Filosoferen met kinderen: om je kind nog beter te leren kennen

Dankzij mijn zoon Pim (2005) ontdekte ik dat filosofie een verrijking kan zijn voor de opvoeding voor kinderen. Hij stelde namelijk op zijn derde al filosofische vragen waardoor bijzondere gesprekken ontstonden. De eerste filosofische vraag die Pim mij stelde, was vlak na het overlijden van mijn vader, zijn opa. Hij was toen drie en vroeg: ‘Als de hemel vol is, kom je dan weer terug op aarde?’ Hij had als vierjarige ook overpeinzingen als: ‘Waarom willen we eigenlijk naar de ruimte, want de aarde is in de ruimte, dus we zijn al in de ruimte toch?’

Vindt de plant het niet erg als we zijn bessen plukken?

Toen we eens samen aalbessen plukten, vroeg hij zich af of de plant dat niet erg vond. Mijn eerste neiging was om te zeggen; ‘Nee hoor, daar merken planten niks van’. Maar gelukkig besefte ik op tijd dat het een prachtige filosofische vraag is en dat ik hem zelf over zijn vraag kon laten nadenken.

‘Tja, ik weet eigenlijk niet,’ zei ik daarom. ‘Waarom zou hij het erg kunnen vinden?’ Er ontstond een mooi gesprek.
Pim antwoordde: ‘Misschien doet het wel pijn?’
‘Zou een plant pijn kunnen voelen?’
‘Ik denk het wel want hij groeit en als je groeit dan adem je en als je ademt kun je ook pijn hebben.’
‘Wat gebeurt er als jij pijn hebt?’
‘Dan denk ik au, dat doet pijn.’
‘Kan de plant denken?’
‘Misschien heeft hij wel hersenen.’
‘Waar zouden die dan zitten?’
‘Misschien in zijn wortels.’

‘Of in zijn blaadjes?’
‘Nee, want die vallen er af.’
‘O ja. Misschien vindt de plant het ook wel fijn dat we hem van zijn zware last verlossen. Kijk, zijn takken hangen helemaal krom tot op de grond.’
‘Ja, misschien wel.’

Je leert je kind op een andere manier kennen

Het bijzondere was dat ik Pim door dit gesprek van een zorgzame kant leerde kennen. Blijkbaar verplaatst hij zich in anderen, zelfs in struiken!

Ik realiseerde me dat praten over gedachten en denkwijzen je heel veel leert over een ander. Ik bedoel daarmee dat je het niet hebt over wat je voelt, ervaart of vindt maar over de gedachten die je daarbij hebt. Je hebt het niet over wat je denkt maar over hoe je denkt.

En dat is een belangrijk stuk van je persoonlijkheid. Daarom is interesse in iemands denken, interesse in wie iemand is.

Bijkomend voordeel is dat je kind zich heel serieus genomen voelt als je naar zijn ideeën luistert. Dat is misschien ook wel het ingewikkelde aan gesprekken die juist over gevoelens en ervaringen gaan. Want in zo’n gesprek is de volwassen-kind relatie al snel ongelijkwaardig. Het kind vertelt en de ouder oordeelt, geeft advies, stuurt bij, geeft tips. De volwassene is als het ware de alwetende.

Terwijl als je met een kind over ideeën in gesprek gaat, dan til je het kind omhoog. Je neemt hem serieus. Je laat zien dat je het interessant vindt wat hij denkt. Daarnaast leert een kind er ook veel van. Zoals zijn mening onderbouwen en goed redeneren. Hij ontdekt ook wat hij goed en slecht vindt, wie hij zelf is en hoe je door denken je anders kunt gaan voelen.

Hoe begin je een filosofisch gesprek?

Het is het mooiste als een filosofisch gesprek spontaan ontstaat, zoals in het voorbeeld van Pim bij het aalbessen plukken. Dat kan eigenlijk bij elke willekeurige situatie gebeuren. Kinderen stellen immers uit zichzelf honderden vragen. Soms zijn het weetvragen. ‘Wat is een kaketoe?’ ‘Groeien spruiten aan een boom?’ Die vragen zijn niet geschikt om over te filosoferen. Maar vaak stellen kinderen ook denkvragen, zoals Pim met zijn vragen over de ruimte en de hemel. Het zijn vragen waarop niet één vaststaand antwoord te geven is, maar vragen waarbij iedereen zijn eigen antwoord moet zoeken.

