|
Opinie - echtscheiding
7 oktober 2005
Binnenkort behandelt de Tweede Kamer twee wetsvoorstellen over echtscheiding. In een daarvan staat het concept 'gelijkwaardige voortzetting van het ouderschap' centraal.
Liesbeth Groenhuijsen, psycholoog/orthopedagoog en specialist op het gebied van kinderen en echtscheiding, vindt het een gevaarlijk principe, dat slecht kan uitpakken voor veel kinderen.
Gelijkwaardige voortzetting van het ouderschap benadeelt kinderen
door Liesbeth Groenhuijsen
Kinderen wonen gewoonlijk met hun ouder(s) in een huis. Dat huis is een thuis, een plek die vertrouwd is. Je hebt er je eigen speelgoed, je bed, je weet hoe het ruikt en klinkt, je kent er de regels. Je veilig voelen en niet hoeven nadenken over de basale voorwaarden van het bestaan, maakt dat je als kind al je energie kunt inzetten om te spelen, te leren en je mogelijkheden te ontwikkelen.
Maar: zo'n 30.000 kinderen per jaar maken de scheiding van hun ouders mee en dreigen door het opsplitsen van hun leven te worden tot personen zonder vaste woon- of verblijfplaats. Hoe zit dat?
Verdeling van de ouderlijke zorg
Binnenkort behandelt de Tweede Kamer twee wetsvoorstellen over echtscheiding. Een belangrijk onderdeel in het voorstel van kamerlid Luchtenveld (VVD) is het ouderschap na de scheiding. Ik licht er één aspect uit: het verdelen van de ouderlijke zorg.
Op dit moment is het meestal zo dat het kind bij één ouder woont. Dat is zijn 'hoofdverblijfplaats'. Luchtenveld pleit voor een wettelijke verankering van 'gelijkwaardige voortzetting' van het ouderschap. Uitgangspunt is dat het kind gedeeltelijk bij de vader en gedeeltelijk bij de moeder woont. Slechts in speciale omstandigheden kan er volgens Luchtenveld sprake zijn van een hoofdverblijf bij één ouder.
Ernstig negatieve gevolgen
De bedoeling is goed: men wil voorkomen dat kinderen en ouders elkaar verliezen na een scheiding. Er zullen ongetwijfeld kinderen zijn die bij dat verdeelde wonen goed zullen gedijen, maar voor heel veel kinderen zal het ernstig negatieve gevolgen kunnen hebben, als ze niet meer gewoon in één huis wonen, maar verdeeld worden over de ouders.
Sommige kinderen gedijen goed als ze afwisselend bij beide ouders wonen, voor anderen is dat absoluut onwenselijk. Ik ken in de hele geschiedenis van de pedagogiek niemand die pleitte voor twee huizen. Integendeel, kinderen vragen rust en geborgenheid. Maar als de ouders scheiden, is twee huizen ineens het allerbeste? Het beste voor het kind of voor de ouders?
Voor ouders is het verschrikkelijk om hun kind minder bij zich te hebben.
Ex-ouders bestaan toch niet? Dat klopt. Ieder kind zal altijd deze heel exclusieve relatie met zijn eigen ouders behouden. Maar of ouders na scheiding optimaal samen opvoeder kunnen zijn, dat is echt iets anders.
Ingrijpende veranderingen
Een echtscheiding brengt ingrijpende veranderingen met zich mee. Je moet:
alléén opvoeden;
je verdriet en boosheid verwerken;
je praktische situatie reorganiseren;
de bezittingen verdelen met je ex;
vertrouwen opbouwen in je ex als opvoeder.
Dit alles zorgt ervoor dat je ook als ouder tijdelijk wat minder zult presteren. Maar ook de kinderen zullen anders zijn dan voorheen. Ze hebben verdriet, hun vertrouwen is geschokt, ze zijn lastiger of juist stiller. Het kind heeft dus juist nú een betere opvoeder nodig dan voorheen.
Maatwerk
Het idee dat iedere ouder vlak na de scheiding opvoedingstaken kan delen, is echt veel te rooskleurig. Er is maatwerk nodig.
