Terug naar uitslag Prijsvraag
En, hoe was het op school?

Inzendingen 23 t/m 30 oktober

Naar de inzendingen 9 t/m 15 oktober
Naar de inzendingen 16 t/m 22 oktober


64. Janneke heeft het feest verpest
Dit gaat over: mijzelf
30 oktober 1999
Janneke Dullemond
frankv@dds.nl

In 1973 bestond onze kleuterschool 10 jaar. Heel, heel lang geleden, ikzelf was toen nog een baby, hadden de grote buurjongens het vijfjarig bestaan nog meegemaakt, vertelden ze. Ik was dan ook zwaar onder de indruk van de voorbereidingen voor het feest. De juf toverde de klas in enkele dagen om in een kleurig paradijsje met versiersels uit allerlei kleuren crêpepapier.

Crêpepapier is kwetsbaar, werd ons op het hart gedrukt. Vooral als het nat werd zou het doorlopen en gaan scheuren. Daarom versierde ze pas op de laatst het fonteintje achterin de klas. Eerst bekleedde ze de zijkanten zorgvuldig met donkerblauw crêpepapier, en vervolgens kwamen daar lichtbauwe verticale stroken overheen. Het resultaat was betoverend mooi. "Heel voorzichtig zijn bij het handenwassen," drukte juf ons nog eens op het hart, "en vooral niet met water morsen." Nou, wij keken wel link uit natuurlijk.

Klikken mocht niet
Na het speelkwartier vroeg de juf op onheilspellende toon wie het fonteintje had gebruikt. Ik stak mijn vinger op. Tot mijn ontzetting keek ze me toen boos aan. Ik keek rond en zag dat ik de enige was met een vinger omhoog. Alle andere kinderen keken naar mij. Ook alle andere kinderen die ik het fonteintje had zien gebruiken zaten doodstil zonder hun vinger op te steken. Ik wist zeker dat ik heel voorzichtig was geweest, ik had beslist niet gemorst, het was iemand anders geweest. Ik voelde op mijn klompen aan dat het geen zin had om te zeggen dat er nog meer kinderen hun handen hadden gewassen, klikken mocht immers niet? En zeggen dat ik niet gemorst had was ook zinloos, het doorgelopen papier pleitte tegen me.

"Iedereen doet zijn best om het een leuk feest te laten worden en wie moet het weer voor alle andere kinderen verpesten? Janneke!" schetterde de juf door de klas met hoge uithalen. Ik was te perplex om te huilen of te protesteren. Toen de juf zei dat ik het zelf maar moest gaan oplossen stond ik mechanisch van mijn stoel op en liep naar het fonteintje. Hoe los je doorgelopen crêpepapier op?

Apathisch zwijgen
Onder de ogen van dertig doodstille kleuters en een hysterische juf begon ik aarzelend het gedeelte met de natte plekken af te scheuren. Fout. "Wat doe je nou weer!" Niet begrijpend hield ik op met scheuren. "Zo maak je het alleen maar erger!" Alleen een paar lichtblauwe stroken waren nat geworden, schreeuwde ze. "Die had je eraf moeten halen. Nou heb je ook nog de donkerblauwe ondergrond verpest!" En dat was nog niet het enige. "En als je dan per sé het donkerblauwe crêpepapier kapot wil maken dan moet je een schaar gebruiken!" Ik had intussen alle reden om wanhopig in huilen uit te barsten, maar ik was zo in de war van het onrecht en de onbegrijpelijke logica waarin ik terecht was gekomen dat ik alleen maar apathisch kon zwijgen.

In het magazijntje van de school lagen nog maar een paar restjes crêpepapier, en het blauwe papier was al helemaal op. Dat deed de juf opnieuw in woede ontsteken. Het verbaasde me niet eens meer dat deze tegenvaller mij ook werd aangerekend. Ik moest zelf maar blauw crêpepapier gaan kopen om het goed te maken, vond de juf. Bij thuiskomst moest ik aan mijn moeder vertellen hoe ik het voor de klas verpest had, en met haar naar de winkel gaan. De volgende dag moest ik dan het fonteintje versieren met nieuw blauw crêpepapier. Toen ik die middag naar huis liep liepen een paar klasgenootjes honend achter me aan "Janneke heeft het feest verpest, Janneke heeft het feest verpest."

Het viel niet mee om mijn moeder uit te leggen wat er nu precies gebeurd was op school, maar ze begreep uit mijn verhaal dat we nog even gauw voor sluitingstijd een paar rollen blauw crêpepapier moesten halen. Onder de hoede van mijn rechtvaardige moeder begon ik weer bij mijn positieven te komen. Zij kon alles, zij zou het probleem gauw de wereld uit helpen.

Blauw was op
Bij V&D bleek het blauwe papier op te zijn. "Dan kopen we toch geel," vond mijn moeder "of blauw, of groen, zeg het maar." Mijn adem stokte. "Het mocht alleen blauw zijn," piepte ik benauwd. Ik moest er niet aan denken wat er zou gebeuren als ik met rood op school kwam. "Ik bel de juf wel even op om het uit te leggen," zei mijn moeder praktisch.

De volgende morgen nam de juf zwijgend mijn rol groen crêpepapier in ontvangst. Ik wilde uitleg geven maar de juf wilde er geen woorden meer aan vuil maken. Ze ging over tot de orde van de dag en in het speelkwartier hulde ze het fonteintje in groen. Zo werd het toch een groot feest ondanks mijn sabotagepogingen.


63. De geur in het halletje
Dit gaat over: mijzelf
29 oktober 1999
Monique Dirven
monique@zorgplan.nl

"Ja maar meisje, wat weet ik nou nog van mijn lagere school? Dat is toch al heel lang geleden...", zei mijn moeder vroeger, wanneer ik haar ernaar vroeg. Dan nam ik me elke keer opnieuw weer voor om nog wèl alles over school te weten, wanneer ik later groot zou zijn. Want hoe kun je dat nu vergeten ....

