logo Ouders Online

home forum chat thema-pagina's vraagbaken video koopjeskelder surf-tips snuffelgids service colofon

Magazine - redactionele artikelen
 Actueel
 Werkende Moeders - Archief
Werkende Moeders

Rubriek over het geworstel met werk en moederschap

februari 2001
onder redactie van Justine Pardoen

Een frusterend relaas: hoe onmogelijk is het om je kind in de grote stad te voorzien van opvang en scholing? Door Caroline Griep.


Nergens plek voor mijn kind

door Caroline Griep

Caroline Griep, werkende moeder in Amsterdam, kan haar kind nergens kwijt. Hier vertelt ze hoe frustrerend dat is.

Toen we drie jaar geleden naar Amsterdam verhuisden, was ik nét zwanger. We zijn nogal praktisch ingesteld en kozen voor een leven in de grote stad. Dat leek ons ideaal met twee banen in het centrum. Als ons kindje zou komen, wilden we allebei zo weinig mogelijk reizen om naar ons werk te komen.

Wonder boven wonder vonden we een ruim én betaalbaar huis in een heerlijke buurt. Onze eerste verkenningstochten leerden ons dat er op loopafstand behoorlijk wat scholen zijn. 'Heerlijk', zeiden we tegen elkaar, 'dan hoeft ons kind tenminste niet zo ver te reizen naar school als wij vroeger.'

Misschien had ik tijdens het vinden van opvang al wakker moeten worden, want het werd snel duidelijk dat we voor het eerste jaar niet op een plekje in een crèche hoefden te rekenen: de wachtlijsten waren te lang. Gelukkig vonden we een prima gastmoeder en toen onze overburen gingen verhuizen namen we hun oppas aan huis over. Een fantastische, flexibele vrouw van vijftig die we nog steeds koesteren. Voor even waren we uit de zorgen.

Waarschuwing
Een échte waarschuwing kregen we toen onze dochter een half jaar oud was en we werden uitgenodigd voor een babyborrel in de buurt. De dolgelukkige (en in mijn ogen ietwat overspannen) vader vroeg al bij de voordeur bij welke scholen wij onze dochter ingeschreven hadden. Ik klopte hem op zijn schouder en vroeg of hij niet een beetje overdreef: ik was nauwelijks bekomen van haar komst.

Toch werd ik de dag erna een beetje onrustig en sloeg aan het bellen. Drie scholen mét peuterspeelzaal belde ik en niemand reageerde verbaasd op mijn wens om een kind van nauwelijks een half jaar in te schrijven. Mijn vraag of ik verzekerd kon zijn van een plek bleef echter onbeantwoord.

De criteria voor toelating zijn, naar mijn idee, ook wat vaag. Dat je kind voorrang krijgt als er broertjes en zusjes op school zitten, kan ik nog het beste begrijpen, want het is natuurlijk niet wenselijk dat ouders doordraaien door alle logistieke rompslomp. En ook begrijp ik dat het leuk is als je je kinderen naar de school kunt laten gaan waar je zelf vroeger ook op gezeten hebt (ook een veelgenoemd criterium). Maar hoeveel kans maken nieuwkomers dan eigenlijk nog?

Inmiddels is Pleun al 2,5 jaar oud en merk ik dat ze behoefte krijgt om samen met andere kinderen te spelen. Het werd dus tijd om weer eens te bellen. Drie telefoontjes later bleek op geen van de peuterspeelzalen een plaatsje voor haar te zijn. We voelden een lichte paniek in ons opkomen, wat nu?

Ook bij zelfstandige peuterspeelzalen in de buurt maakten we geen kans. 'Probeer het eens in de Watergraafsmeer, daar is het minder druk', luidde een advies. Goed bedoeld uiteraard, maar het betekent wel dat ik mijn baan op zal moeten zeggen omdat ik haar anders niet kan halen en brengen. En dat is toch echt niet de bedoeling.

Te laat voor de basisschool
Ik ben maar weer andere scholen in de buurt gaan bellen om haar in ieder geval op haar vierde naar de basisschool te kunnen krijgen. De vooruitzichten wederom niet erg bemoedigend, want ik ben uiteraard veel te laat met opgeven. Wat een gelazer is dit! En wat een gedoe ook voor die scholen die nu met ellenlange wachtlijsten zitten met waarschijnlijk allemaal dezelfde kinderen erop.

Sommige scholen willen je dan ook verplichten om je kind alleen op hun school in te schrijven, maar hoe kun je in deze hysterische tijd nog op één paard wedden?

