Faal je als ouder als je kind het even niet weet?

Maakbaarheid is intussen diepgeworteld in onze maatschappij. Het idee is dat je tegenwoordig bijna alles kan doen, maken of bereiken, als je maar weet wat je wilt, doelen stelt en hard genoeg je best doet. Heel mooi natuurlijk, want dat biedt ons een schat aan mogelijkheden! Maar deze maakbaarheid heeft ook een keerzijde. Want heb je geen plan of doel, en weet je niet wat je wil? Dan is dat ook je eigen schuld, je hebt het immers zelf in handen! Op welke manier beïnvloedt deze visie de manier waarop je als ouder je kind begeleidt bij het maken van keuzes?

Maakbaarheid in de boodschap aan je kind

De maakbaarheid sijpelt door in de boodschap die we onze kinderen vandaag de dag meegeven. Aan het eind van de middelbare school maken zij voor het eerst keuzes die ze écht voor zichzelf maken, zoals een studiekeuze. Als ouder denk je: de mogelijkheden zijn eindeloos, dus er moet echt wel iets bij zitten waar mijn kind gelukkig van wordt. Dus geef je hen (indirect) mee: ‘Je bent verantwoordelijk voor je eigen geluk, dus ga vooral datgene doen waar jij blij van wordt.’ Of ‘Geweldig op om te groeien in een wereld van mogelijkheden, had ik al die mogelijkheden zelf maar gehad!’

Voor wie weinig keuze heeft gehad klinkt het wellicht als muziek in de oren, zoveel (keuze)mogelijkheden. Maar is het wel zo fijn? Uit verschillende onderzoeken blijkt dat met het stijgen van het aantal keuzemogelijkheden het maken van een keuze lastiger wordt en de tevredenheid over de uiteindelijke keuze daalt. Neem nu het aanbod aan studies: er zijn er grofweg 2500 om uit te kiezen. Kies je er één? Dan verlies je er dus ook 2499. Het kiezen voor datgene wat jou gelukkig maakt is al best een opgave (want wat maakt nu gelukkig?) en wordt er met zo veel mogelijkheden dus niet per definitie makkelijker of leuker op.

Maakbaarheid in de visie op jouw ouderrol: Hoe heb jij je kind ‘gemaakt’?

Naast dat de maakbaarheid voelbaar en zichtbaar is in de boodschap die we jongeren meegeven en hoe zij vervolgens naar de wereld kijken, is het ook van invloed op de manier waarop ouders naar hun eigen opvoedersrol kijken. De maakbaarheid doet namelijk denken dat jij als ouder allerlei mogelijkheden hebt om je kind te vormen tot een zelfverzekerde jongvolwassenen, die vol vertrouwen keuzes maakt voor de toekomst en zijn mannetje weet te staan in de grotemensenwereld. Hoe jouw kind uiteindelijk zijn of haar weg weet te vinden in de maatschappij zegt, in het kader van de maakbaarheid, iets over de manier waarop jij je kind hebt opgevoed en gevormd. Hoe je kind aan het einde van de middelbare school de grotemensenwereld tegemoet stapt is als het ware het ‘resultaat’ van je opvoeding. Dus, wat als je kind niet weet welke studie het moet kiezen, geen doel of plan heeft en een tussenjaar neemt, of een keuze maakt voor een (tweede) studie die achteraf echt niet blijkt te passen? Heb je als ouder dan niet goed genoeg je best gedaan? Als je kind daarin ‘faalt’, heb jij als ouders dan ook ‘gefaald’?

Het valt te beredeneren waar deze twijfel vandaan komt, zeker als je bedenkt dat we in onze maatschappij veelal focussen op prestaties. Wat gaat er goed, wat kan nog beter? In het kader van deze prestatiemaatschappij kan ‘niet meteen gaan studeren’ of ‘twijfelen over- of stoppen met je studie’ als falen worden bestempeld. En door de bril van de maakbaarheid gezien is het al dan niet aanwezige succes van je kind een resultaat van jouw opvoeding. Maar in hoeverre is het keuzegedrag van jouw kind nu werkelijkheid een weerspiegeling van jouw opvoeding?

‘Falen’ is niet altijd balen

Het is namelijk niet zo gek dat veel scholieren (nog) niet weten wat ze willen en de studiekeuze als lastig ervaren. Zo zijn de hersenen tot aan de leeftijd van ongeveer 25 jaar nog niet volledig ontwikkeld, wat plannen en gefundeerd kiezen extra moeilijk kan maken.

Zoals je ziet kan je als ouder de factoren die het kiezen voor je kind bemoeilijken ook niet allemaal beïnvloeden of wegnemen en het keuzeprobleem voor hen oplossen, hoe graag je dat ook zou willen. Het ligt dus lang niet altijd aan de begeleiding van jou als ouder, dat je kind het lastig vindt om te kiezen.

Tijd, ruimte en openheid

Wat het voor jongeren makkelijker maakt om keuzes te maken voor zichzelf? Ervaringen opdoen en daarop reflecteren om erachter te komen wat iets voor hen betekent. Om erachter te komen waar zij blij van worden en wat bij hen past. Die ervaringen doen ze voor een groot deel op ‘in de wijde wereld’ en niet zozeer thuis onder moeders (of vaders) vleugels.

Onder die vleugels vandaan stappen en ervaringen op gaan doen, de wijde wereld in, dat vraagt om tijd en ruimte. Het grootste cadeau dat je je kind kunt geven is misschien wel die tijd en ruimte. Hen de tijd en ruimte bieden om te leren kiezen, en zelfverzekerd en goed voorbereid aan een studie te beginnen. Daar is toch niks falen aan?

Twijfel, het even niet weten, een keuze maken die je achteraf anders zou aanpakken, ook als ouder heb je er ongetwijfeld mee te maken. Jongeren zijn vaak in de veronderstelling dat we het als volwassenen allemaal precies weten. Wanneer je als ouder laat zien dat er voor jou ook kleine, grote of bijvoorbeeld loopbaankeuzes zijn waarbij je het even niet meer weet kan dat voor je kind relativerend en verfrissend werken. En was het niet een van de oude Griekse filosofen Aristoteles die zei ‘Twijfel is het begin van wijsheid’?

De golden rules

Uiteindelijk wil je als ouder graag dat je kind een bewuste keuze maakt, en zelfverzekerd aan een volgende levensfase begint. Wil je je kind daar zo goed mogelijk bij begeleiden? Door de ouders van studiekiezers zijn er een aantal treffende ‘golden rules’ opgesteld, doe er je voordeel mee!

1. Maak tijd om echt te luisteren naar je kind

Stel open en geïnteresseerd vragen en luister ècht naar wat je kind te zeggen heeft. Het delen van je eigen visie of mening is vaak niet eens nodig.

2. Voorkom dat je kind jouw droom gaat leven

Je had wellicht zelf de mogelijkheid niet om een bepaalde studie te doen en bewust of onbewust stuur je je kind in die richting. Een no go, zeggen ouders van studiekiezers. Je kind heeft eigen wensen, gebruik tip 1 om erachter te komen wat die zijn!

3. Relativeer de studiekeuze

De studiekeuze voelt vaak als iets groots en zwaars. Inderdaad, het is een grote en belangrijke keuze, maar zeker niet allesbepalend. De studiekeuze is een van de vele keuzes die nog gaan volgen in de loopbaan van je kind. Het relativeren van de studiekeuze kan de keuzedruk wat verlichten.

4. Heb vertrouwen in je kind

Geef je kind het vertrouwen dat het (vroeg of laat) ècht zelf een studiekeuze kan maken. Want zo is het!