Een van mijn scherpste herinneringen dateert van toen ik in de eerste of tweede klas zat. Wanneer de school begon, moesten we op het schoolplein een rij maken, om daarna klas voor klas het gebouw binnen te gaan. In het halletje, bij de hoofdingang, hing dan af en toe een heel speciale geur, een heerlijke geur. Een geur die volledig nieuw voor mij was en absoluut niet paste in het arsenaal van etens-, bad- en buitenluchtjes dat ik als zes- of zevenjarige inmiddels had opgebouwd.

Diep en snel ademhalen
Wanneer die geur in het halletje hing, ging ik haast automatisch langzamer lopen, zoekend naar de juiste combinatie van diep en snel ademhalen om maar zoveel mogelijk van die heerlijke geur op te snuiven. Want ik wist dat 'ie verdwenen zou zijn op het moment dat ik rechtsaf de gang inliep om naar het klaslokaal te gaan. Ik heb toen nooit begrepen waar die geur vandaan kwam. Hij hing er af en toe, en dat was voldoende. En op een dag rook ik hem, zonder het te beseffen, voor het laatst...

De lagere school ging voorbij, ik werd brugklasser, en nog ouder. Soms herinnerde ik me die geur van de lagere school en verlangde ik ernaar terug. En ineens, op een dag, voelde ik me weer dat kleine meisje dat het halletje van de Hertog-Janschool binnenwandelde. De geur, míjn geur. hij was er weer!! Minder sterk, dat wel, maar het was onmiskenbaar mijn geur! Waar ik hem rook? Ik weet het niet meer maar dat was ook niet zo belangrijk. Iets anders was veel belangrijker: ik begreep zijn oorsprong. Ineens begreep ik waarom die geur daar, op die school, soms rook in het halletje; het was een parfum, jaren geleden gedragen door een juf van de lagere school!

Nu ruik ik mijn geur nog wel eens, als een dunne nevel in de ruimte waar ik me op dat moment bevind. Dan zoek ik naar de juiste combinatie van snel en diep ademhalen, om er maar zoveel mogelijk van op te snuiven. De naam van de geur weet ik niet. Elke keer als ik hem ruik, heb ik de aanvechting om even te snuffelen aan alle vrouwen die op dat moment in de buurt zijn. Om uit te vinden wie de geur draagt. Om de naam te vragen. Tot nu toe heb ik me steeds beheerst, maar ik denk dat ik het een volgende keer maar gewoon doe. Dan kan ik mijn geur eindelijk kopen en mezelf weer dat kleine meisje voelen in het halletje van de lagere school ... wanneer ik maar wil!


62. Toveren met letters
Dit gaat over: mijzelf
29 oktober 1999
Els Terwindt
E.terwindt@ae.unimaas.nl

Bij mijn grote broer achterop de fiets reden we door de stad. Ik keek naar al die borden die boven de winkels uit reikten en verbaasde me over de tekens die daar opstonden Het was chinees voor mij. Wat zou er toch allemaal staan. De magie die er achter zat, tovenarij, wat wilde ik dat graag begrijpen.

Eindelijk mocht ook ik naar de 'grote school'. Daar leerde ik; lettertje voor lettertje. En zie hier, het wonder geschiede. Langzaam vormden de tekens op de borden zich tot woorden en kon ik ze eindelijk begrijpen.

Eindelijk kon ik toveren.


61. Juf Strengstra en een schuttingwoord (prijswinnaar)
Dit gaat over: mijzelf
28 oktober 1999
Katinka Kersting
deBruin.Kersting@inter.NL.net

In de eerste klas van de lagere school was de tweede klas een andere wereld. Dan begon Het Echte Leven. Vol geheimen en gevaren, waarvan wij slechts een vage voorstelling hadden. Zo kreeg je bijvoorbeeld Huiswerk. Iets wat ons heel groots en gewichtig leek. ‘Je moet heus niet denken dat je dan gewoon kunt gaan spelen als je thuiskomt’, hielden de tweede klassers ons voor. En ze lieten duidelijk merken dat het leven in de eerste kinderspel was, vergeleken met dat van hen. Verder hoorde bij de tweede klas mevrouw Streekstra. Huiverend keken wij naar haar op als ze langs liep door de gang. Lang, dun, bril, zwart haar in een strakke knot.

Strengstra, noemden ze haar. ‘Want ze is héééél streng’. Dat was nog eens iets anders dan die lieve, ronde mevrouw Bussink van ons. Ja, er stond je heel wat te wachten als je naar de tweede ging. En dat dit heus niet alleen rozengeur en maneschijn was, dat begrepen wij ook wel.

Netste handschrift
‘De tijd van makkelijke woorden is voorbij’, bitste mevrouw Streekstra ons de eerste middag in de tweede klas toe, ‘nu begint het moeilijke werk’. We gingen de twee klanken oefenen. Ui, eu, ei, ij, au, ou en oe. Juf stelde groepjes samen. Wij moesten eu woorden verzinnen. ‘Wie het netste handschrift heeft, mag de woorden opschrijven’ zei mevrouw Streekstra.

Iedereen in mijn groepje wees naar mij. Ik zwol van trots en nam me vast voor ervoor te zorgen dat ons groepje de beste lijst zou maken. Zo zou mevrouw Streekstra snel merken dat ik een modelleerling was. Dat was dan alvast een gevaar minder. Want strenge juffen houden van brave en ijverige kinderen. Het enige waar ik me zorgen om maakte waren de twee branieschoppers van de klas. Die waren bij mijn groepje ingedeeld. Als zij gingen klieren kon ik een goede lijst wel vergeten. Omdat ze de aanvoerders van de klas waren zou niemand tegen ze in zou durven gaan. Ik ook niet.

Het begon goed. ‘Leuk, deuk, reuk, keuken...’ Ik noteerde ijverig alle woorden die de kinderen opnoemden. En toen ging het mis. ‘Neuken!’ riep een van de jongetjes voor wie ik bang was. Ik deed alsof ik niets had gehoord. ‘Neuken’, riep hij nog een keer. Ik werd rood. Ik wist dat mevrouw Streekstra dit soort woorden niet had bedoeld.

