| Terug naar uitslag Prijsvraag |
|
|
|
Inzendingen 23 t/m 30 oktoberNaar de inzendingen 9 t/m 15 oktoberNaar de inzendingen 16 t/m 22 oktober 64. Janneke heeft het feest verpest In 1973 bestond onze kleuterschool 10 jaar. Heel, heel lang geleden, ikzelf was toen nog een baby, hadden de grote buurjongens het vijfjarig bestaan nog meegemaakt, vertelden ze. Ik was dan ook zwaar onder de indruk van de voorbereidingen voor het feest. De juf toverde de klas in enkele dagen om in een kleurig paradijsje met versiersels uit allerlei kleuren crêpepapier. Crêpepapier is kwetsbaar, werd ons op het hart gedrukt. Vooral als het nat werd zou het doorlopen en gaan scheuren. Daarom versierde ze pas op de laatst het fonteintje achterin de klas. Eerst bekleedde ze de zijkanten zorgvuldig met donkerblauw crêpepapier, en vervolgens kwamen daar lichtbauwe verticale stroken overheen. Het resultaat was betoverend mooi. "Heel voorzichtig zijn bij het handenwassen," drukte juf ons nog eens op het hart, "en vooral niet met water morsen." Nou, wij keken wel link uit natuurlijk. Klikken mocht niet "Iedereen doet zijn best om het een leuk feest te laten worden en wie moet het weer voor alle andere kinderen verpesten? Janneke!" schetterde de juf door de klas met hoge uithalen. Ik was te perplex om te huilen of te protesteren. Toen de juf zei dat ik het zelf maar moest gaan oplossen stond ik mechanisch van mijn stoel op en liep naar het fonteintje. Hoe los je doorgelopen crêpepapier op? Apathisch zwijgen In het magazijntje van de school lagen nog maar een paar restjes crêpepapier, en het blauwe papier was al helemaal op. Dat deed de juf opnieuw in woede ontsteken. Het verbaasde me niet eens meer dat deze tegenvaller mij ook werd aangerekend. Ik moest zelf maar blauw crêpepapier gaan kopen om het goed te maken, vond de juf. Bij thuiskomst moest ik aan mijn moeder vertellen hoe ik het voor de klas verpest had, en met haar naar de winkel gaan. De volgende dag moest ik dan het fonteintje versieren met nieuw blauw crêpepapier. Toen ik die middag naar huis liep liepen een paar klasgenootjes honend achter me aan "Janneke heeft het feest verpest, Janneke heeft het feest verpest." Het viel niet mee om mijn moeder uit te leggen wat er nu precies gebeurd was op school, maar ze begreep uit mijn verhaal dat we nog even gauw voor sluitingstijd een paar rollen blauw crêpepapier moesten halen. Onder de hoede van mijn rechtvaardige moeder begon ik weer bij mijn positieven te komen. Zij kon alles, zij zou het probleem gauw de wereld uit helpen. Blauw was op De volgende morgen nam de juf zwijgend mijn rol groen crêpepapier in ontvangst. Ik wilde uitleg geven maar de juf wilde er geen woorden meer aan vuil maken. Ze ging over tot de orde van de dag en in het speelkwartier hulde ze het fonteintje in groen. Zo werd het toch een groot feest ondanks mijn sabotagepogingen. 63. De geur in het halletje "Ja maar meisje, wat weet ik nou nog van mijn lagere school? Dat is toch al heel lang geleden...", zei mijn moeder vroeger, wanneer ik haar ernaar vroeg. Dan nam ik me elke keer opnieuw weer voor om nog wèl alles over school te weten, wanneer ik later groot zou zijn. Want hoe kun je dat nu vergeten .... Een van mijn scherpste herinneringen dateert van toen ik in de eerste of tweede klas zat. Wanneer de school begon, moesten we op het schoolplein een rij maken, om daarna klas voor klas het gebouw binnen te gaan. In het halletje, bij de hoofdingang, hing dan af en toe een heel speciale geur, een heerlijke geur. Een geur die volledig nieuw voor mij was en absoluut niet paste in het arsenaal van etens-, bad- en buitenluchtjes dat ik als zes- of zevenjarige inmiddels had opgebouwd. Diep en snel ademhalen De lagere school ging voorbij, ik werd brugklasser, en