Wie het kind centraal stelt, weet dat bij het maken van een regeling na een scheiding rekening gehouden moet worden met zaken als:
de leeftijd van het kind;
de persoonlijkheid van het kind;
de manier waarop het kind de scheiding verwerkt;
de zorg die het kind nodig heeft;
het soort band dat het kind met zijn (afzonderlijke) ouders heeft;
de opvoedingsrelatie die het kind met zijn (afzonderlijke) ouders heeft.
Daarnaast zijn van belang:
de woonsituatie - een flinke afstand tussen de twee woonhuizen kan betekenen dat je niet met je vrienden kunt spelen, de sporttraining moet overslaan, en niet voor je huisdier kunt zorgen;
de opvoedingservaring - een ouder die tijdens het huwelijk niet of weinig voor de kinderen heeft gezorgd, kan over het algemeen niet vanzelf de moeilijke opvoedingstaak na de scheiding op zich nemen. Een goede (pedagogische en emotionele) relatie vóór de scheiding is een noodzakelijk fundament voor een goede relatie ná de scheiding;
emoties - de conflicten tussen de ouders moeten beheersbaar zijn, anders kan het contact verworden tot een bedreiging voor de ontwikkeling van het kind.
Het zal duidelijk zijn dat één vast principe dat de opvoeding gedeeld moet worden, de ruimte vermindert om aan al die individuele belangen recht te kunnen doen.
Kinderleed is minder fotogeniek dan Zorro
Het verdriet van ouders die hun kind niet of onvoldoende zien, raakt ons. Het haalt de kranten, met foto's van vaders die hun leed van daken en bruggen schreeuwen, vermomd als Zorro of Batman. Het leed van de kinderen is minder fotogeniek. Zij dragen hun verhaal niet uit. Ze voelen zich schuldig over hun boosheid. Ze maken zich klein en onzichtbaar, in plaats van onze aandacht te trekken.
Soms vertellen ze het een en ander in de beslotenheid van de spreekkamer. Zoals de 8-jarige Thomas, die steeds drie dagen bij de ene ouder is en dan weer naar de andere ouder gaat. Hij zegt dat het een 'eerlijke' regeling is, want nu hoeft geen van de ouders hem lang te missen. Alleen is het rot dat hij bij iedere wissel een dag lang pijn in zijn buik heeft, omdat hij bang is dat ze weer ruzie gaan maken en hem gaan uithoren. Hij durft hen dat niet te zeggen, want ze hebben al zoveel verdriet.
Zo moet het niet!
Wie het ene recht verabsoluteert en de ruimte beperkt om het te wegen in samenhang met andere ontwikkelingsbelangen, kan kinderen ernstig tekort doen. Zo moet het dus niet.
Wonen in twee huizen is maar voor enkelen weggelegd. Een eigen huis, met je eigen bed, de vertrouwde geluiden en regels, is voor veel kinderen de noodzakelijke veilige basis om zich weer stabiel te gaan voelen. Alleen dan zijn ze in staat om de relatie met de andere ouder voort te zetten op een manier die hun ontwikkeling bevordert. En daar moet het toch allemaal om begonnen zijn.
Ik hoop dat de politici die deze maand besluiten moeten nemen, er in slagen om in hun hoofd en in hun hart Thomas en al die duizenden andere kinderen te laten meepraten.
Liesbeth Groenhuijsen
p/a redactie@ouders.nl
Openbare discussie
Wat vindt u van deze opinie? Discussieer mee op ons forum, in de rubriek "Algemeen". De stelling luidt: "Het is in het belang van de kinderen om wettelijk te verankeren dat zij na de scheiding deels bij de moeder en deels bij de vader wonen". (Dus: conform het wetsvoorstel, en precies dategene wat Liesbeth Groenhuijsen niet zou willen).
Zie: Discussie echtscheiding.
Reacties van lezers
Beste Mevrouw Groenhuijsen,
Ik vind het een goed artikel in die zin dat het duidelijk de nadelen belicht voor een kind als het woont in twee huizen. Echter, waar zijn de voordelen? Die moeten er toch ook zijn voor de kinderen? Of zijn de voordelen er alleen voor de ouders?