Onder druk van branieschopper
‘Dat is geen goed woord’, zei ik.
‘Waarom niet. Het moest toch met een eu? Of weet je niet wat het is.’
‘Tuurlijk wel.’ Ik had grote jongens het woord al een paar keer horen zeggen. En door de manier waarop wist ik heel goed wat voor soort woord het was. Dat het een woord was dat kinderen niet mogen zeggen.
‘Je durft het zeker niet?’
‘Tuurlijk wel’. Dat was niet zo. Ik durfde niet iets doen wat niet mocht. En al helemaal niet bij mevrouw Streekstra.
‘Schrijf dan op, Neuken.’
Ik werd heen en weer geslingerd tussen mijn vrees voor mevrouw Streekstra en mijn angst om buiten de groep te vallen als ik niet deed wat ze zeiden.
‘Neuken, lekker neuken’ viel nu ook de andere branieschopper in. Ze gingen het steeds harder te roepen. Straks hoorde de juf het nog. Dat mocht niet. De enige manier om de boel te redden was ze hun zin geven. Dus na ‘keuken’ kwam ‘neuken’.

Daarna mochten de lijstenschrijvers hun lijstje voor de klas voorlezen. Ik werd steeds zenuwachtiger.
‘Katinka, laat maar eens horen welke eu-woorden jullie gevonden hebben.’
‘Wel alles voorlezen hoor!’ werd er nog door de twee ettertjes in m’n oren gesist voordat ik met lood in mijn schoenen naar voren liep.
Zwijgend stond ik voor de klas. Van boven keek mevrouw Streekstra streng op mij neer, vanuit de klas staarden twee dominante jongetjes me doordringend aan. Het woord voorlezen zou een ramp beteken, het niet voorlezen ook.
‘Nou, Katinka, komt er nog wat van?’
Ik raffelde het hele lijstje fluisterend af.
‘Ik heb er niets van verstaan. Wel duidelijk praten. Nog een keer’.
‘Leuk’, begon ik weer, ‘deuk, reuk, keuken’ en toen, vlug, terloops en heel zacht ‘neuken’, gevolgd door ‘beuk, deur, steun...’
‘Ik hoorde niet wat je zei na keuken.’ ‘Neuken’, fluisterde ik.
‘Wat zei’ je?’
‘NEUKEN’, kwam er harder uit dan ik wilde.
‘Katinka!’, snerpte mevrouw Streekstra. Ik voelde hoe mijn hoofd nog roder werd dan het waarschijnlijk al was. Ik keek naar de grond. Ik hoorde de jongetjes gniffelen.
‘Er valt hier niets te lachen. Katinka, weet je wel wat dat woord betekent?’
Ik wist het ongeveer. Maar ik dacht niet dat het slim zou zijn om het aan mevrouw Streekstra uit te gaan leggen. Ik keek naar de grond.
‘Nee’.
‘Wat nee’.
‘Nee mevrouw Streekstra’.
‘Ik had dat niet van jou verwacht, Katinka’

Geen raad
Ik wist niet wat ik moet zeggen. Ik had nog nooit iets gedaan waar een juf boos om geworden was en wist me geen raad met de situatie. Tegenover de klas schaamde ik me vanwege mijn rode hoofd en mijn suffe reactie. Ik wist zeker dat de populaire jongetjes me uitlachten. Zij zouden in zo’n situatie gekke bekken trekken naar de klas. Het leek als of ik daar uren stond. Ik wenste dat ik kon verdwijnen.
‘Dit soort woorden wil ik nooit meer van jullie horen! En jij gaat je mond spoelen, Katinka’.
Met een gebogen hoofd liep ik naar het fonteintje in de hoek van de klas.

Het is daarna nooit meer echt goed gekomen tussen mevrouw Streekstra en mij, voor de branieschoppers bleef ik de rest van mijn lagere schooltijd een beetje bang, en het woord neuken geeft me nog altijd een ongemakkelijk gevoel. Maar het heeft me ook wat opgeleverd. De ervaring dat in Het Echte Leven rampen soms onvermijdelijk zijn.


60. Woedend op juffrouw Kraay
Dit gaat over: mijzelf
28 oktober 1999
[naam bij de redactie bekend]

Ik zal haar nooit, echt nooit vergeten. Juffrouw Kraay van kleuterschool de Kindervriend te Heemskerk... Nou, in mijn herinnering is deze juf zeker géén kindervriend(in). Waar het aan lag, heb ik nooit geweten. Aan mijn lange haar, waar ze altijd aan trok als ik langs haar liep?

Ik herinner mij de keer dat ik aan de (volgens haar) verkeerde zijde van een strook papier lijm gesmeerd had. Honend en luidkeels werd ik terechtgewezen, als zijnde "het domste meisje van de klas".

Maar de meest schrijnende herinnering aan deze eersteklas bitch volgt nu.
Ze was jarig of iets dergelijks. Alle klassen van de school zaten bij elkaar in een grote kring. Juffrouw Kraay deelde zoute koekjes uit. (Uit zo'n plastic voorgevormd bakje met zoute krakelingetjes en kleine ronde zoutjes, u kent ze vast nog wel). Toen ze eenmaal bij mij aangekomen was en ik mijn hand uitstak om ook zo'n koekje te pakken, siste ze: "JIJ krijgt niet." En ze vervolgde haar tour.

Wat heb ik, vooral die dag, gehuild. En wat was ik bang voor deze zwartharige pikvin. Zelfs nu, bij het schrijven van dit stukje, trillen mijn handen en bonkt mijn hart in mijn keel. Juffrouw Kraay uit Alkmaar, ik wou dat ze nooit bestaan had.


