|
Real life soap: Een beetje zwanger - aflevering 10 (slot)
3 december 2004
Hoe was het ook alweer toen u besloot om zwanger te worden? Eerst eindeloos twijfelen of je nou wel of geen kinderen wilde krijgen, daarna aan de slag, en vervolgens tot de ontdekking komen dat dat toch anders werkt dan een halfje volkoren kopen?
In deze serie vertelt Samarinde hoe het haar vergaat. Real life soap op Ouders Online!
Samarinde is inmiddels bevallen. Ze verontschuldigt zich voor de lange radiostilte, en dankt iedereen voor de hartverwarmende reacties die ze tot nu toe ontving. In deze laatste aflevering vertelt ze over de laatste loodjes van haar zwangerschap en haar eerste minuten als moeder. ("De puber" in de onderstaande tekst is Samarindes stiefzoon, het kind van haar man Max.)
Oerkrachten
door Samarinde
Een zwangerschap lijkt je steeds meer terug te brengen tot een oermens, een beestje bijna, dat alleen nog maar leeft op instinct. Ik duik de laatste maanden helemaal in mezelf. Kon ik me voorheen vreselijk opwinden over misstanden in de wereld, belachelijke politieke beslissingen of de honger in Afrika, nu telt alleen nog maar de gezondheid van het kleine mensje in mijn buik, de veiligheid van het ledikantje, en de vraag of de uitzet al compleet is.
Ik bén ook alleen nog maar een zwanger ding. Log waggel ik door het huis, een tochtje naar de supermarkt om de hoek is een grote onderneming, en even naar de bovenverdieping moet ik echt plannen. Dat lukt me ook niet vaker dan twee keer per dag.
Als ik iets op de grond laat vallen, wacht ik met oprapen tot er nog minstens drie andere dingen zijn gevallen, of tot er iemand thuis komt die het voor me op kan rapen. Op straat wordt er alleen nog maar teder naar me gelachen. Ik ben de toekomst. Ik ben belangrijk. En niemand neemt me meer serieus (helaas terecht).
Paniek
Twee weken voor de uitgerekende datum krijg ik opeens een enorme aanval van paniek. Ik ga huilen bij het idee dat het kamertje nog niet helemaal in orde is (de kleertjes liggen nog niet op maat gesorteerd).
Vanwege mijn zwangerschapsvergiftiging mag ik niets meer doen, dus vanaf de bank dirigeer ik Max, die goedmoedig de hydrofiele luiers voor me strijkt en de spuugdoekjes op drie verschillende manieren opvouwt tot het naar mijn zin is.
Klein kansje
Als hij net is begonnen aan het grote "ruim-de-slaapkamer-op-want-wat-moet-de-kraamhulp-anders-wel-niet-denken" project, kom ik naar binnen gewaggeld met de mededeling dat ik geloof dat ik denk dat ik het idee heb dat er een klein kansje is dat die regelmatige krampen van vandaag wel eens zouden kunnen betekenen dat de bevalling heel binnenkort gaat beginnen.
Max kijkt me onthutst aan, temidden van stapels en stapels boeken, en concludeert dat het nog niet kan omdat hij nog niet klaar is. Dus met weeën en al sorteer ik nog een stapeltje Pratchetts' en werp gedreven door de krampen met veel venijn eindelijk al die suffe Grishams in de vuilnisbak.
Met blocnote en stopwatch
De puber is in grote staat van opwinding geraakt. Met blocnote en stopwatch volgt hij me door het huis, noteert de tijden van de weeën, rekent in één moeite door de gemiddelden uit, en houdt ondertussen telefonisch zijn vriendenkring gedetailleerd op de hoogte van de laatste ontwikkelingen.
Ik ben nog niet zo overtuigd, bel mijn moeder en zus met de stompzinnige vraag "Hoe voelen weeën?" en uiteindelijk met dezelfde vraag het ziekenhuis, dat me langs laat komen.
Aan de CTG is te zien dat de weeën inderdaad begonnen zijn, maar de artsen vinden me nog véél te ontspannen en te lacherig. Ik zie er niet uit als iemand die binnen een paar uur gaat bevallen, dus ik mag kiezen of ik daar wil blijven, of dat ik weer naar huis wil. Naar huis natuurlijk. Max en ik krijgen allebei een slaappil mee.
Vloekend een wee wegtrappelen
Thuisgekomen warm ik een bak spaghetti op, spuug het weer uit en twee uur later zitten we weer in de taxi op weg naar het ziekenhuis.
De puber vertrekt naar oma om de hoek. Met tranen in zijn ogen drukt hij me nog snel een mascotte in mijn hand. "Ik kon zo snel niks anders vinden", fluistert hij, terwijl hij me omhelst.
