Home » Artikelen » Op naar de huisarts

Op naar de huisarts

Door:

Henk Boeke

Altijd eerst naar de huisarts, is ons advies. Niet alleen bij medische problemen, maar ook bij psychische problemen of gedragsproblemen.

We zeggen het al jaren: heb je een probleem met je kind, ga ermee naar de huisarts. Niet alleen bij medische problemen, maar ook bij psychische problemen, opvoedingsproblemen of gedragsproblemen. Omdat de huisarts jullie situatie het beste kent, en heel goed kan adviseren waar je het beste terecht kunt. Met verwijzing en al.

Maar vanaf 2015, met de invoering van de nieuwe Jeugdwet, is er nogal wat veranderd. Toen is er – voor kinderen – een scheiding aangebracht tussen medische problemen enerzijds, en psychische problemen anderzijds:

  • voor medische problemen kan de huisarts nog steeds doorverwijzen naar een medisch specialist, zoals een KNO-arts bij gehoorproblemen, of een kinderarts voor het beoordelen van een hartruisje, wat allemaal nog steeds vergoed wordt door de ziektekostenverzekering;
  • voor psychische problemen, opvoedingsproblemen en gedragsproblemen, zoals autisme, ADHD, anorexia, angststoornissen of gameverslaving, is de gemeente financieel en organisatorisch verantwoordelijk. De gemeentelijke instantie die de verwijzing verzorgt, is dan bijvoorbeeld het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) of een zogenaamd 'wijkteam'.

Verwijzing door de huisarts

De vraag is nu: kunnen huisartsen op dit moment nu wel of niet rechtstreeks doorverwijzen (naar een psycholoog of een GGZ-instelling), bij psychische problemen, opvoedingsproblemen en gedragsproblemen?

Antwoord: veel huisartsen dóen het gewoon. En daar kun je gebruik van maken. Waarom zou je dat doen? Vooral omdat de huisarts je kind gewoon veel beter kent dan de gemeente, en de ontwikkeling van je kind al jaren gevolgd heeft, en weet wat er thuis allemaal speelt. Maar ook vanwege de enorme privacy-risico's die je loopt, als je je tot de gemeente wendt. Waardoor je buurman die bij Parkeerbeheer werkt, zomaar inzage kan krijgen in de gegevens van je kind. Zie ons artikel Jeugdzorginformatie lekt weg.

Twee huisartsen die gewoon nog rechtstreeks doorverwijzen, zijn Peter Roessingh en zijn vrouw Ingrid, uit de Gelderse gemeente Voorst. In het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG) verklaarden ze:

Hij: "Het eerste dat mij te binnen schiet na de transitie van de afgelopen anderhalf jaar, is dat wij gelukkig nog altijd kunnen werken zoals we eerder altijd werkten. Dat klinkt misschien gek, omdat het woord 'transitie' een verandering suggereert, maar zo is het."

Zij: "We hebben nog nooit naar het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) verwezen, zoals de gemeente wil." Ze vreest voor de privacy van haar patiënten. "Want de verwijsbrief vol persoonlijke dingen, seksueel misbruik en gedragsproblemen komt dan bij het CJG terecht. De gemeente bepaalt vervolgens waar zo'n jongere heengaat en zo willen wij niet werken." Nog los van de privacy-bezwaren gaat het in tegen haar beroepseer. "We vinden dat je ervan uit moet gaan dat we alleen naar gespecialiseerde behandelaars verwijzen als dat strikt noodzakelijk is." (Transformatie jeugdzorg is pas net begonnen, in: NTvG, 28-8-2016)

Lof voor deze huisartsen! We zouden willen dat alle huisartsen er zo mee omgingen. (En even voor de duidelijkheid: Roessingh en zijn vrouw vinden zichzelf 'heel gewone huisartsen'. Tegenover Ouders Online benadrukken ze dat ze beslist geen recalcitrante voorvechters zijn, die als een Don Quichote tegen systemen strijden. "We proberen gewoon zo goed mogelijk binnen allerlei kaders te werken ten bate van de patiënt.")

Haken en ogen

Natuurlijk zitten er wel wat haken en ogen aan deze werkwijze. Om te beginnen kunnen hulpverleners (zoals kinderpsychologen en GGZ-instellingen) alleen maar hun geld krijgen als ze een contract met de gemeente hebben. De huisarts zou dus eerst moeten controleren of de persoon of instantie waar hij naar verwijst, ook daadwerkelijk zo'n contract heeft. Anders kom je ergens terecht waar ze niets voor je kunnen doen. Of waar je het zelf moet betalen.

We vroegen Roessingh of hij dit inderdaad vooraf controleert. "Nee, we controleren niet of een zorgverlener wel of niet een contract heeft. Er schijnt wel een keer een lijst met gecontracteerde zorgaanbieders rondgestuurd te zijn, maar de huisartsen die ik spreek kunnen nergens die lijst vinden. Wij ook niet. Wij adviseren aan mensen om bij het maken van de afspraak dit zelf even na te vragen bij de zorgaanbieder. Tot nu toe is dat geen probleem geweest."

Okee, die contracten hoeven dus geen probleem te zijn. Althans, niet in de gemeente Voorst. Maar dan. Het kan natuurlijk zijn dat er wel een contract is, maar dat de zorgverlener inmiddels door zijn afgesproken budget heen is. De gemeente weet zoiets wel, maar de huisarts niet. Wat dan? Roessingh: "Budgettair is het in onze gemeente één grote gok: niemand weet wat de hele jeugdzorg gaat kosten en welk budget er is. Dat moet al doende worden ervaren. Wachtlijsten tot volgend jaar zijn we nog niet tegen gekomen."