nog ouder. Soms herinnerde ik me die geur van de lagere school en verlangde ik ernaar terug. En ineens, op een dag, voelde ik me weer dat kleine meisje dat het halletje van de Hertog-Janschool binnenwandelde. De geur, míjn geur. hij was er weer!! Minder sterk, dat wel, maar het was onmiskenbaar mijn geur! Waar ik hem rook? Ik weet het niet meer maar dat was ook niet zo belangrijk. Iets anders was veel belangrijker: ik begreep zijn oorsprong. Ineens begreep ik waarom die geur daar, op die school, soms rook in het halletje; het was een parfum, jaren geleden gedragen door een juf van de lagere school! Nu ruik ik mijn geur nog wel eens, als een dunne nevel in de ruimte waar ik me op dat moment bevind. Dan zoek ik naar de juiste combinatie van snel en diep ademhalen, om er maar zoveel mogelijk van op te snuiven. De naam van de geur weet ik niet. Elke keer als ik hem ruik, heb ik de aanvechting om even te snuffelen aan alle vrouwen die op dat moment in de buurt zijn. Om uit te vinden wie de geur draagt. Om de naam te vragen. Tot nu toe heb ik me steeds beheerst, maar ik denk dat ik het een volgende keer maar gewoon doe. Dan kan ik mijn geur eindelijk kopen en mezelf weer dat kleine meisje voelen in het halletje van de lagere school ... wanneer ik maar wil! 62. Toveren met letters Bij mijn grote broer achterop de fiets reden we door de stad. Ik keek naar al die borden die boven de winkels uit reikten en verbaasde me over de tekens die daar opstonden Het was chinees voor mij. Wat zou er toch allemaal staan. De magie die er achter zat, tovenarij, wat wilde ik dat graag begrijpen. Eindelijk mocht ook ik naar de 'grote school'. Daar leerde ik; lettertje voor lettertje. En zie hier, het wonder geschiede. Langzaam vormden de tekens op de borden zich tot woorden en kon ik ze eindelijk begrijpen. Eindelijk kon ik toveren. 61. Juf Strengstra en een schuttingwoord (prijswinnaar) In de eerste klas van de lagere school was de tweede klas een andere wereld. Dan begon Het Echte Leven. Vol geheimen en gevaren, waarvan wij slechts een vage voorstelling hadden. Zo kreeg je bijvoorbeeld Huiswerk. Iets wat ons heel groots en gewichtig leek. ‘Je moet heus niet denken dat je dan gewoon kunt gaan spelen als je thuiskomt’, hielden de tweede klassers ons voor. En ze lieten duidelijk merken dat het leven in de eerste kinderspel was, vergeleken met dat van hen. Verder hoorde bij de tweede klas mevrouw Streekstra. Huiverend keken wij naar haar op als ze langs liep door de gang. Lang, dun, bril, zwart haar in een strakke knot. Strengstra, noemden ze haar. ‘Want ze is héééél streng’. Dat was nog eens iets anders dan die lieve, ronde mevrouw Bussink van ons. Ja, er stond je heel wat te wachten als je naar de tweede ging. En dat dit heus niet alleen rozengeur en maneschijn was, dat begrepen wij ook wel. Netste handschrift Iedereen in mijn groepje wees naar mij. Ik zwol van trots en nam me vast voor ervoor te zorgen dat ons groepje de beste lijst zou maken. Zo zou mevrouw Streekstra snel merken dat ik een modelleerling was. Dat was dan alvast een gevaar minder. Want strenge juffen houden van brave en ijverige kinderen. Het enige waar ik me zorgen om maakte waren de twee branieschoppers van de klas. Die waren bij mijn groepje ingedeeld. Als zij gingen klieren kon ik een goede lijst wel vergeten. Omdat ze de aanvoerders van de klas waren zou niemand tegen ze in zou durven gaan. Ik ook niet. Het begon goed. ‘Leuk, deuk, reuk, keuken...’ Ik noteerde ijverig alle woorden die de kinderen opnoemden. En toen ging het mis. ‘Neuken!’ riep een van de jongetjes voor wie ik bang was. Ik deed alsof ik niets had gehoord. ‘Neuken’, riep hij nog een keer. Ik werd rood. Ik wist dat mevrouw Streekstra dit soort woorden niet had bedoeld.
