Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

3 oktober 2006 door Martine Borgdorff

Naamgeving anno 2006

Wat zijn de trends bij het kiezen van een voornaam? Martine Borgdorff sprak met onderzoeker Gerrit Bloothooft van de Universiteit van Utrecht.

Zeg mij hoe je kind heet, en ik vertel je wie je bent. Ouders die hun kind Laura, Simone of Leon noemen, zijn dol op loterijen. Wie zijn kind Linde, Julius of Veerle noemt, heeft een voorkeur voor opiniebladen. Heten ze Linda, Nico of Yvonne, dan is de kans groot dat ze een mobieltje hebben. En met een Dorien, Jeroen of Emiel in huis, is er hoogstwaarschijnlijk ook een abonnement op een krant.

Onzin? Niet volgens de direct marketeers van uitgever Wegener, die sinds kort 'segmenteren op voornaam'.

Tendensen

Uitgeverij Wegener koppelt voornamen aan consumenten-informatie, zoals woonplaats, gezinssamenstelling en lifestyle. De gevonden combinaties maken het eenvoudig om de juiste doelgroep bij het juiste product te vinden. Het bedrijf maakt daarbij gebruik van het uitgebreide voornamen-onderzoek dat al tien jaar wordt gedaan aan het Instituut voor Linguïstiek van de Universiteit Utrecht.

Onderzoeker Gerrit Bloothooft van het instituut vindt het geen bezwaar dat het bedrijf geld verdient aan zijn werk. Wel haast hij zich te zeggen dat het om statistische gegevens voor grote groepen gaat en dat het dus weinig zin heeft om namen op individueel niveau te gaan 'duiden'. "De naam Wesley komt veel voor bij lagere inkomens, maar dat betekent niet dat elke Wesley uit een arm gezin komt. Het gaat nadrukkelijk om tendensen", aldus Bloothooft.

200.000 Voornamen

Bloothooft en zijn collega's bekeken 200.000 voornamen die de laatste 25 jaar aan kinderen zijn gegeven, om zo het naamgeven in Nederland voor het eerst in kaart te brengen. Door postcodes te combineren met CBS-gegevens over bijvoorbeeld inkomen en gezinssamenstelling, kwam Bloothooft tot een indeling in groepen.

Er is een groep elitenamen (met vernoemingen naar bloemen - zoals Iris en Fleur – en prinsen – zoals Friso en Maurits – die vooral in de Randstad en het Gooi voorkomen), Arabische en Turkse namen, traditionele namen als Hendricus en Geertruida, en de populaire moderne, korte namen als Sanne, Bart en Tim.

Huidige mode

Alle voorgevoelens die hij had, kwamen uit, zegt Bloothooft. "Ouders denken dat ze met de naam van hun kind een unieke keuze maken, maar dat blijkt sterk ingegeven te worden door allerlei factoren in hun omgeving." Zijn boek 'Over voornamen', uit 2004, illustreert dat. Zo geven rijken andere namen dan armen en Zeeuwen andere namen dan Friezen.

Omdat zijn onderzoek zich uitstrekt over een lange periode, kan Bloothooft tegelijk goed zien aan welke trends voornamen onderhevig zijn. De huidige mode is Kort & Nederlands, hoewel de naam ook in het buitenland uit te spreken moet zijn.

Sem, Lars, Daan, Emma, Lisa, Sophie: de namen top-20 van de SVB (de Sociale Verzekeringsbank, verantwoordelijk voor kinderbijslag) spreekt boekdelen. Eén lettergreep voor jongens, twee voor de meisjes.

Bloothooft: "Kort en krachtig, daar kiezen ouders op dit moment voor. Die korte, sterke namen zijn een afspiegeling van deze tijd, waarin het behoud van het eigene door het kind belangrijk wordt gevonden. Tegelijk wordt de wereld steeds kleiner, dus willen ouders dat de naam ook internationaal bruikbaar is. Met Emma, Lisa of Sem kun je overal terecht."

