|
Vraagbaak Opvoeding en gedrag - Archief
Ruwhandige
zoon te weinig begrensd
Onze zoon is 2½ jaar. Sinds de geboorte is hij
al erg beweeglijk. Zijn lichamelijke ontwikkeling ging ook zeer snel. Hij heeft een sterke
wil en is soms moeilijk te corrigeren. In de omgang met ouderen is hij een vrolijke
jongen.
Zijn probleemgedrag betreft de omgang met andere kinderen. Wanneer hij die
tegenkomt wil hij ze meestal aanraken, aaien, kusjes geven. Hij doet dit op een dominante
manier. Vaak verandert zijn aanraken in omver duwen, aan het haar trekken en slaan. Hij
kan alleen in groepen kinderen functioneren met permanente begeleiding. Andere kinderen
moeten tegen hem beschermd worden. Wanneer hij in dit gedrag gecorrigeerd wordt, ontsteekt
hij in woede en krijgt zijn gezicht een uiterst grimmige mimiek. Hij begint te slaan, te
schoppen en te bijten.
Onlangs is hij voor het eerst naar de peuterspeelzaal geweest en hier blijkt dat alle
kinderen bang voor hem zijn. Binnen de kortste keren heeft hij iedereen aan het huilen,
zelfs de vierjarigen. Het is onmogelijk om hem op deze manier met andere kinderen om te
laten gaan.
Wij willen graag weten wat de mogelijkheden zijn om met dit gedrag om te gaan zonder hem
van alle contact met kinderen af te sluiten.
(naam en e-adres bij redactie bekend)
Antwoord:
Geachte ouders,
Het is inderdaad belangrijk om uw zoontje niet af te sluiten van het contact met
kinderen. Juist in de omgang met andere kinderen kan hij leren hoe hij zich moet gedragen.
In het leggen van contact met ouderen lijkt hij geen probleem te hebben. Het zit hem dus alleen in de kind-kindrelatie, die wezenlijk verschilt van de ouder(s)- kind relatie. Het contact tussen kinderen gaat uit van meer gelijkheid.
Begrenzing ontbreekt
In het spelen met elkaar oefenen kinderen onder meer in agressie en competitie. Uw
zoontje lijkt mij een heel initiatiefrijk en temperamentvol kind. In het contact met
ouderen wordt hij door de ander begrensd, maar in het contact met kinderen moet hij nog
leren waar de grenzen liggen. Dit is volgens mij het probleem. Uw zoontje wil graag
contact, maar door zijn onhandige dominante gedrag, stoot hij juist andere kinderen af.
Dit frustreert hem, en maakt hem boos.
Beweeglijke extraverte kinderen, zoals uw zoontje, gedragen zich eerder agressief dan
rustige kinderen, omdat zij hun snel-opkomende onlustgevoelens heel impulsief afreageren.
Andere kinderen worden bang, en door deze negatieve ervaringen wordt uw zoontje steeds
onzekerder en gaat hij zich steeds agressiever reageren. Uw kind lijkt in deze vicieuze
cirkel terechtgekomen te zijn, en heeft extra begeleiding nodig om hieruit te komen.
Vanaf 3 jaar
Uw zoontje moet gaan leren om zijn eigen behoeften en impulsen onder controle te krijgen.
Zo rond het derde jaar zijn de meeste kinderen in staat om zich in de ander in te leven. U
kunt, samen met de peuterspeelleidster, uw kind helpen door duidelijk, maar vriendelijk en
beslist direct zijn grensoverschrijdend gedrag (het aanraken, aaien en kusjes geven) te
stoppen. Door hem af te leiden met bijvoorbeeld een speelgoedje en hem tegelijker tijd te
zeggen dat andere kinderen aaien niet leuk vinden, helpt u hem om even afstand te nemen. U
kunt ook samen kijken waar het andere kind mee bezig is en dit voor hem benoemen.
Bijvoorbeeld: "Kijk Mees is aan het spelen met duplo, wil je ook wat maken?"
zodat hij met uw hulp aan de gang kan. Kinderen op deze leeftijd spelen vaak nog naast
elkaar, en niet met elkaar.
Wanneer het contact met een ander kind al is misgegaan en hij agressief gedrag uit,
moet u dit gedrag direkt stoppen. Al wordt hij woedend en gaat hij slaan of schoppen,
trekt u zich hier niets van aan, maar zet hem rustig doch beslist een paar minuten apart
op een stoeltje en blijf in zijn buurt (time-out). Als hij gekalmeerd is, mag hij weer
gaan spelen. Dit zal veel van u en de leidster vragen, maar het is belangrijk om dit
consequent vol te houden. Dat is moeilijk, maar ik hoop echt dat u dit kan opbrengen, want
zo kan hij gaan leren om zijn impulsen te beheersen, en om leuk met andere kinderen te
gaan spelen.
Nog even dit; het is natuurlijk belangrijk dat de volwassenen in de omgeving van uw
zoontje op één lijn zitten qua aanpak, en dat hij veel positieve aandacht krijgt wanneer
hij zich goed gedraagt.
Ook vraag ik mij af of uw zoontje in het contact met volwassenen ook zo ruw tekeer gaat. Als dat het geval is, en de volwassenen reageren er onvoldoende (of misschien zelfs positief) op,dan moet hen duidelijk maken dat zij dit gedrag afkeuren en stoppen.
Ik hoop dat zich kunt vinden in mijn advies, ook al is het veel gevraagd. Ik wens u dan
ook veel succes en uithoudingsvermogen.
Joanna Sandberg
|