Onder druk van branieschopper
Daarna mochten de lijstenschrijvers hun lijstje voor de klas voorlezen. Ik werd steeds zenuwachtiger.
Geen raad Het is daarna nooit meer echt goed gekomen tussen mevrouw Streekstra en mij, voor de branieschoppers bleef ik de rest van mijn lagere schooltijd een beetje bang, en het woord neuken geeft me nog altijd een ongemakkelijk gevoel. Maar het heeft me ook wat opgeleverd. De ervaring dat in Het Echte Leven rampen soms onvermijdelijk zijn. 60. Woedend op juffrouw Kraay Ik zal haar nooit, echt nooit vergeten. Juffrouw Kraay van kleuterschool de Kindervriend te Heemskerk... Nou, in mijn herinnering is deze juf zeker géén kindervriend(in). Waar het aan lag, heb ik nooit geweten. Aan mijn lange haar, waar ze altijd aan trok als ik langs haar liep? Ik herinner mij de keer dat ik aan de (volgens haar) verkeerde zijde van een strook papier lijm gesmeerd had. Honend en luidkeels werd ik terechtgewezen, als zijnde "het domste meisje van de klas".
Maar de meest schrijnende herinnering aan deze eersteklas bitch volgt nu. Wat heb ik, vooral die dag, gehuild. En wat was ik bang voor deze zwartharige pikvin. Zelfs nu, bij het schrijven van dit stukje, trillen mijn handen en bonkt mijn hart in mijn keel. Juffrouw Kraay uit Alkmaar, ik wou dat ze nooit bestaan had. 59. Geworstel met borstrok op wc Vroeger was het kouder in Nederland. Als kleuter droeg ik een hemd, borstrok -- dat was een soort hemd, door mijn moeder gebreid van grijze wol -- een overhemdje en een trui. Daaronder een lange broek, die door al die bovenkleding maar moeilijk bleef zitten. Ik moest, omdat ik zo mager was, bovendien de broek altijd op zijn plaats houden met bretellen. Die bretellen werden ook nog kruislings over de rug gedragen. Ik ging al anderhalf jaar naar de kleuterschool en al die tijd was het mij gelukt op school niet naar het toilet te hoeven gaan. Thuis kon ik zonder schaamte assistentie van mijn moeder vragen bij het opnieuw aantrekken en ordenen van al die kleding, maar op school zou dat niet gaan. Het leek mij een hopeloze zaak als je eenmaal de bretellen los had en de broek had laten zakken om alles weer op orde te krijgen.
