14 mei 2015

Ouderschapsplan lost niets op

De bewijzen tegen de nutteloosheid van het ouderschapsplan stapelen zich op. Nu weer uit de juridische hoek.

Het zogenaamde 'ouderschapsplan', dat je moet opstellen als je gaat scheiden, is niet effectief. Het wordt te soepel toegepast, en het leidt nauwelijks tot minder juridische conflicten. Dat concludeert de juriste Marit Tomassen-van der Lans uit onderzoek waarop ze op 18 mei promoveert aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Uit haar dossier-onderzoek blijkt dat ouders sinds de invoering van het ouderschapsplan wel vaker regelingen voor hun kinderen afspreken, maar dat de afspraken meestal nogal vaag zijn. In een kwart van de dossiers vormen de afspraken geen volledig ouderschapsplan. Bovendien is het aantal vervolgprocedures bij de rechtbank nauwelijks afgenomen.

De verplichting om een plan op te stellen wordt volgens Tomassen-van der Lans te soepel toegepast. Rechters wijzen zelden een scheidingsverzoek af als ouders geen ouderschapsplan hebben opgesteld, hoewel dat toch een voorwaarde is om te kunnen scheiden. Ook leggen ouders vaak een standaardregeling aan de rechter voor.

Commentaar Ouders Online

In het ouderschapsplan moet je bijvoorbeeld afspraken noteren over: zorgverdeling, opvoedingstaken, omgang, vakanties, informatie-uitwisseling, en kinderalimentatie. Het werd in 2009 ingevoerd met het idee dat er daardoor op drie fronten winst behaald zou kunnen worden:

  • meer contact tussen ouders en kinderen;
  • minder conflicten tussen ouders;
  • minder problemen bij kinderen.

Het onderzoek van Tomassen-van der Lans is eigenlijk een beetje mosterd na de maaltijd, omdat al in 2013 een officiƫle evaluatie verscheen (van een onderzoeksafdeling van het ministerie van Justitie) waarin gehakt werd gemaakt van het ouderschapsplan:

  • na 2009 hadden kinderen van gescheiden ouders niet meer contact met hun vader dan ervoor;
  • na 2009 is het aantal conflicten tussen ouders niet afgenomen (bij de controlegroep 2004-2008 raar genoeg wel);
  • de kinderen die na 2009 een scheiding hebben meegemaakt, hebben juist meer problemen (minder welbevinden en iets meer depressieve gevoelens) dan kinderen die in 2004-2008 een scheiding hebben meegemaakt.

Dat het ouderschapsplan de conflicten tussen ex-partners niet vermindert, met alle nare gevolgen voor de kinderen van dien, is heel begrijpelijk, omdat het opstellen van zo'n plan de meningsverschillen tussen exen juist op de spits kan drijven.

De alternatieven die Tomassen-van der Lans voorstelt (zoals: verplichte scheidings-educatie en verplichte mediation) zullen maar voor beperkte groepen ouders werken, getuige die officiƫle evaluatie uit 2013.

Conclusie: bij echtscheiding geldt uiteindelijk alleen maar de wet van behoud van ellende.

Bronnen