Terug naar overzicht Magazine

Opvoeding

Justine Pardoen
22 juni 2001

Pesten op de sportclub

Sport is competitie en competitie is winnen. Met wie kan ik winnen? Niet met dat kneusje. Die moet dus buitengesloten worden. Dat is pesten. In deze aflevering van de rubriek "Opvoeding" vertelt Bert Brinkman, trainer van een volleybal-club, hoe het werkt en wat je ertegen kunt doen. Om te beginnen: het onderkennen van het probleem.

Voor pestgedrag bij het sporten is nog veel te weinig aandacht, vindt Bert Brinkman, vader van drie kinderen, fervent sporter met ruim 20 jaar ervaring, en in zijn vrije tijd trainer van de jeugd bij een volleybal-vereniging.

Brinkman: "In mijn middelbare-schooltijd ben ik zelf ook enorm gepest, maar op de volleybal-club had ik het als kind heel erg naar mijn zin. Het was voor mij dan ook enorm schrikken toen ik later als trainer en ook als ouder ontdekte dat er ook binnen de sportclub gepest wordt."

Bij elke club
Niet zo lang geleden werd bekend gemaakt dat gesprekken bij de Onderwijstelefoon steeds vaker over pesten gaan. Pesten op school, meestal van leerlingen onderling. Maar ook bij het sporten pesten kinderen elkaar. Op de gymnastiekvereniging, bij de voetbalclub: bij elke sport in clubverband kan de sfeer in de groep letterlijk verpest zijn.

Er zijn geen cijfers dus bestaat het niet
Was het een incident, of ging het om iets wat vaker voorkomt? Brinkman ging op onderzoek uit.

In de meeste sportverenigingen staat men er niet bij stil dat kinderen elkaar ook dáár pesten. Laat staan dat er nagedacht wordt over een goed beleid om daarop te reageren. Een gepest kind verdwijnt gewoon van de club en daardoor blijft het probleem onzichtbaar. Brinkman: "Bij het ministerie van VWS werd me verteld dat er binnen de sport niet gepest wordt, alleen omdat er geen cijfers bekend zijn. Bovendien: sport is toch leuk, dat doen kinderen toch voor hun plezier?"

In de onderbroek naar de parkeerplaats
Brinkman is bang dat pesten op de sportclub veel vaker voorkomt dan we vermoeden. "Pesten is niet gemakkelijk te onderscheiden van competitief gedrag. In de competitie gaat het om de vraag wie de sterkste is, met kwesties als 'met wie kan ik kampioen worden en wie heb ik daar juist niet bij nodig?' Hierin ligt de kiem voor pestgedrag, dat begint met het buitensluiten van sommige kinderen."

"Ik ken afschuwelijke gevallen. Een kind dat onder de douche vastgehouden werd, terwijl de anderen over hem heen plasten. Een kind dat een luchtdruk-pistool op het hoofd gezet kreeg met de opmerking: 'als je het thuis vertelt, schiet ik je kop kapot'. Een jongen die in zijn onderbroek naar de parkeerplaats moest, omdat al zijn spullen buiten in de sneeuw onder een auto verstopt waren. Dat waren geen incidenten, maar treiterijen volgens een bepaald patroon."

Onderwijstelefoon
De Onderwijstelefoon is in 1995 ingesteld door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. Ouders, leerkrachten en leerlingen met vragen of problemen over het schoolklimaat, kunnen hier terecht bij professionele hulpverleners voor hulp, advies en informatie, zie:
www.aps.nl/onderwijstelefoon
tel. 0800-1608

Ouders moeten alerter worden
Hoe lang kunnen de sportbonden hun ogen hier nog voor sluiten? Brinkman hoopt dat het helpt als ook ouders alerter worden. Dat ze beseffen dat ze ook goed in de gaten moeten houden wat er op de sportclub gebeurt.

Brinkman: "Hulpverleners raden ouders van een kind dat op school gepest wordt, soms aan om het naar een sportclub te sturen. Maar als het kind daar ook gepest wordt, komt het van de regen in de drup. Want sportclubs zijn nog veel minder dan scholen toegerust om deze kinderen op te vangen en te begeleiden."

