Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

21 oktober 2014

AMK wordt 'Veilig thuis'

Het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) wordt 'Veilig Thuis'. Wat betekent dat in de praktijk?

Het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) wordt per 1 januari 2015 samengevoegd met het Steunpunt Huiselijk geweld (SHG). Beide namen gaan verdwijnen, en worden vervangen door één nieuwe naam: 'Veilig thuis'. De gemeenten worden verantwoordelijk. Het AMK-nieuwe-stijl zal dus niet meer onder Bureau Jeugdzorg vallen.

'Veilig thuis', dus niet AMHK

Daar hebben ze trouwens nog diep over nagedacht, over dat 'Veilig thuis'. Eerst zou de nieuwe organisatie AMHK gaan heten, van 'Advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling', maar dat hebben ze toch maar niet gedaan. Jongeren die zelf te maken hebben met kindermishandeling, dachten dat AMHK een geslachtsziekte was (en kregen ademnood bij het uitspreken ervan). En Marielle Dekker, directeur van de anti-kindermishandeling-organisatie Augeo Foundation, en hoofdredacteur van het 'Tijdschrift kindermishandeling en huiselijk geweld', vond het een verschrikkelijke beleidsnaam. Kennelijk heeft zij invloed, want de naam is dus gewijzigd.

'Veilig thuis' vindt Dekker overigens ook niet ideaal. "Mijn gezin onveilig, hoezo?" zullen ouders volgens haar al snel denken. De redactie van Ouders Online voorziet een ander probleem, namelijk dat ouders zich bekocht kunnen voelen, als blijkt dat ze hun kinderen helemaal niet 'veilig thuis' kunnen houden, maar dat ze ook gewoon weggehaald kunnen worden.

Waarom niet 'Vertrouwenscentrum', net als in België? In 'Jeugd en Co', het clubblad voor professionals in de jeugdzorg, legt Dekker uit dat er door onze geschiedenis weinig draagvlak is voor zo'n naam. Dekker:

"In de jaren zeventig werden de Bureaus Vertrouwensartsen opgericht, waar vermoedens van kindermishandeling gemeld konden worden. Gaandeweg gingen we beseffen dat we het beestje bij de naam moesten noemen, zodat helder is wanneer een grens wordt overtreden. Daarin zijn we met de namen Advies- en Meldpunt Kindermishandeling en Steunpunt Huiselijk Geweld wat doorgeslagen. Veilig Thuis is een echte polderterm".

Goed idee, maar...

Op zich vindt Dekker het wel een goed idee, om de twee organisaties samen te voegen. Kindermishandeling gaat immers vaak samen met huiselijk geweld. Bijvoorbeeld: een vader die zijn kind mept, zal vaak ook zijn vrouw hardhandig te grazen nemen. En een moeder die voortdurend in woede uitbarst tegenover haar dochter, zal ook vaak ruzie maken met haar man. Een integrale aanpak is dus best nuttig. (Dekker noemde het niet, maar het kan nóg integraler. Veilig thuis zou ook kunnen gaan samenwerken met "114 - Red een dier". Uit onderzoek is gebleken dat daar waar dierenmishandeling voorkomt, vaak ook sprake is van kindermishandeling en huiselijk geweld.)

Maar Dekker voorziet ook problemen bij de samenvoeging, vooral vanwege de cultuurverschillen bij de oorspronkelijke organisaties. Bij het AMK wórd je gemeld, wat per definitie onvrijwillig is, terwijl men zich bij het steunpunt voor huiselijk geweld vrijwillig aanmeldt. Daarnaast is de hulp van het steunpunt vaak erg vrijblijvend, in tegenstelling tot het AMK, waar 'drang en dwang' wordt gehanteerd. De werkwijzen zullen dus nog op elkaar afgestemd moeten worden.

Vrijwillig – onvrijwillig

Je kúnt je wel vrijwillig melden (bij het huidige AMK, en binnenkort bij 'Veilig thuis'), als je van jezelf vindt dat het uit de hand loopt. Maar in Nederland gebeurt dat nauwelijks. Minder dan 1% van de ouders meldt zichzelf aan. In België is dat heel anders. Daar bedraagt het aantal vrijwillige aanmeldingen ongeveer 40%.

