Laatste kans! Doe mee met een van de gratis expert webinars over opvoeding

14 juni 2000 door Justine Pardoen

Mijn kind speelt het liefst alleen

Van januari 1999 tot april 2001 verzorgde Ouders Online elke woensdag een halve pagina over 'opvoeding' in het dagblad Trouw, geïnspireerd op datgene wat er die week bij Ouders Online was voorgevallen. Het onderstaande artikel maakt deel uit van die serie.

De dochter (7) van Betty kan met iedereen goed opschieten en vindt het fijn op school. Maar ze speelt het liefste alleen. Op het schoolplein, maar ook thuis. Ze neemt bijna nooit een klasgenootje mee naar huis en ze heeft geen 'hartsvriendin'. Zelf vindt ze het wel best zo, maar haar moeder is bezorgd: "Natuurijk is het fijn om te zien dat ze haar eigen gang gaat, maar wordt ze niet asociaal?"

Al heel snel reageren andere ouders op het Forum van Ouders Online met verhalen van herkenning. Petra heeft zo'n zoon (8). Bijna altijd alleen: "Ik denk dat je goed moet opletten dat ze niet worden gepest. Ik heb zijn onderwijzer gevraagd daar ook op te letten." Ook dit kind zegt zelf dat hij liever alleen speelt. Hij heeft een aantal zorgvuldig gekozen vriendjes waar hij opvallend trouw aan is. Petra raadt Betty aan haar dochter niet iets op te leggen wat haar niet ligt: "Wellicht gaat ze dan denken dat ze iets fout doet en gaat ze krampachtig proberen mee te spelen. Dat lokt juist pestgedrag uit. Als ze in haar karakter heeft dat ze geen groepsmens is, dan moet ze daar op haar eigen manier mee leren omgaan."

Ouders die dit afzonderingsgedrag bij hun kind waarnemen, maken zich in meer of mindere mate vrijwel allemaal zorgen. Ze hebben voortdurend de neiging er iets aan te doen. Bijvoorbeeld om het kind te stimuleren om meer met klasgenootjes te spelen. Petra twijfelt: "Mijn eerdere pogingen liepen erop uit dat zij iets alleen deed en ik iets samen met het andere kind."

Wat is er met deze kinderen aan de hand? Corrie van Buuren, kinder- en jeugdpsycholoog in Ter Aar, heeft onder andere door haar ervaring als testpsycholoog, wel een idee. "Kinderen kiezen niet voor de eenzaamheid als ze het fijn kunnen hebben met anderen. Maar ze zijn vaak liever alleen dan dat ze onder kinderen zijn met wie ze weinig of niets kunnen delen. Iedereen heeft behoefte aan contact en vriendschap. Ook kinderen die de afzondering zoeken. Met klasgenootjes die een andere interesse hebben, of in hun ogen stom of kinderachtig zijn, zullen ze op school dan nog wel omgaan, want in de groep kun je er maar beter bijhoren. Maar ze hebben er geen zin in om dat na schooltijd ook nog eens te moeten doen. Thuis doen ze dan het liefst datgene waar hun eigen belangstelling naar uitgaat."

Ouders als Betty als Petra geven toe dat ze het moeilijk vinden om het gedrag van hun kind te accepteren. Ze zijn bang dat het kind op den duur vereenzaamt. De teruggetrokken kinderen worden daarom naar Scouting of naar voetbal gestuurd: iets met veel andere kinderen. Maar meestal werkt dat niet. Judo gaat soms nog, maar ze gaan uiteindelijk toch liever skeeleren of mountainbiken. Petra: "Hij sport alleen als hij daarbij geen interactie met anderen hoeft aan te gaan." Bregitta heeft voor haar zoon (9) een schaakclub gezocht. Dat is een groot succes en daar laat ze het bij: "Verder mag hij gewoon de hele week alleen thuis zijn. Daar doet hij wat hij leuk vindt en waar andere kinderen niets van begrijpen. Zoals klassieke muziek luisteren zonder gestoord te worden, tekeningen maken of nieuwe machines van technisch Lego ontwerpen."

Wat kun je als ouder het beste doen? Van Buuren: "Om je kind te kunnen helpen, is het belangrijk dat je weet waar het mee te maken heeft. Kinderen bij wie dit gedrag plotseling is ontstaan, hebben misschien wel iets naars meegemaakt. Dat moet je uitzoeken, desnoods met hulp. Als je kind altijd al zo geweest is, vrolijk is en sociaal goed functioneert op school, hoef je niets te doen. Als je het als ouder toch problematisch vindt, kun je het kind laten onderzoeken. Ik zou willen weten of het aan persoonlijkheidsfactoren ligt. Dan kun je het kind helpen bij het ontwikkelen van sociale vaardigheden. Maar het kan ook zijn dat het kind op een ander ontwikkelingsniveau zit dan zijn leeftijdgenootjes. Een goede psychologische test kan dat inzicht verschaffen."

Van Buuren benadrukt dat iedereen het fijn vindt om zo nu en dan onder gelijken te zijn: "Het is natuurlijk goed als kinderen leren dat iedereen verschillend is, maar het is ook heel erg belangrijk dat ze ontdekken dat er genoeg kinderen zijn die wel een beetje zijn zoals zij. Kinderen met dezelfde belangstellling, kinderen die aan dezelfde dingen een hekel hebben, kinderen die met dezelfde soort dingen bezig zijn. Sommige kinderen hebben er meer moeite mee dan andere om die gelijken te vinden. Je kunt als ouder je kind daarmee helpen. Zoek een groepje waar je kind iets gemeenschappelijks mee heeft. Speelt hij toneel, zoek een toneelclubje. Als hij alleen van lezen houdt, richt je desnoods zelf een leesclubje op. Je helpt je kind niet door hem te willen veranderen. Durf je kind te volgen."