Fatale dag De paniek sloeg toe. Ik zat nu al enige tijd in het toilet, maar realiseerde mij dat dat niet kon voortduren. Ik moest assistentie gaan vragen. Vol paniek, de broek zo goed mogelijk omhoog houdend, de bretellen achter mij aan slepend, liep ik terug naar de klas. "Juffrouw, wilt u mij helpen?", vroeg ik staande in de deuropening. Dertig hoofden draaiden zich in mijn richting. Een luid gegil ging op. "Hij kan niet eens zijn broek aandoen, hahaha". Het schaamrood steeg mij naar de kaken. Tot overmaat van ramp riep de juffrouw: "Ja, hoor eens, hier heb ik niet voor geleerd." Mopperend begon ze mij toch ten overstaan van de hele klas te assisteren. De hele zaak ging naar beneden. Ik stond in mijn blootje voor de klas. Dat duurde maar kort, maar leek een eeuwigheid. Die dag heb ik met niemand meer gesproken. Toen de bel ging rende ik snel naar huis. Nu, als ik een slechte droom heb, dan zie ik mij nog in de klasdeur staan. Ik kan het nog altijd voelen. 58. "En dan jij weg!" Mijn dochter zou na de zomervakantie voor het eerst naar de peuterschool gaan, twee jaar oud. We hadden haar verteld hoe het er op een peuterschool aan toe gaat en ze had een boekje, "Voor het eerst naar de peuterklas", dat we haar elke avond moesten voorlezen. Ze was nog nooit naar een crèche geweest en zelden naar een oppas, dus het was toch een hele stap. Hoewel we vonden dat we haar goed voorbereid hadden, moet je toch maar weer zien hoe ze reageren. Ik verwachtte wel een traantje. Toen ik haar 's ochtends bij de juffen afleverde vroeg ik:"Krijgt mama een kusje?", zei ze: Ja, en dan jij weg!". Kortom, ze heeft nooit een traan gelaten, ze vond het helemaal geweldig. Zelfs zo leuk dat toen wij naar huis fietsten en langs een basisschool kwamen ze zei: "Nou wil ik ook nog naar die school". 57. Licht ontvlambare leraar Als ik ga graven in mijn herrinneringen komen er veel verhalen en gebeurtenissen naar boven. Ik zou er wel een boek over kunnen schrijven. De volgende anekdote is er echter een die me altijd bij zal blijven. Ik zat in de examenklas van de Mavo. Omdat ik op de lagere school niet echt een "popi-jopie" was, en behoorlijk gepest werd vanwege mijn "tekortkomingen" (rood haar , brilletje, sproeten, en een dunne spriet!) had ik een bijzonder opstandige houding ontwikkeld. Ik vond het heerlijk om de leraren uit te dagen, en dingen te doen die niemand uit de klas durfde. Het gaf me een kick, als iedereen bewonderend naar me keek. Dit resulteerde in de volgende scene. Dierengeluiden Helaas voor haar was ze ook vaak degene die eruit gepikt werd als er een straf gegeven moest worden. Jantien durfde immers toch niet te protesteren! Zo ook deze keer. De Heer Hogenbirk had niet lang nodig om tot het kookpunt te komen, en stuurde Jantien eruit. Ik vond het zo zielig voor haar, dat ik luidkeels door de klas verkondigde dat ze echt niets had gedaan. Waarop de Heer Hogenbirk antwoordde, dat het dan aan mij was om "op te rotten". Vanaf het moment dat ik tergend langszaam mijn tas inpakte, voelde ik dat ik iets moest gaan doen, wat ze niet gauw zouden vergeten. Het was doodstil in de klas toen ik naar voren liep. Ik draaide mij om bij de deur, en sperde mijn mond waagwijd open..., en als vanzelf kwam er een klagend lange mèèèèèèh uit, die weerkaatste tegen de muren van de klas. Het leek alsof alles in slow-motion ging vanaf dat moment! De klas begon te schateren, en vanuit mijn ooghoeken zag ik Hogenbirk met grote stappen op mij af komen. Ik probeerde nog op tijd het lokaal uit te komen, maar mijn voeten leken wel vastgelijmd. Daardoor gebeurde het dat ik een ongelofelijke trap onder mijn achterwerk moest incasseren! (ik voel hem nog, en daar heb ik niet veel fantasie bij nodig). Nooit heb ik de heer Hogenbirk meer gepest De stand was 1-1. 56. Gymles voor gezien In de onderbouw van de middelbare school waar ik op zat, een katholieke school, was de gymles voor meiden en jongens apart. Ik zat nog niet zo lang op deze school, vanwege een verhuizing. Groot was mijn desillusie dat tijdens de gymles voornamelijk balsporten werden gedaan. Als nieuweling wil je zo graag uitblinken, om daarmee te voorkomen het stempel 'stom' opgeplakt te krijgen. Op mijn vorige school deden we veel meer aan turnen, iets waar ik goed in was. U begrijpt het al, in de balsporten was ik niet goed. Vooral basketbal kon ik met mijn 1m60 niet echt bijbenen. Van handbal begreep ik de spelregels niet goed, en softbal deden we altijd buiten waar het meestal koud was! Deze school had ook een gewoonte om de gymlessen al om 8 uur 's morgens te laten beginnen; vooral in de winter geen pretje. Als laatste gekozen Toen ik na een paar keer zeuren de leraar eens had overgehaald om ook eens te turnen tijdens de gymles, protesteerden de meeste andere meiden. Ik hield me wijselijk stil, want het laatste wat ik wilde was als boosdoener aangewezen worden. Heimelijk verheugde ik me op de turnles. Nu kon ik eens laten zien dat ik ook wat kon! Helaas kwam het ongelukje uit een hoek die ik niet verwacht had. Door mijn enthousiaste salto- sprong op de mini-trampoline vloog mijn bril van het gezicht af en krakte kapot op de grond. Ik moest het die les verder voor gezien houden (letterlijk en figuurlijk), want zonder bril kon ik echt niet sporten. Wat had ik er de smoor in! Nee, de gymles kon me gestolen worden! 55.
