Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

13 augustus 2009 door Emil Roelofs

Nederlands onderwijs in het buitenland

Stel dat u voor langere tijd naar het buitenland gaat. Hoe moet dat dan met het onderwijs voor uw kinderen? Emil Roelofs vertelt u welke mogelijkheden er zijn.

Gezinnen kunnen om verschillende redenen naar het buitenland gaan. Bijvoorbeeld: omdat ze het sabbatical verlof willen benutten voor een wereldreis, of omdat ze worden uitgezonden door hun werkgever, of omdat ze zich permanent elders willen vestigen.

Afhankelijk van de plek waar men heen gaat, moet er veel georganiseerd worden. Met schoolgaande kinderen staat de vraag centraal wat er gedaan moet worden met het onderwijs. In dit artikel bespreek ik drie onderwerpen:

  • de noodzakelijkheid van onderwijs;
  • de mogelijkheden in het buitenland;
  • de wettelijke eisen.

Het artikel eindigt met een aantal praktijk-cases.

De noodzakelijkheid van onderwijs

Er zijn veel meningen over wat goed onderwijs is, maar vrijwel iedereen is het erover eens dat onderwijs een van de voorwaarden is om een kind een kansrijk (succesvol, gelukkig) leven te bieden. Cognitieve, motorische, creatieve en sociale vaardigheden worden aangeleerd en versterkt en een kind leert zelfstandig(er) te worden.

Kinderen die geen onderwijs genieten, door welke omstandigheden dan ook, lopen een achterstand op in hun ontwikkeling. Dat blijkt helaas maar al te vaak bij kinderen die enige jaren in het buitenland zijn geweest en geen – of geen goed – onderwijs hebben genoten. Deze kinderen hebben in de regel grote aansluitings- en gewenningsproblemen bij terugkeer naar Nederland.

Dit pleidooi voor onderwijs betekent niet dat kinderen in het buitenland op dezelfde wijze onderwijs moeten krijgen als in Nederland. Individueel onderwijs kan een goed alternatief zijn voor het schoolsysteem in Nederland. Ook een combinatie met klassikaal onderwijs is denkbaar en een grotere integratie tussen het 'gewone' opvoeden en het schoolse leren is mogelijk.

Dat onderwijs belangrijk is, blijkt ook uit het voorschoolse leren. Peuters die spelenderwijs veel 'educatieve' activiteiten ontplooien, hebben een duidelijke voorsprong op kinderen waarbij dit niet zo is. Bij 'voorschools leren' kun je denken aan: puzzeltjes leggen (waarbij logisch redeneren, sorteren en de fijne motoriek wordt geoefend), tekenen en verven (motoriek, fantasie, kleuren, etc.), plaatjes kijken terwijl de ouder een verhaaltje voorleest (stimuleert de fantasie, maar helpt ook de essentie te onthouden, en beeld en klank te combineren) en meer van dit soort activiteiten. Het zal duidelijk zijn dat de ouders hier een stimulerende rol in hebben.

Tot slot – en dat is haast een open deur – kan een afgeronde opleiding, zoals HAVO of VWO, een voorwaarde zijn om toegelaten te worden tot een vervolg-opleiding. Overigens kan dit ook een buitenlandse school zijn. Via het Nuffic kan men deze diploma's laten vergelijken met de Nederlandse norm.

Onderwijsmogelijkheden in het buitenland

In principe zijn er voor onderwijs in het buitenland de volgende keuzes:

  • Het kind gaat naar een lokale school, waar het dus geen Nederlands krijgt. Nederlands kan dan gevolgd worden via het afstandsonderwijs van een instelling zoals de Wereldschool, of op een Nederlandse taal en cultuurschool (NTC), mits die in de buurt is (zie www.stichtingnob.nl).

