|
Serie: Mijn kind is ...
Ervaringsverhalen van ouders deel 16
7 oktober 2011
Hoe voelt het om een misdadig kind te hebben? In aflevering 16 van onze serie over zorgenkinderen vertelt een vader wat er gebeurt als zijn zoon vrijkomt uit de gevangenis.
Mijn kind is crimineel
door Berend Quest
Maandagmorgen, telefoon. De KPN kondigt een collect call aan. Ik hang op. Onzin, mijn kinderen zijn thuis, M. is boven. Ik ken verder geen mensen voor wie ik wil betalen omdat zij mij bellen. Tenminste, dat is wat ik M. vertel als zij beneden komt en vraagt wie er belde.
In mijn achterhoofd gebeurt iets anders. Het is S., ik weet het zeker. Wil ik hem dan niet spreken? Nee, niet op mijn kosten, vertel ik mijzelf. Eerlijker is misschien dat ik het 'nu even niet' wil. Maar de waarheid is dat ik het helemáál niet wil.
Ik weet dat het verbreken van de verbinding slechts uitstel is. De telefoon zal opnieuw rinkelen. En hij wórdt een keer opgenomen. Is het niet door mij, dan wel door een ander lid van ons gezin. Als de telefoon opnieuw rinkelt, neem ik hem op.
S. vertelt dat hij vrijkomt. Hij heeft er dan ruim een jaar gevangenisstraf opzitten, na een veroordeling voor een gewapende roofoverval met ernstige geweldpleging.
In de afgelopen 15 maanden sprak ik mijn zoon drie keer over de telefoon. De eerste keer vroeg hij geld voor een telefoonkaart, de tweede keer belde hij 'om niets'. En nu, de derde keer, vertelt hij dat hij vrij gaat komen. Het is vervroegd, hoor ik hem zeggen. Waarom weet hij ook niet.
Volgens S. moet hij zich verplicht melden en in behandeling gaan voor zijn verslaving, anders komt hij weer vast.
Als ik vraag hoe dat dan moet, en wie dat dan regelt, zegt hij dat hij dat allemaal niet weet. Hij komt gewoon vrij. Hij vertelt zich bij de nachtopvang te kunnen melden en dan maar zien hoe het verder gaat.
Dan komt de vraag: "Kan ik niet voor een paar dagen bij jou terecht?" Het "maar natuurlijk", ligt op mijn lippen. Het is mijn kind. Mijn kinderen hoeven niet te vragen of ze bij mij mogen slapen. Mijn kinderen horen bij mij. Mijn kinderen zijn altijd welkom.
Mijn gedachten verkrampen. Ik kan geen nee zeggen, toch? Dat kan toch niet?! Maar ik kan ook geen ja zeggen.
Ik denk aan M., en aan mijn drie andere kinderen. Aan de laatste keer dat S. hier over de vloer kwam. Hoe ik hem weggebracht heb. Hoe ik mijn eigen kind met zijn hele bezit in een plastic tas en 15 euro aan de andere kant van de dijk succes heb gewenst. De angst om wat er komen ging. Wetend hoe gruwelijk mis het zou gaan. Ik denk aan de nachtmerries van mijn jongste zoon. Aan de tranen van mijn dochter. Aan de strijd van M.
"Ik moet er even over nadenken," antwoord ik. We spreken af dat hij over een paar dagen terug zal bellen.
Ik stel de vraag aan M. Wat zij ervan zou vinden wanneer S. een paar dagen hier komt, wanneer hij vrij is. Tegenvragen. Waarom? Hoe lang? Met welk doel? Waarom niet bij zijn moeder? Wat zijn de afspraken? Hoe gaat hij weer weg? En waar naartoe? En wie regelt wat? Wat zijn de condities? Staat hij droog?
Het is een helder antwoord: "Are you kidding me?"
De dagen hierna zijn slopend. Voor mij, maar zeker ook voor mijn omgeving. Slecht slapen, bizar dromen en steeds dieper in mijzelf wegkruipen. Zwijgen, malen, en verder zwijgen. M. kent het zo langzamerhand wel, en ik zie hoe zij zich er doorheen probeert te worstelen, hopend op betere tijden. "Kan ik iets voor je doen?" vraagt ze. Nee, soms kun je niets voor mij doen.
Eerst droom ik dat M. de koffers pakt, mij een kus geeft en met betraande ogen maar zeer beslist de deur uit wandelt. Op tafel ligt een briefje: "Ik heb het echt geprobeerd, kus, M."
Daarna droom ik dat ik op vakantie ben en na twee weken gebeld word met de vraag waarom ik mijn honden niet heb ondergebracht. De beestjes zijn van uitdroging doodgegaan.
