logo Ouders Online

home forum chat thema-pagina's vraagbaken video koopjeskelder surf-tips snuffelgids service colofon

Magazine - redactionele artikelen
 Actueel
 Archief opinies
Opinie - Handvaardigheid

24 oktober 2008

Niet alleen rekenen en taal moeten weer in ere hersteld worden, maar ook de traditionele handvaardigheid, vindt Mirjam Janssen. "De huidige manier van knutselen past in de mentaliteit dat je nergens verstand van hoeft te hebben".
 


Leer basisschoolleerlingen weer handwerken

door Mirjam Janssen

Bijna een heel schooljaar heb ik er in de 4e klas van de lagere school over gedaan om een pop te breien. Het was een pop uit één stuk. Je moest de steken en de ribbels goed tellen om de voor- en achterkant precies even groot te maken. Het was een verschrikkelijke klus. Ik liet steeds steken vallen of trok de draad zo strak aan dat ik de pen nauwelijks meer tussen de lussen kreeg. Met jaloezie zag ik de jongens naar het handenarbeidlokaal gaan waar ze zaagden en timmerden. Uiteindelijk heeft mijn oma de pop stiekem afgebreid.

Hoewel ik er niet de beste herinneringen aan heb, vind ik die ouderwetse handwerklessen achteraf heel nuttig. Op mijn 12e kon ik (min of meer) breien, haken, borduren, knopen aanzetten en kleine reparaties aan kledingstukken verrichten. En de jongens uit mijn klas konden basale dingen met hamer, zaag en soldeerbout.

Ik heb me er vaak over verwonderd dat basisscholen niet meer dit soort vaardigheden doceren. Op de school van mijn kinderen, en ik denk niet dat die een uitzondering vormt, wordt veel geknutseld aan de hand van thema's. Naast een heleboel seizoensgebonden maaksels, levert dat werkstukjes op over dromen, het milieu of dieren. En een enkele keer doen ze aan echte kunst. Dan plakken ze als Mondriaan of knippen figuurtjes uit als Matisse.

Een rondgang langs handvaardigheid-sites voor leerkrachten levert tips op voor pastahuisjes, maskers van papier-maché, stempels en sjablonen. En 'vakoverstijgend' als het even kan. Dat wil zeggen dat er gekleurd of geplakt wordt in het kader van de aardrijkskunde- of geschiedenisles.

De resultaten zijn steevast schattig. Dat komt niet doordat de kinderen zo kunstzinnig zijn, maar doordat het hele knutselproces in zóveel veilige stapjes is opgeknipt en voorgeprogrammeerd dat er weinig mis kan gaan. Waar mijn eigen generatie nog met bloed, zweet en tranen een lap moest breien, houdt 'werken met wol' tegenwoordig in dat kinderen wat sliertjes wol op de kin van een zelf geverfd poppetje plakken.

Dit soort lessen wekt het misverstand dat voor creativiteit geen vakmanschap nodig is. Het zal de kinderen vast veel zelfvertrouwen geven, maar eigenlijk presteren ze weinig. Het is alsof ze taal zonder spelling leren. Bovendien geeft het een volkomen verkeerd beeld van echte kunst. Karel Appel mag dan gezegd hebben dat hij maar wat aan rotzooide, maar wie goed kijkt weet dat het niet waar is.

Kunst maken is een vak waarvoor je veel moet oefenen en waarbij heel veel mislukt, zeker in het begin. Door eindeloos te prutsen op een lap, of te schaven aan een houten bakje, leer je de nederigheid, die het begin is van echt leren. De huidige manier van knutselen past in de mentaliteit dat je nergens verstand van hoeft te hebben. Dat het beter is om manager te zijn dan vakman.

De achterstand bij handenarbeid wordt op de middelbare school enigszins goedgemaakt tijdens het vak techniek. Maar handwerken leert vrijwel niemand meer, alleen Vrije Scholen besteden er nog aandacht aan. Waarschijnlijk is het afgeschaft als te truttig en te ongeëmancipeerd.

Toch zou het goed zijn als basisschoolleerlingen af en toe ook iets praktisch leerden, waarbij jongens en meisjes natuurlijk niet gescheiden moeten worden. Het huidige gefröbel komt alleen van pas bij het maken van Sinterklaas-surprises.