Ik pleit er zeker voor dat kinderen behoefte hebben aan structuur en regelmaat in hun leven. Maar waarom zou die structuur en regelmaat er niet kunnen zijn in twee huizen? Indien er een duidelijke afspraak is tussen beide ouders/opvoeders kan ook opvoeding in twe huizen structuur en regelmaat geven aan de kinderen.
Het probleem zit 'm niet zozeer in de beleving van het kind ten aanzien van het feit dat hij of zij 3 dagen bij papa en 4 dagen bij mama woont. Het zit 'm veel meer in de beleving van de ouders. Het graag willen bezitten van de kinderen. De andere ouder niet vertrouwen in de wijze waarop deze de opvoeding van de kinderen doet.
Inderdaad: het kind gaat zich vervelend voelen op de dag van de overgang. Maar dat komt door de ouders en niet door de overgang. Gescheiden ouders moeten het belang van het kind voorop stellen en dit niet verwarren met hun eigen belang. Zij moeten het machtsspel naar de andere ouder laten voor wat het is en een nieuw leven aangaan, een nieuwe toekomst. Don't look back, look ahead!
Je moet het kind laten zien dat zowel mama als papa gelukkig zijn. Dat wil het kind ook. Geen ruzie en geen strijd meer.
Wat dit betreft moet de wetgever veel meer streven naar gelijkheid van beide ouders ten aanzien van het kind. Hiermee nemen ze het eeuwig getouwtrek weg.... Geef beide ouders evenveel macht en zeggenschap. Geen machtsspel en frustreren van de andere ouder, op welke wijze dan ook.
Mijns inziens worden de kinderen niet verscheurd door een scheiding of door een co-ouderschap met een nette omgangsregeling maar meer door hoe de ouders zich tegenover elkaar opstellen. Is het niet belangrijk voor een kind om beide (biologische) ouders evenveel of bijna evenveel te zien? Is het voor een kind niet belangrijk om te zien dat de ene ouder niet gereduceerd wordt tot een tweederangs opa of oma? Is het voor een kind niet belangrijk om door beide ouders opgevoed te worden?
Een echtscheiding hoeft niet zo moeilijk te zijn. Het probleem is dat een echtscheiding langer duurt dan wenselijk is, voor alle partijen, zowel de kinderen als de ouders. Voor de kinderen is het van belang dat die echtscheidingsspanning snel weg is en iedereen verder kan met zijn (nieuwe) leven. Pas dan komt er rust, structuur en regelmaat, maar vooral ook duidelijkheid.
Vaak zien we dat advocaten de voortgang van de echtscheiding frustreren, door niet iedereen gelijk te behandelen en te proberen het meeste voor hun cliënt eruit te slepen. De echtscheiding mondt dan uit in een oorlog en een machtsstrijd. Alleen... deze oorleg kent geen overwinnaars, maar wel verliezers.
Ik ken wel degelijk pedagogen/kinder-psychotherapeuten die een co-ouderschap met een gelijk verdeelde omgangsregeling toejuichen. We hebben nog een lange weg te gaan in Nederland, en ik ben bang dat het nog een generatie zal duren voordat hiervoor een goede oplossing geboden zal worden, waarin alle partijen (kinderen én ouders) zich goed zullen kunnen vinden.
Misschien is het wachten op beslissingen gemaakt door een generatie die is voortgekomen uit gescheiden gezinnen? Wie weet.
Vriendelijke groet,
Wilfred Scherpenzeel
Dit artikel werd eerder gepubliceerd in het dagblad Trouw.
Liesbeth Groenhuijsen is GZ-psycholoog, NVO-orthopedagoog, en werkzaam als gedragsdeskundige bij de Kinderbescherming. Daarnaast heeft zij een particuliere pedagogische adviespraktijk.
In de Ouders Online-reeks publiceerde zij het boek En ze leefden nog lang en gelukkig - Over kinderen en scheiding.
|