Terug naar overzicht Leeszaal

Opvoedwinkels in Nederland:

Wachten achter de lage drempel

Pieter van Scherpenberg
februari 2000

Halverwege de jaren negentig van de twintigste eeuw ontstonden ze: opvoedwinkels of opvoedingssteunpunten. Vagelijk kun je iets bij dit fenomeen voorstellen: een winkel voor opvoedproblemen. Een soort Ouders Online voor mensen zonder Internet? We gingen op onderzoek uit en portretteren een aantal winkels verspreid over het land. Er wordt veelal weinig gebruikgemaakt van de dienst, zo valt te constateren.

Algemene achtergrond

Om misverstanden te voorkomen: elk steunpunt heeft een regionale functie; u kunt als inwoner van Rotterdam niet rekenen op hulp in Enschede... In de Opvoedtelefoon werken deze instellingen samen en bieden daarmee wel een landelijke dienst: 0900 8212205 (44 ct/min).

Taal-hatend
Eén van de meest gebruikte woorden die je in de documentatie over opvoedwinkels leest is 'laagdrempelig'. Een woord dat verzonnen moet zijn door een taalhatende ambtenaar. Het klinkt als 'rimpelig' en heeft gevoelsmatig weinig te maken met een zeer praktische ondersteuning voor ouders in de opvoeding. Nog een term: 'drempeloverschrijdingen'. Deze is ook zonder twijfel direct afkomstig uit ambtelijke pennen en wordt gebruikt om de subsidie-aanvraag te onderbouwen. Het getal turft hoeveel mensen er jaarlijks over die lage drempel komen.

Maar goed, genoeg over het jargon, want het gaat toch om de inhoud van de dienstverlening? In de verste uithoeken van Nederland is in de afgelopen zes jaar een sterke groei van dit soort lokale initiatieven in gesubsidieerde opvoedingsondersteuning waar te nemen. In feite nemen zij het over waar het consultatiebureau ophoudt; vanaf vier jaar tot in de puberteit. Of het nu 'Opvoedingswinkel' of 'Steunpunt Opvoeding' heet, elke voorpost doet ongeveer hetzelfde. Ouders die worstelen met het opvoeden van hun kind kunnen daar langs gaan. Je kunt er terecht om documentatie in te zien of die tegen kostprijs mee te nemen. Ook kun je een gratis korte serie gesprekken met een pedagogisch adviseur hebben.

Kleine groep tevreden ouders
Over het algemeen werkt deze vorm van hulp goed, zo is gebleken: ouders die er gebruik van maken, zijn tevreden over de geboden adviezen. De ouders die ondersteuning zoeken zijn vaker dan gemiddeld alleenstaand, blijkt uit het proefschrift van Channah Zwiep*. Tevredenheid komt als eerste voort uit de duidelijkheid van het advies, die vervolgens nog sterker wordt als het advies echt helpt in het oplossen van het probleem. Aan de bereikbaarheid van veel steunpunten valt nog veel te verbeteren, soms kun je maar anderhalf uur per week bellen. Maar als je constateert hoe weinig er de meeste van dit soort voorzieningen gebruik wordt gemaakt (zie hieronder), begrijp je dat ook wel weer.

Met klem noemt de Opvoedingswinkel zich géén hulpverlenende instantie: het gaat om het voorkómen van eventuele problemen in de opvoeding. Bijvoorbeeld onzekerheid over de manier van opvoeden, onmacht, faalangst, drukke of overactieve kinderen, straffen en grenzen stellen. Zo gauw het echt ernstige vormen aanneemt, suggereert de adviseur naar een andere instantie te stappen.

In onderstaand overzicht komen alleen de gesubsidieerde instellingen aan bod: omdat particuliere instellingen voor veel ouders duur uitvallen en vergoeding door de verzekering niet altijd gegarandeerd is. Dat zegt niets over de kwaliteit van de medewerkers van deze particuliere bureaus. Soms zijn echter de verwijscontacten naar andere vormen van hulp minder goed. Aldus een woordvoerder van het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn in Utrecht (NIZW), dat ook een overzicht bijhoudt van al deze gesubsidieerde instellingen voor opvoedingsondersteuning. Voor een adres in uw buurt kunt u het beste de Opvoedtelefoon bellen (0900 8212205 (44 ct/min), of de NIZW-infolijn: 030-2306603

Den Bosch

Eén van de oudste Opvoedingswinkels in Nederland is gevestigd in Den Bosch, waar al in januari 1994 een voorziening startte als 'Samenwerkingsverband Steunpunt Opvoeding 's-Hertogenbosch en omstreken'. Dat bracht een groep van tien bestaande instellingen bij elkaar die allemaal 'iets' deden aan opvoedingsondersteuning voor ouders of beroepskrachten. Na een experimentele start wordt het initiatief sinds 1997 structureel gesubsidieerd door de gemeente en provincie Brabant.

