Home » Artikelen » Adhd en mediagebruik

ADHD en mediagebruik

Door:

Justine Pardoen

Kinderen met ADHD gaan anders om met media dan kinderen zonder ADHD. Dat betekent dat de algemene adviezen voor mediaopvoeding minder van toepassing zijn op ouders van kinderen met ADHD.

In dit artikel onderzoekt Justine Pardoen wat de verschillen zijn, aan de hand van drie vragen:
1. In hoeverre gaan kinderen met ADHD anders om met media dan kinderen zonder ADHD?
2. Kan mediagebruik zelf ook leiden tot ADHD-gedrag?
3. Stel dat je bepaalde media wilt verbieden, hoe doe je dat dan?

Kinderen met ADHD vormen een bijzondere groep, als het gaat om mediaopvoeding. Zij lijken gevoeliger voor bepaalde invloeden van de effecten van media. Vooral de relatie tussen het zien van geweld (denk: tv en games) enerzijds, en druk gedrag of andere vervelende gevolgen anderzijds, houdt onderzoekers al heel lang bezig. Maar het is niet gemakkelijk daar conclusies aan te verbinden voor de manier waarop ouders de mediaopvoeding het beste kunnen aanpakken.

Vanaf een jaar of 4 krijgen de meeste kinderen, vooral jongetjes, behoefte aan het zien van tv-programma's (of -series) met wat meer actie en geweld. Onderzoekers gaan ervan uit dat 5 à 10% van alle kinderen extra gevoelig is voor de gevolgen van mediageweld. Vooral: jongens, kinderen die van nature al wat agressiever zijn aangelegd, en jonge kinderen. Sommige kinderen, ook oudere kinderen, worden drukker en zijn sneller afgeleid. Anders gezegd: media kunnen ADHD-gedrag verergeren, waardoor deze kinderen moeilijker tot fantasiespel en creatieve activiteiten kunnen komen (wat nodig is voor een gezonde ontwikkeling). Maar ook het leren kan in het gedrang komen.

Met gezond verstand kijken naar je kind

Als individuele ouder of leerkracht zul je het voor de omgang met kinderen met ADHD dus toch vooral moeten doen met je eigen observatievermogen, gezonde verstand en je eigen waarden- en normensysteem.

Gezinnen verschillen ook nogal in het belang dat gehecht wordt aan bepaalde waarden, ook in de mediaopvoeding: de ene vader vindt het juist fijn om samen met zijn kind een oorlogsspel (game) te spelen, de andere vader is pacifist en wordt al naar bij het geluid van Tom en Jerry. De eerste vader leert zijn kind dat geweld hoort bij de manier waarop mannen zich vermaken, de tweede vader grijpt gezamenlijke mediabeleving aan om aan zijn kinderen door te geven dat geweld in alle omstandigheden afgekeurd moet worden. Beide vormen van mediaopvoeding zijn prima.

Onderzoek

Toch kan de wetenschap ons wel iets vertellen over de relatie tussen mediagebruik en ADHD-gedrag bij kinderen. Vooral als dat onderzoek rekening houdt met drie belangrijkste aspecten van mediagebruik door kinderen:

  • specifieke eigenschappen van het kind zelf (leeftijd, jongen/meisje, etc. maar ook ADHD bijvoorbeeld);
  • de eigenlijke inhoud (datgene wat geclassificeerd wordt door Kijkwijzer en Pegi);
  • de omstandigheden waarin media gebruikt worden en de manier waarop volwassenen dat gebruik begeleiden.

In Engelstalige literatuur worden dit ook wel de drie C's genoemd: child, content en context. Het is echter nog maar sinds kort dat onderzoekers zich hiervan bewust zijn. Het onderzoek dat voor de mediaopvoeding van kinderen met ADHD het meest relevant zou kunnen zijn, moet dus helaas nog gedaan worden.