Hoe zou dat komen? Dekker verklaart het uit een cultuurverschil bij de ouders. In België lijkt kindermishandeling minder beladen te zijn dan bij ons. "De smet moet er vanaf" vindt Dekker. "Zoals in België, waar ouders te horen krijgen: 'Meld jezelf als het je boven het huis groeit, vóórdat je gemeld wordt'."

Toch zullen er volgens Dekker altijd een vrijwillige én een onvrijwillige route nodig blijven. Waarna ze in een soort after thought nog iets heel essentieels zegt: "Er blijft onderzoek nodig naar hoe je geweld blijvend kunt stoppen – want daarover weten we nog steeds te weinig."

Oftewel: alle klik-campagnes voor buurvrouwen, targets voor ziekenhuizen (hoe meer meldingen, hoe beter), en meldcodes voor scholen ten spijt; je kunt signaleren en bewustmaken wat je wilt, maar wat er daarna moet gebeuren weet bijna niemand.

De mensen, daar gaat het om

Wat ons betreft is de naamgeving van al die instanties volstrekt onbelangrijk, evenals de manier waarop het allemaal georganiseerd is. AMK of Veilig thuis, Bureau Jeugdzorg de baas of de gemeenten, het is allemaal lood om oud ijzer. Het enige waar het om gaat, is dat er (soms) mensen zijn die echt hulp kunnen bieden, vaak tegen de stroom in.

Afgelopen week troffen ons twee verhalen. Een in de Volkskrant, over een jongetje dat op 4-jarige leeftijd uit huis was geplaatst. Het huis was vervuild, de moeder was gestoord, en het jongetje sprak geen woord. Het leek een soort wolvenjong. Jarenlang werd hij van het ene gesticht naar de andere jeugdinstelling gezeuld, en steeds werd hij tussen zwakbegaafde kinderen gezet die alleen maar gromden en poep aan de muur smeerden. Alle behandelaars hielden vol dat hij daar thuishoorde, omdat hij zelf ook zwakbegaafd zou zijn. Dat was nu eenmaal zo gediagnosticeerd. Maar één (!) begeleidster ging haar eigen gang. Die zag dat hij hartstikke intelligent was, en kweekte hem op met aandacht, begrip en liefde. Wat haar haar baan kostte, omdat ze tegen de gevestigde orde (en hun belangen) in ging. Inmiddels functioneert die jongen zelfstandig en normaal, dankzij die ene fantastische begeleidster.

Het andere verhaal was iets minder dramatisch, maar had dezelfde strekking. In het eerder genoemde blad 'Jeugd en Co' vertelt een meisje dat ze geen hulp kreeg, ondanks de geestelijke en lichamelijke mishandeling door haar moeder. Haar thuisproblemen werden afgedaan als 'gewone puberproblemen'. "Na een heftige ruzie tussen mij en mijn moeder is Bureau Jeugdzorg ingeschakeld, via de politie. Ik was toen een jaar of tien. Ik kreeg steeds een ander toegewezen om mee te praten. In een paar jaar tijd heb ik wel vijf verschillende begeleiders gehad. Steeds opnieuw deed ik mijn verhaal, maar er veranderde niets." [...] "Tot ik zo'n twee jaar geleden Joni als gezinsvoogd kreeg toegewezen. Zij luisterde wel, en toonde begrip. Ze heeft veel voor me gedaan. Zo ging ze praten op mijn school, waardoor ik nog een kans kreeg. En ze regelde dat ik gedragstherapie kreeg." Soelange is nu 17, heeft haar vmbo-t afgemaakt, en zit inmiddels op het Scheepvaart en Transportcollege. Allemaal dankzij die ene begeleidster, die echt iets dééd, in plaats van ouwehoeren.

Kortom: de mensen, daar gaat het om. Niet de instanties, de manier waarop ze georganiseerd zijn, of de naam die je ervoor verzint. Laat staan het nieuwe logo, het nieuwe huisstijlmanual of de 'communicatiehandreiking' die inmiddels al beschikbaar zijn.