Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

24 maart 2017 door Renate van der Zee

ADHD en depressie gaan vaak samen

Een derde van alle kinderen met ADHD heeft last van depressieve klachten. Dat ontdekte onderzoeker Arunima Roy tijdens haar promotieonderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Renate van der Zee sprak met haar. "Vroegtijdig ingrijpen is belangrijk".

Waarom wilde u onderzoek doen naar ADHD en depressie?
"De combinatie van ADHD en depressie interesseerde me al langer, omdat je regelmatig ziet dat kinderen met ADHD depressieve klachten hebben. Dat bemoeilijkt hun functioneren en vermindert hun kwaliteit van leven nog eens extra.

Depressie heeft bovendien een negatieve invloed op de vooruitzichten van kinderen met ADHD. Daarom is het belangrijk te begrijpen hoe depressieve symptomen zich ontwikkelen en hoe we ze kunnen voorkomen. Toen ik met mijn onderzoek begon, hadden nog niet veel wetenschappers zich beziggehouden met ADHD en depressie. Het leek me goed dat wel te doen."

Hoe bent u te werk gegaan?
"Ik heb mijn gegevens gehaald uit een groot onderzoek naar de gezondheid van 2500 kinderen en jongeren in Noord-Nederland, genaamd TRAILS (TRacking Adolescents' Individual Lives Survey). Die zijn meer dan 10 jaar gevolgd en de onderzoekers vroegen naar allerlei problemen.

Depressie was slechts een van de onderwerpen waarover ze met die kinderen spraken. Ik bekeek specifiek de kinderen met de diagnose ADHD en alle gevallen van depressie vanaf de kindertijd tot 19 jaar. Zo kwam ik erachter dat een derde van de kinderen met ADHD vóór het 19e jaar ten minste één periode van depressie rapporteerde."

Dat is een fiks percentage. Enig idee hoe dat komt?
"We hebben een paar factoren onderzocht en daaruit bleek dat kinderen die angst- of gedragsstoornissen – zoals ODD of CD – hadden, een grotere kans maakten om ook een depressie te krijgen.

Kinderen die werden gepest of geïntimideerd op school of negatief werden beoordeeld door leeftijdsgenoten, liepen ook een groter risico op een depressie – hoewel dat risico minder groot was dan bij angst- en gedragsstoornissen. Er zijn meer factoren die kunnen verklaren waarom kinderen met ADHD depressies krijgen, maar daar is meer onderzoek voor nodig."

Wat kunnen ouders en leerkrachten doen om kinderen met ADHD en depressies te helpen?
"De beste manier om zo'n depressie te voorkomen, is het in een vroeg stadium herkennen en aanpakken van ADHD. Daarnaast is het belangrijk om kinderen met ADHD regelmatig te monitoren zodat negatieve gevolgen zo vroeg mogelijk worden opgemerkt.

Het zou ook erg goed zijn als kinderen met ADHD regelmatig zouden worden gescreend op gedragsstoornissen. Ik pleit ervoor dat alle leerkrachten een training krijgen in wat ADHD is. Ze zijn dan in staat om regelmatig feedback te geven aan ouders en behandelaars. Vroegtijdig ingrijpen is belangrijk bij depressieve klachten, daarom is het goed als leerkrachten het snel opmerken."

Was u verrast toen u ontdekte dat zo'n hoog percentage van de kinderen met ADHD ook te maken krijgt met depressies?
"Ik was wel een beetje verrast, ja. Ik had niet verwacht dat het aantal zo hoog zou zijn. In eerdere onderzoeken werd ook al gesproken van een behoorlijk hoog percentage, maar andere onderzoekers hadden het juist weer over veel lagere percentages. Maar er bestaat een onderzoek uit 1999, een behoorlijke tijd terug dus, waaruit een percentage tussen de twintig en vijftig procent naar voren kwam. Mijn resultaten passen daar perfect in."

Wat vond u het meest opvallend aan de uitkomsten van uw onderzoek?
"Wat mij zeer interesseert, is dat het met de kinderen die alleen ADHD hadden en geen depressie kregen na verloop van tijd beter leek te gaan. De kinderen die wel depressief werden, leken het daarentegen slechter te doen naarmate de tijd vorderde.

Dat was voor ons iets nieuws: kinderen die niet depressief werden, leken op den duur beter te gaan functioneren en hun symptomen namen af, terwijl het met de depressieve kinderen slechter ging."

Kan er misschien sprake zijn van twee verschillende stoornissen?
"Sommige onderzoekers hebben zich dat inderdaad afgevraagd. Maar we vonden daar geen aanwijzingen voor. Want als je kijkt naar de combinatie van ADHD en depressie, dan zie je geen speciale kenmerken die deze combinatie echt beduidend anders maken dan alleen ADHD of alleen depressie."

Gaat u nog door met uw onderzoek naar ADHD?
"Jazeker, maar niet naar de combinatie van ADHD en depressie. Ik onderzoek op dit moment het langetermijneffect van ADHD. Als kinderen met ADHD volwassen worden, verminderen hun symptomen dan of juist niet? Ik wil graag weten welke factoren daarop van invloed zijn.

Ik kijk nu naar de invloed van de omgeving tijdens de kindertijd, zoals het functioneren van de familie, de opvoedstijl van de ouders en sociaal-economische factoren. Hoe zijn deze factoren van invloed op iemand met ADHD als hij eenmaal 25 is? Wat maakt dat sommige jonge mensen met ADHD een opleiding succesvol afronden en een goede baan vinden en andere niet?"

Al interessante ontdekkingen gedaan?
"Een van de dingen die ik heb gevonden is dat als je in je jeugd behoorlijk zware symptomen hebt, dat een belangrijke indicatie is van wat er later in je leven gaat gebeuren. Kinderen met ernstige symptomen maken meer kans om op latere leeftijd last van ADHD te blijven houden. Wat vrij logisch is natuurlijk.

Maar ook voor kinderen met minder ernstige symptomen bestaat het gevaar dat de ADHD hen belemmert bij het opdoen van voldoende vaardigheden om bijvoorbeeld later een goede opleiding te volgen. Waardoor het hen uiteindelijk toch niet lukt om te slagen in de maatschappij.

Een heel belangrijke factor is de situatie in het gezin waarin het kind opgroeit. Als de ouders ook psychische problemen hebben, dan kan het bijvoorbeeld gebeuren dat zij hun kind met ADHD onvoldoende steun bieden tijdens zijn of haar ontwikkeling. Dat kan problemen verergeren.

Het is fascinerende materie. Ik wil graag begrijpen waarom sommige mensen zich 'abnormaal' ontwikkelen en waarom andere daaraan ontsnappen. Wat is eigenlijk normaal en abnormaal? Dat is de grote vraag en we weten nog niet genoeg om daar antwoord op te geven."