Mavo: ergste tijd uit mijn leven Op de mavo werd ik heel erg gepest; over kleren, dik zijn, enkelblessure en hyperventilatie. Ik vind dit ergste tijd uit mijn leven. Als ik in de kantine bij een stel uit mijn klas ging zitten, gingen ze ergens anders zitten, ik liep vaak met krukken en dan vroeg ik of ze mijn schooltras wouden tillen en zeiden ze keihard 'Nee dat kun je zelf wel.' Ze zeiden dat ik dan met krukken liep om maar niet met gym mee te hoeven doen, terwijl ik er ook nog aan geoppereerd was. In de tijd dat ik in het ziekenhuis heb gelegen voor de operatie heb ik niemand van school, ook geen leeraren gezien. En ga zo maar door. Hierdoor ben ik heel onzeker geworden en ik dacht heel negatief over mezelf. Ik vind het fijn dat er nu zoveel tegen gedaan wordt, het pesten enzovoort. 54. Mijn oude school Als ik 's morgens wakker word door het ANP-nieuws op de wekkerradio, ben ik er al bang voor: "In Rotterdam is de brandweer met groot materieel uitgerukt om een brand te blussen in een school aan de Bergsingel. Gevreesd wordt dat het oude, monumentale gebouw niet meer te redden valt." "De Bergsingel in Rotterdam", denk ik verschrikt, "daar stond mijn HBS." Aan de Bergsingel stong nog een andere school, en de hele dag hoop ik dat het die is die in brand is gevlogen. Maar 's avonds zie ik een foto in de krant, zie ik de beelden op het journaal, en wordt mijn vrees bewaarheid: de vlammen slaan metershoog uit het oude dak, dikke zwarte wolken hangen boven het gebouw. En het is het gebouw van mijn HBS. Verslaggevers praten met giechelende leerlingen van de inmiddels Analisten-School. Ze zijn in hun witte jassen naar buiten gerend en hebben goede hoop dat ze voorlopig lekker niet naar school hoeven. Zij lachen, maar ik huil haast. Mooie jaren Afkomstig uit een benauwende buitenwijk van Rotterdam, waar nooit iets gebeurde, kwam ik op mijn twaalfde opeens op een school in het oude centrum van de stad. Alleen al door de lange fietstocht erheen, had ik het gevoel dat ik helemaal 'los' was van thuis als ik op school was. Dat gevoel werd nog versterkt door de nieuwe wereld die daar voor mij open ging: voor het eerst vreemde talen leren, kunstgeschiedenis, en muziek. Discussies over politiek, excursies naar musea en theaters, het kon niet op. Ik had het gevoel alsof ik na twaalf jaar nu pas terecht was gekomen in een omgeving waar ik thuis hoorde. Ik zoog alles op als een spons. Dit was mijn wereld.