Het is bevredigend om iets te leren wat je werkelijk kunt gebruiken. En als je daarvoor te onhandig blijkt, heb je respect voor mensen die het wel kunnen, omdat je weet hoe moeilijk het is om echt iets bijzonders te maken.

Mirjam Janssen
p/a redactie@ouders.nl


Reacties

1.

Helemaal mee eens! De jeugd moet zeker leren handwerken. Maar is het niet veel leuker om dat van je oma of moeder te leren? Ik heb mijn breikennis in ieder geval niet op school opgedaan destijds, met die akelig strakke katoen en te dunne kleine naaldjes, maar gezellig bij oma thuis, in haar accent napratend "ean recht, ean averecht". En zo leert mijn dochter nu van mij breien.

Maar verder, mee eens, niks zo goed als ook echte technieken beheersen en er iets concreets mee kunnen maken!

Alleen, klein puntje, knutselen is mijn sterkste kant niet, en ik zie dat mijn man vaak doen met de kinderen en kan alleen maar concluderen: knutselen is OOK een vak, de juiste techniek bij de juiste materialen toepassen.

Uiteindelijk, zou ik zeggen, is dit een rechtuit pleidooi om de vakleerkracht handenarbeid weer terug op school te krijgen.

Oh alsjeblieft, laten we de klok terugzetten en laat kinderen weer gym, muziek, handenarbeid en indien gewenst, godsdienst krijgen van iemand die zijn of haar vak echt verstaat! Dat is pas een comeback van de vakman/vakvrouw!

En dan hebben de gewone juffen ondertussen tijd om hun taal en rekenlessen voor te bereiden ook belangrijk tenslotte.

(Mijn schoonmoeder, vakleerkracht handenarbeid, vertelde kort voor haar pensioen hoe groep 8ers niet eens wisten hoe ze met een liniaal moesten afmeten... brrr. Dat lijken mijn kinderen wel te leren op school, tenminste).

Wendie Molendijk


2.

Ik vind je column erg kort door de bocht en kwetsend naar het onderwijs, die al op allerlei manieren onderuit gehaald wordt. Een beetje meer respect voor de leerkracht was wel gepast geweest.

Op veel scholen wordt er wel aan de hand van moderne, methoden die voldoen aan de eisen van de inspectie gewerkt voor de vakken techniek, handvaardigheid en tekenen.

Ik zie je het graag zelf doen ik een klas van 33 kinderen met 5 kinderen die een beperking hebben. Want we hebben wel te maken met de eisen van de overheid passend onderwijs, de eisen die nu aan scholen en leerkrachten gesteld worden, zijn niet te vergelijken met vroeger.

Alice van Vliet


3.

Graag wil ik me aansluiten bij dit artikel. Ook ik erger me eraan dat kinderen niet meer leren breien en borduren (=kennis die je nodig hebt voor het aannaaien van een knoop), haken, enz. Ik leer het mijn kinderen nu zelf én hun vriendjes en vriendinnetjes. Ze vinden het stuk voor stuk geweldig om te doen en zijn trots op hun eigen gebreide sjaal of gehaakte etui of poppendas.

Breien alleen al is niet alleen een nuttige bezigheid maar ook heel meditatief. Je wordt er rustig van. Kinderen hebben een jachtig leven en daarom is het ook goed om met dit soort dingen bezig te zijn.

Wat me verder opvalt bij het huidige knutsel onderwijs, is dat het zo voorgekauwd is en weinig ruimte overlaat voor de creativiteit van het kind zelf. De hele klas maakt hetzelfde poppetje met dezelfde kleur haar. Niemand kan voor een snor kiezen of voor paars haar, nee het is al bepaald hoe het worden moet. Bij mijn kinderen die op zich van knutselen houden, heeft dit een negatief effect en ze gaan mopperen op het knutselen, ze vinden het niet meer leuk. Het is hetzelfde effect wat je vaak ziet bij kinderen op de middelbare school wanneer ze een verplichte boekenlijst hebben: zelfs de grootste boekenverslinders vinden lezen ineens niet meer leuk en het duurt jaren voordat ze daar overheen zijn.

Irene Easton


4.

Ik ben een vakleerkracht handwerken op een vrije school, en een ieder zou eens moeten weten en ook kunnen horen hoe enthousiast kinderen zijn als ze mogen handwerken!! Lees breien , haken en ook een echte topper is wolvilten.

