| Terug naar overzicht Leeszaal | |
Nieuwe kinderboekenKatinka Kerstingmei/juni 2000 Het aantal nieuwe kinderboeken dat elke maand gepubliceerd wordt is immens. Kunt u door de bomen het bos nog zien? Katinka Kersting helpt u bij het schiften van goed en minder goed. Deze maand: 9 boeken plus een nadere kennismaking met Uitgeverij Hillen, een nieuwe (en opmerkelijk flonkerende) ster aan het firmament. Drie dierenboeken (1-4)Dieren zijn razend populair in boeken voor kleine kinderen. Voor de hele kleintjes vind je vooral boekjes met "echte" dieren. Om aan te wijzen en de geluiden na te doen. In boeken voor peuters en kleuters beleven de dieren van alles, en zijn het meer een soort vermomde mensen. Dit keer drie dierenboeken die een beetje tussen deze twee categorieën in vallen. Ten eerste kunnen ze gebruikt worden als aanwijsboek: op elke bladzijde komt een nieuw dier aan bod. Daarnaast is er een klein beetje tekst en de dieren vertonen een paar menselijke trekjes. Hierdoor zijn de boeken ook geschikt voor kinderen die het aanwijsstadium al voorbij zijn. Opvallend is ook dat de boeken alledrie het nevendoel hebben om kinderen iets te leren.
Mamma! Tekst en ill.: Mario Ramos Lemniscaat, 2000 ISBN 90-5637-251-3 22,50 Een hilarisch telboek. Een jongetje vindt eerst een enorm nijlpaard op z'n kamer. Dan twee leeuwen op de wc. Vervolgens drie giraffen die op het bed springen. En zo door tot tien. De enige tekst op elke pagina is steeds: "Mamma!" De geestige tekeningen en de verassende, humoristische wending op het einde maken dit boek beslist tot een van de leukere telboeken.
Heeft een kangoeroe ook een mama? Tekst en ill.: Eric Carle Gottmer, 2000 ISBN 90-257-3198-8 19,90 In het nieuwste prentenboek van Eric Carle maken kinderen kennis met verschillende dierenmoeders en hun jongen. Zo leren ze de kangoeroe, de giraf en tal van andere exotische dieren te benoemen. Met als moraal van het verhaal: "Alle mama's houden van hun kinderen, net zoveel als ik van jou." Liefhebbers van de collage-stijl van Eric Carle hebben er een mooi dierenboek bij. Maar het is zeker niet zo bijzonder als Carle's inmiddels klassieke telboek Rupsje Nooitgenoeg.
Het grote billen-boek Tekst en ill.: Guido van Genechten Clavis, 2000 ISBN 90-6822-707-6 26,90 Rond de tijd dat kinderen gaan begrijpen waar hun poep en plas vandaan komt, zijn ze vaak hevig geïnteresseerd in alles wat daarmee te maken heeft. Ouders zijn doorgaans wat minder gecharmeerd van geroer in de poep. Maar ze proberen van deze bewustwording bij hun kind wel gebruik te maken door te beginnen met de zindelijkheidstraining. Dit boek stelt beide partijen tevreden. De ouder omdat het kind geleerd wordt dat iedereen op het potje gaat: de olifant, de giraf, het varken... (dus jij ook). En het kind omdat het naar hartelust alle soorten billen kan benoemen: dikke billen, dunne billen, zachte billen... Een leuk concept, geïllustreerd in een krachtige mix van collage- en verftechnieken. Als papa er vandoor gaat (4+)