Hevig verliefd Uit diezelfde zolder zie ik nu op het journaal de vlammen slaan. De analisten hebben er hun chemicaliën opgeslagen, dus dat wil wel. De brandweer kan een deel van het gebouw redden, maar er wordt gevreesd dat de schade zo groot is dat het toch moet worden afgebroken. Het is natuurlijk de herinnering die telt, niet zo'n stenen gebouw. Maar voordat de boel wordt afgebroken, ga ik er toch nog maar gauw een keer naar toe. Nog een keer kijken naar mijn oude school... 53. Je t'aime... een reis terug in de tijd Je t'aime.. moi non plus van Serge Gainsbourg en Jane Birkin. Dé plaat van m'n jeugd, de slowplaat dan, want zo heette 'schuifelen' toen. De plaat, die een wereld in zich herbergt, m'n eerste fuiven in ontruimde garages, visnetten aan het plafond, stereo-installaties, die vaker mono bleken dan aangekondigd, feestjes, die nog voor middernacht ophielden, ouders, die elke beweging van het bezoek argwanend gadesloegen, de tastbare generatiekloof in levende lijve, de eerste sigaretten, met of zonder extra vulling, het eerste biertje en vooral je eerste echte liefde. Eindeloze 6 minuten Levendig pijnlijk kan ik me ook herinneren, hoe walgelijk lang dit nummer duurde, als je onverhoopt met de verkeerde aan het schuifelen sloeg. Knieknikkende stuipbewegingen, noemde de muziekleraar van toen, dat dansen dan ook en inderdaad bij die danspartners voelde het ook zo. Dan kon je alleen maar hopen, dat de ouders het binnen 5 minuten welletjes vonden. Wat een plaat, wat een wereld. Heel soms hoor je hem nog wel op de radio. En dan staat de tijd even stil en ik zelf ook, als een soort eerbetoon. Inmiddels moet de plaat toch minstens zo'n 20 jaar oud zijn. Ik had hem al jaren niet meer gehoord. De pickup is inmiddels varvangen door een cd-speler en de platen zijn naar zolder verhuisd, in de kast met andere jeugdherinneringen. Heiligschennis Alles, werkelijk álles kan ik me bij die muziek voorstellen, maar geen grafieken bij een kostprijsberekening. Deze heiligschennis komt aan als een slag in m'n gezicht en vertwijfeld vraag ik me de rest van de dag af: ben ik nu gek of word ik oud? 52. Op reis Net vier geworden en voor het eerst naar school. Anders dan toen ik klein was, zomaar midden in het jaar. Voor heel even is de kleine man ook echt de kleine man. Al een week later komt er nog een nieuwe. Sommige dagen is het leuk, andere dagen heel erg stom. Ineens moet hij zo zelfstandig zijn. Dat hoefde op de crèche nog niet. Na de eerste ochtend wennen staat het mennneke naast mijn fiets van het ene been op het andere te huppen. "Moet jij plassen?" vraag ik hem. Een benauwd knikje volgt. "Ik moest al de hele tijd plassen maar ik weet niet waar de wc is." Hij had het niet durven vragen. De volgende ochtend laat ik hem de wc zien en dat het de bedoeling is dat je de ketting om doet als je gaat plassen. Dan weet iedereen dat de wc bezet is. Letterlijk met vallen en opstaan komt hij de eerste drie maanden door. Sem leert de regels van het spel maar helemaal op zijn gemak voelt hij zich nog niet. Schoolreis We gaan toch nog in een enge raket, al zullen deze boys nooit toegeven dat ze hem stiekum zaten te knijpen. Nog een laatste keer in de treintjes en een allerlaatse keer op de paardjes. Nog een allerallerlaatste spekje en dan moeten we echt naar de bus. Rennen jongens, ze wachten op ons. Twee uitgelaten, uitgeputte jongens worden een half uur later bij hun moeder afgeleverd. Eentje gaat doodmoe met mij mee, maar niet nadat hij met alletwee heeft afgesproken dat ze gauw samen gaan spelen. De maandag daarna, weer in de klas, vond ik mijn verlegen kleuterje niet meer terug. 