Home » Artikelen » De choking game het wurgspel

De choking game (het wurgspel)

Door:

Justine Pardoen

Vandaag was er veel media-aandacht voor de choking game. Vertaald: stikspel of wurgspel. Wat is het en hoe ga je ermee om?

Met regelmaat duikt het weer op: kinderen en tieners spelen een of andere variant van het spel, waarbij ze flauwvallen. De omstanders vinden dat grappig. Een filmpje wordt gemaakt en online gezet. Hierdoor komen andere kinderen ook weer op een idee.

Omdat er dodelijke slachtoffers vallen, is het goed om te weten wat het is en hoe je daar met kinderen en tieners over praat. Ook in ons land gebeurt het. Soms al onder 9-jarigen. Wanneer een dodelijke slachtoffer wordt gevonden op de eigen kamer, lijkt het in eerste instantie op zelfmoord.

Wat is de choking game?

De choking game wordt ook wel 'stikspel' of 'wurgspel' genoemd. Het is geen spel: je kunt er zwaar hersenletsel van oplopen. Kinderen verstikken elkaar door de halsslagaders dicht te knijpen. Met de handen. Maar het kan ook met een stuk touw, een riem of een stropdas. Het geeft een 'high' gevoel. Op het moment vlak voor je gaat flauwvallen laat je los, en krijgen je hersens weer bloed. Dat duurt even en in die korte tijd voel je weer een sterke kick, een zacht-warme roes, een euforisch gevoel dat je buiten jezelf brengt. Maar op dat moment voel je eigenlijk een massaal afsterven van hersencellen door zuurstoftekort.

Er zijn overigens varianten waarin niet de halsslagader wordt dichtgeknepen, maar de buikslagader. Door hard in de buik te duwen. Een andere variant wordt 'flauwvalspelletje' of 'pass out game' genoemd. Door een tijdje snel te ademen en daarna je adem in te houden, val je flauw. Dit is niet minder gevaarlijk, ook in dit geval is er kans op hersenbeschadiging. Als je het vaker doet, nemen de hersenfuncties die je nodig hebt voor school blijvend af, zoals je concentreren, of dingen onthouden.

Is het verslavend?

Sommigen doen het vaker, om die roes weer te voelen. Je kunt er verslaafd aan raken. Ook omdat het zo gemakkelijk 'te verkrijgen' is, in tegenstelling tot alcohol en drugs. En hoe vaker je het doet, hoe sterker het effect wordt.

Vooral kinderen die lijden aan angsten of depressie, zouden wel eens gemakkelijk verslaafd kunnen raken aan het euforische gevoel. Het geeft een gevoel van controle (gek genoeg) en tijdelijke verlichting; op de wereld heb je weliswaar geen invloed, maar op je eigen lichaam wel.

Hoe gevaarlijk is het?

Elke keer dat je je hersens berooft van zuurstof, lopen ze schade op. Die schade is niet herstelbaar. Soms gaat het helemaal fout. Als je het doet zonder dat er iemand bij is, ben je vaak niet op tijd om de verstikking te stoppen. Dan loopt het dodelijk af. Of je valt flauw maar je verhangt jezelf toch door het gewicht van je lichaam in de strop. Of je komt weer bij, maar je hebt blijvend hersenletsel. Je kunt ook een hersenbloeding krijgen, of een hartaanval, of in een coma raken. Of je valt heel ongelukkig, met schade aan hoofd, nek of botten.

Je kunt al enorm hersenletsel oplopen als je hersens 3 seconden geen zuurstof krijgen. Na 4 tot 5 seconden kun je al dood gaan door een acute hartstilstand. Als je gevonden wordt, is reanimatie vrijwel nooit succesvol.

Er is dus geen veilige manier om dit soort 'spelletjes' te doen. En ook al doe je het niet alleen, dan nog is het risico op blijvend hersenletsel groot.

Hoe komen kinderen op het idee?

Alles over de choking game, tot en met instructies aan toe, is gewoon op internet te vinden. Soms lopen kinderen tegen een YouTube-filmpje aan. Maar meestal komen ze erop doordat iemand in de vriendengroep ermee komt. Of op de sportclub. Het gebeurt in kleedkamers, doucheruimten, de wc's op school, op hangplekken in de wijk. Maar ze praten er misschien ook online over. Ze experimenteren samen, of ze dagen elkaar uit. In een weddenschap of in een challenge.

Zulke 'spelletjes' of 'uitdagingen' zijn er ook met drugs en alcohol. Groepsdruk speelt ook een rol. Stoer doen. Maar simpelweg ook: nieuwsgierigheid en op zoek gaan naar een 'high'-moment. Ten onrechte denken tieners dat zo'n stikspel veilig is: je gebruikt immers geen drugs, maar je krijgt toch een roes. En anderen zorgen er wel voor dat je goed terechtkomt als je flauwvalt, etc. Maar ook al blijf je leven, elke keer dat je hersenen geen zuurstof krijgen, lopen ze schade op.

