|
Serie: Mijn kind is ...
Ervaringsverhalen van ouders met een bijzonder kind deel 7
4 maart 2005
Deel 7 van deze serie gaat over het 'vanishing twin syndrome': een tweeling-zwangerschap waarbij een van beide vruchten ver voor de geboorte sterft. In zo'n geval kan een miskraam optreden, maar de vrucht kan ook door het lichaam opgenomen worden. In dat laatste geval verdwijnt de vrucht dus schijnbaar in het niets. Het andere kind wordt wel geboren, wat voor de moeder emotioneel heel verwarrend kan zijn.
Waarschijnlijk komt dit verschijnsel veel vaker voor dan de statistieken doen vermoeden, omdat veel aanstaande moeders domweg niet weten dat ze eigenlijk zwanger waren van twee kinderen.
Natasha Zweers wist het bij toeval wel. Hieronder vertelt zij over haar zwangerschap van Pip en Zip, waarbij Pip het haalde maar Zip niet.
Mijn kind was een tweeling
door Natasha Zweers
Mijn wederhelft en ik hebben altijd gedroomd van een kwartet kinderen. Toen de oudste twee geboren waren, zeiden we dan ook regelmatig voor de grap: "Als we nu nog een tweeling krijgen, dan zijn we klaar."
Dus toen er helemaal aan het begin van mijn derde zwangerschap inderdaad twee cashew-nootjes op het scherm van het echo-apparaat verschenen, waren we niet alleen stomverwonderd, maar vooral dolgelukkig. Gedachten als: "Wat een drukte, hoe moet dat nou?" zijn geen moment in ons opgekomen, want praktische problemen zijn er om opgelost te worden.
Een gynaecoloog had ooit tegen mijn beste vriendin gezegd: "Als je eenmaal een hartje hebt zien kloppen, dan weet je voor 99% zeker dat het goed gaat." Dus toen we een weekje later twee hartjes zagen kloppen, zijn we het nieuws van onze Pip en Zip meteen van de daken gaan jubelen.
Dubbele portie hormonen
Vanwege de dubbele portie hormonen in mijn lijf was ik in die weken waanzinnig moe en continu kotsmisselijk. Maar op alle momenten dat ik mijn ogen open en mijn maaginhoud binnen kon houden, verdiepte ik me in dubbelvoeden, tweelingouderforums, grote auto's en verkoopadressen voor tweedehands tandemwagens.
Toen ik voor het eerst een echo bij de gynaecoloog kreeg, constateerde deze man, gespecialiseerd in tweelingen, dat het ene kindje een stuk kleiner was dan het andere. "Het zit wel te bewegen," zei hij tegen zijn co-assistente (tegen wie het kennelijk prettiger praten was dan tegen mij). En hij zoomde in op een mini-mens waaraan nog geen duidelijke ledematen te onderscheiden waren, maar dat met een al wel beschikbaar hoofdje en rompje lekker zat te swingen en overduidelijk veel zin in het leven zat te hebben.
Toen ik weer van de onderzoekstafel af was geklommen, kreeg ik te horen dat zo'n lengteverschil tussen kindjes aan het begin van de zwangerschap zeer ongebruikelijk is, dat de gynaecoloog me 50% kans gaf dat het kleinste kindje het zou redden, en dat ik dus nog maar niet van de daken moest schreeuwen dat ik een tweeling kreeg. Ik heb er geen seconde spijt van gehad dat ik dat allang gedaan had.
Paniekzaaierij bij echo's
Twee weken later moest ik terugkomen; een verloskundige zou hem dan vervangen omdat hij met vakantie ging.
Ik wist in die tussentijd zeker dat mijn kind niet dood zou gaan, aangezien zoiets alleen andere mensen overkomt. We hadden al zo vaak verhalen gehoord over paniekzaaierij bij echo's. Bovendien had ik al zo vaak vóór deze zwangerschap gefantaseerd wat ik op het geboortekaartje van een tweeling zou zetten: het moest gewoon zo zijn. Dus verzon ik alvast vier peetouders, vier voornamen, etcetera, etcetera.
Bij de volgende afspraak was mijn man weg voor zijn werk, en zat ik me op te vreten in de wachtkamer, omdat het spreekuur ruim een uur uitliep. Ik werd er dwangmatig van: "Als ik dit Margriet-artikeltje nog heb uitgelezen voor ik aan de beurt ben, dan is alles goed." Ik las tientallen artikeltjes.