Bij mij breien kinderen van 9 jaar met 5 breinaalden een muts in de mooiste kleuren, zelfs mijn zoon die les van mij krijgt stort zich vol overgave in het breien.

Er zit een verhaal, een doel achter het werken met je handen, even weg uit je hoofd!

Ik wil jullie van harte uitnodigen om eens te komen kijken!!!

Wilma Dales,
handwerkjuf Vrije basis school De Esch te Winterswijk


5.

Het stuk van Mirjam Janssen is mij uit het hart gegrepen. Ook ik (54) herinner me de kwellingen van het handwerken; wij mochten onze harlekijn dan wel in losse lapjes breien, maar vervolgens had de mijne armen en benen van totaal verschillend formaat. Ploeteren dus.

Maar ik beschik daardoor wel over basale naaldvakvaardigheden: kan zo nodig een zoom naaien en breien en haken. Alleen jammer dat in die tijd de jongens niet meededen (die gingen als de meisjes handwerkten zagen en schilderen, wat mij veel leuker leek).

De slotzin spreekt me zeer aan; respect voor vaardigheden die je geprobeerd hebt en niet goed kunt. Dit zal het respect (met name van hoger opgeleiden) voor ambachten in het algemeen ten goede komen.

Willemien


6.

Met veel interesse las ik uw stuk en ik wil er graag iets over kwijt. Mijns inziens trekt u niet een logische conclusie. Ik ben het met u eens dat creativiteit belangrijk is en dat Kunst vakmanschap is waarvoor geleerd dient te worden (en dus dat niet al het gefröbel Kunst is.) Het huidige in tientallen kleine stapjes opgeknipte geknutsel is dat niet. En dat ze eens iets zelf moeten doen, zonder alles maar na te doen. Eens. U draagt echter aan dat dit weer aan te leren is door het ouderwetse handwerken terug te brengen bloed zweet en tranen voor een gebreide of gehaakte pannenlap of een mooi geschaafd houten bakje. Bevrediging door iets te maken dat je kunt gebruiken. En deze conclusie deel ik niet.

Respect krijgen voor mensen die iets wél kunnen is in mijn ogen onafhankelijk van de gebruikswaarde van het voorwerp (een schilderij is voor mij tenminste geen gebruiksvoorwerp). Tevens ben ik van mening dat allemaal een pannenlap of een houten bakje maken van minder eigen creativiteit (namelijk: een interpretatie van iets) getuigt dan een eigen bedacht knutselwerk in het kader van de les.

Maar het belangrijkste is dat u voorbij gaat aan de crux van uw betoog: het zelf doen, het leren door oefenen, vallen en opstaan. Dit kan prima met knutselen en werken met allerlei materialen én nog vakoverschrijdend ook: knip het proces niet langer op in al die veilige, kleine stapjes, maar geef de kinderen de tijd en laat hen zélf ontdekken en uitproberen wat ze met het materiaal kunnen doen en ontdekken hoe ze iets kunnen maken. Duurt wel wat langer, maar ook dit kost bloed, zweet en tranen en bevordert bovendien tevens het eigen oplossend vermogen en de creativiteit (en verlost bovendien al die magnetron kokende ouders van al die nutteloze pannenlappen... maar dit ter zijde).

Isabelle Peper
(moeder van een creatieve kleine meid die pissig wordt als zij niet kan knutselen of schilderen wat mamma wel kan en die ik dan probeer bij te brengen dat niet alles in een keer lukt en die bovendien érg blij is dat ze zelf geen pannenlappen meer hoeft te haken, laat staan een pop breien...)


7.

Blog van Frank Jongbloed (leerkracht primair onderwijs):
Heet van de naald


8.

Ik ben het zo met je eens. Volgens mij is het een vorm van gemakzucht. Plakken en verven kan iedereen, daar hoef je in de huidige grote klassen niet zo veel bij te helpen. Maar mijn kinderen kunnen da'lijk niet eens knopen aannaaien! Nou ja, dat leer ik ze natuurlijk wel zelf, maar van breien, borduren en haken hebben ze geen idee.

Waar is de handwerkjuf gebleven? Bij ons had je daar vroeger een vakleerkracht voor.

Gerda


9.