59. Geworstel met borstrok op wc
Dit gaat over: mijzelf
27 oktober 1999
Hans Beijer
sylans@worldonline.nl

Vroeger was het kouder in Nederland. Als kleuter droeg ik een hemd, borstrok -- dat was een soort hemd, door mijn moeder gebreid van grijze wol -- een overhemdje en een trui. Daaronder een lange broek, die door al die bovenkleding maar moeilijk bleef zitten. Ik moest, omdat ik zo mager was, bovendien de broek altijd op zijn plaats houden met bretellen. Die bretellen werden ook nog kruislings over de rug gedragen.

Ik ging al anderhalf jaar naar de kleuterschool en al die tijd was het mij gelukt op school niet naar het toilet te hoeven gaan. Thuis kon ik zonder schaamte assistentie van mijn moeder vragen bij het opnieuw aantrekken en ordenen van al die kleding, maar op school zou dat niet gaan. Het leek mij een hopeloze zaak als je eenmaal de bretellen los had en de broek had laten zakken om alles weer op orde te krijgen.

Fatale dag
Tot die fatale dag. Er was iemand jarig. Er werd uitgedeeld. Gevulde koeken. Heerlijk. Ik genoot ervan, maar even later kwam de niet mis te verstane aandrang. Ik moest naar het toilet. Wanhopig vocht ik nog een kwartier tegen het onvermijdelijke, maar ik moest mij gewonnen geven. Ik rende naar het toilet, trok alle kleding los en de verlossing was snel daar. Maar na de verlossing sloeg de wanhoop al snel toe. De bretellen lagen op de grond. De te wijde broek zat hopeloos verward met de onderbroek. Systematisch denken was toen niet mijn sterkste kant. Ik wist absoluut niet hoe alles weer op orde te krijgen.

De paniek sloeg toe. Ik zat nu al enige tijd in het toilet, maar realiseerde mij dat dat niet kon voortduren.

Ik moest assistentie gaan vragen. Vol paniek, de broek zo goed mogelijk omhoog houdend, de bretellen achter mij aan slepend, liep ik terug naar de klas. "Juffrouw, wilt u mij helpen?", vroeg ik staande in de deuropening. Dertig hoofden draaiden zich in mijn richting. Een luid gegil ging op. "Hij kan niet eens zijn broek aandoen, hahaha". Het schaamrood steeg mij naar de kaken. Tot overmaat van ramp riep de juffrouw: "Ja, hoor eens, hier heb ik niet voor geleerd." Mopperend begon ze mij toch ten overstaan van de hele klas te assisteren. De hele zaak ging naar beneden. Ik stond in mijn blootje voor de klas. Dat duurde maar kort, maar leek een eeuwigheid. Die dag heb ik met niemand meer gesproken. Toen de bel ging rende ik snel naar huis. Nu, als ik een slechte droom heb, dan zie ik mij nog in de klasdeur staan. Ik kan het nog altijd voelen.


58. "En dan jij weg!"
Dit gaat over: mijn kind
27 oktober 1999
Anna Notenboom
jack.n@tref.nl

Mijn dochter zou na de zomervakantie voor het eerst naar de peuterschool gaan, twee jaar oud. We hadden haar verteld hoe het er op een peuterschool aan toe gaat en ze had een boekje, "Voor het eerst naar de peuterklas", dat we haar elke avond moesten voorlezen. Ze was nog nooit naar een crèche geweest en zelden naar een oppas, dus het was toch een hele stap. Hoewel we vonden dat we haar goed voorbereid hadden, moet je toch maar weer zien hoe ze reageren. Ik verwachtte wel een traantje.

Toen ik haar 's ochtends bij de juffen afleverde vroeg ik:"Krijgt mama een kusje?", zei ze: Ja, en dan jij weg!".

Kortom, ze heeft nooit een traan gelaten, ze vond het helemaal geweldig. Zelfs zo leuk dat toen wij naar huis fietsten en langs een basisschool kwamen ze zei: "Nou wil ik ook nog naar die school".


57. Licht ontvlambare leraar
Dit gaat over: mijzelf
26 oktober 1999
Mieke van Rijn
lvanrijn@wish.net

Als ik ga graven in mijn herrinneringen komen er veel verhalen en gebeurtenissen naar boven. Ik zou er wel een boek over kunnen schrijven. De volgende anekdote is er echter een die me altijd bij zal blijven.

Ik zat in de examenklas van de Mavo. Omdat ik op de lagere school niet echt een "popi-jopie" was, en behoorlijk gepest werd vanwege mijn "tekortkomingen" (rood haar , brilletje, sproeten, en een dunne spriet!) had ik een bijzonder opstandige houding ontwikkeld.

Ik vond het heerlijk om de leraren uit te dagen, en dingen te doen die niemand uit de klas durfde. Het gaf me een kick, als iedereen bewonderend naar me keek. Dit resulteerde in de volgende scene.

Dierengeluiden
Wij hadden het laatste uur op de vrijdag, les van de Heer Hogenbirk. Aardrijkskunde. Hij stond bekend als licht ontvlambaar, en ik vond het heerlijk om hem te "zieken". Die middag waren we allemaal melig, en besloten om dierengeluiden te immiteren. Dit was een specialiteit van mij. Vooral schapen en kippen kon (en kan) ik erg natuurgetrouw nadoen. Zo ook die middag. Jantien zat naast mij. Ze was altijd erg verlegen, en deed ook aan deze aktie niet mee.

Helaas voor haar was ze ook vaak degene die eruit gepikt werd als er een straf gegeven moest worden. Jantien durfde immers toch niet te protesteren! Zo ook deze keer. De Heer Hogenbirk had niet lang nodig om tot het kookpunt te komen, en stuurde Jantien eruit. Ik vond het zo zielig voor haar, dat ik luidkeels door de klas verkondigde dat ze echt niets had gedaan.

Waarop de Heer Hogenbirk antwoordde, dat het dan aan mij was om "op te rotten". Vanaf het moment dat ik tergend langszaam mijn tas inpakte, voelde ik dat ik iets moest gaan doen, wat ze niet gauw zouden vergeten.