Tieners doen dit soort experimenten al generaties lang. Sommige volwassenen ook. Ook het wurgspel is al heel lang bekend. Alleen: door internet komen er meer kinderen mee in aanraking dan vroeger, en op jongere leeftijd.

Hoe weet ik of mijn kind dit ook doet?

Kinderen en tieners zullen het je niet vertellen als ze stikspelletjes spelen. Ze voelen wel aan dat jij het maar niets vindt. Maar je kunt het ze wel open vragen. Wie weet willen ze er dan wel over vertellen, maar alleen als je rustig blijft, en uitnodigende vragen stelt die hen aan het denken zetten (zie de tips hieronder).

Er zijn wel signalen die je kunt oppakken. Wees alert bij de volgende verschijnselen, zeker als ze samen voorkomen:

  • Je kind zit vaak alleen op de kamer met de deur dicht, en komt daar dan wat dizzy weer uit.
  • Je ziet dat er een riem, sjaal of een stropdas aan de bedrand is geknoopt, of om de roe in de kledingkast, de deurkruk of aan een verwarmingselement.
  • Je ziet beschadigingen in de kamer van je kind die je niet kunt plaatsen.
  • Je hoort wel eens hard gebonk uit de slaapkamer komen (vallen).
  • Je kind heeft kneuzingen, blauwe plekken op zijn lichaam.
  • Je kind heeft bloeduitstortinkjes in de ogen.
  • Je kind heeft vreemde, rode plekken in de nek.
  • Je kind heeft ineens vaker zware hoofdpijn, is misselijk of heeft gebraakt op z'n kamer.
  • Je kind gaat minder goed zien.

Hoe praat je erover met je kind?

Als iemand in de omgeving van je kind gestorven is door een wurgspel, moet je erover praten. En als je erachter komt dat je kind er door vriendjes mee in aanraking is gekomen ook. Hoe ongemakkelijk je dat ook vindt. Hieronder volgen een aantal tips en gespreksonderwerpen.

Drie tips vooraf:

  1. praat niet met pubers als je zelf boos, bang of verdrietig bent over hen. Zorg dat je rustig en sterk overkomt.
  2. Stel de vragen niet met een verwijtende houding, maar vanuit nieuwsgierigheid. Laat tijd en ruimte voor je kind om zelf na te denken. Soms zeggen ze niets. Dat is niet erg, dan denken ze na. Ga dan niet zelf in die ruimte doorpraten. Wacht gewoon tot er een antwoord komt.
  3. Komt er niets, laat het dan. Kom er een volgende dag eens op terug, en als het moet daarna nog eens. Soms komt het antwoord dan wel.

Mogelijke gespreksonderwerpen:
1. Algemeen – Leg uit waarom je wilt praten over de choking game. Vertel dat je begrijpt dat het euforische gevoel dat je daarvan krijgt, prettig kan zijn. En dat je begrijpt dat tieners willen experimenteren. Vertel er dan meteen bij dat het schadelijk is voor je hersenen. En dat zij begrijpen dat jij veel moeite gedaan hebt om ze gezond op de wereld te zetten. En dat je het een vreselijk idee vindt dat zij hun goede hersens op het spel zetten voor een korte roes. En dat je daarom wilt vertellen over het gevaar van dit soort wurgspellen, stikspellen, pass-out-challenges, flauwvalspelletjes of hoe ze ook heten. En dat je wilt uitleggen waarom het zo gevaarlijk is. Gebruik hiervoor de informatie hierboven. Je kunt dat ook aan je kind laten lezen.

Vragen die je hierbij kunt stellen:

  • Heb jij wel eens gedacht dat je het ook wel spannend zou vinden om zo'n flauwvalspelletje of de choking game te spelen?
  • Hoe had jij gehoord over de choking game?
  • Neem je de informatie over hoe gevaarlijk het is serieus, of denk je 'ach zal wel?' Hoe komt dat?
  • Wist je het eigenlijk al of is het nieuw voor je? Als ze al van het spel wisten, vraag dan:
  • Ga je het vertellen aan je vrienden als het zo uitkomt, of zou je willen dat er op school informatie over wordt gegeven?

2. Challenges – Er zijn allerlei challenges (uitdagingen). Variërend van onschuldig, zoals de ice-bucket-challenge, tot gevaarlijk, zoals heel veel alcohol drinken in één keer, je mond volproppen met kaneel of marshmallows, jezelf intapen met duct-tape, of jezelf filmen terwijl je strak als een plank op een gevaarlijke plek ligt.

Een variant op het stikspel is het flauwvalspel, of de pass-out-challenge. Daarbij ga je op je hurken zitten en heel snel ademen, waarna je opstaat en op je hand blaast. Dan val je flauw. Of: je staat tegen de muur, ademt een tijd snel in en uit, waarna iemand hard je borstkas indrukt. Iemand van achteren een harde omklemming in de maag geven, gebeurt ook. Dit wordt al door heel jonge kinderen gedaan. Ook dit leren ze van elkaar, al of niet via internet. Dit 'spel' is natuurlijk net zo ook gevaarlijk. Ook hier blokkeer je de zuurstoftoevoer naar je hersens, met alle gevolgen van dien.