Helen Raamsdonk-Moscoviter was tot voor kort coördinator van dit Bossche Steunpunt Opvoeding en heeft vanaf het begin met haar team gezocht naar de behoefte die bij ouders leeft. "Er was bijvoorbeeld niets voor ouders onderling; iedereen kwam hier met deskundigen praten. Toen hebben we de Ouders praten met Ouders-groepen opgericht in de nieuwbouwwijk Maaspoort, en dat was een groot succes. Van de zes tot acht leden per groep zien gemiddeld vier elkaar nog steeds."

Uithuilen
"Sommige ouders komen letterlijk uithuilen in de Opvoedwinkel," vertelt Raamsdonk. "Ze zijn wanhopig over een ongehoorzaam kind of een onhandelbare puber. Alleen een luisterend oor is dan al prettig." Bezoeken aan de winkel zijn anoniem, wat de drempel nog wat verlaagt. Zo'n 1.500 ouders komen die drempel jaarlijks over, de twaalf adviseurs voeren samen een kleine 300 gesprekken met ouders. De helft van hen heeft genoeg aan één gesprek, dat al snel meer is dan uithuilen. Je krijgt er praktische adviezen waar je thuis mee aan de slag kunt.

De Opvoedwinkel is er vooral voor ouders uit de hoger opgeleide middenklasse, zo blijkt uit onderzoek. Raamsdonk heeft er veel aan gedaan ook de risico-gezinnen te betrekken in de dienstverlening. Zo kampen Turkse moeders in Den Bosch met veel vragen over opvoeding, maar die stappen niet zo snel binnen. Een tijdelijke subsidie maakte het mogelijk twee agogische krachten van Turkse achtergrond die al vertrouwen hadden bij de doelgroep een serie gesprekken te laten voeren. Binnen één maand kwamen er zeventien Turkse families in de winkel die baat bleken te hebben bij de gesprekken. "Toen de subsidie wegviel, bleven die moeders ook weg," constateert Raamsdonk met spijt. "Nu leggen we nog wel huisbezoeken af bij de 'risico-gezinnen', maar dat is niet structureel."

Onderwijs
Sinds 1999 heeft de Opvoedingswinkel Den Bosch ook een taak in het onderwijs, wat tot die tijd een gesloten circuit was, vertelt Raamsdonk: "Ouders die er met de school niet meer uitkomen, omdat hun kind niet meekan of zwaar gepest wordt, kunnen nu bij ons terecht voor steun tijdens het Onderwijs-spreekuur. In ons contact met de permanente commissie leerlingenzorg kunnen we de belangen van de ouders sterker naar voren brengen."

Utrecht

In het Utrechtse stadsdeel Overvecht is in oktober 1995 een Spreekuur voor Opvoedingsvragen gestart. Per jaar helpt pedagoge Verna Meeuwissen zo'n veertig ouderparen uit de buurt, en het lukt haar aardig ook allochtonen te bereiken: 40% is van Nederlandse afkomst, 23% Marokkaans, 13% Turks en 23% 'overig'. "Dat laatste percentage heeft te maken met het grote aantal vluchtelingen in onze wijk," licht Meeuwissen toe. Daarnaast kent Overvecht relatief veel éénoudergezinnen; 30% van de spreekuurbezoekers is alleenstaand ouder: "Hun problematiek is niet wezenlijk anders, maar vaak wel zwaarder. Als ze ook nog eens van niet-Nederlandse afkomst zijn, missen ze veelal een ondersteunend netwerk."

Kennemerland: Haarlem & Beverwijk

De Opvoedwinkels in Haarlem en Beverwijk zijn opgezet voor de regio Zuid- en Midden-Kennemerland. Het team biedt vrijblijvende opvoedingsondersteuning in anonieme gesprekken en er wordt nooit contact opgenomen met derden, zo beklemtoont coördinator Agaath van Tienhoven. Per jaar vinden er zo'n 1.500 individuele gratis gesprekken plaats, driekwart daarvan met ouders, een kwart met beroepskrachten. Daarnaast zijn er themabijeenkomsten voor groepen waaraan de deelname 5 gulden kost. "Opvallend vaak gaan de vragen over het eerste kind, en meestal is het de moeder die ons opzoekt," observeert Van Tienhoven. "Praten over een probleem kan ontzettend helpen. "Bij ongeveer tien procent van de gesprekken wordt aanvullende ondersteuning geadviseerd. Ouders van buitenlandse afkomst maken nog minimaal gebruik van het aanbod.