Leve de wedervraag

Het beste antwoord en daarmee de makkelijkste ingang naar een filosofisch gesprek is: ‘Ik weet het eigenlijk niet, wat denk je zelf?’ Nu voelt dat misschien als een flauwe wedervraag. Maar een wedervraag is niet altijd verkeerd. Als iemand een vraag stelt waarop geen eenduidig antwoord te geven is, bijvoorbeeld omdat het een filosofische vraag is, dan is er echt niets mis met de wedervraag. Integendeel juist! Met een wedervraag stel je dan immers belangstelling in de ideeën van de ander.

Vraag door!

Als je kind één antwoord heeft gegeven is het gesprek nog niet klaar. Juist niet, nu begint het pas! Want hoe kwam je kind bij dat antwoord? Daar kom je achter door goed door te vragen met vragen zoals deze:

  • Hoe weet je dat zo zeker?
  • Zou het ook anders kunnen zitten?
  • Is dat altijd zo?
  • Hoe kan dat nou?
  • Kun je een voorbeeld geven?
  • Kan het omgekeerde waar zijn?
  • Bestaat daar een regel voor?

Stuur het gesprek niet

Belangrijk bij het doorvragen is dat er niet stiekem een door jou gewenst antwoord in verstopt zit. Een goede vraag stuurt niet, is open en vrij en laat zien dat je echt geïnteresseerd bent. Het vraagt naar gedachten en ideeën die achter een eerste antwoord zitten.

Zoek naar wat je kind wel weet

Kinderen zijn soms geneigd zich er makkelijk vanaf te maken met een antwoord als ‘Ik weet het niet’ of ‘Gewoon’. Leg je daar niet zomaar bij neer. Probeer het nog eens met een iets andere vraag. Zoek naar datgene wat ze wel weten en ga vanuit daar verder. Stel, je hebt het over ‘ontelbaar’ en vraagt ‘Wat kun je niet tellen?’ en het antwoord is ‘weet niet’, dan zou je daarna kunnen vragen ‘Wat kun je wel tellen?’. Dan kun je verder zoeken naar wat ontelbaar is. Of vraag eerst naar hun persoonlijke beleving. Dus eerst vragen ‘Wanneer voel jij je vrij?’ en dan pas de vraag ‘Wat is vrijheid?’ stellen.

Socratische houding

Het is belangrijk dat je in zo’n gesprek zelf een onwetende houding aanneemt. Net als de filosoof Socrates. Hij zei: ‘Alles wat ik weet is dat ik niets weet.’ Deze Socratische houding zorgt ervoor dat kinderen de kans krijgen om zelf na te denken.

Wat als je kind geen filosofische vragen stelt?

Ook als je kind niet spontaan met filosofische vragen komt, kun je met hem filosoferen. Je kunt de filosofische gedachten namelijk ook uitlokken en prikkelen. Bijvoorbeeld naar aanleiding van het voorlezen van een boek of gedicht. In een boek zit altijd wel een thema waarover je kunt filosoferen zoals vriendschap of vrijheid.

Het nieuws – bijvoorbeeld over het coronavirus – kan ook aanleiding zijn voor een filosofisch gesprek; ‘Moeten we andere mensen helpen?’ of ‘Moet Nederland de grenzen sluiten?’. Ook buiten, als je toch even een frisse neus gaat halen, liggen de vragen voor het oprapen. Zoals: ‘Maken vogels muziek?’ en ‘Hoe weet een kastanje dat hij een boom moet worden?

Het leuke is dat je door met een filosofische bril naar de wereld te kijken en samen vragen over de wereld te stellen, je zelf ook weer verwondert raakt over alles om je heen. Zo kan filosoferen met kinderen een verrassende en ontwapende ontdekkingsreis voor ouder en kind worden.