|
|
 |
Preview - Goed opgevoed!
24 maart 2006
Met 'Goed opgevoed' is bespaar-goeroe Marieke Henselmans een nieuw pad ingeslagen. De omgang met geld is nu vervangen door de omgang met kinderen. Henselmans insteek is echter nog net zo positief en humoristisch als voorheen.
'Goed opgevoed' is geen gebruiksaanwijzing voor goed opvoeden en biedt geen oplossingen voor de dingen die er fout kunnen gaan. Maar wat is het dan wél? Een stimulans tot vrolijk opvoeden, door meer te kijken naar wat er wel is dan wat er niet is. Je leert kijken naar wat je baby al kan, en hoe leuk je puber eigenlijk is. Een positievere kijk op kinderen kun je je nauwelijks wensen.
Om alvast in de stemming te komen, publiceren we hieronder de inleiding van het boek.
Goed opgevoed! Kijk wat je kind al kan - met checklist (0-18 jaar)
door: Marieke Henselmans
uitg.: Van Gennep
ISBN: 90 551 5667 1
omvang: 272 pagina's
prijs: EUR 16,90
Goed opgevoed - Inleiding
door Marieke Henselmans
De vele opvoedprogramma's op televisie laten zien dat ouders steeds meer moeite lijken te hebben met de opvoeding van kinderen. Soms zijn er kinderen te zien die zich werkelijk krankzinnig gedragen. Kinderen van nog maar drie of vijf jaar oud die elkaar en de ouders schoppen, slaan, bespuwen en bijten. Die moedwillig van alles vernielen. Die zich na een reprimande met een holle rug in een achterwaartse stuip werpen, of het kronkelend als een slang op een krijsen zetten.
Door de supernanny, de EO- of RTL-deskundige worden de ouders aangemoedigd op rustige maar ferme toon 'Dat mag niet!' te zeggen en het monstertje op een 'stoutkrukje' of in een 'nadenkkamer' neer te planten. Wat is er in vredesnaam gebeurd? Staan we aan de vooravond van een ramp? Gaan de monsterkinderen de macht overnemen?
Of valt het mee?
Zijn die tv-monsters nu uitzonderingen? Ruim tachtig procent van de jongeren van twaalf tot en met zeventien jaar zijn tevreden over de wijze waarop hun ouders hen opvoeden, zo blijkt uit onderzoek van het CBS. Ongeveer vijftien procent vindt dat 'het wel gaat'. Zo'n twee procent is niet tevreden. Maar twee procent!
Ook de grote meerderheid van de jongeren die inmiddels het huis uit zijn, kijkt met tevredenheid terug op hun opvoeding. Hun mening verschilt niet van die van de thuiswonende jeugd. Volgens Jo Hermanns, hoogleraar opvoedkunde, blijkt uit Europese onderzoeken dat Nederlandse ouders het als opvoeders opvallend goed doen.
Ik ben het zowel met Jo, als met de jongeren eens. Volgens mij doen de meeste ouders, zeg tachtig tot negentig procent, het steengoed. Maar de piepkleine groep kinderen die zich inderdaad misdraagt, valt in de buitenwereld het meeste op en is steeds op tv te zien. Daardoor ontstaat het beeld dat er geen gewone kinderen meer rondlopen in Nederland.
Mijn ervaring is totaal anders. Om mij heen zie ik leuke, grappige aardige, lieve kleine en grotere kinderen. Ik ken er werkelijk tientallen. Natuurlijk hebben ze wel eens problemen, kuren en streken. Net als de meeste volwassenen trouwens.
Met de meeste kinderen valt gewoon heel goed te praten. Het grootste deel van de tijd kijk ik met verbazing naar de ontwikkeling van eigen en andermans kinderen. Wat hebben ze in de voorbijgevlogen jaren ontiegelijk veel geleerd!
Ze lijken evenwichtig, peinzen er werkelijk niet over te gaan roken, eten best gezond, plegen geduldig overleg over huiselijke zaken, luisteren best naar argumenten van hun ouders, doen de stemwijzer bij verkiezingen en komen, geheel zoals het hoort, iets linkser uit dan hun ouders, brengen ontzettend veel bijdehante en geëngageerde humor in huis. En dan zwijgen we nog over hun fabelachtige omgang met de techniek, de computers en de mobieltjes - waar zouden we zijn zonder hen?
Natuurlijk worden wij allemaal wel eens ouderwets gek van onze kinderen. Natuurlijk ruimen ze niet uit zichzelf hun kamer op. Natuurlijk zou je willen dat ze vaker helpen. Uit zichzelf. Het zijn dezelfde ergernissen die geliefden hebben over elkaar en kinderen over ouders.
Maar door opvoedhorror op tv ben ik wel gaan nadenken. Al doet de grootste groep het uitstekend, het kan altijd beter. Kinderen zouden wat beleefder kunnen zijn, wat behulpzamer, wat zelfstandiger ook. Hoe kun je voorkomen dat kleine onhebbelijkheden uitgroeien tot flinke problemen waar de opvoed-tv aan te pas moet komen?