Het was doodstil in de klas toen ik naar voren liep. Ik draaide mij om bij de deur, en sperde mijn mond waagwijd open..., en als vanzelf kwam er een klagend lange mèèèèèèh uit, die weerkaatste tegen de muren van de klas. Het leek alsof alles in slow-motion ging vanaf dat moment!

De klas begon te schateren, en vanuit mijn ooghoeken zag ik Hogenbirk met grote stappen op mij af komen. Ik probeerde nog op tijd het lokaal uit te komen, maar mijn voeten leken wel vastgelijmd. Daardoor gebeurde het dat ik een ongelofelijke trap onder mijn achterwerk moest incasseren! (ik voel hem nog, en daar heb ik niet veel fantasie bij nodig). Nooit heb ik de heer Hogenbirk meer gepest De stand was 1-1.


56. Gymles voor gezien
Dit gaat over: mijzelf
24 oktober 1999
V.Monfils
vmonfils@minszw.nl

In de onderbouw van de middelbare school waar ik op zat, een katholieke school, was de gymles voor meiden en jongens apart. Ik zat nog niet zo lang op deze school, vanwege een verhuizing. Groot was mijn desillusie dat tijdens de gymles voornamelijk balsporten werden gedaan. Als nieuweling wil je zo graag uitblinken, om daarmee te voorkomen het stempel 'stom' opgeplakt te krijgen.

Op mijn vorige school deden we veel meer aan turnen, iets waar ik goed in was. U begrijpt het al, in de balsporten was ik niet goed. Vooral basketbal kon ik met mijn 1m60 niet echt bijbenen. Van handbal begreep ik de spelregels niet goed, en softbal deden we altijd buiten waar het meestal koud was! Deze school had ook een gewoonte om de gymlessen al om 8 uur 's morgens te laten beginnen; vooral in de winter geen pretje.

Als laatste gekozen
De gymleraar zette ons aan het begin van de les eerst op een rij, van groot naar klein. Ik kon gewoonlijk als eerste of tweede aantreden, kleintjes voorop. Daarna werden er twee meisjes uitgekozen die vervolgens een teamgenoot kozen voor het te formeren basketbal-, handbal- of softbalteam. Pijnlijk was dat ik altijd als laatste of een na laatste gekozen werd, en dus als langste in de slinkende rij bleef staan. Met mij kon je geen wedstrijd winnen...

Toen ik na een paar keer zeuren de leraar eens had overgehaald om ook eens te turnen tijdens de gymles, protesteerden de meeste andere meiden. Ik hield me wijselijk stil, want het laatste wat ik wilde was als boosdoener aangewezen worden. Heimelijk verheugde ik me op de turnles. Nu kon ik eens laten zien dat ik ook wat kon!

Helaas kwam het ongelukje uit een hoek die ik niet verwacht had. Door mijn enthousiaste salto- sprong op de mini-trampoline vloog mijn bril van het gezicht af en krakte kapot op de grond. Ik moest het die les verder voor gezien houden (letterlijk en figuurlijk), want zonder bril kon ik echt niet sporten. Wat had ik er de smoor in! Nee, de gymles kon me gestolen worden!


55. Mavo: ergste tijd uit mijn leven
Dit gaat over: mijzelf
24 oktober 1999
Wester H.
HIBA@hetnet.nl

Op de mavo werd ik heel erg gepest; over kleren, dik zijn, enkelblessure en hyperventilatie. Ik vind dit ergste tijd uit mijn leven. Als ik in de kantine bij een stel uit mijn klas ging zitten, gingen ze ergens anders zitten, ik liep vaak met krukken en dan vroeg ik of ze mijn schooltras wouden tillen en zeiden ze keihard 'Nee dat kun je zelf wel.' Ze zeiden dat ik dan met krukken liep om maar niet met gym mee te hoeven doen, terwijl ik er ook nog aan geoppereerd was.

In de tijd dat ik in het ziekenhuis heb gelegen voor de operatie heb ik niemand van school, ook geen leeraren gezien. En ga zo maar door. Hierdoor ben ik heel onzeker geworden en ik dacht heel negatief over mezelf. Ik vind het fijn dat er nu zoveel tegen gedaan wordt, het pesten enzovoort.


54. Mijn oude school
Dit gaat over: mijzelf
24 oktober 1999
Loes Gouweloos
gouweloos@hetnet.nl

Als ik 's morgens wakker word door het ANP-nieuws op de wekkerradio, ben ik er al bang voor: "In Rotterdam is de brandweer met groot materieel uitgerukt om een brand te blussen in een school aan de Bergsingel. Gevreesd wordt dat het oude, monumentale gebouw niet meer te redden valt."

"De Bergsingel in Rotterdam", denk ik verschrikt, "daar stond mijn HBS." Aan de Bergsingel stong nog een andere school, en de hele dag hoop ik dat het die is die in brand is gevlogen. Maar 's avonds zie ik een foto in de krant, zie ik de beelden op het journaal, en wordt mijn vrees bewaarheid: de vlammen slaan metershoog uit het oude dak, dikke zwarte wolken hangen boven het gebouw. En het is het gebouw van mijn HBS.

Verslaggevers praten met giechelende leerlingen van de inmiddels Analisten-School. Ze zijn in hun witte jassen naar buiten gerend en hebben goede hoop dat ze voorlopig lekker niet naar school hoeven. Zij lachen, maar ik huil haast.

Mooie jaren
Het is al meer dan 30 jaar geleden dat ik eindexamen deed, en ik ben er nooit meer terug geweest. Wel nog eens af en toe langs gereden, en dan ging altijd mijn hart weer open. Ik heb vijf jaar op die school gezeten, maar het waren vijf heel belangrijke en vooral heel mooie jaren in mijn leven. Jaren die me voor altijd hebben gevormd. Van je twaalfde tot je zeventiende maak je veel belangrijke dingen voor het eerst mee, en dus maken die allemaal diepe indruk. En je gaat naar zo'n school als kind, en als je er af gaat ben je bijna volwassen. Het waren vijf jaren waarin meer gebeurd is dan in elke andere periode van vijf jaar in mijn leven.