Als er niemand achter je staat om je op te vangen, kun je lelijk vallen. Op YouTube staan veel filmpjes die dat laten zien. Kijk samen naar zo'n filmpje en hoe de mensen vallen. Ook hier gebeuren veel ongelukken bij. Als je bijvoorbeeld plat achterover valt op een stenen bodem, kun je zwaar hersenletsel oplopen door de klap alleen al.

Er zijn te veel challenges om op te noemen. Het idee is dat je dat filmt, en het 'bewijs' online zet. Of doorgeeft aan anderen, aan wie jij dan weer een nieuwe challenge kunt opgeven. Praat over deze challenges in het algemeen.

Vragen die je hierbij kunt stellen:

  • Welke challenges ken jij?
  • Heb je zelf wel eens meegedaan? Waarmee?
  • Heb je dat toen ook gefilmd?
  • En online gezet?
  • Staat dat filmpje nog steeds ergens?
  • Heb je daar spijt van, of vind je dat nog steeds wel 'cool'?
  • Wat is er eigenlijk zo grappig aan, als je dit soort dingen doet en online deelt?
  • Aan welke challenge zou jij nou nooit meedoen? Waarom?
  • Houd je ook rekening met gevaar, of is dat iets waar je op dat moment niet aan denkt?
  • Hoe komt dat, denk je?
  • Hoe zou jij reageren als er iets misgaat?
  • Bij wie zou je hulp halen?

3. Groepsdruk – Dat is aan de orde van de dag bij tieners. Onder druk van de groep, dat je erbij wilt horen, stoer wilt zijn en niet wilt afgaan, kun je dingen doen die je eigenlijk niet wilt. Anderzijds kun je er ook tot grote hoogten door komen: groepsdruk kan je net dat zetje geven om een grotere prestatie te leveren dan je zelf voor mogelijk had gehouden. Denk aan sport. Praat hierover met je kind.

Vragen die je hierbij kunt stellen:

  • Hoe voelt het om ergens voor uitgedaagd te worden waar je eigenlijk geen zin in hebt?
  • Hoe ga je daarmee om?
  • Heb jij wel eens iets gedaan onder groepsdruk, waar je later spijt van had? (Vertel eventueel over een situatie waarin dat voor jou zelf gold toen je nog puber was, en wat je daarvan geleerd hebt.)
  • Hoe zou je kunnen reageren als anderen iets doen waar je eigenlijk niets mee te maken wilt hebben?
  • Wat zou je doen nu je weet hoe gevaarlijk het is als je merkt dat anderen zo'n stikspel spelen?
  • Wie zou je in vertrouwen durven nemen? (Ga ervan uit dat ze het jou misschien niet durven vertellen en vraag door naar wie ze van school zouden durven toegaan om het te vertellen. Leg uit dat je er levens mee kunt redden en dat het geen klikken is.)

Tip voor scholen

  • Voor scholen is een gratis mentorles (voor het digibord) beschikbaar op Mentorlessen.nl.
  • Op het voorblad van de mentorles staat een link naar de handleiding. Ook als je de aangeboden les niet geeft, maar zelf over het onderwerp wilt praten in de les, kan het zinvol zijn om even die handleiding door te nemen.
  • Bij het praten over challenges kan ook de Blue Whale Challenge ter sprake komen. Het vervelende van die challenge is dat hij niet bestaat. Iedereen praat elkaar na over de ongelukken die ermee gebeurd zouden zijn, maar niemand kent ze uit de eerste hand. Voor meer informatie hierover, zie: Wat je moet weten over de 'blue whale challenge' op de site van Bureau Jeugd & Media
  • In de Volkskrant van 8 juni stond een artikel over lachgaspatronen (ook wel 'slagroompatronen'), die legaal verkocht mogen worden. De suggestie werd gewekt dat lachgas onschadelijk is. Voor tieners geldt dat zeker niet. Het is spijtig dat het – door citaten van het RIVM en het Trimbos-instituut – lijkt alsof er geen risico is. In combinatie met alcohol is lachgas echter wel degelijk zeer gevaarlijk. Het factsheet lachgas van het Trimbos-instituut geeft wél de juiste informatie.
  • Er zijn veel tieners die wel eens aan zelfmoord denken. Als er iemand in de buurt is die op tijd daarover met ze praat, kan dat levensreddend zijn. Stichting 113 (suïcidepreventie) is een campagne gestart. Speciaal voor scholen (mentoren) verzorgt 113 een 'gatekeepers-training', waarin docenten ondersteund worden om 'de vraag van je leven' te stellen. Meer informatie: 113.nl. En samen met de VU heeft 113 een korte e-learning gemaakt over zelfmoordpreventie bij tieners. Geef die e-learning ook door aan uw collega's.

Justine Pardoen

is hoofdredacteur van Ouders Online, en mede-oprichter van Bureau Jeugd & Media. Op de school van Tim (de jongen die overleed aan de choking game) verzorgde ze een speciale ouderavond, gastlessen, en een mentortraining. Het bovenstaande artikel werd eerder gepubliceerd op de site van Bureau Jeugd & Media.

Naschrift