Sinds meer kinderen een ADHD-diagnose hebben gekregen (wat niet wil zeggen dat het aantal kinderen met ADHD ook is toegenomen), is er meer wetenschappelijke interesse in de invloed van mediagebruik door speciaal deze groep. Tot nu toe komt daar niet veel meer uit dan we al wisten uit de verhalen van ouders.

Verhalen van ouders

Vanaf het moment dat steeds meer kinderen steeds meer uren gingen gamen, vertelden ouders dat het wel leek alsof dat gamen een groter concentratievermogen gaf: kinderen konden ineens wél langdurig hun aandacht ergens bijhouden, namelijk op het spelen van die game.

Tegelijkertijd observeerden ouders van kinderen met ADHD ook vaker dat het gamen tot problemen leidde: hun kinderen wilden soms niets anders meer doen dan achter een beeldscherm zitten. De grotere concentratie (ook wel 'hyperfocus' genoemd) leek samen te hangen met obsessief gamegedrag.

Nu wisten we al dat oudere tieners met ADHD extra gevoelig zijn voor het ontwikkelen van verslaafd gedrag (drank en drugs), maar het gamen begint veel jonger: rond 8 jaar gamen de meeste kinderen, en tegenwoordig zien we kinderen al 'verslaafd' gedrag vertonen met hun tablet (zoals de iPad), nog voordat ze kunnen lopen of praten. Onderzoek daarnaar is er nog helemaal niet, laat staan dat we weten wat de invloed is van beeldschermen op jonge leeftijd, juist bij kinderen die gevoelig zijn voor het ontwikkelen van ADHD.

Vraag 1: In hoeverre gaan kinderen met ADHD anders om met media dan kinderen zonder ADHD?

In het algemeen kijken ADHD-kinderen meer tv, en gamen ze meer dan kinderen zonder ADHD. Het lijkt wel alsof die beeldschermen op kinderen met ADHD een nóg grotere aantrekkingskracht hebben dan kinderen zonder die diagnose. Daarvoor zijn verschillende oorzaken geopperd:

  • kinderen met ADHD-problematiek vinden minder gemakkelijk vriendjes om mee te spelen en zitten daardoor ook vaker alleen achter een beeldscherm;
  • ouders ervaren meer stress in de opvoeding, waardoor ze sneller geneigd zijn het kind langer te laten tv te kijken of te gamen, zodat ze zelf ook even wat rust hebben;
  • beeldschermen op zich, maar ook bepaalde 'activerende inhoud' (geweld, angstaanjagende inhoud, race-games, etc.) zorgen op een natuurlijke en aangename manier voor een hogere stimulatie (prikkelverhoging) die ADHD'ers nodig hebben om zich prettiger te voelen;
  • kinderen met ADHD lijken zich juist beter te kunnen concentreren als ze achter een beeldscherm zitten. Zelf vertellen ze ook vaak dat ze zich rustiger voelen als ze helemaal kunnen opgaan in de tv of in een game.

Wat dat laatste punt betreft: kinderen met ADHD lijken zich achter een beeldscherm helemaal af te kunnen sluiten van de buitenwereld, wat vooral aangenaam is als je daarmee even verlost bent van problemen of verplichtingen in het dagelijks leven, en stormen in je hoofd. Op die manier hoef je even niet te denken aan slechte cijfers, of gedoe met klasgenoten, of conflicten met je ouders. Je verstoppen achter een beeldscherm kan voor zo'n kind (of jongere) dan ook snel een vorm van zelfmedicatie worden.

Natuurlijk weten ouders ook wel dat het gaat om een gezonde balans: tv-kijken en gamen moeten niet ten koste gaan van nachtrust, schoolwerk, gezinsleven, etc. Maar uit onderzoek blijkt inderdaad dat kinderen met ADHD meer achter een beeldscherm zitten naarmate hun ADHD ernstiger is. Ook kijken ze meer dan andere kinderen naar media met gewelddadige inhoud. Dat verschil is bij jongens overigens wel veel duidelijker te zien dan bij meisjes. Ouders maken zich daar ook wel zorgen om, want voordat je het weet, worden ze in hun gedrag juist weer drukker als ze van het beeldscherm af moeten. Uit onderzoek blijkt inderdaad dat daar een verband tussen is.

