Home » Artikelen » Stiefouderadoptie

Stiefouderadoptie

Door:

Esther Schoneveld

Sommige stiefouders willen hun stiefkind of -kinderen adopteren. Of soms wil een kind zélf geadopteerd worden. Esther Schoneveld vertelt hoe dat werkt.

Esther Schoneveld - advocaat

Het adopteren van een kind door een stiefouder heeft tot gevolg dat het geadopteerde kind familie wordt van de stiefouder en zijn familie, en dat het kind géén familie meer is van zijn oude familie. Dat is nogal wat, en gaat dus niet zomaar.

Hieronder zal ik vertellen wanneer stiefouderadoptie mogelijk is, wat je ervoor moet doen, en wat de gevolgen zijn. Gaandeweg zal duidelijk worden dat het een behoorlijk zware procedure is, die lang niet altijd zal slagen. Daarom besluit ik met een alternatief voor het geval de adoptie niet mocht lukken of bij voorbaat al uitgesloten lijkt te zijn.

Stiefouderadoptie is eenouderadoptie

Om te beginnen de vraag wat een stiefouder eigenlijk is. Als stiefouder wordt gezien: de echtgenoot, de geregistreerde partner óf andere levensgezel van de ouder. Je hoeft dus niet per se getrouwd te zijn. Dan de vraag om wat voor soort adoptie het eigenlijk gaat. Stiefouderadoptie is een vorm van eenouderadoptie. Dat is ook logisch, want de andere ouder stáát al in familierechtelijke betrekking tot het kind.

Wanneer een stiefouder zijn of haar stiefkind wil adopteren, moet daartoe een schriftelijk verzoek worden ingediend bij de rechtbank. Dat gaat via een advocaat, die de hele procedure begeleidt.

Familierechtelijke banden

Zoals gezegd heeft de adoptie tot gevolg dat het kind juridisch gezien familie wordt van de stiefouder en zijn familie. Het heeft echter ook tot gevolg dat de familierechtelijke banden tussen de andere ouder en diens familie (bij wie het kind niet woont) ophouden te bestaan.

De gevolgen zijn dus voor alle betrokken partijen – en met name voor het kind – ingrijpend. Daarom stelt de wetgever strenge eisen aan de stiefouderadoptie-procedure. De belangen van het kind staan daarbij voorop.

Voorwaarden

Om in aanmerking te komen voor stiefouderadoptie moet in ieder geval voldaan zijn aan de volgende voorwaarden.

  1. Omdat de wetgever het belangrijk vindt dat het kind in een stabiele gezinssituatie opgroeit, kan het verzoek pas worden ingediend nadat de ouder en de stiefouder gedurende een periode van minimaal drie jaren hebben samengewoond. Dit kan worden aangetoond door bijvoorbeeld een uittreksel uit de gemeentelijke basisadministratie of een kopie van een samenlevingscontract dat ouder is dan drie jaren.
  2. De adoptie moet kennelijk in het belang zijn van het kind én er moet vaststaan dat het kind nu en in de toekomst niets meer van de andere ouder te verwachten heeft. De rechter kijkt hierbij naar de positie die het kind zal verkrijgen door de adoptie maar ook naar de positie die het kind verliest. Het kind heeft namelijk in de eerste plaats recht op verzorging en opvoeding door de natuurlijke ouders. Opvoeding door een ander, zoals de stiefouder, moet noodzakelijk zijn voor het kind.
  3. De stiefouder moet het kind, voordat het verzoek ter zitting wordt behandeld, gedurende minimaal een jaar hebben verzorgd en opgevoed. Let op: er geldt géén minimale verzorgingstermijn wanneer het kind is geboren in een relatie van de moeder met een duo-moeder.
  4. Het kind moet op de dag van het eerste verzoek tot adoptie minderjarig zijn.
  5. Een kind van 12 jaar of ouder moet instemmen met het adoptieverzoek. Het kind zal door de rechter worden uitgenodigd om gehoord te worden d.w.z. zijn mening naar voren te brengen omtrent het verzoek tot adoptie. Ook een kind dat nog geen 12 jaar oud is maar dat wel in staat is om zijn mening naar voren te brengen, kan door de rechter worden gehoord.
  6. Het leeftijdsverschil tussen de stiefouder en het kind dient minimaal 18 jaren te zijn.
  7. De ouder en de stiefouder dienen óf gezamenlijk belast te zijn met het gezag over het kind of de ouder dient alleen belast te zijn met het gezag over het kind. De ouder bij wie het kind niet woont mag dus niet met de andere ouder gezamenlijk zijn belast met het gezag over het kind.
  8. Geen van de ouders mogen het verzoek tegenspreken. Onder 'ouder' moet worden verstaan: de vrouw die het kind heeft gebaard, de man die op het tijdstip van de geboorte met die vrouw is gehuwd, of die het kind heeft erkend of wiens vaderschap gerechtelijk is vastgesteld. Ook de verwekker van het kind dat niet door hem is erkend maar die wel 'familie- of gezinsleven' met het kind heeft, heeft recht op tegenspraak. De tegenspraak moet in beginsel bij de behandeling van de zaak ter zitting worden gedaan.