Tja, dan ben je dus een gelukkig mens, als je in de gemeente Voorst woont, met zorgverleners die nog niet door hun budget heen zijn, en nog geen wachtlijsten. Elders in Nederland is dat wel degelijk een probleem. Afgelopen week werd bekend dat in maar liefst een derde van alle gemeenten het geld nu al op is, met wachtlijsten tot gevolg. (De problemen spelen al sinds juni. Zie: Geld voor jeugdpsychiatrie in veel gemeenten nu al op – NOS, 22-9-2016). Dat gemeenten hun geld liever besteden aan lantaarnpalen, of aan het bouwen van een nieuw gemeentehuis, is natuurlijk niet de schuld van de huisarts. Alleen: hij moet natuurlijk wel weten of het nog zin heeft om door te verwijzen. Vraag hem of haar daar eventueel naar.

Tenslotte: de privacy-bescherming die de huisarts biedt ten opzichte van de gemeente, lijkt een wassen neus. Want als je eenmaal terecht bent gekomen bij de persoon of instantie waar je naar verwezen bent, dan moet die alsnóg allerlei gevoelige gegevens van je kind doorgeven aan de gemeente, in het kader van de facturering. Anders krijgen ze hun geld niet.

Maar dat probleem is minder ernstig dan het lijkt. Je kunt namelijk een beroep doen op de zogenaamde 'opt-out regeling'. Die houdt in dat je als patiënt mag weigeren dat de zorgverlener diagnostische gegevens doorgeeft aan de gemeente. Veel GGZ-instellingen hebben daar een formulier voor op hun website staan. (Zie ons artikel: Opt-out bij gegevensdoorgifte.)

Het zou mooi zijn als huisartsen het bestaan van die opt-out regeling zouden melden aan hun patiënten. Maar dan moeten ze die regeling wel kennen. Huisarts Peter Roessingh kende hem helaas niet.

Wettelijk toegestaan

We vroegen de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) om commentaar. Daar benadrukten ze dat er op zich niets bijzonders aan is, wanneer een huisarts doorverwijst naar de jeugd-GGZ. In de Jeugdwet staat namelijk gewoon dat dat mag (Artikel 2.6, lid 1, sub g).

Wel maakt de LHV bezwaar tegen een ander artikel in de Jeugdwet, waarin staat dat de gemeente afspraken moet maken met de huisartsen (en de medisch specialisten, jeugdartsen en zorgverzekeraars) over 'de voorwaarden waaronder en de wijze waarop de verwijzing moet plaatsvinden'. (Artikel 2.7, lid 4). De LHV is daar tegen, omdat ze vinden dat het verwijsrecht van de huisarts niet mag worden ingeperkt. Hoe die afspraken voor alle afzonderlijke gemeenten zijn ingevuld, weet overigens niemand.

Kortom

Ons oude advies blijft dus recht overeind: heb je een probleem met je kind, ga ermee naar de huisarts. Niet alleen bij medische problemen, maar ook bij psychische problemen, opvoedingsproblemen of gedragsproblemen. Ga niet naar de gemeente; de huisarts kan je gewoon doorverwijzen. En van de wet mag het.

Een indicatie voor een pgb (voor jeugdhulp) is overigens van andere orde. Daarvoor zul je toch echt naar de gemeente moeten.

Henk Boeke

is redacteur van Ouders Online.

Naschrift

[1 oktober 2016 ] Een lezer maakte ons erop attent dat we niet ál te optimistisch mochten zijn over de huisarts, die alle achtergronden en gezinsomstandigheden zo goed zou kennen. Met name wanneer er sprake is van een groepspraktijk. Dan is de persoonlijke band met de patiënten beslist minder. (Onze reactie hierop: helemaal waar. Wat niet wegneemt dat zelfs in een groepspraktijk de huisartsen altijd nog beter weten wat er speelt dan de gemeente, vanwege alle dossiers die ze bij de hand hebben.)

Daarnaast kunnen er situaties zijn waarin je je niet begrepen voelt door de huisarts, of waarin de huisarts een reëel probleem wegwuift. Bijvoorbeeld door een gebrek aan kennis. Dit laatste maakten we afgelopen week nog mee, bij een huisarts die geen verstand had van gamen, en die de ernstige problematiek die daarmee samenhing, over het hoofd had gezien. Met tamelijk rampzalige gevolgen.

In zulke situaties kun je altijd proberen om zélf op zoek te gaan naar specialistische hulp, en zonodig daarna - als je iemand gevonden hebt die je kan helpen - een verwijsbrief te vragen aan de huisarts.

[1 november 2016] Nieuwsbericht: 'Gemeente is vaker verwijzer naar jeugdhulp'
Kinderen en jongeren die jeugdhulp nodig hebben, worden steeds meer via gemeenten verwezen. Het eerste halfjaar van 2016 gaat het om een kwart van de jeugdhulpcliënten, blijkt uit cijfers van het CBS.

In de eerste helft van 2015 kwam nog maar 12% van de verwijzingen via de gemeente. Daaronder vallen kinderen en jongeren die bij de jeugdhulp terechtkomen via een gemeentelijk wijkteam, de school of de politie. Ook de verwijzing via een jeugdarts of gespecialiseerde arts is toegenomen, van 6,9 naar 12,5%. De huisarts verwijst nog altijd het meest naar de jeugdhulp, zo'n 40% van de cliënten.
(Bron: NJi)

Redactie Ouders Online