Dan droom ik dat ik, samen met mijn ex, S. een spuit insuline geef als hij een maand of 3 oud is. Hij overlijdt en iedereen vindt het uitermate verdacht. Als de politie aanbelt, schrik ik badend in het zweet wakker.
"Nee, dat gaat het niet worden. Het kan niet. Het geeft te veel stress, te veel spanning, en er zijn te veel vragen. Sorry. Kun je niet bij je moeder terecht?"
Het is eruit: nee, je bent hier niet welkom. Even is het stil. Dan zegt S. dat hij het wel snapt.
Ik stel voor dat ik hem kan opwachten bij de gevangenispoort, en dat we dan samen een kop koffie gaan drinken. Ik kan hem dan meteen langs de benodigde adressen rijden om zaken in gang te zetten. "Okay, dan bel ik nog wel even over de tijd en zo," zegt S.
Tijdens een wandeling twee dagen later zeg ik M. dat ik S. heb verteld dat hij niet welkom is. Ik vloek. Omdat ik godverdomme tegen mijn eigen kind heb gezegd dat hij er bij mij niet inkomt. Ik huil. Eindelijk.
Berend Quest
p/a redactie@ouders.nl
Reactie
"Mijn kind is crimineel" - de mijne ook...
Wat een herkenbaar verhaal.
Verdriet, onmacht, beslissingen moeten nemen die wijs zijn maar mijn hart verscheuren.
Nu, 1.5 jaar geleden, kwam zoon niet thuis.
Gelukkig was er een aardige rechercheur die belde dat zoon was meegenomen vanwege een vergrijp. Zie blz. 4 in de lokale krant van een paar weken geleden.
Dat was het dan.
Een jaar later was de uitspraak: 40 maanden onvoorwaardelijk.
Drank, drugs, geld afpersingen, hij heeft het allemaal meegemaakt.
En wij ook.
Het was als gras.
Je ziet en hoort het niet groeien. Het is ineens te lang.
We wisten wel van zijn verslaving en zijn gedag.
We hebben instanties ook gewaarschuwd dat het een kwestie van tijd was tot er wat mis zou gaan.
18 jaar heeft hij een veilig huis gehad, met alle zekerheden van een bed, eten zorg aandacht.
18 jaar hebben we geprobeerd hem te leiden.
En na 18 jaar mogen wij (terwijl wij niets gedaan hebben):
Op bezoek.
Wachten.
Piepvrij naar binnen.
Invoer uitvoer regelen.
Hasj-hond laten snuffelen.
Deuren open, deuren dicht.
Wachten.
Huilen, nog meer huilen.
(Als tranen de ziel zuiveren is die van mij glashelder.)
Luisteren naar alle waanzinverhalen.
Telefoonkaarten kopen.
Advocaat regelen.
Rechtszaak meemaken.
Altijd een telefoon op zak omdat hij wel eens kan bellen...
Je zoon zien veranderen van een puber met heel veel ernstige problemen in een gedetineerde met een bleke huid en verkeerde tatoeages.
En wat is wijs?
Thuis het er maar niet over hebben.
Huidige man wordt er dol van.
Broertje is verscheurd; waar is nou zijn grote broer?
Maar het is ook wel stoer. Een broer in de gevangenis. Maar hij is wel stiekem in zijn kamer gaan slapen onder zijn dekbed.
Natuurlijk is er begrip.
Maar ja...
Hij is wel een crimineel en altijd al lastig en gewelddadig en zet iedereen onder druk.
En maakt misbruik van je.
Maar ja...
Het is wel mijn kind.
Wat is wijs?
Zeggen dat je maar 1 kind hebt om vragen van vreemden te vermijden.
Liegen over de activiteiten van je zoon.
Wat is wijs?
Zeg het maar.
We moeten allemaal verder.
Mijn kind dat terecht gevangen zit.
Hij heeft straf.
Maar wij ook. Levenslang.
Ik blijf de moeder van een crimineel.
En altijd, altijd zal er zorg voor later zijn.
Zorg voor recidive.
Zorg voor het huidige gezin.
Ondanks de ellende van de gevangenis geeft het ons nog even rust.
Hij kan nu niets doen.
Ik word nu al gek van het idee dat hij vrijkomt.
Waar komt zijn bed?
Waar gaat hij wonen?
Wat is goed om niet te doen en om wel te doen?
Tja.
Het leven gaat door.
Maar de slagroom is van de taart.
En alle logica en vanzelfsprekendheid is weg.
Ik heb even kunnen spuien.
Groet en sterke Berend!
Yvonne
Berend Quest is vader van vier kinderen. Zag zijn oudste zoon veranderen van kind in verslaafde crimineel. Heeft geleerd dat 'het blijft toch je kind' meerdere betekenissen heeft. En koos om privacy-redenen voor een pseudoniem.
|