Doelen
Waarschijnlijk streeft iedereen in de opvoeding de volgende doelen na:
dat je baby goed eet en slaapt, weinig huilt en begint met jou te communiceren;
dat je kinderen prettig in de omgang worden, oftewel goed gemanierd en behulpzaam;
dat ze gezond eten en drinken;
dat ze handig en zelfstandig worden;
dat ze gezond blijven en zichzelf goed verzorgen;
dat ze vriendelijke maar ook weerbare, sociale mensen worden, met goede vrienden en een fijne relatie;
dat ze hun eigen en andermans veiligheid niet in gevaar brengen, verantwoordelijk zijn;
dat ze goed met geld omgaan, niet in de schulden raken;
dat ze als puber niet ontsporen maar hun eigen talenten ontdekken en waarderen;
dat ze het goed doen op school, tijdens hun opleiding of studie en leuk werk krijgen;
dat ze tevreden en blij kunnen zijn met wat ze krijgen en ook leuke dingen kunnen geven;
dat het eerlijke mensen worden, die anderen - dus mensen met een andere kleur, sekse, cultuur, seksuele voorkeur, godsdienst of géén godsdienst - respecteren, niet kwetsen of benadelen, en die ook nog iets positiefs bijdragen aan de moderne (dus multiculturele) samenleving.
Het grootste geluk
Het gaat bij dit streven dus niet om bedrijfsmatige targets waarbij we streven naar de hoogste omzet, Cito-toetsscore, studieresultaten, perfectie op welk terrein dan ook of anderszins hoogste status. De hierboven geformuleerde doelen staan allemaal in dienst van één hoger doel: het grootste geluk voor het kind zelf.
|
Doelen bereik je door er in kleine stapjes naartoe te werken. Ik kwam op het idee opvoeden te benaderen als een optelsom van praktische vaardigheden, in plaats van theoretische vage plannen. Heel concreet: wat moet een kind zo'n beetje kunnen, dus geleerd hebben, en op welke leeftijd? Ik begon met het maken van een checklist.
Zo ontstond de lijst van vaardigheden, gegroepeerd naar leeftijd, van nul tot achttien jaar, die achter in dit boek te vinden is en ongeveer vierhonderd items bevat. Hij begint bij 'vanuit buikligging je hoofd optillen', 'dag, dag zwaaien' (half jaar), gaat door naar 'met je mond dicht eten' en 'telefoon aannemen' (vier jaar), 'gaatje boren, iets ophangen' (veertien jaar), 'reclame voor gratis mobieltjes doorzien' (vijftien jaar) tot 'je autorijles regelen' en 'een oplossing zoeken bij studieproblemen' (achttien jaar).
De lijst werd voorgelegd aan collega-ouders. Mensen met peuters, basisschoolkinderen, grote lummels en met volwassen kinderen. Ook onderwijsmensen keken ernaar. Zij schreven er commentaar bij en voegden items toe.
Ouders wilden wel meteen aan de slag met de lijst. Kijken wat hun kinderen al kunnen en hun de rest snel bijleren. De deskundigen waren bezorgder en kritisch. 'Denk aan de eigenheid van elk kind!' schreven ze erbij. En kwam ik niet op hun terrein?
Ook kwamen er meningsverschillen bovendrijven. Over het tijdstip waarop een kind zich een vaardigheid eigen gemaakt zou moeten hebben. Je kunt iets ook een beetje kunnen. Daarom staan in de checklisten van de hoofdstukken tussen haakjes twee leeftijden. De eerste, de leeftijd waarop een kind zou kunnen beginnen te oefenen, de tweede, de leeftijd waarop een kind het echt zou moeten kunnen.
De hoofdstukken beginnen met checklisten over het thema van het hoofdstuk. Als je de checklisten wilt invullen voor meer kinderen kun je per kind een andere kleur pen nemen. Bijvoorbeeld de oudste blauw en de tweede rood.
Checklist op leeftijd
Aan het eind van het boek staat de hele checklist niet op onderwerp, maar op leeftijd. Zie al die lijstjes en lijsten als een hulpmiddel om je gedachten te bepalen, een mening te vormen, je te laten inspireren. Mijn hoop is dat ouders kunnen vaststellen hoe ontzettend veel ze al bereikt hebben. En op welke punten ze nog iets willen toevoegen. En nog even voor de duidelijkheid: de fantastische kinderen van de schrijver, de uitgever, de eindredacteur en de vormgever van dit boek kunnen of doen ook nog niet alles. Op de lijst lees je af wat je zelf vindt dat ze eigenlijk nog moeten meekrijgen van hun ouders.
|
Inhoud
1. Goed opgevoed
2. Baby en peuter
3. Goed gedrag
4. Eten en drinken
5. Handig en zelfstandig
6. Schoon en gezond
7. Vriendschap en liefde, pesten en plagen
8. Veilig en verantwoordelijk
9. Sparen en spenden
10. Verwend of verwaarloosd
11. Pal voor je puber
12. Normen en waarden
Checklist op leeftijd
Trefwoordenregister
Marieke Henselmans is journaliste, hulpverlener en moeder van drie grote kinderen. Zij schreef onder andere Droomkinderen! Leven met geluk en andere problemen, en verschillende boeken over besparen, waaronder: 'Consuminderen met kinderen in tijden van overvloed', 'Altijd Genoeg' en 'Het Bespaardagboek'. Zij werkte als besparingsdeskundige mee aan het goed bekeken tv-programma 'Geen cent te makken'.
Zie ook: www.goedopgevoed.nl
|