Overigens is het nog lang niet duidelijk hoe die relatie tussen opwinding, aandacht en het soort mediagebruik precies in elkaar zit: de wetenschap is hier nog volop mee bezig. Zo zien sommige ouders dat vooral het kijken naar opwindende inhoud de aandacht lang vasthoudt, terwijl ze bij educatieve programma's ook weer snel afgeleid zijn, terwijl andere ouders zien dat hun kinderen ook lang naar educatieve programma's kunnen kijken. Dat zal dan ook weer afhangen van de mate waarin ze ADHD hebben, van hun nieuwsgierigheid naar het specifieke onderwerp, en de aantrekkelijkheid van de manier waarop de kennis overgebracht wordt of geoefend wordt in een game.

Vraag 2: Kan mediagebruik zelf ook leiden tot ADHD-gedrag?

Sinds de laatste eeuwwisseling (rond 2000, toen digitale media steeds belangrijker werden) wordt ook gedacht dat het mogelijk is dat ADHD-verschijnselen worden opgeroepen door mediagebruik.

Media zijn de afgelopen jaren steeds sneller en drukker geworden, waardoor ze wellicht ook meer dan vroeger hyperactief en impulsief gedrag kunnen oproepen. Ook de vele uren die kinderen achter een beeldscherm doorbrengen zou kunnen bijdragen aan ontwikkeling van druk gedrag, al was het alleen maar omdat kinderen in de groei zich fysiek moeten kunnen uiten. En het kijken naar geweld, of het spelen van race-games of gewelddadige games zou de lichamelijke opwinding kunnen vergroten, waardoor druk en ongeremd gedrag ontstaat. Dit geldt voor alle kinderen, maar zou voor kinderen met ADHD nog weer een groter effect kunnen hebben.

Ook is het aannemelijk dat kinderen die van jongs af aan gewend zijn om veel tv te kijken, gewend raken aan een hoger prikkelniveau, en daardoor steeds meer prikkels nodig hebben om zich prettig te voelen. We weten bijvoorbeeld al dat kinderen die veel naar geweld kijken, daaraan op den duur gewend raken. Daardoor kunnen ze juist een gebrek aan prikkeling ervaren, wat weer meer ADHD-gedrag oproept, op zoek naar het juiste prikkelniveau.

Er zijn gezinnen waar de hele dag de tv aanstaat, ook tijdens het eten, en ook tijdens gesprekken. In zo'n omgeving opgroeien doet iets anders met een kind dan als het thuis altijd stil is, zonder achtergrondlawaai. Dan hoor je wat je ouders zeggen als ze praten, je weet dat praten en luisteren leidt tot communicatie en begrip; je kunt je eigen innerlijke vertoog horen, en je wordt niet afgeleid bij je eigen spel. Uit onderzoek blijkt dan ook dat deze kinderen sneller vooruitgaan in hun ontwikkeling, met name in hun taalontwikkeling. En bedenk: kinderen met een minder goed ontwikkeld taalvermogen hebben mogelijk minder impulscontrole, omdat taal helpt bij zelfregulering.

Bij kinderen met ADHD is het heel lastig om een goed evenwicht te vinden tussen te weinig prikkels en te veel prikkels. Daarom alleen al ligt het voor de hand dat media dit evenwicht kunnen verstoren, en zo een grotere invloed hebben dan bij kinderen zonder ADHD. Zo is een achtergrondgeluid fijn voor een kind met ADHD, bijvoorbeeld muziek bij het huiswerk, maar het moet ook weer niet te veel worden; dan leidt het weer af.