Dit keer zie ik er wél uit alsof ik aan het bevallen ben, want in de lange gang naar de lift wensen diverse mensen me succes, als ik weer eens vloekend probeer een wee weg te trappelen.
Volle maan
Het is volle maan en dus enorm druk op de verlosafdeling. Ik word in de laatste beschikbare kamer aan de meetapparatuur gehangen en daarna min of meer aan mijn lot overgelaten.
Max ziet me steeds meer een beestje worden. Grommend, trappelend en ijsberend (die draden van de CTG heb ik er gelijk uitgetrokken omdat ik bewegingsvrijheid wil) weet ik de weeën redelijk op te vangen.
Een half uurtje onder de douche, maar als ik dreig flauw te vallen, moet ik weer snel in mijn bed gaan liggen. Het begint nu toch wel erg tegen te vallen.
Ik haal de 40 niet
Ik weet dat ik tot 60 moet tellen. Bij de 40 zit de top van de wee. Daarna wordt het minder, en heb ik een paar minuten de tijd om weer op adem te komen en mezelf voor te bereiden op de volgende wee. Maar steeds vaker haal ik de 40 niet eens, voordat er alweer een nieuwe wee begint.
Ik weet dat je moet rekenen op gemiddeld 10 uur ontsluiting, maar als dit zo nog een uur doorgaat, hou ik het niet meer vol. Ik probeer mijn paniek over te brengen, maar ze vinden dat ik het allemaal zo goed doe.
"Wát doe ik dan goed?!" roep ik wanhopig. "Je blijft zo rustig en beheerst". "Aha, dus als ik hysterisch zou doen, krijg ik wél die verdoving?"
Gillen en jammeren
Om het uit te testen zet ik het op een gillen en jammeren. Dat heeft effect, want de gynaecoloog zegt toe dat ze gaat kijken naar de mogelijkheid voor een verdoving. "Nog een half uurtje, dan ben ik terug", zegt ze. "Dat hou ik niet vol", zeg ik. "Je zult wel moeten", zegt ze ijskoud.
Max praat me letterlijk door het volgende uur heen. Als dank knijp ik zijn vingers hartstochtelijk fijn. Hij heeft het nooit toegegeven, maar ik vermoed dat hij na de bevalling nog langs de EHBO is gelopen om te kijken of hij geen gebroken vingers heeft.
Persweeën
Na ruim een uur komt de gynaecoloog weer binnen, zeer trots met de verlossende mededeling dat ik eindelijk een verdoving mag. Maar dat interesseert me al lang niet meer. Ik heb Max net de gang op gestuurd om heel hard Help! te roepen, want de persweeën zijn begonnen.
De co-assistente lacht wat ongelovig, dat kan nooit in zo'n korte tijd, dus wegpuffen maar. Een onmogelijke taak. Ik wist niet dat ik kon brullen als een tijger, maar het gebeurt me nu als ik probeer die indrukwekkende oerkrachten tegen te houden. Terecht, want er is volledige ontsluiting en ik mag gaan persen.
Mijn lichaam neemt het over
De rest is een waas, mijn lichaam neemt het volledig over. Ik weet alleen nog dat ik een aantal keren bezorgd vraag: "Gebeurt er wel wat?" Tot Max geërgerd zegt: "Bemoei je er niet mee, ik zie het hoofdje al".
Ik kom pas weer bij zinnen als een kleine 10 minuten later een glibberig warm wezentje op mijn buik wordt gelegd. Dan pas merk ik dat ik al die tijd een klein geel plastic Pokémon-poppetje in mijn hand geklemd heb gehouden. De mascotte die ik van de puber heb gekregen.
Het cliché
De wereld staat stil. Haar ogen staan open en draaien alle kanten op. Het cliché blijkt waar: mijn zelfmedelijden en pijn zijn verdwenen en het enige wat ik nog zie is dat kleine meisje, dat opeens zoveel moet meemaken en die ik nu voor altijd voor al het leed in de wereld zal beschermen, met heel mijn hart, mijn ziel, mijn leven.
De wereld zal nooit meer dezelfde zijn. Onze dochter, Isa Donna is geboren. Compleet met appelwangetjes, een driftig huiltje en een gezichtje om nu al hartstochtelijk veel van te houden.
Samarinde
p/a redactie@ouders.nl
Samarinde is 29 jaar. Ze woont in Amsterdam met haar man Max en zijn zoon. Ze werkt als free-lance journalist en tekstschrijver. Op Ouders Online vertelt ze hoe het haar vergaat, nu ze voor het eerst probeert zwanger te worden.
|