"Nee, dat is niks meer"
Toen de vervangende verloskundige uiteindelijk hoorde wat er aan de hand was, zei ze dat ze hier geen uitspraak over mocht doen. De volgende tien minuten zat ze te bellen. Ze moest praten als Brugman om een gynaecoloog naar boven te krijgen, want degenen die geen bevalling aan het doen waren zaten te lunchen.
Ik mocht vast op de onderzoekstafel gaan liggen, en zij bracht de grote Pip in beeld, maar ik was maar matig geïnteresseerd in diens (intussen ontstane) spartelende armpjes en beentjes. De gynaecoloog was binnengekomen en ik vroeg: "Maar die andere?" De gynaecoloog zoomde in op een klein wit vlekje in een zwart rondje, en schudde zijn hoofd. "Nee, dat is niks meer."
Leven en dood vlak naast elkaar
Ik was nog net geen drie maanden zwanger, en dus was dit ook nog riskant voor het andere kindje, zo kreeg ik te horen. Zip zou afgestoten kunnen worden, en dat zou de baarmoederwand kunnen irriteren. Als ik bloedverlies of krampen kreeg, mocht ik meteen bellen, dag en nacht. Anders kon ik over twee weken terugkomen.
De twee weken die volgden, zijn het beste te omschrijven als één grote buikkramp. Omgeven door een oceaan van tranen zoals alleen een zwangere vrouw ze huilen kan. Het was een absurd gevoel om leven en dood vlak naast elkaar in je buik te hebben. Maar er kwam geen bloedverlies.
Altijd bij mij
Toen ik op de afgesproken datum mijn eigen gynaecoloog terugzag, wilde hij graag weten welke gynaecoloog mij foutieve informatie had gegeven. Hij had nog nooit meegemaakt dat in een geval zoals het mijne, het overleden embryo afgestoten werd: het zou gewoon opgenomen worden door mijn lichaam. Zoals wel vaker voorkomt na stress-volle situaties, had ik grote moeite met het geven van een signalement van de dader.
Bij een laatste controle door de gynaecoloog bleek Zip inderdaad langzaam kleiner te worden. Daar was ik blij om: dit kindje zou altijd bij mij blijven. Ik ging daarna gewoon naar de verloskundige; huilend bij de eerste afspraak om het definitieve einde van mijn tweeling-zwangerschap.
Vanishing twin syndrome
Toen ik via Internet uiteindelijk ontdekte dat ik een 'vanishing twin syndrome' had meegemaakt, kwam ik ook te weten dat dit heel frequent voorkomt, meestal onontdekt.
Ik vind het een absurd idee dat ik, zonder die vroege echo, nooit van het bestaan van Zip geweten zou hebben. Ik zou alleen geroepen hebben: "Bij onze Pip was ik in het begin toch mísselijk...!" Maar ik zal nooit over mijn lippen krijgen: "Ik wou dat ik het nooit geweten had." Dat is verloochening.
Unique loss
'A unique loss' noemde een Amerikaanse site het verlies van een vanishing twin. En dat is het. Vergelijkingen met een miskraam lopen mank.
Ik weet nog dat een vriendin het bij haar miskraam zo moeilijk vond om 'de uitgerekende datum' uit haar hoofd te zetten. Om de voorstelling 'Deze zomer zit ik met mijn dikke buik in de zon' te laten varen.
Maar mijn uitgerekende datum víel niet weg. Ik bleef zwanger. Desondanks viel mijn droom van een tweeling wel aan diggelen. En daarom word ik nog altijd vreselijk sikkeneurig van alle reclames, kinderboeken en films waarin tweelingen het stralende middelpunt vormen. Toen ik in een winkel een mevrouw tegen een trotse moeder met twee blozende baby's hoorde zeggen dat ze "er zelf niet aan moest denken", beging ik bijna een moord.
"Wees blij"
Sinds Pip geboren is, gaat het wel stukken beter met me. Veel beter dan ik tijdens de zwangerschap had durven dromen. Want wat ik nu heb, is heel concreet. Wat ik had kúnnen hebben, wordt steeds abstracter.
Ik ben gigantisch gelukkig met mijn drie musketiers. Maar toch ben ik nog steeds boos om het troostend bedoelde: "Wees blij dat je er nog eentje krijgt", dat ik tijdens mijn zwangerschap regelmatig te horen kreeg. Dat is maffe 'ik heb al een boek'-logica, die suggereert dat meer dan één kind toch maar meer van hetzelfde is.