Bedenk wel dat er op een lokale school een groot taalprobleem voor het kind kan ontstaan en dat men vaak geen aangepast programma voor buitenlandse kinderen heeft. Soms is het raadzaam om naast Nederlands ook nog een ander vak via de Wereldschool te doen, als op die school dat vak erg afwijkt van de Nederlandse norm. Dit komt nogal eens voor bij rekenen, aardrijkskunde of geschiedenis.

  • Het kind gaat naar een internationale school, bijvoorbeeld: een Amerikaanse, Franse of Britse school. Deze scholen zijn duur en ook daar krijgen de kinderen geen Nederlands. Dit kan echter op de hierboven genoemde manier worden opgelost.
  • Het kind volgt volledig thuis-onderwijs via de Wereldschool. Voor kinderen in geïsoleerde omstandigheden is dit vaak de enige mogelijkheid, maar ook voor gezinnen die reizen of varen of regelmatig van locatie veranderen.
  • De ouders organiseren zelf iets, al dan niet voorzien van materiaal van de school in Nederland. Uitzonderingen daargelaten levert dit niet het gewenste resultaat op, omdat duidelijke richtlijnen en normen ontbreken. Ook stuit dit meestal op wettelijke bezwaren (daarover straks meer).

Het maken van de juiste keuze is niet eenvoudig. Factoren als budget, scholen ter plaatse, inzet en mogelijkheden van de ouders, de nieuwe woon- en werksituatie en de duur van het verblijf elders spelen een grote rol.

En last but not least is het kind zelf bepalend: leeftijd, sociaal-emotionele ontwikkeling, schoolresultaten tot nu toe en de motivatie om uit Nederland weg te gaan, beperken of vergroten de mogelijkheden.

Wettelijke bepalingen

Nederland kent de wet op de leerplicht (zie: www.lvla.nl) die grofweg voorschrijft dat uw kind naar school gaat tussen zijn 5e en zijn 16e jaar.

Blijft u ingeschreven staan in een Nederlandse gemeente, bijvoorbeeld omdat u uw huis aanhoudt, dan zal de leerplicht-ambtenaar van die gemeente toestemming moeten geven, dan wel gedogen dat u uw kind (of kinderen) tijdelijk van school haalt.

De praktijk leert dat u met uw kinderen naar het buitenland kunt als er aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • als u ten minste een half jaar weggaat;
  • als u kunt aantonen dat het onderwijs, inclusief het vak Nederlands, gecontinueerd wordt.

Daarnaast kunnen er aanvullende voorwaarden worden gesteld. Zo kan het voorkomen dat iemand die de noodzaak kan aantonen (bijvoorbeeld omdat hij uitgezonden wordt door een werkgever) wel toestemming krijgt, terwijl iemand die dit uit 'luxe' doet (zoals een sabbatical year) geen toestemming krijgt. Toch weggaan kan dan tot een forse boete leiden.

In ieder geval is het aan te raden om vroegtijdig te overleggen met de leerplichtambtenaar. Verlaat u Nederland, en schrijft u zich uit uit uw gemeente, dan speelt de Nederlandse leerplicht geen rol.

Iedere leerplichtambtenaar is autonoom in zijn of haar beslissing, dus er kunnen verschillen optreden tussen gemeenten.

In de meeste andere landen heeft men ook wetgeving op het terrein van de leerplicht. Dit betekent echter niet altijd dat er ook een schoolplicht is, zoals in Nederland. Ambassades kunnen u hierover informeren, maar ook kunt u via Internet nagaan of er in het land van uw keuze een Nederlandse vereniging is die u kan helpen.

In de meeste landen moet u kunnen aantonen dat uw kinderen ordentelijk onderwijs krijgen. Goed georganiseerd thuis- of afstandsonderwijs, al dan niet gecombineerd met een school, geldt als ordentelijk onderwijs.

Praktijk-case 1

  • Wij willen een jaar gaan varen. Kan dat met twee kinderen van 7 en 9 jaar?

