Home » Columns » Waarom wij geen redactiestatuut hebben

Waarom wij geen redactiestatuut hebben

Door:

Redactie Ouders Online

Over de scheiding van redactie en commercie. (Tegenwoordig hebben we trouwens wél een redactiestatuut.)

Van de redactie

De ongekend felle discussies die de laatste tijd plaatsvonden in de Forum-rubriek "Baby-voeding" (over de kwestie of Nutricia nu wel of niet een acceptabele sponsor is) hadden zijdelings een heel belangrijke vraag tot gevolg. Eén van de deelnemers constateerde namelijk dat wij helemaal geen redactiestatuut hebben, oftewel een verklaring waarin de onafhankelijkheid van de redactie is vastgelegd. Voor de bewuste deelnemer was dat een reden om ons niet serieus te nemen, en dát laten we natuurlijk niet op ons zitten. Ziehier ons strijdlustige weerwoord.

Over strijdlust gesproken. Ik herinner mij nog goed die dag dat we voor het eerst een bezoek brachten aan het dagblad Trouw, dat ons zou gaan sponsoren. We werden binnengeleid in het kamertje van de adjunct-hoofdredacteur, dat uitkeek over de Amsterdamse Wibautstraat, de straat waar alle grote kranten kantoor houden. Onze gesprekspartner wilde ons een beetje op ons gemak stellen, zoals dat gaat bij een eerste bezoek, en begon voor ons de geografische verhoudingen van Trouw in kaart te brengen. "Kijk", zei hij, wijzend op zijn bureau. "Hier zit ik. En daar (wijzend naar de overkant van de straat) daar zit de marketing". De toon waarop hij "de marketing" uitspraak, maakte in één klap duidelijk dat hij niet de geografische verhoudingen maar de sociale verhoudingen binnen de krant behandelde. Hij had net zo goed "de vijand" kunnen zeggen.

Het organisatie-adviesbureau dat dát bedacht heeft - de redactie aan de ene kant van de straat en de marketing aan de andere kant, om de sfeer binnen de krant een beetje fijn te houden - mag van mij de Nobel-prijs voor de vrede krijgen. Briljant. Of gewoon: goed op de hoogte van de traditionele verhoudingen binnen het krantenbedrijf.

Angst

De klassieke scheiding tussen de redactie enerzijds en de uitgever anderzijds, die uiteindelijk zijn weerslag heeft gevonden in "het redactiestatuut", is in eerste instantie geboren uit angst, denk ik. De angst van de journalist dat hij niet meer zou kunnen schrijven wat hij wil. Uit mijn eigen middelbare schooltijd herinner ik me bijvoorbeeld dat wij - de leerlingen - per se een redactiestatuut voor onze schoolkrant wilden hebben, om te voorkomen dat de rector, al of niet opgehitst door lastige ouders, zich met onze stukjes zou gaan bemoeien. Bij een krant heet de rector "commercieel directeur", en zijn de adverteerders de lastige ouders, maar het principe blijft hetzelfde. De angst van de redactie om gekneveld te worden.

Bij Ouders Online speelt een dergelijke angst geen enkele rol, omdat de redactie tevens de uitgever is. Deze website wordt gemaakt door drie personen (bijgestaan door zo'n dertig freelancers en vrijwilligers), en die drie personen doen alles. Van schrijven en redigeren tot sponsors werven en adverteerders binnenhalen. Het probleem van al die petten zit hem meer aan de commerciële kant dan aan de redactionele kant. Zo hebben we laatst een potentiële adverteerder de deur gewezen, die een soort vastbind-product voor baby's bij ons wilde aanprijzen waarmee wiegendood voorkomen zou kunnen worden. Navraag bij de Stichting Wiegendood leerde ons dat dit een onzin-product is, dat ouders nodeloos bang maakt. Exit adverteerder. Au. En we hébben al zo weinig geld. Maar ja, dan maar een boterham minder. Onze integriteit gaat boven alles.

Geloofwaardigheid

Tot zover de interne functie van het redactiestatuut. De garantie om te kunnen schrijven wat je wilt, zonder gezeik binnen je eigen bedrijf. Maar daarnaast is er natuurlijk een externe functie, namelijk: aan de lezers duidelijk maken dat je niet van de straat bent. Dat de informatie die via jouw medium verspreid wordt, niet gecorrumpeerd is door allerlei andere belangen. Dat je volkomen onafhankelijk, en daardoor betrouwbaar en geloofwaardig bent. (Ook hier ligt waarschijnlijk angst aan ten grondslag, namelijk de angst dat je niet geloofd wordt.)

