Home » Artikelen » Veilig vervoer van kleine kinderen 0 tot 4 jaar

Veilig vervoer van kleine kinderen (0 tot 4 jaar)

Door:

Redactie Ouders Online

Adviezen voor het veilig vervoeren van kleine kinderen, samengesteld in overleg met VeiligheidNL (voorheen de Stichting Consument en Veiligheid). Van draagdoek tot fietszitje, en van autostoeltje tot vliegtuig.

Draagdoek

Wanneer te gebruiken:

  • direct vanaf de geboorte tot ongeveer 15 kg (ca. 2 jaar).

Wel doen:

  • draaghoogte: ter hoogte van de borst;
  • zorg voor voldoende frisse lucht.

Niet doen:

  • kleed het kind niet te warm aan;
  • draagdoek nooit gebruiken onder een dichte jas.

Draagzak

Wanneer te gebruiken:

  • vanaf 6 weken na de geboorte tot ongeveer 15 kg (ca. 2 jaar).

Wel doen:

  • draaghoogte: zodanig dat je je kind een zoen op zijn hoofd kunt geven;
  • zorg voor goede steun in de rug en aan het hoofd;
  • zorg voor voldoende vrije ruimte voor armen en benen;
  • zorg voor beenopeningen op gelijke hoogte als het zitgedeelte, of liever iets lager;
  • zorg dat het kind recht hangt;
  • zorg voor voldoende frisse lucht.

Niet doen:

  • draagzak nooit gebruiken onder een dichte jas.

Rugdrager

Wanneer te gebruiken:

  • vanaf het moment dat het kind zelfstandig rechtop kan zitten (na 6-12 maanden) tot een gewicht van 15-20 kg (ca. 2,5-4,5 jaar).

Wel doen:

  • draaghoogte: halverwege de rug;
  • gebruik een tailleband voor extra stabiliteit;
  • gebruik altijd een veiligheidsgordel of tuigje.
  • zorg voor goede steun in de rug;
  • zorg voor voldoende vrije ruimte voor armen en benen;
  • zorg voor beenopeningen op gelijke hoogte als het zitgedeelte, of liever iets lager;
  • zorg dat het kind recht hangt.

Niet doen:

  • nooit weglopen als je de rugdrager hebt neergezet.

Draagdoek, draagzak en rugdrager - algemene adviezen

Wel doen:

  • sluitingen altijd goed dichtklikken;
  • controleren of alles goed vastzit door even te bewegen;
  • sluitingen bedienen met één hand; kind ondersteunen met de andere hand.

Niet doen:

  • nooit gebruiken op de fiets, op de motor, of in de auto;
  • nooit gebruiken tijdens het koken;
  • nooit gebruiken tijdens het sporten (bijv. skaten of skiën).

Kinderwagen

Wanneer te gebruiken:

  • direct vanaf de geboorte tot het moment dat het kind zelfstandig tot zit kan komen;
  • baby's zo lang mogelijk horizontaal vervoeren!

Niet doen:

  • de bak niet gebruiken voor vervoer in de auto.

Wandelwagen / buggy / baby-jogger, etc.

Wanneer te gebruiken:

  • als het kind zelfstandig rechtop kan zitten (na 6 … 12 maanden).

Wel doen:

  • gebruik altijd een veiligheidsgordel of tuigje;
  • gebruik alleen een wagen met dichte wielen (waar kinderen geen vingers in kunnen steken);
  • zorg dat de inklap/uitklap-vergrendeling goed vastzit.

Let op: in sommige gevallen is de baby al uit de kinderwagen gegroeid, terwijl hij nog niet zelfstandig kan zitten. Dan is het onvermijdelijk om toch een wandelwagen te gaan gebruiken omdat je domweg geen andere keus hebt. Let er in dat geval wel op dat de wandelwagen goed geveerd is, maak de wandelingen niet te lang, en vermijd hobbelige wegen. Er bestaan overigens ook wandelwagens waarvan de kuip wat naar achteren gekanteld kan worden, wat in dit geval heel handig is.


Baby-autostoeltje

Wel doen:

  • bedenk dat dit vervoermiddel vooral bedoeld is voor gebruik in de auto.

Niet doen:

  • gebruik dit vervoermiddel in principe nooit langer dan 11/2 … 2 uur per dag (omdat de baby niet voldoende kan bewegen).

Bijzonderheden:

  • veel mensen gebruiken in plaats van het woord 'baby-autostoeltje' het woord Maxi-cosi. Dit is echter geen soortnaam maar een merknaam. Er bestaan ook andere merken;
  • gaat u op vakantie, dan mag de reis best langer duren dan 2 uur. Houd u wel aan de regel om na elke 2 uur minstens een kwartier rust te nemen en de baby uit het kuipje te halen.

Wagens - algemene adviezen

Koopadvies:

  • de rem moet op minimaal twee wielen werken;
  • zwenkwielen moeten vastgezet kunnen worden;
  • de wagen mag geen gaten hebben, waarin een kind(ervinger) bekneld kan raken;
  • het regenscherm moet voldoende ventileren.

Wel doen:

  • controleer altijd of de wagen niet makkelijk omkiept, ook niet als broertje of zusje eraan hangt of trekt.

Niet doen:

  • hang geen zware tassen aan de wagen. Dat kan de wagen instabiel maken;
  • laat geen andere kinderen op de wagen zitten of eraan hangen.

Fietsstoeltjes, algemeen

Wanneer te gebruiken:

  • als het kind zelfstandig rechtop kan zitten (na 6 … 12 maanden).