Antwoord: het onderwijs kan doorgaan door middel van afstandsonderwijs via de Wereldschool. De Wereldschool verstrekt lesmateriaal en zorgt ervoor dat het kind en de lesgevende ouder op afstand begeleid worden. De ouders geven zelf les aan de kinderen door middel van gedetailleerde handleidingen. Die handleidingen zijn zo gemaakt dat iemand zonder onderwijsbevoegdheid en onderwijservaring toch les kan geven.

De docent in Nederland kijkt toetsen na, geeft tips en helpt waar nodig de lesgevende ouder. Het ministerie van OCW (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) erkent de Wereldschool en geeft onder bepaalde voorwaarden een tegemoetkoming in de kosten. Uiteraard moet men wel via e-mail, fax, telefoon of per post ten minste een keer per maand, maar liever frequenter, kunnen communiceren met de docent.

Een probleem kan zijn dat deze kinderen leerplichtig zijn. Blijft men ingeschreven in het gemeentelijke bevolkingsregister (wat meestal het geval is als men zijn woning aanhoudt), dan moet de leerplicht-ambtenaar toestemming geven. Ook dient u uw kind uit te schrijven bij de school.

De Wereldschool biedt alle vakken van het basisonderwijs aan en voor het voortgezet onderwijs de onderbouw. Voor de bovenbouw wordt alleen Nederlands gegeven.

Praktijk-case 2

  • Wij worden voor drie jaar uitgezonden naar China. Hoe moet dat met het onderwijs voor mijn dochter Carla van 13?

Antwoord: in dit geval zijn er in principe vier mogelijkheden:

1. Carla doet alle vakken via de Wereldschool. In het voortgezet onderwijs geven de ouders geen les, maar wordt zij op afstand begeleid door vakdocenten.

2. Carla gaat naar een internationale school, bijvoorbeeld een Amerikaanse school. Daar wordt geen Nederlands gegeven, dus doet zij Nederlands via de Wereldschool.

3. In de buurt is een Nederlandse school. Daar doet zij Nederlands en de andere vakken doet zij via de Wereldschool of op een lokale of een internationale school.

4. Carla gaat naar een Chinese school. Denk dan wel aan het taalprobleem. Nederlands kan zij via de Wereldschool of via een NTC-school volgen.

Blijft het gezin drie jaar op dezelfde plek, dan is het ter plaatse naar school gaan – al dan niet in combinatie met afstandsonderwijs – een goede optie. Zal het gezin in die drie jaar regelmatig van plaats veranderen, dan biedt afstandsonderwijs de beste mogelijkheden. Dit is immers tijd- en plaats-onafhankelijk en kan dus gecontinueerd worden.

Praktijk-case 3

  • Wij wonen sinds kort in Ecuador. Kan ik als moeder zonder onderwijs-achtergrond mijn twee kinderen (van 10 en 12 jaar) lesgeven?

Antwoord: bij de Wereldschool geven in het basisonderwijs de ouders les met behulp van handleidingen. Deze zijn geschreven voor 'leken'. Vanuit Nederland worden u en uw kinderen begeleid door een leerkracht die toetsen nakijkt, en helpt, en waar nodig adviseert. Dit concept wordt al sinds 1948 toegepast en is zeer succesvol. Naar mate uw kinderen ouder worden leren ze meer zelfstandig te werken en bent u minder tijd kwijt aan lesgeven.

In het voortgezet onderwijs geeft de ouder geen les. U hebt dan een coachende taak, wat betekent dat u ervoor zorgt dat uw kind de tijd en de mogelijkheden heeft om te studeren. Uw kind wordt op afstand begeleid door vakdocenten. Tevens is er een mentor toegewezen die het geheel in de gaten houdt.

Voor zowel het Basisonderwijs (BO) als het Voortgezet Onderwijs (VO) worden de studieresultaten gedetailleerd vastgelegd in een leerling-volgsysteem dat voor ouder en kind via Internet toegankelijk is.