Ouders hoeven natuurlijk niet te wachten op 'de wetenschap'. Die doen gewoon wat ze altijd al deden: goed kijken naar hun eigen kinderen, en handelen naar wat ze zien. Vindt je kind huiswerk maken met muziek aan prettig, laat hem gerust zo werken. Vraag eens: "Wat is voor jou de ideale situatie om huiswerk te maken?" zodat je kind zich daar bewust van wordt, en ernaar kan handelen. Wel of niet de deur open? Wel of geen muziek? Kun je werken aan een rommelig bureau, met mensen in de buurt?

Vraag 3: Stel dat je bepaalde media wilt verbieden, hoe doe je dat dan?

Wat kun je als ouder doen als je ziet dat jouw kind niet goed reageert op bepaalde games of andere media? Je kunt proberen de schadelijke effecten van media te verkleinen door ze simpelweg te verbieden. Gebruik daarvoor ook de leeftijdsaanduiding van Pegi(voor games) en Kijkwijzer (voor films en tv-programma's). Deze instanties bieden een richtlijn voor eventuele schadelijkheid; ónder de aangegeven leeftijd kun je de game of de film dus gewoon verbieden. Jonge kinderen accepteren dat ook.

Rond de leeftijd van 9 jaar ervaren veel ouders een soort 'kantelpunt': verbieden is dan niet meer genoeg. Het is normaal dat kinderen zich vanaf die leeftijd niet meer autoritair iets laten opleggen; ze gaan immers zelf nadenken over de keuzes die ze willen maken.

Toch is het belangrijk om je te blijven houden aan de leeftijdgrens die er op de verschillende mediaproducten is aangegeven. Juist bij kinderen met ADHD, omdat zij minder goed in staat zijn om zichzelf te reguleren, en zelf hun grenzen te bepalen.

Het werkt het beste als je daarbij wel goed uitlegt waaróm je een bepaald product verbiedt, en als je je verplaatst in de behoeften van je kind. Als 'alle kinderen in de klas' een bepaalde game wel mogen spelen, is het erg vervelend als jouw kind dat niet mag. Het helpt als je daar begrip voor toont, maar tegelijkertijd wel bij je standpunt blijft.

Tot slot is het belangrijk dat je je wel houdt aan je eigen regels. Dus niet de ene keer een film die eigenlijk bedoeld is voor een hogere leeftijd wel toestaan omdat je het zelf ook wel een leuke film vindt, en de andere keer – omdat je het zelf geen leuk film vindt – niet. Hetzelfde geldt voor alle regels over het gebruik van de smartphone. Blijf wel altijd in gesprek, waarbij je interesse toont voor wat je kind leuk en belangrijk vindt.

In gezinnen waar een verbod op games of andere media op een autoritaire manier wordt opgelegd, en er niet consequent wordt gehandhaafd, is er in de puberteit juist weer meer ruzie, conflict en antisociaal gedrag. Begrip voor de behoefte van kinderen en duidelijkheid over regels die realistisch, houdbaar en zinvol zijn, is dus het beste. In alle omstandigheden.

Bronnen

Nikkelen, S. W. C. (2016): The role of media entertainment in children's and adolescents' ADHD-related behaviors: A reason for concern?, dissertatie, UvA.

Nikkelen, S. W. C., Valkenburg, P. M., Huizinga, M., en Bushman, B. J. (2014): 'Media use and ADHD-related behaviors in children and adolescents: A meta-analysis'. In: Developmental Psychology, 50 (9), 2228-2241.

Nikkelen, S.W.C., Vossen, H.G.M. en Valkenburg, P.M. (2015): 'Children's Television Viewing and ADHD-related Behaviors: Evidence from the Netherlands'. In: Journal of Children and Media

Valkenburg, Patti (2014): Schermgaande jeugd. Over jeugd en media. Prometheus/Bert Bakker.

Justine Pardoen

was hoofdredacteur van Ouders Online (tot 1 september 2018), en is gespecialiseerd in kinderen en media. (Het bovenstaande artikel werd eerder gepubliceerd in het Vlaamse Zitstil-Magazine, nr.140, dec. 2015)

Meer over

Lees verder