Controleren in de kleedkamer?
Mondjesmaat krijgt Brinkman bij sporttrainers en coaches aandacht voor het probleem. De website www.voetbaltrainers.net publiceerde een reeks artikelen van Brinkman, waarin hij aandacht vraagt voor het probleem. Uit de reacties daarop blijkt dat trainers en coaches het wel een belangrijk onderwerp vinden, maar dat ze er nog maar heel weinig mee uit de voeten kunnen.

Zo vraagt iemand zich af: "Het groepsgebeuren speelt zich voor een groot deel af in de kleedkamer. Hoe beïnvloed je dat als coach? Het is niet de bedoeling om na iedere training te lopen controleren, toch?"

Probleem van de hele groep
Het is ook niet gemakkelijk. Want wanneer gaat een gewoon plagerijtje over in pesten? Wat kan of moet een trainer doen om pestgedrag te voorkomen? Wat moet hij doen als hij ermee te maken krijgt? Waar kan een trainer of de sportvereniging terecht als ze hier hulp bij willen?

Brinkman: "Pestgedrag is een probleem van de hele groep. De rol van de trainer is heel belangrijk. Het hangt erg af van de leiderschapsstijl van de individuele trainer. Bij een autoritair leiderschap zie je vaker dat de groep een 'zondebok' aanwijst als bliksemafleider. Deze wordt dan net zolang gepest wordt tot hij de groep verlaat en daarna wordt gewoon een volgend slachtoffer gekozen. Het is dus voor trainers heel goed om eens kritisch te kijken naar hun leiderschapsstijl."

Toch vindt Brinkman niet dat het alleen de verantwoordelijkheid is van de trainer alleen om pesten te voorkomen, maar die van de hele club. Brinkman: "Je zou als club en ook binnen de bond een discussie moeten starten over de manier waarop je met elkaar omgaat. Over de normen en waarden binnen de club. Wat accepteer je, wat zijn de regels en afspraken en wat wordt beslist niet geaccepteerd. De kinderen zelf, maar ook de ouders moeten daarbij betrokken worden. Ook is het goed als je erover schrijft in het clubblad. Laat iedereen zien dat je als club pestgedrag niet tolereert en dat je het probleem serieus neemt."

Nog erger gepakt
"Soms wordt er incidenteel ingegrepen omdat de treiterijen de spuigaten uitlopen. Maar zo'n incidentele aanpak kan verkeerd uitpakken. Gepeste kinderen lopen de kans daarna nog erger gepakt te worden, omdat ze 'geklikt' hebben. Daarom is het goed om te streven naar een meer structurele aanpak."

Positieve uitzonderingen
Er zijn positieve uitzonderingen. Brinkman noemt het project 'De Waardevolle Club' van de Katholieke Sport Federatie. Dat project gaat verder dan strikt pestpreventie en omvat waarden en normen bij het sporten in het algemeen.

Maar in het algemeen vindt Brinkman de toestand zorgelijk en dat gaat hem aan het hart: "Kinderen hebben het recht – ieder op zijn of haar eigen niveau – om met plezier te kunnen sporten. Ik ben niet vies van resultaten en prestatie-gericht sporten, maar plezier moet het hoofddoel van de sport zijn."

Bert Brinkman (eam.brinkman@chello.nl) is psychiatrisch verpleegkundige in Apeldoorn. Hij is al 22 jaar volleybaltrainer op diverse niveaus, lid van de redactie van Volley Techno (vakblad voor volleybal-trainers) en lid van de projectgroep Mini-Volleybalplan van de Nevebo.

Meer informatie

  • De drie artikelen van Bert Brinkman op www.voetbaltrainers.net zijn te vinden onder 'Artikelen' (archief). Ze zijn voor het eerst gepubliceerd in Volley Techno – het vakblad voor leden van de Nederlandse Vereniging van Volleybal Oefenmeesters.
  • Algemene informatie over pesten: www.pesten.net/index_ouders.html
  • Reageren of uw verhaal vertellen:
    justine@ouders.nl.
  • Copyright © 1996-2001 Ouders Online
    Uitsluiting aansprakelijkheid
    Pagina voor het laatst bijgewerkt op: 23 juni 2001