De papawinkel Tekst en ill.: Kristien Aertssen Leopold, 2000 ISBN 90-258-3022-6 27,50 Op een dag verdwijnt de vader van Kleine Kater zomaar. Gelukkig kan moeder ook alles wat vader altijd deed. En ze maakt zich niet druk, want ze weet dat katers wel vaker op stap gaan. Als lezer verwacht je vervolgens dat de vader na een aantal onalledaagse situaties weer herenigd zal worden met zijn gezin. In eerst instantie lijkt het inderdaad die kant op te gaan. Kleine Kater sluit vriendschap met de buurman. Samen gaan ze naar de stad, waar ze tegen een papawinkel aanlopen. Maar helaas, de vader van Kleine Kater zit er niet bij. Gelukkig weet buurman Kleine Kater op te vrolijken. En Kleine Kater valt tevreden bij buurman in slaap. De vader wordt dus niet gevonden! Dit open einde druist in tegen de verwachtingen die je hebt bij een prentenboek voor jonge kinderen. En er is ook al geen duidelijke moraal of boodschap. Want de boodschap zal toch niet zijn dat mannen niet te vertrouwen zijn omdat ze altijd zomaar verdwijnen? Of dat het niet geeft als je papa verdwijnt omdat mama's het prima alleen redden, en dat de vaderrol gemakkelijk overgenomen kan worden door de buurman? Misschien is het juist wel de kracht van dit boek dat er geen sprake is van een moraal of een mooi afgerond verhaal, omdat nu de fantasie geprikkeld wordt. Dat geldt ook voor de illustraties. Die zijn heel mooi en sfeervol. Met details die je uitnodigen om er van alles bij te bedenken; het soort illustraties dat je meezuigt in de situatie. Leren lezen (6+)Sinds Ot en Sien streeft men er al naar om de eerste leesboeken voor kinderen aantrekkelijker te maken. Een aansprekend verhaal, kunstzinnige illustraties en een mooie vormgeving worden steeds belangrijker. Ook de technische kant van het leesonderwijs heeft voortdurend de belangstelling gehad. De afgelopen eeuw werd al de ene leesmethode na de andere ontwikkeld. (Voor een helder overzicht van datgene wat tegenwoordig zoal gebruikt wordt en waarom, zie http://www.slo.nl/taal/mediatheek/lexicon/Aanvankelijk_lezen.html.) Hoewel men dus al zo'n 100 jaar probeert de eerste leesboeken te voorzien van een leuke tekst en een goede methode, blijken deze twee strevens nog steeds moeilijk te verenigen. De drie recent verschenen boekjes voor de beginnende lezer die we voor u beoordeelden, zijn daar een goed voorbeeld van. De boeken zijn zichtbaar met zorg gemaakt door mensen die er verstand van hebben en de illustraties zijn prachtig. Alleen de tekst is voor een volwassen lezer nog altijd niet bijster inspirerend. Daarvoor klinken de AVI-richtlijnen te nadrukkelijk door in de tekst. (AVI is een indicatie voor de moeilijkheidsgraad van de tekst.) De vraag is of dat erg is. De meeste kinderen vinden het enorm spannend om te leren lezen. Wát ze dan lezen, doet er voor hen doorgaans niet eens zoveel toe. Zelfs de meest triviale boekje zijn al bevredigend, alleen al door het feit dat ze zelf gelezen zijn. Dus als je je als ouder kunt geruststellen met de gedachte dat je kind een verantwoord boek leest, dan is dat mooi meegenomen. En zodra kinderen enigszins kunnen lezen, worden de boekjes die expliciet gebaseerd zijn op een bepaalde leesmethode een stuk minder belangrijk. Een spannend boek wordt toch wel gelezen, ook al is het eigenlijk van een te hoog niveau en begrijpen ze de helft niet. En misschien leren kinderen juist wel het meest van die te moeilijke, maar hele mooie boeken.
Roos wil een heks zijn AVI 1 (5 maanden leesonderwijs) Tekst: Brigitte Minne Illustraties: Gudrun Makelberge De Eenhoorn, 2000 ISBN 90-5838-031-9 16,95 Roos moet van haar moeder altijd lief en netjes zijn, terwijl ze zelf juist liever stout en vies is. Daarom loopt ze weg naar het bos. Uiteindelijk weten Roos en haar moeder een compromis te bereiken. Elke zin begint op een nieuwe regel; de tekst bevat geen hoofdletters en alleen woorden van 1 lettergreep.
