Home » Vraagbaken » Normen en waarden bijbrengen in de klas

Normen en waarden bijbrengen in de klas

Hoe kun je op een leuke speelse manier kinderen van groep 1 tot en met 8 normen en waarden bij brengen?

Hoe kun je de ouders van kinderen hierbij betrekken, zonder dat ouders zich aangevallen voelen over opvoeding etc.

Antwoord

Wanneer de opvoeding goed verloopt leren kinderen van hun ouders wat de normen en waarden zijn in de cultuur waarin de ouders leven. Als kinderen naar een kinderdagverblijf, of peuterspeelzaal gaan worden zij al jong geconfronteerd met de waarden en normen die buiten het gezin gelden. Verschillen tussen thuis en daarbuiten, bijvoorbeeld door culturele verschillen of verschillen in milieu, kunnen verwarrend zijn voor kinderen.

Grenzen worden namelijk bepaald door de waarden en normen. Bijvoorbeeld: er zijn ouders die niet ingrijpen als het kind zijn eigen wil doorzet (het kind ‘komt goed voor zichzelf op’). Het beleid van het kinderdagverblijf is er juist op gericht om kinderen te stimuleren om samen te spelen, te delen, en dus rekening met de ander te houden en de ander te respecteren. Dus als het kind zijn wil doorzet op het kinderdagverblijf, dan overschrijdt het de daar geldende norm, en wordt het kind daarop afgerekend.

Schoolnormen

Naarmate kinderen ouder worden en de schoolleeftijd hebben, wordt de invloed buitenshuis en met name van de school steeds groter. Kinderen leren door de regels van school, de omgang tussen docenten onderling en tussen docenten en kinderen wat de normen en waarden zijn die gelden op school. Bijvoorbeeld hoe gaat de school om met pesten. Wordt pesten met de ‘mond’ verboden, maar blijkt het toch in de praktijk getolereerd te worden, of is het schoolklimaat zo dat pesten absoluut niet mag, en zijn er duidelijke consequenties aan verbonden? Volwassenen hebben een voorbeeldfunktie, maar ook leeftijdgenootjes spelen een grote rol. Een rol die steeds groter wordt, denk maar aan hoe belangrijk de peer-group is voor pubers.

Tips

Hieronder volgen enkele tips om kinderen op een leuke, speelse manier normen en waarden bij te brengen. Natuurlijk moet het niveau van het aangebodene aangepast worden aan de leeftijd van de kinderen. Kleuters gaan nog helemaal uit van het individuele standpunt, namelijk dat wat een persoon leuk vindt (om te doen), ook ‘goed’ is.

Oudere kinderen gaan ervan uit dat wat ‘goed’ is, ook is wat hoort, wat de regels zijn. Kinderen van deze leeftijd kunnen heel verontwaardigd zijn als hun ouders bijvoorbeeld een verkeersregel overtreden. Uiteindelijk is het de bedoeling dat het kind opgroeit tot een volwassene die zich persoonlijk verantwoordelijk voelt voor zijn daden.

- Een manier om kinderen normen en waarden te leren is om kinderen morele dilemma’s te laten beoordelen. Laat kinderen bijvoorbeeld met elkaar praten naar aanleiding van verhaaltjes, voorgelezen door de docent, waarin een moreel dilemma is verwerkt. Dit kan een sprookje zijn, maar ook een zelfverzonnen verhaal, of iets uit de krant.

- Lok naar aanleiding van een voorval (in de klas, of op het schoolplein) morele discussies uit tussen kinderen, en geef uitleg over goed en kwaad. Leg het waarom uit van de geldende regels, en de consequenties die aan het afwijken van regels verbonden zijn. Stel vragen als: ‘wat zou jij doen in zo’n situatie?’ Of: ‘als jij zo doet, hoe zal dan de ander reageren?’.

- Laat kinderen rollen spelen. Dit is ook een manier om hen te leren zich in te leven en te verplaatsen in de ander. Noem het toneelstukjes, en laat de kinderen zich verkleden bijvoorbeeld als politieagent, boef, maar ook gewoon als kind, moeder, vader, etc.

- Forceer rolwisselingen: laat kinderen de andere rol ook spelen, bijvoorbeeld pester en degene die gepest wordt.

- Zet themaweken op over een bepaald onderwerp, zoals pesten, jong en oud, rijk en arm, verschillende culturen, discussie over sekserollen, etc.

- Laat kinderen uit andere culturen vertellen hoe zij leven thuis, over hun moederland, of dat van hun ouders, hun feesten en begrafenissen, etc.

- Integreer in de praktijk dat de oudere kinderen de jongere helpen, in het lesmateriaal, de omgang tussen de kinderen, of in de gymlessen. Als een kind iets niet kan, moet het niet uitgelachen worden, maar geeft dit juist de mogelijkheid voor een ander kind om het te helpen.

Betrek de ouders erbij

Door ouders op een positieve manier te betrekken bij de gang van zaken op school, help je ze over de drempel. Je helpt ouders niet door ze te beschuldigen, dan worden ze defensief, en vergroot je de kans dat ze zich terugtrekken. Betrek ouders bij de bovenstaande tips, dan sla je als school ook twee vliegen in een klap; de betrokkenheid van de ouders wordt vergroot, en er zijn meer handen en denkwerk ter beschikking. Succes!

Joanna Sandberg

is pedagoge, BIG geregistreerd klinisch psycholoog, BIG geregistreerd kinder- en jeugdpsychotherapeut/gezinstherapeut. Ze is werkzaam bij het VU Medisch Centrum te Amsterdam.