Nee," antwoordde Peter akeliger dan ooit.
"Wat hebben we dan niet gedaan?"
Toen verbrak Peter alle akeligheidsrecords.
"Jullie hebben mij nooit geleerd om samen met anderen te leven!" schreeuwde hij zo akelig mogelijk.
|