Afkomstig uit een benauwende buitenwijk van Rotterdam, waar nooit iets gebeurde, kwam ik op mijn twaalfde opeens op een school in het oude centrum van de stad. Alleen al door de lange fietstocht erheen, had ik het gevoel dat ik helemaal 'los' was van thuis als ik op school was. Dat gevoel werd nog versterkt door de nieuwe wereld die daar voor mij open ging: voor het eerst vreemde talen leren, kunstgeschiedenis, en muziek. Discussies over politiek, excursies naar musea en theaters, het kon niet op. Ik had het gevoel alsof ik na twaalf jaar nu pas terecht was gekomen in een omgeving waar ik thuis hoorde. Ik zoog alles op als een spons. Dit was mijn wereld.

Hevig verliefd
En dan nog alle 'randverschijnselen'. Voor het eerst hevig verliefd, eerst op de leraar Duits, toen op de leraar Engels. Mijn eerste echte vriendje. En de schoolfeesten, op de zolder van de school: 'slijpen' op jaren-60 ballads, temidden van druipkaarsen in lege wijnflessen en onder grote kluwens visnetten, dat was het helemaal. Daar tussendoor stiekem roken, en goedkope wijn drinken. Allebei niet lekker, maar wel het einde als je 14 bent. Allemaal op die schaars verlichte, houten zolder van de HBS.

Uit diezelfde zolder zie ik nu op het journaal de vlammen slaan. De analisten hebben er hun chemicaliën opgeslagen, dus dat wil wel. De brandweer kan een deel van het gebouw redden, maar er wordt gevreesd dat de schade zo groot is dat het toch moet worden afgebroken. Het is natuurlijk de herinnering die telt, niet zo'n stenen gebouw. Maar voordat de boel wordt afgebroken, ga ik er toch nog maar gauw een keer naar toe. Nog een keer kijken naar mijn oude school...


53. Je t'aime... een reis terug in de tijd
Dit gaat over: mijzelf
24 oktober 1999
Mieke Noomen
hans.noomen@icu.nl

Je t'aime.. moi non plus van Serge Gainsbourg en Jane Birkin. Dé plaat van m'n jeugd, de slowplaat dan, want zo heette 'schuifelen' toen. De plaat, die een wereld in zich herbergt, m'n eerste fuiven in ontruimde garages, visnetten aan het plafond, stereo-installaties, die vaker mono bleken dan aangekondigd, feestjes, die nog voor middernacht ophielden, ouders, die elke beweging van het bezoek argwanend gadesloegen, de tastbare generatiekloof in levende lijve, de eerste sigaretten, met of zonder extra vulling, het eerste biertje en vooral je eerste echte liefde.

Eindeloze 6 minuten
Je t'aime, de hijgplaat, verboden op de brave Hilversumse zenders vanwege de suggestieve sfeer. En, meen ik, ook vanwege de tekst, maar zo goed beheerste ik toen m'n Frans nog niet. Alleen je t'aime, dat verstond een dove. Meestal was dit het slotnummer van een feestje. Een beetje slimme diskjockey wist aan het eind van de plaat de naald razendsnel in één van de eerste groeven te plaatsen, zodat die eindeloze 6 minuten opgerekt werden tot het schijnbaar oneindige. Je probeerde, angstvallig op de klok kijkend, te zorgen dat je bij het op één na laatste nummer, al danste met degene waar je een oogje op had, zodat je als vanzelf overging in dit slotnummer.

Levendig pijnlijk kan ik me ook herinneren, hoe walgelijk lang dit nummer duurde, als je onverhoopt met de verkeerde aan het schuifelen sloeg. Knieknikkende stuipbewegingen, noemde de muziekleraar van toen, dat dansen dan ook en inderdaad bij die danspartners voelde het ook zo. Dan kon je alleen maar hopen, dat de ouders het binnen 5 minuten welletjes vonden. Wat een plaat, wat een wereld.

Heel soms hoor je hem nog wel op de radio. En dan staat de tijd even stil en ik zelf ook, als een soort eerbetoon. Inmiddels moet de plaat toch minstens zo'n 20 jaar oud zijn. Ik had hem al jaren niet meer gehoord. De pickup is inmiddels varvangen door een cd-speler en de platen zijn naar zolder verhuisd, in de kast met andere jeugdherinneringen.

Heiligschennis
En dan opeens, zomaar, een grauwe maandagochtend, ik geef les, moet even in het andere lokaal wat halen, de radio staat aan. Die begintonen, die overweldigende herinneringen... Ik sta even stil en haal diep adem. Dan kijk ik rond en zie...een klas, braaf achter de computer. Ze werken en werken maar. Niemand kijkt op of om. Niemand schijnt te horen wat ik hoor. Niemand vertoont enig teken van gevoel.

Alles, werkelijk álles kan ik me bij die muziek voorstellen, maar geen grafieken bij een kostprijsberekening. Deze heiligschennis komt aan als een slag in m'n gezicht en vertwijfeld vraag ik me de rest van de dag af: ben ik nu gek of word ik oud?


52. Op reis
Dit gaat over: mijn kind
24 oktober 1999
Judith Hofstra
Talpa@casema.nl

Net vier geworden en voor het eerst naar school. Anders dan toen ik klein was, zomaar midden in het jaar. Voor heel even is de kleine man ook echt de kleine man. Al een week later komt er nog een nieuwe. Sommige dagen is het leuk, andere dagen heel erg stom. Ineens moet hij zo zelfstandig zijn. Dat hoefde op de crèche nog niet. Na de eerste ochtend wennen staat het mennneke naast mijn fiets van het ene been op het andere te huppen.