51. Kweekschool voor champignons Toen ik op de "kweekschool" zat, begin jaren '80, hadden wij een biologieleraar annex klassedocent, die niet erg flexibel was. Onder de school bevonden zich de kelders, waar je prima kon rondlopen. Hij "nam" ons mee in de ontwikkeling van de champignion. Heel spannend, maar niet als je met allemaal meiden in een klas zit ... Het probleem was ook dat die champignions niet zo snel wilde groeien , als wij wilden. Dus op een goeie dag toog ik naar de groentenwinkel en schafte mij een paar doosjes met... jawel... champignions aan. In de pauze dook ik de kelder in op zoek naar de bakken met deksels (gelukkig waren ze ondoorzichtbaar!). Ik pootte keurig netjes de mooie volgroeide champignions op regelmatige afstand in de bakken, en ging weer terug. En de volgende les was biologie! Vol trots kwam hij binnen met de bakken, en deed ze open... Wat hij toen allemaal zei is niet voor herhaling vatbaar, maar we zijn nooit meer vrienden geworden... 50. Angst op de kleuterschool Een herinnering die nog regelmatig door mijn hoofd speelt, is afkomstig uit de tijd dat ik op de kleuterschool zat. Ik ben altijd een erg verlegen, teruggetrokken meisje geweest. Ik voelde me minder dan anderen. Onzekerheid, daar weet ik alles van. Toen ik nog maar pas op de kleuterschool zat, mochten we een keer buiten spelen. Ik kende nog niet zoveel kinderen, en vond het allemaal erg eng. Een vriendinnetje en een buurjongen bedachten een leuk spelletje. Samen met andere kinderen deden ze allemaal autobanden om mij heen. Ze gingen mij inbouwen. Ik durfde geen nee te zeggen. Het begin was nog wel leuk. Maar ze hielden niet meer op. Ze stapelden de banden tot boven mijn hoofd, waardoor ik niemand meer kon zien. Dat wilde ik niet, maar ze deden het toch. Ik werd doodsbang. Toen ik ingebouwd was, lieten de kinderen mij daar zo achter. Ik was alleen, kon me niet bewegen en raakte helemaal in paniek. Ik riep mijn vriendinnetje en mijn buurjongetje, maar ze kwamen niet. Ik was ontzettend bang. Uiteindelijk heeft de juf me bevrijd. Ik ben mijn hele leven al ontzettend bang om in de steek gelaten te worden. En ik vraag me weleens af of dat met deze ervaring te maken heeft. 49. Sparen voor een pistool Een schietgebedje prevelend bukte ik om op zijn bevel het door mij gevreesde leesboekje weer uit mijn laatje te pakken.'Lieve Heer in de hemel, zorg alstublieft dat ik geen leesbeurt krijg. Amen.' De klok goed in de gaten houdend, probeerde ik halverwege de les meestal tevergeefs het toilet te mogen bezoeken. Soms sloeg het noodlot spijkerhard toe en echoode mijn naam secondenlang in mijn gehoorgangen na. 'Yosje Lotens, jij moet lezen'. Mijn hele lichaam verkrampte in een onhoorbare vloek. Om niet weer klassikaal met mijn stotteren geconfronteerd te hoeven worden, simuleerde ik dat ik niet wist waar we in de tekst aangeland waren. Dat kostte me die dag in elk geval een uurtje nablijven. Immers, mijn naam werd direct op het bord geschreven en tot overmaat van ramp kwam de meester krakend op mij afgelopen en wees met zijn wijsvinger in de tekst vanwaar ik alsnog moest voorlezen. Als hij weer op zijn stoel zat, rook ik hem nog. In mijn boek tolden de brandende letters door elkaar en kregen ruzie in mijn mond. Mijn adem stokte en deed mijn buikspieren verzuren. Gegniffel, geschater en gehoon hingen als een dikke deken over mij heen: mijn meester greep niet in...