Ik ben het grotendeels wel met Mirjam Janssen eens. Alleen: kunst leren maken is net weer iets anders dan ambachten aanleren zoals breien of schaven. Er zijn voorbeelden van hedendaagse beeldend kunstenaars of designers die kunstwerken breien, of op hun schilderijen borduren. Ook kunnen veel hedendaagse beeldhouwers heel goed overweg met de figuurzaag en de blokschaaf.

Ik denk dat het leren van ambachtelijk handwerk (handvaardigheid, kunstambacht of kunstnijverheid) ook niet specifiek de basis legt voor het maken van kunst. Wel zijn het oefenen in geduld, het met je handen werken of het produceren van iets nuttigs, heel aardige leermomenten in een kinderleven waar je later als groot mens of kunstenaar ook nog iets aan hebt.

Of dat door leren breien komt... misschien is het zo dat je met klassikaal wieden in de schoolmoestuin ook een heel eind komt.

Terug naar het leren knopen aanzetten of zwaluwstaartverbindingen zagen. Ja, natuurlijk moet ieder kind dat leren, de vraag is of dat op school of thuis of op allebei moet (da's natuurlijk het meest effectief). Maar de schone kunstambachten leiden niet tot een beter begrip voor de kunst. Dat hoeft ook helemaal niet, het zijn hartstikke nuttige vakken van zichzelf. Ik zou ze dan ook graag meer uit elkaar trekken en ook op de basisschool bij een vak als techniek onderbrengen.

Natuurlijk zijn er dwarsverbanden tussen de kunstambachten en de kunsten, net als er dwarsverbanden zijn tussen knopen aanzetten of patronen uitknippen en wiskundig of ruimtelijk inzicht, rekenen en meetkunde. Geldt ook voor zwaluwstaartverbindingen of potten bakken, de Gulden Snede en perspectieftekenen.

Ambachtelijke amateurkunstenaars zoals merklappenborduursters of houtdraaiers, maken vaak heel expressief werk. Vrijwel alle kinderen tekenen, net als vrijwel alle kunstenaars dus zouden kinderen door het zelf doen ook toegang tot de wereld van de kunst kunnen krijgen.

Misschien is dat zo, ik zie wel dat kinderen meer van Kunst en kunstenaars snappen als ze er eentje live ontmoeten dan als ze een verhaaltje over hem horen vertellen door educatiemedewerker X in museum Y, of de opdracht van juf Z volgen die ook niet (meer) weet hoe het voelt als je de beelden wilt tekenen die je in je hoofd hebt.

Want een kind leert m.i. helemaal geen donder van kunst door een Mondriaan te plakken van strookjes zwart, en blokjes rood, geel en blauw papier op een wit vel A3 (zoals mijn kleuterdochter vorig jaar mocht). Dat was zo hemeltergend fout dat het weer geestig werd. De juf had zelfs verteld over de bedoelingen van de kunstenaar, met de opmerking dat deze kunstenaar net als de kleuters ook erg van primaire kleuren hield en dat kunstenaars ook vaak niet precies weten wat ze doen.

Wij (beiden kunstenaar) hebben er thuis heel hard om moeten lachen. De juf had het ook maar uit een boekje.

Kunstopdrachten in het onderwijs zijn volledig losgetrokken uit het maakproces waaruit ze oorspronkelijk zijn voortgekomen. De huidige handvaardigheidsites zijn inderdaad rijkelijk gevuld met recepten voor productgerichte nepkunstwerkjes, inclusief kleine hapjes receptieve kunstbeschouwing zoals dat in vakjargon heet. Ook wordt het de leerkrachten zo makkelijk mogelijk gemaakt om i.h.k.v. thema's (bv. een Milieuweek) ook een milieukunstopdracht te geven met voorbeelden van afvalkunst uit de kunstgeschiedenis. Die receptenboekjes hebben ze ook voor taal en rekenen, alle methodes zijn zo ingericht. Kunsteducatieve diensten hebben zich ook in deze koers bekwaamd door het uitgeven van leskisten met Kunstworkshops Schoenen oppimpen met spiegeltjes en kraaltjes of Dromen verbeelden in schoenendozen.

Niet alleen op school, ook in musea worden kunstkeukens ingericht voor de jonge bezoekertjes. Elk zichzelf respecterend museum heeft tegenwoordig een educatieve dienst die recepten ontwikkelt waarbij men eerst met een kijkwijzer door het museum loopt en vervolgens stapsgewijs bij wijze van spreken een Mondriaan mag naschilderen. Lees de foldertjes er maar op na, letterlijk staat het er: Je MAG na afloop zelf ook een kunstwerk maken. Nou, fijn, juf!