"Moet jij plassen?" vraag ik hem. Een benauwd knikje volgt. "Ik moest al de hele tijd plassen maar ik weet niet waar de wc is." Hij had het niet durven vragen. De volgende ochtend laat ik hem de wc zien en dat het de bedoeling is dat je de ketting om doet als je gaat plassen. Dan weet iedereen dat de wc bezet is. Letterlijk met vallen en opstaan komt hij de eerste drie maanden door. Sem leert de regels van het spel maar helemaal op zijn gemak voelt hij zich nog niet.

Schoolreis
In juni gaat de hele school op reis. Naar Drievliet. Natuurlijk gaat Sem mee, maar niet nadat moeders een dagje vrij geregeld heeft en zich opgeworpen heeft als vrijwilliger. Drie stoere jongens lopen die dag met mij door het pretpark. De regen komt met bakken uit de lucht maar we laten ons niet kennen. Natuurlijk durven ze allemaal best in de achtbaan, maar eh ze vinden de monorail gewoon veel leuker. Na ieder rondje in het draaicarrousel komt een klaaglijk "aaaah, mogen we nog een keer?" En ik geef grif toe.

We gaan toch nog in een enge raket, al zullen deze boys nooit toegeven dat ze hem stiekum zaten te knijpen. Nog een laatste keer in de treintjes en een allerlaatse keer op de paardjes. Nog een allerallerlaatste spekje en dan moeten we echt naar de bus. Rennen jongens, ze wachten op ons.

Twee uitgelaten, uitgeputte jongens worden een half uur later bij hun moeder afgeleverd. Eentje gaat doodmoe met mij mee, maar niet nadat hij met alletwee heeft afgesproken dat ze gauw samen gaan spelen. De maandag daarna, weer in de klas, vond ik mijn verlegen kleuterje niet meer terug.


51. Kweekschool voor champignons
Dit gaat over: mijzelf
23 oktober 1999
louise doornenbal
toronto@planet.nl

Toen ik op de "kweekschool" zat, begin jaren '80, hadden wij een biologieleraar annex klassedocent, die niet erg flexibel was. Onder de school bevonden zich de kelders, waar je prima kon rondlopen. Hij "nam" ons mee in de ontwikkeling van de champignion. Heel spannend, maar niet als je met allemaal meiden in een klas zit ...

Het probleem was ook dat die champignions niet zo snel wilde groeien , als wij wilden. Dus op een goeie dag toog ik naar de groentenwinkel en schafte mij een paar doosjes met... jawel... champignions aan. In de pauze dook ik de kelder in op zoek naar de bakken met deksels (gelukkig waren ze ondoorzichtbaar!). Ik pootte keurig netjes de mooie volgroeide champignions op regelmatige afstand in de bakken, en ging weer terug. En de volgende les was biologie!

Vol trots kwam hij binnen met de bakken, en deed ze open... Wat hij toen allemaal zei is niet voor herhaling vatbaar, maar we zijn nooit meer vrienden geworden...


50. Angst op de kleuterschool
Dit gaat over: mijzelf
23 oktober 1999
Jeannette
a_internet@hotmail.com

Een herinnering die nog regelmatig door mijn hoofd speelt, is afkomstig uit de tijd dat ik op de kleuterschool zat. Ik ben altijd een erg verlegen, teruggetrokken meisje geweest. Ik voelde me minder dan anderen. Onzekerheid, daar weet ik alles van.

Toen ik nog maar pas op de kleuterschool zat, mochten we een keer buiten spelen. Ik kende nog niet zoveel kinderen, en vond het allemaal erg eng. Een vriendinnetje en een buurjongen bedachten een leuk spelletje. Samen met andere kinderen deden ze allemaal autobanden om mij heen. Ze gingen mij inbouwen. Ik durfde geen nee te zeggen. Het begin was nog wel leuk. Maar ze hielden niet meer op. Ze stapelden de banden tot boven mijn hoofd, waardoor ik niemand meer kon zien. Dat wilde ik niet, maar ze deden het toch. Ik werd doodsbang. Toen ik ingebouwd was, lieten de kinderen mij daar zo achter. Ik was alleen, kon me niet bewegen en raakte helemaal in paniek. Ik riep mijn vriendinnetje en mijn buurjongetje, maar ze kwamen niet. Ik was ontzettend bang. Uiteindelijk heeft de juf me bevrijd.

Ik ben mijn hele leven al ontzettend bang om in de steek gelaten te worden. En ik vraag me weleens af of dat met deze ervaring te maken heeft.


49. Sparen voor een pistool
Dit gaat over: mijzelf
23 oktober 1999
Yos Lotens
yoslotens@hetnet.nl

Een schietgebedje prevelend bukte ik om op zijn bevel het door mij gevreesde leesboekje weer uit mijn laatje te pakken.'Lieve Heer in de hemel, zorg alstublieft dat ik geen leesbeurt krijg. Amen.' De klok goed in de gaten houdend, probeerde ik halverwege de les meestal tevergeefs het toilet te mogen bezoeken. Soms sloeg het noodlot spijkerhard toe en echoode mijn naam secondenlang in mijn gehoorgangen na. 'Yosje Lotens, jij moet lezen'. Mijn hele lichaam verkrampte in een onhoorbare vloek.

Om niet weer klassikaal met mijn stotteren geconfronteerd te hoeven worden, simuleerde ik dat ik niet wist waar we in de tekst aangeland waren. Dat kostte me die dag in elk geval een uurtje nablijven. Immers, mijn naam werd direct op het bord geschreven en tot overmaat van ramp kwam de meester krakend op mij afgelopen en wees met zijn wijsvinger in de tekst vanwaar ik alsnog moest voorlezen. Als hij weer op zijn stoel zat, rook ik hem nog. In mijn boek tolden de brandende letters door elkaar en kregen ruzie in mijn mond. Mijn adem stokte en deed mijn buikspieren verzuren. Gegniffel, geschater en gehoon hingen als een dikke deken over mij heen: mijn meester greep niet in...

