7 december 2011 door Marieke Laauwen

Ouders kapittelen is geen onderwijsbeleid

Is het niet meer de taak van de minister van Onderwijs om goed onderwijsbeleid te maken dan zich te bemoeien met de ouders? vraagt Marieke Laauwen zich af.

Minister Van Bijsterveldt vindt het belangrijk dat alle ouders prioriteit geven aan de opvoeding en aan de overdracht van waarden en normen. En dat ze, wanneer hun kinderen naar school gaan, tijd maken om deze cruciale fase zo goed mogelijk te begeleiden.

Dat mag ze vinden, en er zijn ook maar weinig mensen die een goed contact tussen ouders en school niet belangrijk vinden. De vraag is echter of het de taak van een minister is om een cliché als dit uitgebreid onder de aandacht te brengen.

Persoonlijk stokpaardje

Er waren interviews in kranten en op tv, er is een conferentie aangekondigd, de sociale media worden instelling gebracht, en er komt een bijzondere leerstoel. Allemaal om een persoonlijk stokpaardje van de minister kracht bij te zetten.

Lees het begin van de brief:

"De Onderwijsraad adviseert in haar advies 'Ouders als partners' de komende tijd vooral te investeren in partnerschap tussen ouders en school. Investeren in educatief partnerschap is belangrijk. Het thema ouderbetrokkenheid gaat voor mij echter over meer dan dat. Het gaat ook over de ouders als opvoeder, de school als gemeenschap en het gezag van de leraar."

Van Bijsterveldt gaat dus bewust verder dan de Onderwijsraad adviseert. Ze kiest ervoor om als minister van Onderwijs haar tijd, geld en energie te steken in juist die partner in dit partnerschap waar ze geen invloed op heeft. Terwijl ze als minister daarentegen een uitgelezen kans heeft om beleid te maken voor scholen.

Bijvoorbeeld. Mogen scholen contracten met ouders opstellen? Wat moet daar instaan? Hoe moet een school ouders informeren over beleidswijzigingen? Hoe moeten scholen omgaan met de privacy van de leerling? Hoe bereikbaar moeten scholen zijn voor ouders?

Het is de taak van de minister om beleid te maken. Niet om een maatschappelijk debat aan te zwengelen. Als lid van het kabinet en binnen haar eigen partij kan ze zich hard maken voor een klimaat waarin ouders de mogelijkheden krijgen om hun kinderen en hun school de broodnodige aandacht te geven.

Aandacht afleiden

Het meest storende aan de mediahype die Van Bijsterveldt gecreëerd heeft, is dat het zeer effectief de aandacht afleidt van het beleid dat de minister wél maakt, en dat ze afgelopen week aan de Kamer aanbood.

In de nieuwe wet op het Passend Onderwijs wordt het onderwijs voor kinderen met leer- of gedragsproblematiek ingrijpend gewijzigd. Tegen dit wetsvoorstel wordt door ouders al lang actie gevoerd, omdat hun invloed op de schoolloopbaan van hun kind drastisch verminderd wordt.

Oudervereniging Balans formuleerde het zo:

"Zo lang het geen beleid wordt om ouders als volwassen bekwame personen te zien die vanzelfsprekend betrokken worden bij het onderwijs aan hun kinderen, hen daarvoor gewoon het recht toekennen, zal er helaas nog een hoop energie verloren gaan aan frustraties tussen ouders en onderwijs. Echt zonde!" (Balans, 2011)

Burgerschapsvorming

De boodschap die Van Bijsterveldt ons door de strot wil drukken, is deze (eveneens uit haar brief aan de kamer):

"Dit betekent dat ouders een belangrijke taak hebben in het ondersteunen en respecteren van het gezag van de leraren. De leraar is de baas in de klas en de schooldirecteur bepaalt de regels binnen de school. De rol van ouders is om hun kinderen hierin op te voeden."

Persoonlijk doe ik met alle liefde vrijwilligerswerk op school. Ik ga mee naar de schooltuin, ik overleg regelmatig met leerkrachten over mijn kinderen, en mijn man zit in de MR. Ik overhoor topo en dicteewoordjes en ik lees veel voor.

Maar ik ben niet van plan om mijn kinderen alleen maar ja en amen tegen de meester laten zeggen. Zelf zeg ik ook niet louter ja en amen tegen bazen, scholen en ministers. Ik leer mijn kinderen hoe je het op een respectvolle manier oneens kunt zijn met iemand. Wat ook de meester of de juf kan zijn. Dat is nuttig voor later.

Het is burgerschapsvorming. Kent u die term nog? Rond 2001 moesten al onze kinderen dat ineens leren, vond de toenmalige minister van Onderwijs. Dát vond ik nuttig.

Bronnen