Kinderen kunnen dan wel van zichzelf knutselen, tekenen of schilderen, maar zo gedacht wordt het maken van beeldende kunst inderdaad gereduceerd tot het uitvoeren van een kunstje.

Met het literatuuronderwijs is het beter gesteld, want stel je voor: je leest een stukje Mei van Gorter voor in groep 5, en dan mogen de kinderen zelf ook een rijmpje maken. Of je laat een stukje Sacre du Printemps van Stravinsky horen... en nou mogen jullie hieruit een stukje naspelen.

Hoe lekker het smeren van verf of het hakken in steen ook kan zijn, beeldend kunstenaars zijn bovenal kijkers. Karel Appel rotzooide met verf omdat hij heel goed kon kijken naar zijn eigen werk. Kinderen leren dat niet door iets oppervlakkig na te bootsen, na even oppervlakkige verhaaltjes over kunsttheorie of levensverhalen over halve gare geniën aan te hebben gehoord. Want altijd worden de eigenaardigheden van de kunstenaar beklemtoond.

Kunst maken = techniek + idee. Het is een ontwikkeling die elke kunstenaar doormaakt door jaren & jaren gepiel in het atelier. Eindeloos kijken, eindeloos veel weggooien. Het is net als moestuinieren: 90 % wieden, 10 % oogsten. Ik ben ervan overtuigd dat het met kinderen bezoeken van een kunstenaar in zijn atelier, de beste manier is om kinderen iets te leren over kunst maken. Het liefst gevolgd door een sessie samenwerken: kunstenaar en kinderen die samen maar wat aanrotzooien met materialen. De kinderen bevragen onderwijl de kunstenaar, de kunstenaar bevraagt de kinderen. En meer hoeft het wat mij betreft niet te zijn.

Nagaand hoe ik tot het vak (officieel ben ik beeldhouwer) ben gekomen, is dat echt niet omdat ik heb leren macrameeën, solderen en pitrieten op de basisschool. Dat deed ik ook wel graag omdat ik nou eenmaal handig ben met mijn vingers, net zoals ik graag meubeltjes ontwierp en figuurzaagde voor de Barbies en kleertjes voor hen ontwierp en naaide. Ik ben in de kunst verzeild geraakt omdat ik zo hield van tekenen èn van illustraties in kinderboeken: Fiep Westendorp was mijn grote voorbeeld toen ik 6, 7, 8 was. En ook omdat ik barstte van de ideeën. Dat is nooit opgehouden.

Daarnaast klus ik en naai ik nog steeds kleding, maar dat vind ik zelf van een heel andere orde.

S. Kamps
Kunstenaar docent


10.

Wat jammer dat mw. Janssen op de school van haar kinderen kijkt en dat als norm voor de rest van Nederland, behalve de Vrije Scholen, neerlegt.

Gelukkig voor de kinderen van nu hoeven we geen broddellappen of poppen of sokken meer te breien. Gelukkig mogen de kinderen binnen thema's werken en daarbinnen hun creativiteit gebruiken.

"Het is bevredigend om iets te leren wat je werkelijk kunt gebruiken." Dat is het zeker. Dus als wij (juf en kinderen) binnen een winterthema bezig zijn met het maken van een stoffen sneeuwman en vinden dat die een muts en/of een sjaal nodig heeft dan breien, of punniken wij die. Willen ze knoopjes op de buik, dan naaien we die aan. Indien kinderen het belangrijk vinden dat er goed vervoer nodig is voor de sneeuwman, dan maken wij sledes van hout. Dus ook werkelijk te gebruiken!

Als er kinderen zijn die met naald 2 en katoen nog sokken willen leren breien met hiel en teenstukken, dan zullen wat dat ten sterkste afraden. Het gepruts en gezwoeg, inclusief zweethanden en de nodige frustraties dagen niet uit om ooit nog iets te doen met wol en stof in het verdere leven.