Het boek van wit en zwart AVI 3 (9 maanden leesonderwijs) Tekst: Martina de Ridder Illustraties: Leen van Durme De Eenhoorn, 2000 ISBN 90-5838-024-6 16,95 Kris vindt bij een antiquair een magisch boek. Er wordt vervolgens een beetje gespeeld met het griezel-thema, maar een echt plot is er niet. Opeens is het verhaal afgelopen. Het taalgebruik is wat vreemd, met uitdrukkingen als "Zijn winkel zit eivol" en bibliotheek wordt afgekort als "bib".
Gitta viert feest Tekst: Martina de Ridder Illustraties: Leen van Durme De Eenhoorn, 2000 ISBN 90-5838-023-8 16,95 Beslist de leukste van de drie. Het gaat over een klas die een dagje naar het strand gaat. De trein komt onderweg stil te staan. Om de tijd goed te benutten, vieren ze in de trein de verjaardag van een oude mevrouw die ze onderweg zijn tegengekomen. Een jongen en zijn pop (8+)
Langejan Tekst: Mirjam Mous Illustraties: Natascha Stenvert Van Holkema & Warendorf, 2000 ISBN 90-269-9293-9 19,90 Een prachtig boek over Freek die thuis blijft als zijn ouders in de zomer op vakantie gaan. Zijn grote broer Oeke past op hem. Freek brengt zijn dagen door aan het strand, waar hij als een schatzoeker de mooiste spullen verzamelt. Een vishaak, inktvisschildjes, groen glas met barstjes... Want "wat de zee heeft opgedronken, spuugt hij ook weer uit". Voor Freek zijn het strand en de zee levende wezens. En ijkpunten. Door dingen te vergelijken met zandkorrels of golven probeert Freek de wereld om hem heen te begrijpen. Ook maakt hij een schitterende variant op Roodkapje, waarin de boze zeewolf en de dochter van de vuurtorenwachter de hoofdrol spelen. Het hele boek zit vol met treffende beeldspraak en mooie taalvondsten. Zo verandert de naam van de pop die Freek van Oeke krijgt in de loop van het boek. In eerste instantie vindt Freek het een stomme en vooral heel enge pop. Hij noemt hem "langding". Langzaam krijgt Freek toch een band met de pop, wiens naam dan verandert in "Langejan". Langejan wordt steeds belangrijker voor Freek. Hij krijgt zelfs de heldenrol in een toneelstukje en heet dan "Jan zonder Vrees". Helaas maakt een buurmeisje de pop kapot. Langejan is dood en wordt begraven. Om ten slotte -- in een andere gedaante -- te herrijzen als "Nieuwejan". De relatie met de pop weerspiegelt de ontwikkeling die Freek gedurende de zomer doormaakt. Hij leert zijn angsten te overwinnen, waardoor hij ook niet meer bang is voor Woeste Willie, die hem altijd vanuit de gangkast belaagt. Ook komt hij in aanraking met grote thema's uit het leven, als Liefde en Dood. Aan het einde van het boek is er dus niet alleen sprake van een Nieuwejan, maar in zekere zin ook van een nieuwe Freek. Tweeling (10+)
Ik ben veel liever zoals wij Nynke Klompmaker Lemniscaat, 2000 ISBN 90-5637-265-3 24,50 Dit is het debuut van een schrijfster die zelf de helft is van een een-eiïge tweeling. In dit boek beschrijft ze de alledaagse belevenissen van de tweelingzusjes Lis en Semmie. Zij hebben hun eigen spelletjes, begrijpen elkaar met een half woord en kennen elkaar door en door. Maar ze zijn zeker geen kopieën van elkaar. En dat willen ze ook helemaal niet zijn. Het feit dat de iets oudere tweeling uit het dorp, Bella en Mirella, nog altijd in dezelfde kleding rondloopt, vinden Semmie en Lis maar belachelijk. "Ik ben veel liever zoals wij" zegt Semmie. Toch ervaren ze af en toe ook de nadelen van het tweeling zijn. Bijvoorbeeld