logo Ouders Online

home forum chat thema-pagina's vraagbaken annonces koopjeskelder surf-tips snuffelgids colofon

Vraagbaken - gratis consult bij onze deskundigen
 Actuele vragen
 Archief van de taalkundigen
 Vraag inzenden

Vraagbaak taalkundigen - Archief

14 oktober 1999

Moet ik 'kennen' en 'kunnen' bij hem verbeteren? (3½ jr)

Mijn zoontje is ruim 3 en een half. Hij spreekt goed, maar gooit, waarschijnlijk naar het voorbeeld van de oppaskinderen, steeds kennen en kunnen door elkaar. Moet ik hem telkens corrigeren of het negeren?

Marloes Kivits, Heiloo
kivit002@wxs.nl

Antwoord

Beste mevrouw Kivits,

Kinderen van drie en een half zijn meestal wel enigszins in staat na te denken over taal en zelfs over hun eigen taalgebruik. Dat blijkt bijvoorbeeld uit woord-grapjes die ze zelf beginnen te maken, en uit hun commentaar op bestaande woorden, zoals: wat is karne? zit dat in de melk? Dat betekent dat het vanaf deze leeftijd waarschijnlijk wel zin heeft om uw zoontje te wijzen op het verschil tussen uw eigen taalgebruik en dat van hem.

Leeftijdsgenootjes gaan voor
Toch kunt u niet verwachten dat hij kennen en kunnen binnenkort steevast goed gebruikt, hoezeer u hem ook verbetert. Van hem uit bezien zijn kennen en kunnen waarschijnlijk varianten van hetzelfde woord, net zoals je en jij, of je en jou in veel zinnen verwisseld kunnen worden. Hij zal van nature geneigd zijn om zijn taalgebruik aan te passen aan zijn leeftijdsgenootjes, eerder dan aan zijn ouders. Uw rol is hem erop te wijzen dat zinnen zoals ik ken fietsen en ik kan fietsen niet gelijkwaardig zijn: de ene vorm is voor u goed en de andere niet.

Goed voorbeeld
Echt streng verbeteren lijkt me niet nodig. Het is voor een kind van die leeftijd nog een hele toer om de juiste woorden altijd op het juiste moment paraat te hebben, en duidelijk te maken wat hij zeggen wil. De beste aanpak is voorlopig verbeterend herhalen. Als hij zegt: ik ken al fietsen, zegt u gewoon: zo, kan jij al fietsen!

Een enkele keer kunt u er ook direct iets over zeggen. Dat hij zich wel eens vergist tussen ken en kan bijvoorbeeld. Of dat u het netter vindt als hij zegt ik kan fietsen. Op zo'n manier wordt hij zich ervan bewust dat het verschil in taalgebruik tussen u en zijn vriendjes een bepaalde waarde heeft. Zo zal hij mettertijd ook kunnen leren om zijn taalgebruik naar uw voorbeeld te richten. Als hij dat over een paar jaar nog steeds niet doet, kunt u er een punt van maken dat hij moet spreken zoals het hoort. Nu is hij daar nog niet aan toe.

Maaike Verrips


Copyright © 1996-2010 Ouders Online, alle rechten voorbehouden
Uitsluiting aansprakelijkheid | info@ouders.nl
Pagina voor het laatst bijgewerkt op: 6 juli 2001