Koop- en montage-advies:

  • monteer het stoeltje volgens de gebruiksaanwijzing.

Wel doen:

  • zet het kind altijd vast met de veiligheidsgordels;
  • gebruik desgewenst een fietshelm, om ernstig hoofdletsel te voorkomen.

Niet doen:

  • maak in het begin geen lange tochten. Dat wil zeggen: niet langer dan de tijd die het kind los op de grond kan zitten;
  • zet de fiets niet neer met het kind nog in het stoeltje.

Fietsstoeltje voorop

Wanneer te gebruiken:

  • voor kinderen tot 15 kilo (ongeveer 3 jaar).

Koop- en montage-adviezen:

  • zorg dat de rem- en versnellingskabels niet afgeklemd worden;
  • gebruik een windscherm.

Fietsstoeltje achterop

Wanneer te gebruiken:

  • voor kinderen van 15 t/m 25 kilo

Koop- en montage-adviezen:

  • zorg voor goede spaak-afschermers;
  • voetensteunen moeten voorzien zijn van spaak-afscherming (voetenkuipje);
  • monteer zadelveer-beschermers (zodat er geen kindervingers tussen de zadelveren gestoken kunnen worden);
  • zorg dat het kind het ringslot niet kan dichttrappen;
  • zorg voor een hoge rugleuning (voor steun en bescherming).

Baby op de fiets

Algemeen advies:

vanaf het moment dat een kind zelfstandig kan zitten (ca. 6-9 maanden) is fietsvervoer in een fietszitje mogelijk. Tot die tijd kan een baby in een half liggende houding worden vervoerd. Hiervoor zijn diverse systemen op de markt, zoals een baby-autostoeltje op een speciaal frame op de bagagedrager, of een baby-autostoeltje of baby-schelp in een fietskar of bakfiets.

Praktische tips:

  • zorg voor een goede bevestiging;
  • gebruik een tuigje of een gordel om de baby vast te maken;
  • zorg voor goede ondersteuning van hoofd en rug;
  • gebruik een stevige en stabiele fiets;
  • fiets rustig en houd contact.

Autostoeltje

Wanneer te gebruiken:

  • altijd (zet uw kind nooit los op stoel of bank).

Koop- en montage-adviezen:

  • koop een stoeltje dat is goedgekeurd volgens ECE 44/03 of 44/04, te herkennen aan het (vaak oranje) ECE-keurmerk;
  • koop een stoeltje dat past bij het gewicht van het kind (het gewicht staat aangegeven op het keurmerk);
  • de sluiting van de autogordel mag de harde delen van het stoeltje niet raken.

Wel doen:

  • plaatsing op voorbank en achterbank zijn beide toegestaan, maar de achterbank heeft sterk de voorkeur;
  • volg de instructies bij het stoeltje goed op;
  • zorg voor kindersloten op de achterportieren;
  • gebruik altijd een tuigje of veiligheidsgordel;
  • let erop dat het tuigje of de veiligheidsgordel niet te los zitten (maximaal 2 vingers ruimte);
  • zorg ervoor dat de overige (niet gebruikte) autogordels op de achterbank altijd vast zitten.

Niet doen:

  • plaats het kind niet op de voorstoel als daar een airbag zit;
  • het hoofd van het kind mag niet boven de rand van de rugleuning uitkomen;
  • laat kinderen nooit alleen in de auto achter (ook niet in het autostoeltje);
  • gebruik een baby-autostoeltje (0-9 maanden) in principe nooit langer dan 11/2 … 2 uur per dag (omdat de baby niet voldoende kan bewegen).
  • gaat u op vakantie, dan mag de reis best langer duren dan 2 uur. Houd u wel aan de regel om na elke 2 uur minstens een kwartier rust te nemen en de baby uit het kuipje te halen.

Zie verder: www.kinderzitjes.nl (officiële site van de overheid).


Zittingverhoger (booster)

Wanneer te gebruiken:

  • voor kinderen die te groot zijn voor een autostoeltje, maar kleiner dan 1 meter 35.

Wel doen:

  • plaatsing op de voorbank en de achterbank zijn beide toegestaan, maar de achterbank heeft sterk de voorkeur;
  • kind vastzetten met 3-puntsgordel;
  • zorg dat het diagonale gedeelte van de 3-puntsgordel niet te dicht langs de hals van het kind loopt;
  • leid de gordel over de borst en over het bekken (dus niet over de buik).

Niet doen:

  • gebruik de 3-puntsgordel niet als heupgordel;
  • gebruik geen losse gordelgeleiders.

Reiswieg in de auto

Wanneer te gebruiken:

  • nooit;
  • alleen speciale kinderwagenbakken met ECE-keurmerk 44/03 en 44/04 zijn toegestaan;

Vliegtuig

Waarschijnlijk kan het geen kwaad om te vliegen met een baby, maar dat valt niet te garanderen. Dit zeggen de deskundigen erover:

  • door te vliegen word je aan wat extra r”ntgenstraling blootgesteld, maar deze straling is niet meer dan een r”ntgenfoto, en kan absoluut geen kwaad;
  • de drukverschillen bij het stijgen en dalen kunnen pijnlijk zijn voor de oren. Drinken (of zuigen aan een speen) kan de pijn voorkomen;
  • reizen kan stress-vol zijn, en kan daarom een extra risico vormen voor wiegendood;
  • ook de lage luchtdruk bij vliegen op grote hoogte, in combinatie met nog niet gesloten fontanellen, kan een risico-factor zijn.

Redactie Ouders Online