Natasha Zweers
p/a redactie@ouders.nl
Achtergrond-informatie
Door het stijgende gebruik van echo's aan het begin van de zwangerschap, wordt steeds vaker een meerlingzwangerschap vastgesteld. Helaas wordt daardoor ook steeds vaker het vanishing twin syndrome geconstateerd. Onderzoekers schatten dat 1 op de 8 zwangerschappen begint als een tweeling-zwangerschap. Maar uiteindelijk wordt maar 1 op de 70 wereldburgers ook daadwerkelijk als helft van een tweeling geboren!
Uit een Amerikaans onderzoek bleek dat bij 21 tot 30% van de tweeling-zwangerschappen uiteindelijk één van de foetussen het niet haalde. De oorzaken daarvan zijn divers, en ook lang niet altijd duidelijk. Onderzoekers menen dat bij tweelingen de kans op een chromosale afwijking groter is dan bij een eenling. Ook zouden er vaker problemen met de placenta zijn, waardoor één foetus niet voldoende voedingsstoffen ontvangt.
De foetus die het niet haalt, kan opgenomen worden in het lichaam van de moeder, in de placenta, of zelfs in de andere foetus. Wanneer het vanishing twin syndrome optreedt in het eerste trimester van de zwangerschap, heeft dit doorgaans geen enkel schadelijk effect op de overlevende foetus.
Het is ook mogelijk dat de gestorven foetus afgestoten wordt. Er zijn verhalen bekend van vrouwen die meenden dat ze een miskraam hadden gekregen, maar vervolgens bij een echo ontdekten dat ze zwanger waren geweest van een tweeling, waarvan één kindje in leven was gebleven.
Er wordt nogal wat afgespeculeerd over de psychische gevolgen van het verliezen van een tweelingbroertje of -zusje voor de foetus die overleeft. Sommige mensen die van zichzelf weten of menen dat ze de 'overlevende helft' van een tweeling zijn, rapporteren dat ze zich schuldig of verdrietig voelen, of dat ze sterk verlangen naar een maatje.
Of deze gevoelens nu werkelijk door het vanishing twin syndrome veroorzaakt worden of niet: het lijkt in ieder geval wijs om een kind, dat voor zijn geboorte ooit een tweelingbroertje of -zusje heeft gehad, eerlijk te vertellen wat er is gebeurd.
Internet
Vanishing Twin Syndrome - FAQ
Heldere informatie over het vanishing twin syndrome.
Vanishing Twin Syndrome - Q&A
Links naar wetenschappelijke artikelen, en de mogelijkheid tot het stellen van vragen.
Twin Loss Organization
Deze Nieuw-Zeelandse organisatie stuurt op verzoek een nieuwsbrief met ervaringsverhalen, gewijd aan de emotionele gevolgen van het vanishing twin syndrome voor de ouders. Met suggesties om het 'verdwenen' kindje te herdenken.
Reactie
Met veel aandacht heb ik dit stukje gelezen. In het jaar 1999 is mij het volgende overkomen. Ik wilde altijd een tweeling, 2 kids en in 1 keer van alle toestanden af.
Het is lang geleden, maar ik vermoed rond 9 weken zwangerschap, kreeg ik op een vrijdagavond een flinke bloeding. Ongerust belde ik de vroedvrouw, die probeerde me gerust te stellen en zei dat het waarschijnlijk geen kwaad kon, ik was niet gerust te stellen. (op die avond heb ik 1 kindje verloren) Bij de 1e echo was er 1 kind te zien, en gevoelsmatig was de baarmoeder niet compleet en ik was blij dat het met de baby goed ging, maar was teleurgesteld dat er geen 2 kids te zien waren.
Ik houd mij met paranormale zaken bezig en een paragnost zei me dat mijn overleden dochtertje (ik heb een gezonde zoon van bijna 8) als entiteit al die jaren aan mij heeft gehangen. Ik had een tweeling in mijn buik, en heb het meisje verloren tijdens die bloeding.
Ik vind dat vroedvrouwen zich in het fenomeen verdwenen tweeling wel wat meer mogen verdiepen. Een bloeding tijdens de zwangerschap is bijna altijd foute boel. Okee, je houdt een kindje over (gelukkig!) maar gevoelsmatig ben je door de war als je op de echo maar 1 kind ziet en je wist zeker dat het er 2 moesten zijn.
Ingrid
Natasha Zweers (32) is wetenschappelijk onderzoeker en moeder van inmiddels drie kinderen.
Om privacy-redenen zijn alle namen in dit artikel veranderd door de redactie.
|