Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

4 december 2010 door Peter Cuyvers

10 Strafregels

De meeste ouders passen wel een of andere manier van straf toe. Hoe zorg je dat dat ook echt werkt? Pedagoog Peter Cuyvers geeft 10 tips.

1. Straf moet zo snel mogelijk gegeven worden, direct aansluitend op een overtreding. Dit geldt met name voor jonge kinderen, die nog weinig besef van tijd hebben en al snel het verband tussen de overtreding en de straf niet meer zien.

2. De straf moet duidelijk verband houden met de overtreding. Zie ook strafregel 1.

3. De straf moet helder en overzichtelijk zijn. Bij voorkeur: vaste maten voor vaste overtredingen.

4. De straf moet door de gestrafte als onaangenaam ervaren worden. Het kind naar zijn kamer sturen als hij of zij het daar prettig vindt, werkt dus niet.

5. De straf moet 'passend' zijn bij de ernst van de overtreding. Dus niet te zwaar maar ook niet te mild.

6. Straf moet realistisch zijn. Dreigen met een onuitvoerbare straf heeft geen zin. Dus bij klieren op de achterbank niet dreigen je kind uit de auto te zetten, want dat doe je toch niet.

7. Straf moet leerzaam zijn. Uit de straf moet af te leiden zijn wat het gewenste gedrag is, bijvoorbeeld door het herstellen van schade of door het terugbrengen of teruggeven van gestolen goed.

8. Straf moet begrensd zijn. Er moet een duidelijk moment zijn waarop de straf ten einde is.

9. Straf moet een schone lei opleveren. Kom na de straf dus niet terug op de overtreding.

10. Straf mag alleen een fysiek aspect hebben (zoals stevig vasthouden, of zelfs een tik) ter bescherming van het kind of van anderen. Het moet overduidelijk zijn dat je zo erger kunt voorkomen.