    De wetgever heeft bepaald dat de rechter slechts in een zeer klein aantal gevallen deze voorwaarde mag passeren. Wanneer een ouder het verzoek tegenspreekt, mag de rechter het verzoek toch toewijzen wanneer is gebleken dat een band tussen die ouder en het kind ontbreekt of wanneer de band tussen die ouder en het kind schadelijk is voor de ontwikkeling van het kind. Hierbij moet worden gedacht aan situaties waarin de ouder en het kind niet of nauwelijks in gezinsverband hebben samengeleefd, wanneer die ouder het gezag over het kind heeft misbruikt, het kind op grove wijze heeft verwaarloosd of indien die ouder onherroepelijk is veroordeeld wegens een misdrijf (zoals mishandeling of seksueel misbruik) gepleegd jegens het kind.

En wellicht ten overvloede: adoptie door een grootouder van het kind is niet mogelijk!

Overlijden

Het kan zijn dat de andere ouder is overleden. In die situatie heeft de adoptie vooral tot gevolg dat de juridische banden met de familie van de overleden ouder worden verbroken. In zo'n zaak worden de familieleden van het kind aangemerkt als belanghebbenden dan wel als personen die belangrijke informatie kunnen geven. Deze familieleden zullen daarom worden opgeroepen om te worden gehoord. De rechter kan immers pas een beslissing nemen als hij goed is voorgelicht en een duidelijk beeld heeft van de verschillende kanten van de zaak.

Wanneer de rechter dat nodig vindt, kan hij bovendien de Raad voor de Kinderbescherming vragen om een advies uit te brengen. De Raad voor de Kinderbescherming zal dan een onderzoek instellen en een rapport uitbrengen. Mede op basis van dit advies zal de rechter dan uiteindelijk een beslissing nemen.

Achternaam

In beginsel houdt het kind de achternaam die het had. Dat kan zijn de achternaam van de ouder bij wie het woont maar natuurlijk ook de achternaam van de andere ouder. De adoptiefouder kan tegelijkertijd met het verzoek tot adoptie ook een verzoek tot wijziging van de achternaam van het kind indienen bij de rechtbank.

De rechter kan worden verzocht de achternaam te wijzigen in die van de adoptiefouder of in de achternaam van zijn of haar partner. De partner, de andere ouder dus, moet hier dan wel mee instemmen door een akkoordverklaring te tekenen. De rechter zal het verzoek tot wijziging van de achternaam doorgaans tegelijk met het adoptieverzoek behandelen.

Familiebanden

Indien de rechter oordeelt dat het adoptieverzoek en eventueel het verzoek tot wijziging van de achternaam moet worden toegewezen, legt hij dat vast in een beschikking. De adoptie heeft rechtsgevolg vanaf het moment dat de uitspraak onherroepelijk is. 'Onherroepelijk' wil zeggen wanneer er geen hoger beroep tegen de uitspraak meer mogelijk is. Dit is meestal 3 maanden na de datum van de uitspraak. Vanaf dat moment houden de familiebanden tussen de ouder bij wie het kind niet woont en het kind op te bestaan en ontstaat een familieband tussen de stiefouder (en ook diens familie) en het kind.

De familiebanden tussen de ouder bij wie het kind woont (de partner van de stiefouder), blijven gewoon bestaan. De adoptie heeft dus geen terugwerkende kracht. Dit kan van belang zijn voor bijvoorbeeld erfrechtelijke kwesties. Stel dat de ouder bij wie het kind niet woonde een maand na de uitspraak komt te overlijden. In dat geval is het kind wettelijk gezien nog steeds het kind van die overleden ouder en dus erfgenaam.