Volgens mij is dit uiteindelijk de belangrijkste functie van een redactiestatuut. Want een ruzie met je directeur is nog wel te overzien, maar je geloofwaardigheid verliezen ten opzichte van je lezers tast rechtstreeks je bestaansrecht aan.

Maar nu wordt het interessant, en wel om twee redenen. Ten eerste gaat het hier niet meer alleen om "onafhankelijk functioneren ten opzichte van de uitgever", maar ook om "onafhankelijk functioneren ten opzichte van buitenstaanders". Zoals adverteerders. Je moet bijvoorbeeld ronduit kunnen zeggen dat een product of een bedrijf niet deugt, los van de commerciële banden die er bestaan. Ten tweede is dit interessant omdat er per medium zo verschillend mee wordt omgegaan.

Het zuiverst in de leer zijn nog altijd de kranten. Zo ken ik een journalist bij het Financieele Dagblad, die niet eens een vliegticket van IBM wil aannemen om een persconferentie in Duitsland bij te kunnen wonen. Bij de tijdschriften begint het vlak al wat te hellen. De VIVA is onlangs al begonnen met het verkopen van een eigen kledinglijn (hoe kunnen ze dáár in godsnaam nog onafhankelijk over berichten) en ronduit berucht zijn de auto-journalisten. Die staan erom bekend dat ze alle geschenken van fabrikanten in dank aanvaarden, waardoor hun oordeel over de geteste auto's wel erg dubieus wordt. Nóg een stap verder en je bent op het Internet. Daar lopen journalistiek en commercie naadloos in elkaar over.

Hoe zit dat? Zijn Internet-bedrijven soms geiler op geld dan de meer traditionele media? Nee. Het grote verschil is dat "wij" (de Internet-bedrijven, waaronder Ouders Online) ons nieuws en onze service gratis moeten aanbieden, omdat "u" (de Internet-gebruiker) ervan uitgaat dat alles op het net gratis moet zijn. Een handvol liefdevolle bezoekers daargelaten, wil bijna niemand voor ons werk betalen.

Nutteloos en hypocriet

Kortom: het hanteren van redactiestatuten op Internet is zowel nutteloos als hypocriet. Nutteloos omdat je als redactie - wij althans - toch wel kunt doen wat je wilt, en hypocriet omdat de commercie altijd aanwezig is. Tenzij je geld zou vragen voor datgene wat je te bieden hebt, maar dat is niet realistisch.

Wij volstaan daarom met de mededeling dat we zo integer mogelijk te werk gaan bij het leveren van informatie en service. Het afwijzen van die wiegendood-parasiet is daarvan een voorbeeld, evenals onze afspraak met Trouw dat we wederzijds mogen klagen over elkaars kwaliteit, als dat zo uitkomt. Ook moet u ons op ons woord geloven dat we niet aan de leiband van Nutricia lopen, en dat we op de achtergrond (onzichtbaar voor alle Forum-bezoekers) zware druk uitoefenen om toch vooral de letter én de geest van de WHO-code te volgen. Meer kunnen we niet doen.

Privacy

Het enige wat wél nuttig is, op het Internet, is een privacy statement, waarmee een site zijn bezoekers garandeert dat er met hun persoonsgegevens uiterst zorgvuldig omgesprongen zal worden. Die garantie krijgt u van ons bij deze. De juridisch verhaspelde versie kunt u binnenkort op deze site verwachten.

Redactie Ouders Online

Naschrift: 

Twee jaar na de publicatie van het bovenstaande artikel hebben we alsnog een redactiestatuut opgesteld. Rond die tijd was er sprake van dat Ouders Online verkocht zou worden, en we waren als de dood dat dat de onafhankelijkheid van de redactie in gevaar zou kunnen brengen. Na verkoop aan een commerciële partij zou immers de klassieke situatie zijn ontstaan, van een eigenaar die geld wil genereren en een redactie die onafhankelijk wil opereren. Eén van onze voorwaarden voor verkoop was dat een eventuele koper het redactiestatuut zou moeten accepteren.

Uiteindelijk is Ouders Online niet verkocht, maar dat redactiestatuut bestaat nog steeds.

Alle columns in de serie Van de redactie