Jan is in opmars

Die trend blijft nog wel even, voorspelt Bloothooft, vooral de Nederlandse namen. "Een oer-Hollandse naam als Jan is echt in opmars. Dat heeft te maken met de levenscyclus die namen hebben. Thomas is een heel populaire naam, maar als mensen die te veel om zich heen horen, daalt zo'n naam in populariteit.

Als een naam een of twee generaties is weggeweest, dan kan-ie opeens weer opduiken, zoals nu met Jan gebeurt. Dan is de naam weer zeldzaam genoeg geworden."

Woonplaats en inkomen

Waar ouders wonen en wat ze verdienen, is van invloed op hoe ze hun kinderen noemen. Zo komen Franse namen (vanouds de voertaal van de elite) onder de hoogste inkomens een stuk vaker voor. Dochters heten bijvoorbeeld Florine, Emilie, Anne-Sophie of Cato. Bij jongens grijpen rijkaards terug op historisch aandoende namen als Olivier, Philip, Justus en Quirijn.

Lagere inkomens houden ook van buitenlandse namen, maar dan van Engelse en Amerikaanse. Meisjes heten Samantha, Sharon en Melissa, jongens Ricardo, Danny of Wesley.

Afwijkende spelling

Ook de spelling verschilt. Stefany woont in een armere buurt dan Stéphanie, wat volgens onderzoeker Bloothooft komt doordat ouders met een lager inkomen vaker voor een afwijkende spelling kiezen. Je ziet dat ook bij Kaily in plaats van Kayleigh en bij Micheal in plaats van Michiel.

Ook opvallend: bij hogere inkomens eindigt een meisjesnaam eerder op -E (Anne), -IJN (Annemijn) of -TJE (Claartje). Bij de lagere inkomens heerst een voorkeur voor -A (Anoushka) of -IA (Alycia).

Amalia

Er zijn ook ouders die bewust een afwijkende naam voor hun kind kiezen; een unieke naam als statement dat de originaliteit van het kind moet benadrukken. Een bekend voorbeeld van een naam die nauwelijks voorkwam en die ook niet opeens heel populair zal worden, is Amalia, zegt Bloothooft.

Wie zijn kind Rover, Storm of Zoet noemt, heeft er ook vast grootse plannen mee, maar zal hoogstwaarschijnlijk niet op een rage hopen. En soms leidt de rage juist weer tot de naam, zoals bij Britney, Versace, Pluk en Ché.

Maar de meeste ouders blijken toch eenvoudigweg een naam te kiezen vanwege de mooie klank, ontdekte Bloothooft. Dat verklaart misschien waarom veel van hen in dezelfde vijver vissen. De 9.000 voornamen die Bloothooft in zijn boek opsomt, zijn namelijk genoeg om meer dan 90% van de in Nederland gegeven kindernamen af te dekken. Terwijl jaarlijks ongeveer 200.000 baby's in ons land een naam krijgen. De krappe 10% die overblijft, zijn de ouders die hun kind een aparte, unieke naam geven.

Vernoemen

Er is nog een wereld te ontdekken aan voornamen, zegt Bloothooft. Hoe zit het bijvoorbeeld met vernoemen binnen families? Om dat te onderzoeken, heeft het instituut voor linguïstiek inmiddels toestemming om de Gemeentelijke Basis Administratie in te zien.

"Dat is een schat van 18 miljoen namen", zegt Bloothooft verlekkerd. "Dat zal heel veel gaan opleveren. Ons boek baseert zich op de namen van de jeugd, maar we hebben tot nog toe geen zicht gehad op de ouderen. Nu krijgen we dat wel. Straks kunnen we tweede en volgende voornamen van meerdere generaties zien en dat geeft informatie over hoe de voornaam-relaties in families lopen. Er heeft zich in de twintigste eeuw een voornamen-revolutie in Nederland voltrokken en die kunnen we nu eindelijk in kaart gaan brengen."