Gezag

Wanneer de ouder bij wie het kind woont het gezag heeft over het kind, krijgt de adoptiefouder door de adoptie van rechtswege ook het gezag over het kind. Dit betekent dat de adoptiefouder en de andere ouder samen beslissingen moeten nemen over het kind. Door het ontstaan van het gezamenlijk gezag zal bijvoorbeeld bij het aanvragen van een paspoort voor het kind de toestemming van de adoptiefouder nodig zijn.

Let op: indien er al een omgangsregeling was vastgesteld tussen het kind en de (voormalige) ouder, kan de rechtbank bepalen dat die regeling, ondanks de adoptie, gewoon in stand blijft. In het geval er nog geen omgangsregeling was vastgesteld maar er wel sprake was van omgang tussen het kind en de andere ouder, kan de rechter ook na de adoptie nog een omgangsregeling vaststellen omdat er sprake is van een nauwe en persoonlijke betrekking tussen de voormalig ouder en het kind.

Herroeping

Maar stel nu dat het stiefkind, oftewel het geadopteerde kind, het niet eens is met de adoptie terwijl de uitspraak inmiddels onherroepelijk is geworden. Is daar nog iets aan te doen? Ja, de rechter kan de adoptie 'herroepen' maar zal dat alleen doen wanneer aan een aantal voorwaarden wordt voldaan.

  • Ten eerste kan het verzoek tot 'herroeping' van de adoptie alleen worden ingediend door de geadopteerde en niet door zijn natuurlijke ouders of stiefouders.
  • Ten tweede moet de geadopteerde het verzoek indienen tussen de twee en vijf jaren nadat hij meerderjarig is geworden.
  • Ten derde moet de rechter ervan overtuigd zijn dat het in het belang van de geadopteerde is dat de adoptie wordt herroepen.

Omdat de herroepingsprocedure dus net als de adoptieprocedure met strenge waarborgen is omkleed, wordt van herroeping heel weinig gebruik gemaakt.

Het gevolg van de herroeping is dat de familiebanden tussen de geadopteerde en zijn stiefouder ophouden te bestaan en dat de familiebanden die door de adoptie hadden opgehouden te bestaan, weer herleven. De situatie zoals die vóór de adoptie was, herleeft dus. De herroeping heeft ook hier rechtsgevolg vanaf het moment dat de uitspraak onherroepelijk is geworden.

Een alternatief: gezamenlijk gezag

Het zal duidelijk zijn dat niet snel zal worden voldaan aan de eisen van deze vorm van adoptie. Ik wil u daarom wijzen op de mogelijkheid voor de ouder en stiefouder om het gezamenlijk gezag over het kind aan te vragen bij de rechtbank.

Gezamenlijk gezag kan een goed alternatief zijn voor stiefouderadoptie. Ook hier zijn natuurlijk voorwaarden aan verbonden maar die zijn minder streng. Ook bezwaren van de kant van de andere ouder leiden niet zo snel als in de adoptieprocedure tot afwijzing. De bezwaren van de andere ouder moeten dan namelijk aanleiding geven tot de reële vrees dat de belangen van het kind door toewijzing van het gezag aan de niet-ouder zouden worden verwaarloosd.

Voor meer informatie over het verkrijgen van gezag, zie mijn column Gezamenlijk gezag en eenhoofdig gezag.

Esther Schoneveld

is advocaat, gespecialiseerd in familierecht en strafrecht. Meer informatie: www.svk-advocaten.nl

Naschrift: 

Onze advocaat ging eigenlijk niet in op de vraag waaróm je een stiefkind eigenlijk zou willen adopteren. Toch is die vraag belangrijk, want soms is adoptie helemaal niet nodig om je probleem op te lossen, en kan het een stuk simpeler. Dat is met name het geval wanneer je door adopteren de successiebelasting bij overlijden (van de stiefouder) wilt beperken.

Sinds het nieuwe erfrecht van 2003 worden stiefkinderen gelijkgesteld aan 'gewone' (eigen) kinderen. Bij overlijden van de stiefouder betaalt het stiefkind dus even veel (lees: even weinig) belasting over zijn erfenis als een eigen kind. Je kunt dit regelen bij de notaris.

Let op: het voordelige tarief geldt alleen als het huwelijk eindigt door overlijden. Dus niet als de ouder en de stiefouder voortijdig scheiden. Zie ook: Rechten en plichten van stiefouders van onze notaris Niels van de Griend.

Reacties

Kunnen de kinderen van de

Kunnen de kinderen van de vader in dit geval protesteren op de adoptie van een ander (meerderjarig) kind'?