Den Haag

In Den Haag opende het eerste Opvoedsteunpunt in 1995, in de loop der jaren zijn er verspreid over de stad tien spreekuurplekken opgezet. Gea van Dijk, opvoedkundige van het steunpunt Escamp heeft bij zo'n spreekuur liever geen kinderen: "Dat praat rustiger en het kind zou op zo'n moment weer horen wat het allemaal fout doet in de ogen van de ouder. Als we op huisbezoek gaan, willen we de kinderen er wel bij hebben, want dan kunnen we de interactie tussen ouders en kind observeren."

Zo'n 150 ouders maken per jaar gebruik van de Haagse steunpunten, ruim 80% daarvan is autochtoon. In ruim eenvijfde van de gevallen adviseert men elders hulp te zoeken, de rest voelt zich in maximaal zes gesprekken "vaardig om zonder steun verder te gaan."

Sittard

De problematiek van ouders in de Westelijke Mijnstreek wijkt niet af van het landelijk gemiddelde, vindt Yvonne van Klaveren, medewerker van het Sittardse steunpunt: "De meeste vragen gaan over slaapproblemen, driftbuien, onzekerheid, zindelijkheid en dergelijke." Inderdaad, universele opvoedproblematiek. Naast een hoge telefonische bereikbaarheid en een inloopspreekuur op drie dagdelen per week, is de dienst ook bereikbaar op locatie: spreekuren op consultatiebureaus in 5 gemeenten, spreekuren op 20 peuterspeelzalen en 2 basisscholen. Circa 400 ouders maken gebruik van de dienst, en 30 tot 40 daarvan moet worden geadviseerd naar andere instanties te gaan, via het interne diagnose-indicatieteam.

Steenwijk & Emmeloord

In bijna de helft van de gevallen die aan de steunpunten Noordwest Overijssel en Noordoostpolder (in Steenwijk en Emmeloord) worden voorgelegd, speelt de problematiek al meer dan een jaar. Het gaat daar net als elders vaak om slaapproblemen of hyperactief gedrag en moeilijkheden met de emotionele ontwikkeling van het kind. Ruim honderd mensen per jaar maken gebruik van het aanbod in het Oude en Nieuwe Land, zoals de thuiszorgorganisatie in deze regio heet. "Het gaat nog lang niet altijd goed, maar ik weet hoe ik het aan moet pakken" was één van de reacties van ouders na een serie gesprekken.

Rotterdam: deelgemeente Feijenoord

Opvallend aan het Rotterdamse bureau Opvoedingsondersteuning Feijenoord is dat kinderen zelf ook opgeroepen worden eens langs te komen. Met speciale feecards roepen coördinator Cokky van Vliet en haar collega's: "We zijn er ook voor jou!" Het gaat dan om praten over zakgeld, pesten, sex en drugs. Maar ouders blijven uiteraard de eerste doelgroep in de deelgemeente Feijenoord, zij het dat ze je graag mèt kinderen ontvangen. Op de Ouder-peuterinstuif, of de Arabisch-talige groepsvoorlichting. Voor ouders geen kinderen meenemen zit Paula Batista elke donderdagmiddag klaar voor het licht-pedagogisch spreekuur. En donderdagochtend geeft de Marokkaanse migrantenvoorlichter Fatima Faïq antwoorden op vragen over gezondheid en opvoeding.

Enschede

'Peter (10) wordt na schooltijd regelmatig opgewacht en afgetuigd door klasgenoten. Als hij daarna huilend thuiskomt, weet ik me geen raad. Wat kan ik doen?' Een voorbeeld uit de praktijk van Marja Waal, van Thuiszorg Enschede-Haaksbergen, afdeling Ouder- en Kindzorg. Zij merkt dat het ouders helpt daarover te praten op het spreekuur: "Samen de boel op een rijtje zetten en een antwoord of oplossing vinden." Opvallend aan deze Enschedese dienst is dat er voor kinderopvang in het buurtcentrum gezorgd wordt, dus je hoeft niet eerst zelf een oppas te regelen als je naar het inloopspreekuur wilt.

Pieter van Scherpenberg, redactie Ouders Online
pieter@ouders.nl


*) Channah Zwiep: De Steunpunten voor Opvoeding -- van beleid naar praktijk. Een onderzoek vanuit het perspectief van de overheid, de professional en de cliënt. Amsterdam, Thesis Publishers 1998, ISBN 90 9011 311 8. Prijs: EUR 19,50. Te bestellen via de auteur: czwiep@wish.nl
(Terug naar tekst)

Copyright © 1996-1999 Ouders Online BV
Uitsluiting aansprakelijkheid
Pagina voor het laatst bijgewerkt op: 16 december 2002