|
rubriek Vaderman
25 mei 2001
Vijf jaar lang, van begin 1996 tot eind 2000, schreef ex-redacteur Pieter van Scherpenberg een column over zijn lotgevallen als vader.
Af en toe gaf Pieter de pen aan een collega-vader. Hieronder: Maarten Vergouwen.
Hier en nu
Gast-column door Maarten Vergouwen
 Ik ben dol op cijfertjes. Op rekensommetjes in mijn hoofd. Soms dwangmatig zelfs. Onlangs kwam ik een verslag van een vakantie tegen. Van toen ik een jaar of tien was. Daar stond een rijtje in: 9.21 uur: we vertrekken. 9.25 uur: we rijden onze woonplaats uit, 9.42 uur, nu neem ik een snoepje enzovoort. En nu heb ik dat nog. Af en toe, als tijdens een drukke periode met de kinderen de vermoeidheid toeslaat, zit ik in mijn hoofd te goochelen met mijn leeftijd. Dan maak ik keer op keer eenzelfde berekening. Als Mees, mijn oudste zoon tien wordt, dan ben ik nog maar veertig (...). Als beide kinderen achttien zijn, ben ik vijftig en weer vrij! Dat is nog jong. Hebben andere vaders dat eigenlijk ook, vraag ik mij wel eens af?
De derde
Ja, en dan krijg je nog een kleintje. Alle berekeningen kunnen zes jaar terug. Maar deze overpeinzing is wat in strijd met de mooie gebeurtenis die de geboorte van ons derde kind was.
Wilden wel of wilden we niet? We waren er zelf nog niet echt over uit, maar de natuur wel. José was zwanger. Op het moment dat de test dit uitwees, wisten we: dit hadden we allebei gewild. En acht of negen maanden later was daar ... Diederik. Broer Mees (7) en zus Robin (6) waren op school toen hij de wereld voor het eerst aanschouwde. Maar het had niet veel gescheeld of broer en zus hadden noodgedwongen thuis moeten blijven.
Geen vlekken
De vroedvrouw was midden in de nacht -- van vijf op zes december, Sinterklaas was net weg -- al geweest en had met volle overtuiging gezegd: dat duurt nog wel een poos. We stonden die ochtend dan ook rustig op, ik draaide de gewone rituelen met de kinderen af. Kwam terug van de kinderen naar school brengen, zag José aan de ontbijttafel zitten en wist: dit duurt niet lang meer. Naar boven, dacht ik, snel. De vroedvrouw was er nog niet en de persweeën waren hevig. Perswee in de gang, perswee onderaan de trap, perswee halverwege de trap. De vliezen breken in de badkamer -- een zijstapje op weg naar de slaapkamer, gelukkig geen vlekken op de vloerbedekking -- dan door naar de slaapkamer. Puffen. Puffen.
Een zus van José is gearriveerd en samen doen we alles om het onstopbare op te houden. De bel. Naar beneden. Deur open. Vroedvrouw. Snel weer naar boven. José roept: hij is er al. Ik kijk en ... een hoofdje. Zo mooi.
Ik houd mijn handen eronder. José perst nog een keer. Haar handen komen erbij en samen hebben wij onze baby vast. Samen hebben wij Diederik gehaald. Een groot geluk.
Na het ongeluk
Vijf maanden later ben ik betrokken bij een ongeluk op de A1. Het moment dat duidelijk wordt dat een forse klap onvermijdelijk is, staat mij nog scherp op het netvlies. Ik zag niet het leven in een flits aan mij voorbij trekken, dat niet, maar ik realiseerde me daarna wel weer dat het leven broos is. Ik kom bij van de schrik, voel nergens pijn, zie dat alles aan me nog heel is en wring me uit het autowrak. Als ik thuis kom en ik zie Diererik dan weet ik dat ik het leven hier en nu wil leven. Niemand weet wat er morgen gebeurt. Het gereken in mijn hoofd is maar een spelletje. Als Diederik zijn rijbewijs haalt ben ik ...55. Dat is ook nog jong. Maar eerst wil ik nog graag achttien jaar zo langzaam mogelijk voorbij zien gaan.
Maarten Vergouwen
vergouwen@daxis.nl
Pieter van Scherpenberg was mede-oprichter van Ouders Online en was daar tot 1 juli 2001 bij betrokken. Van begin 1996 tot eind 2000 schreef hij de column "Vaderman", over zijn belevenissen met Tsjip (eerste kind), Molly (tweede kind) en Nicoline (echtgenote). Aanvankelijk woonden zij in een volksbuurt in Amsterdam; later verhuisden zij naar het Oosten van het land.
|