Home » Artikelen » Feiten over gebarentaal

Huilt jouw baby extreem veel?
Voel jij je als ouder machteloos door het vele huilen?
Kom naar de middagbijeenkomst van Ouders Online over huilbaby's!

Feiten over gebarentaal

Door:

Liesbeth Koenen

Gebarentaal verliest terrein. Taalkundige Liesbeth Koenen vindt dat een slechte zaak, en staaft dat met feiten.

Kindermishandeling. Ik weet dat er mensen zijn die het zo noemen: een doof kind laten opgroeien zonder gebarentaal. Grote, harde woorden. Soms zijn ze nuttig, of misschien zelfs nodig.

Feit: baby's, peuters, kleuters die niet of niet goed kunnen horen, zijn maar op één manier altijd probleemloos te bereiken. Met een gebarentaal. Bijvoorbeeld met Nederlandse Gebarentaal.

Feit: met je moedertaal leren begin je onmiddellijk, zelfs al in de baarmoeder. Als je tenminste kunt horen. We houden er zelf geen herinneringen aan over, maar de eerste jaren van ons leven werken we ons werkelijk voortdurend een rotje. We leren taal en tegelijk leren we meteen al heel veel via taal. Dat papa en mama ons lief vinden, dat het hondje niet bijt, dat vuur gevaarlijk is.

Feit: al meer dan een halve eeuw weten we dat gebarentalen net zulke talen zijn als gesproken talen. Dat ze dus bijvoorbeeld eigen bouwprincipes hebben. Een eigen geschiedenis. Dat ze onderling allemaal verschillen.

En dat je er precies hetzelfde mee kunt: fluisteren, grappen maken, nieuwe gebaren verzinnen, schelden, dichten, iemand je eeuwige liefde verklaren. Over heden, verleden, verzonnen werelden en de verre toekomst praten.

Feit: de meeste dove kinderen hebben ouders die goed kunnen horen. En die dus een vreemde taal moeten gaan leren om gemakkelijk met hun kind te kunnen 'praten'. Bovendien 'vreemd' in een ander opzicht: niet meer met oren en horen, maar met zien en bewegingen en gezichtsuitdrukkingen.

Feit: met meer dan één taal opgroeien is geen enkel probleem. Ook niet als je doof bent. Talen zitten elkaar niet in de weg. Veel doven kennen meer talen, ook gesproken talen. Maar die leren is gemakkelijker als je net als iedereen van kleins af aan een taal hebt meegekregen.

Feit: al deze feiten zijn te weinig bekend. Althans, alleen zo kan ik begrijpen dat Nederlandse Gebarentaal niet standaard ingezet wordt in het onderwijs aan dove kinderen. En tegenwoordig juist minder dan eerst.

Tot slot een hoopvol feit: half april ratificeerde de Eerste Kamer een nota bene al 10 jaar oud VN-verdrag. Het gaat over de rechten van iedereen met een handicap om in de maatschappij mee te kunnen doen. Er was een gebarentolk bij.

Liesbeth Koenen

is taalkundige. Het bovenstaande artikel verscheen eerder in De Telegraaf van 16 april 2016. Zie verder: www.liesbethkoenen.nl

Reacties

Interessant stuk. Het lijkt

Interessant stuk. Het lijkt wel op een minderheid die de eigen taal niet mag spreken! Ik wist niet dat het zo erg gesteld was.

Ik zou wel meer achtergrond

Ik zou wel meer achtergrond willen over wat de situatie is, niet alleen waarom die fout is. Is er een probleem op de dovernscholen of is er een probleem met dove/slechthorende kinderen elders in het onderwijs? Hebben de dovenscholen een verkeerde onderwijsfilosofie of hebbben ze te weinig docenten die goed gebarentaal spreken? Worden dove/slechthorende kinderen tegen hun zin in het regulier onderwijs geplaatst? Gaan kinderen met een cochleair implantaat vrijwillig naar het regulier onderwijs, en vindt schrijfster dat een probleem voor die kinderen zelf of vindt ze dat een probleem voor de dovenscholen? Ik vind het heel interessant maar ik kan niet zoveel met het artikel. Ik denk dat er wel meer speelt dan alleen een gebrek aan kennis over doofheid.

Dove mensen hun eigen taal

Dove mensen hun eigen taal gunnen is altijd een discussie geweest. Vooral door exclusief en kortzichtig denken van buitenstaanders.

De geschiedenis
http://www.meulenhoff.nl/nl/p4c36fcf32b2f4/9446/stemmen-zien.html
Oliver Sacks over dove mensen

De cultuur
http://www.npo.nl/de-hokjesman/07-07-2015/VPWON_1233812
De Hokjesman over de dovencultuur

Bij beiden komen de argumenten en de discussie voor.

Onze slechthorende zoon hoort

Onze slechthorende zoon hoort met zijn hoortoestellen goed genoeg om naar een reguliere school te kunnen. Daar wordt geen gebarentaal gebruikt. Thuis gebruiken we natuurlijke gebaren ter ondersteuning, maar ook thuis kan hij vrijwel alles goed genoeg verstaan. Gebarentaal is dus niet nodig. We hadden het uiteraard kunnen leren, maar net als voor iedere taal - en misschien nog wel meer dan voor andere talen - geldt dat je gebarentaal verleert als je het niet regelmatig gebruikt.
Op de school voor slechthorende kinderen waar we een keer ter oriëntatie zijn gaan kijken, werd wel veel gebarentaal gebruikt. Maar het niveau van het onderwijs op die school was voor onze zoon te laag. Vandaar dat hij opgroeit in een horende wereld, en zonder gebarentaal.

de Hokjesman - dat programma

de Hokjesman - dat programma vond ik zeer verhelderend. Ik wist van het onderwerp vrijwel niets af omdat ik in onze Eigen familie/vriendenkring geen doven vanaf geboorte ken (alleen wat senioren die op latere leeftijd slechthorend warden, en dat is heel wat anders!) en deze uitzending gaf veel informatie.Goed om daar kennis van te nemen.