Verder schrijft mw. Janssen dat 'De achterstand bij handenarbeid wordt op de middelbare school enigszins goedgemaakt tijdens het vak techniek.' Jammer dat op de school van haar kinderen het vak techniek blijkbaar niet gegeven wordt. Dat gebeurt bij ons wel. Wij gebruiken ook leerlijnen voor de groepen 1 tot en met 8 om goed handvaardigheidslessen te kunnen geven, evenals voor de tekenlessen, muziek, dans en drama.

Wat ook jammer is, is dat de budgetten om goed handvaardigheid te geven verkleint en verkleint zijn door de jaren heen. Dat de lumpsum ook zeker niet geholpen heeft om die budgetten te vergroten, zodat je wat meer kunt doen dan werken met 'kosteloze' materialen of papier. Wat ook jammer is dat door de huidige normen voor aantallen leerlingen en de besteedbare vierkante meters in een school zeer veel handenarbeidlokalen het loodje hebben moeten leggen om omgetoverd te moeten worden tot reguliere lokalen. Weg met de werkbanken en de specifieke inrichting waardoor je veel breder les kunt geven. Op het nieuwe meubilair in de groepen zal niet snel gezaagd of getimmerd kunnen worden.

Praktisch leren. We zijn er de hele dag mee bezig. Maar wat praktisch is voor mw. Janssen hoeft niet praktisch te zijn voor de leerlingen van nu. En als je alleen door je eigen onhandigheid respect voor anderen kunt hebben, dan moet je nog veel leren over wat respect is en inhoud.

Anja Brandse
leerkracht groep 3


11.

Met veel plezier las ik het bericht over het achterblijven van handvaardigheden bij basisschoolkinderen. Een tijdje geleden werd ik ingeschakeld in Delft, om in het kader van de Brede School brugklassers een aantal lessen "pimp mijn kleding" te geven. Ook hier was alles bijna voorgekauwd. Desondanks bleken de 13/14 jarigen niet in staat te zijn ook maar een draad door hun naald te krijgen, laat staan een knoop of lapje stof vast te zetten. Toen ik vroeg of ze nooit knutselden en of hun moeder(ouders) nooit eens iets handvaardigs met hun deed, was het antwoord: "nee, daar heeft ze echt geen tijd voor. Ik heb een moderne moeder". Daar kreeg ik lichtelijk jeuk van.

Mensen reageren altijd erg verbaasd als ze iemand van mijn leeftijd (28) voor de naailes krijgen, omdat het een soort uitgestorven vak blijkt te zijn. Ik weet dat ik als jong meisje, altijd erg genoot van de handwerkklasjes. Even helemaal met je dingetje bezig zijn en daar volledig in op gaan. Ik hoor mensen in mijn naailessen letterlijk zeggen, dat ze er altijd zo rustig vandaan komen. Inderdaad doordat je een stukje respect voor het vakmanschap leert ontwikkelen. Hand oogcoördinatie wordt vergroot. Creatief denkvermogen wordt ontwikkeld.

Ik heb mode gestudeerd aan de kunstacademie en ben afgestudeerd coupeuse. Ook al was mijn opleiding docent handvaardigheid met name op de middelbare school gericht, mocht de handwerkles weer tot leven worden geroepen in het basisonderwijs, dan houd ik mij van harte aanbevolen!

Met vriendelijke groet,
A.H. Nijhof


12.

Hear Hear!

Ik kan ook niet breien. Dat heb ik geboycot na seksescheiding in de klas (meisjes breien, jongens leuke dingen maken) maar ik merk ook dat bijna mijn hele generatie (40) naar heur moeder rent als er wat versteld of gerepareerd moet worden aan kleding, etc.

Verder zie ik deze ontwikkeling van 'het nieuwe knutselen' (alles moet makkelijk zijn en leuk en anders ga je toch wat anders doen) in het licht van een mentaliteitsverandering waarbij doorzetten en inzet en techniek-beheersing (of dat nu een handvaardigheid of sport is) als lastig wordt ervaren en er snel weer doorgeshopt wordt naar de volgende activiteit.

Ik zal niet snel gaan breien maar ik heb wel diep respect voor 'echte' ambachten en hun beoefenaars!

Daniela


Mirjam Janssen (1963) is freelance journalist en moeder van twee kinderen (van 9 en 12 jaar).


Copyright © 1996-2010 Ouders Online, alle rechten voorbehouden
Uitsluiting aansprakelijkheid | info@ouders.nl
Pagina voor het laatst bijgewerkt op: 31 oktober 2008