De hel vaarwel
Stotterend vroeg ik enkele minuten later of ik een beetje water mocht gaan drinken. Met een triomfantelijk 'N-N-N-Nee Y-Y-Y-Yos deed de meester er een nog schepje bovenop. Na thuis in het geniep uitgehuild te hebben, begon ik met sparen. Ik ging sparen voor een pistool. Voor een echte natuurlijk! Uiteindelijk had ik 32 gulden toen ik een paar maanden later de hel vaarwel kon zeggen en naar de M.A.V.O. ging.

Ja, ik ben hem nog een keertje in een winkel tegengekomen. Quasi belangstellend vroeg hij me hoe het zoal met me ging en wat ik wilde worden. Mijn korte antwoord vuurde ik zonder te stotteren als een kogel op hem af: 'Goed, een betere schoolmeester dan jij!' Geraakt liep hij met een rood hoofd naar de kassa, terwijl mijn spieren zich spanden om mij verder te beheersen. Tegenwoordig vertel ik mijn pestervaringen aan alle brugklassers die ik lesgeef. Dat ze van de fouten van anderen moeten leren, omdat het leven te kort is om ze allemaal zelf te maken.


48. Herinnering (een sfeertekening)
Dit gaat over: mijzelf
23 oktober 1999
Ad de Jong
de_jong_ad@hetnet.nl

De Lepelstraat, geplaveid met klinkers, ligt er bijna verlaten bij in de zomerse middagzon. In groepjes lopen de kinderen spelend, stoeiend en joelend naar school. Aan de ene kant van de straat de jongens in korte Manchesterse broek en hoge schoenen of een blauwe overall met gele klompen; aan de andere kant een bonte mengeling van rokjes, bloesjes en jurkjes. De meisjes lopen dóór, naar de meisjesschool in de Perdshemel, de jongens gaan linksaf.

Achter de wel manshoge muur tegenover bakker Schik ("Piet Schik, bak mik, bak brood, anders gaan de kiendjes dood!") waken de nonnen over hun kleuters, waarvan de stemmetjes ijl tot de straat doordringen. Door het zanderige “Zusterspaadje” komen de jongens op de Brink. Aan de overkant hurkt, achter een hoog traliehek, de sombere speelplaats van de oude jongensschool; half verscholen achter het statige, wat verweerde gemeente-huis.

Traag door de poort
Met een snelle blik achterom op het grillig overschaduwde plein met de hoge bomen en de Bottermien achter de gevlekte stammen, lopen de jongens traag door de poort in het ijzeren hek voor de school. Zodra het vergrijsde hoofd van de school met de klingelende koperen bel naar buiten komt, verdringen de kinderen zich onder het afdak, elk op "zijn" tegel; de klas in twee stille rijen naast elkaar. Alleen het geluid van schuifelende voeten blijft en een enkeling schiet nog gauw door het piepende hek de wachtende rijen in.

De eerste klas mag voorop naar binnen, met de jonge juf de twee treetjes op en de zwart-witte granieten gang in. Eenmaal binnen kijken de rijen kapstokken als hongerende tanden de gang in. Vergeefs: het is een mooie zomerdag. Linksaf en dan weer rechts en al gauw is die hele hoge, lange gang weer stil. Slechts een langzaam uitstervende echo van klepperende klompen en slepende voeten blijft achter.

Vlot zitten ze op hun plaats, nieuwsgierig rondkijkend of er niet iets nieuws te beleven valt sinds vanochtend. Zoals gewoonlijk tikt de koekoeksklok de laatste seconden van het uur weg en roept dan vrolijk twee keer. Een paar dikke blauwe vliegen zitten lui op de planten voor de open hoge ramen waardoor je alleen wolken en soms een duif of kraai kan zien, afkomstig van de kerktoren, waarin de klok traag twee galmende slagen laat horen. Een gewone dinsdagmiddag in 1958........


47. Voordeur
Dit gaat over: mijzelf
23 oktober 1999
Ad de Jong
de_jong_ad@hetnet.nl

Precies dertig jaar nadat ik zelf toelatingsexamen deed en als eersteklasser "op het Chrysostomus" begon, gaat mijn oudste dochter over de drempel van het "Elzendaalcollege". Anders? Of toch niet? Zodra je op de open dag door de voordeur van "het Elzendaal" binnenstapt, barst de slapende vulkaan van je geheugen plots uit in een eruptie van lang vergeten of verdrongen herinneringen.

Zoals die voordeur. Die deur was voorbehouden aan de leraren, de inspecteur of de ouders van een leerling die het té bont had gemaakt en waarvoor "het Wilhelmus" (een aantal keren alle strofen overschrijven) geen afdoend orenwasmiddel was gebleken.

Observatiedeur
Die deur was er voor de jonge leraar biologie die elke dag zijn aftandse roestige fiets in het fietsenrek ernaast parkeerde. En voor de parmantig in een mantelpakje gestoken, wat krampachtig-jong opgepoetste, lerares aardrijkskunde. En natuurlijk voor de populaire leraar Engels met z'n bakke-baarden en z'n kevertje. En voor die lieverd van geschiedenis .....

Die deur kon je zien vanuit de gang boven, bij de lokalen van biologie en tekenen. Daar kon je 's morgens neerzien op de leraren die binnengingen om hun dagelijks brood te verdienen, plezierig te werken of hun idealen en illusies voorgoed te verliezen... Dáár boven kon je als leerling nog even jezelf zijn, je even verheven voelen boven het, dan nog in de regen zwoegende, lerarenkorps en stoer net doen alsof je dat proefwerk toch niet geleerd had. Tien minuten later zat je dan peentjes te zweten boven het verschil tussen schimmels en zwammen of het al dan niet kortvleugelige nageslacht van witogige Drosophila-vrouwtjes.

Terug naar overzicht Prijsvraag

Copyright © 1996-2001 Ouders Online BV
Uitsluiting aansprakelijkheid
Pagina voor het laatst bijgewerkt op: 12 juni 2001