Waar ik me echter nog het meest over opwind is het feit dat er bij mijn laatste belronde overal verbaasd gereageerd werd toen ik vertelde dat ik zowat om hoek woon. Wat blijkt? De meeste kinderen komen uit andere delen van de stad. Ik had het kunnen weten, want 's ochtends is het in de rustige straatjes waar de scholen zich bevinden inderdaad een chaos door alle ouders die hun kinderen met de auto komen brengen.

Wij willen daar helemaal niet aan meedoen. Wij willen op de fiets, of lopend naar school. Daarom wonen en werken we ook in de stad. En dat heeft helemaal niets te maken met 'beter voor het milieu' (al is het mooi meegenomen), maar alles met levensvreugde. We willen onnodige stress voorkomen.

Gek en cynisch
Zijn wij nu gek? We wonen in een buurt met, grof geschat, zo'n tien scholen. Ik geef toe: het is een goede buurt met vooral 'witte' scholen. Ik begrijp dat mensen die elders in de stad wonen, hun kind naar een van die scholen willen laten gaan. Maar is het dan de bedoeling dat wij onze dochter in de spits naar hun buurt brengen? Dat slaat toch nergens op?

Misschien is het een indianenverhaal, maar ik heb zelfs gehoord dat er mensen zijn die met hun postcode frauderen om maar een plek op een school bij ons in de buurt te krijgen. Verder keurige mensen uiteraard. Waar gaat dit heen? En vooral: waar gaat onze Pleun straks heen? Met een busje of met mama, die dan een auto moet kopen en geen werk meer heeft, iedere dag naar Purmerend, zodat ze nooit vriendjes mee naar huis kan nemen?

Dat is nou precies waar we vroeger zelf zo onder geleden hebben en dus per se niet willen.

Naar een school in de eigen buurt
Inmiddels vraag ik me af of er op dit gebied geen beleid is. Het gaat misschien wat ver en ik wil helemaal geen politiek getinte uitspraken doen alleen omdat die nu toevallig in mijn straatje passen, maar simpel gedacht zou ik me kunnen voorstellen dat er met een beter plaatsingsbeleid heel wat problemen opgelost kunnen worden.

Als elk kind nu gewoon eens in zijn eigen buurt naar school zou gaan. De ochtendspits in de stad zou bijvoorbeeld een stuk rustiger kunnen worden. Problematische 'zwarte' scholen zouden een beetje 'witter' worden en dus volgens velen 'beter' worden als iedereen gewoon in zijn eigen buurt naar school gaat.

Zeker nu de huizenprijzen in heel Amsterdam de pan uitrijzen, wonen er ook in wat vroeger 'mindere' buurten waren heel wat kapitaalkrachtige gezinnen. Zelf weet ik zeker dat ik de voorkeur zou geven aan een goede school in de buurt boven een goede school een half uur toeteren verder.

Hoe het verder moet met onze dochter weet ik niet. Vooralsnog houden we moed. We hebben regelmatig contact met de scholen waar ze ingeschreven staat en nemen dus heel bewust het risico dat we de aantekening 'zeurpiet' krijgen! Inmiddels cynisch geworden, hopen we vooral dat er veel jonge gezinnen in onze buurt voortijdig gaan verhuizen omdat ze het scholen-probleem niet aankunnen....

Caroline Griep
p/a redactie@ouders.nl


Caroline Griep is moeder van Pleun (2,5 jr) en eindredacteur in de tijdschriften-branche. Tot voor kort in loondienst maar nu zelfstandig.

Naschrift van de redactie
Openbare scholen hebben een plaatsingsbeleid dat aan (gemeentelijke) regels gebonden is. Ze kunnen een kind in principe nooit weigeren. Toch zijn er ook openbare scholen die kampen met een gebrek aan capaciteit. In dat geval krijgen ouders die in de buurt wonen (binnen een bepaald postcode-gebied) wel degelijk voorrang. De meeste openbare scholen werken ook niet met wachtlijsten waarop kinderen al in hun eerste levensjaar op ingeschreven kunnen worden.

Anders is het bij particuliere scholen (bijzonder onderwijs). Deze scholen kunnen zelfstandig een voorrangsbeleid voeren. Het komt in Amsterdam niet zelden voor dat kinderen aangemeld worden nog voordat ze hun eerste verjaardag gevierd hebben. Vaak wonen de ouders buiten de buurt waar de school staat, of zelfs buiten de stad. Aangezien het plaatsingsbeleid niet altijd even duidelijk is, lijkt het soms inderdaad op een loterij.


Copyright © 1996-2010 Ouders Online, alle rechten voorbehouden
Uitsluiting aansprakelijkheid | info@ouders.nl
Pagina voor het laatst bijgewerkt op: 4 september 2002