als mensen denken dat je je zusje bent. In de loop van het boek ontstaat er een verwijdering tussen de twee. Lis wordt verliefd op Foppe en heeft daarom meer oog voor hem dan voor haar zusje. Semmie voelt zich alleen en in de steek gelaten. Maar vrij snel vindt ook zij haar eigen bezigheden. Tegen het einde van het boek trekken de zusjes weer naar elkaar toe. Dit alles speelt zich af in een setting van een gemoedelijk dorp, met koeien, boerenzoons op cowboy-laarzen en een lieve, zachte, dikke, moederlijke moeder. Het leven kabbelt voort en dat geldt ook voor het verhaal. Het leest lekker, maar het blijft wat oppervlakkig. Daardoor kun je niet echt meevoelen met de meisjes als zij zich ontwikkelen tot meer zelfstandige individuen. Jammer, want dit thema is juist zo'n interessant aspect van het boek. Special: Uitgeverij HillenUitgeverij Hillen is een spiksplinternieuwe uitgeverij voor kinderboeken. Dit voorjaar kwamen de eerste zes boeken uit; wat zeggen ze over de kwaliteit die we van Hillen kunnen verwachten? Met deze zes boeken laat de uitgeverij direct een eigen, herkenbare stijl zien. Het zijn mooi vormgegeven prentenboeken, met kleurige, fantasievolle illustraties van wisselende illustratoren. De tekst is telkens van dezelfde auteur: Bette Westera. Verhalen in dichtvorm Muzikaal omlijste voordrachten Toekomstplannen De eerste zes
Wij kozen hieruit de eerste (voor 3+) en de laatste (voor 9+) voor een nadere kennismaking.
Zeven zachte knuffelberen (3+) Tekst: Bette Westera Illustraties: Sylvia Weve Hillen, 2000 ISBN 90-6565-04-5 17,50 Een aandoenlijk boekje voor peuters. Anne heeft zeven knuffelberen. Eentje is de allermooiste, een ander de allerliefste, weer een ander de allerstoutste... Op een heel eenvoudige manier wordt uitgebeeld hoe Anne op elk van die beren een stukje van zichzelf projecteert. En dat is precies waarom lievelingsknuffels (en poppen) zo belangrijk voor kleine kinderen zijn. Niemand is vertrouwder en begrijpt je beter. Je knuffel is immers een deel van jezelf. De tekst wordt op een krachtige manier aangevuld door de tekeningen van Sylvia Weve. Ze laat Anne bijna versmelten met al haar verschillende knuffelberen.
Hallo, ik ben een koe (9+) Tekst: Bette Westera Illustraties: Mylo Freeman Hillen, 2000 ISBN 90-76766-03-7 24,50 In deze bundel "verdichte verhalen" beschrijft Bette Westera hele geschiedenissen in dichtvorm over de meest uiteenlopende dieren. De vorm van de gedichten is door de hele bundel vrij constant; een soepel lopend rijm en een recht toe recht aan taalgebruik, met een humoristische ondertoon. De inhoud van de gedichten loopt nogal uiteen. Het titelgedicht heeft een maatschappij-kritische tendens en zet je aan het denken over het leven van de moderne koe. Het gedicht over het schaap dat een coupe de soleil wil, brengt grappige nonsens, en het gedicht over de bijen is bijna een soort biologie-les. Daarnaast zijn alle gedichten te lezen als een verbeelding van menselijke gevoelens en gedachten. Heel mooi en wat poëtischer en filosofischer dan de overige gedichten in de bundel is het gedicht over de glimworm die is overleden: "het vuur in hem was op". Wat mij betreft hadden er van dit type wat meer in mogen staan.
Katinka Kersting Archief kinderboeken-recensies in de Leeszaal. |
Copyright © 1996-2001 Ouders Online BV
Uitsluiting aansprakelijkheid
Pagina voor het laatst bijgewerkt op: 18 mei 2000