De hel vaarwel Ja, ik ben hem nog een keertje in een winkel tegengekomen. Quasi belangstellend vroeg hij me hoe het zoal met me ging en wat ik wilde worden. Mijn korte antwoord vuurde ik zonder te stotteren als een kogel op hem af: 'Goed, een betere schoolmeester dan jij!' Geraakt liep hij met een rood hoofd naar de kassa, terwijl mijn spieren zich spanden om mij verder te beheersen. Tegenwoordig vertel ik mijn pestervaringen aan alle brugklassers die ik lesgeef. Dat ze van de fouten van anderen moeten leren, omdat het leven te kort is om ze allemaal zelf te maken. 48. Herinnering (een sfeertekening) De Lepelstraat, geplaveid met klinkers, ligt er bijna verlaten bij in de zomerse middagzon. In groepjes lopen de kinderen spelend, stoeiend en joelend naar school. Aan de ene kant van de straat de jongens in korte Manchesterse broek en hoge schoenen of een blauwe overall met gele klompen; aan de andere kant een bonte mengeling van rokjes, bloesjes en jurkjes. De meisjes lopen dóór, naar de meisjesschool in de Perdshemel, de jongens gaan linksaf. Achter de wel manshoge muur tegenover bakker Schik ("Piet Schik, bak mik, bak brood, anders gaan de kiendjes dood!") waken de nonnen over hun kleuters, waarvan de stemmetjes ijl tot de straat doordringen. Door het zanderige “Zusterspaadje” komen de jongens op de Brink. Aan de overkant hurkt, achter een hoog traliehek, de sombere speelplaats van de oude jongensschool; half verscholen achter het statige, wat verweerde gemeente-huis. Traag door de poort De eerste klas mag voorop naar binnen, met de jonge juf de twee treetjes op en de zwart-witte granieten gang in. Eenmaal binnen kijken de rijen kapstokken als hongerende tanden de gang in. Vergeefs: het is een mooie zomerdag. Linksaf en dan weer rechts en al gauw is die hele hoge, lange gang weer stil. Slechts een langzaam uitstervende echo van klepperende klompen en slepende voeten blijft achter. Vlot zitten ze op hun plaats, nieuwsgierig rondkijkend of er niet iets nieuws te beleven valt sinds vanochtend. Zoals gewoonlijk tikt de koekoeksklok de laatste seconden van het uur weg en roept dan vrolijk twee keer. Een paar dikke blauwe vliegen zitten lui op de planten voor de open hoge ramen waardoor je alleen wolken en soms een duif of kraai kan zien, afkomstig van de kerktoren, waarin de klok traag twee galmende slagen laat horen. Een gewone dinsdagmiddag in 1958........ 47. Voordeur Precies dertig jaar nadat ik zelf toelatingsexamen deed en als eersteklasser "op het Chrysostomus" begon, gaat mijn oudste dochter over de drempel van het "Elzendaalcollege". Anders? Of toch niet? Zodra je op de open dag door de voordeur van "het Elzendaal" binnenstapt, barst de slapende vulkaan van je geheugen plots uit in een eruptie van lang vergeten of verdrongen herinneringen. Zoals die voordeur. Die deur was voorbehouden aan de leraren, de inspecteur of de ouders van een leerling die het té bont had gemaakt en waarvoor "het Wilhelmus" (een aantal keren alle strofen overschrijven) geen afdoend orenwasmiddel was gebleken.
Observatiedeur Die deur kon je zien vanuit de gang boven, bij de lokalen van biologie en tekenen. Daar kon je 's morgens neerzien op de leraren die binnengingen om hun dagelijks brood te verdienen, plezierig te werken of hun idealen en illusies voorgoed te verliezen... Dáár boven kon je als leerling nog even jezelf zijn, je even verheven voelen boven het, dan nog in de regen zwoegende, lerarenkorps en stoer net doen alsof je dat proefwerk toch niet geleerd had. Tien minuten later zat je dan peentjes te zweten boven het verschil tussen schimmels en zwammen of het al dan niet kortvleugelige nageslacht van witogige Drosophila-vrouwtjes. |
Copyright © 1996-2001 Ouders Online BV
Uitsluiting aansprakelijkheid
Pagina voor het laatst bijgewerkt op: 12 juni 2001