Home » Artikelen » Verkeersexamen voor ouders

Verkeersexamen voor ouders

Door:

Redactie Ouders Online

Ouders blijken de verkeersregels minder goed te kennen dan ze denken. Doe de test!

Ter gelegenheid van het schriftelijk verkeersexamen van groep 7 (afgelopen donderdag 16 april) deed Veilig Verkeer Nederland een onderzoek onder ouders. Die worden geacht te oefenen met hun kinderen in het verkeer. (Doen!) Maar hoe goed kennen ouders de regels zélf eigenlijk? Dat bleek nog behoorlijk tegen te vallen.

Ruim 96% van de ouders dacht wel te kunnen slagen voor het examen van hun kinderen. Bijna iedereen (95%) gaf zichzelf bij voorbaat een 7 of meer voor kennis van verkeersregels. En 28% gaf zichzelf zelfs een 9.

Maar uit een steekproef van 5 vragen uit het examen bleek bij elke vraag dat ruim een derde van de ouders (die dachten dat ze wel zouden slagen) de mist in ging.

De test-vragen

Om welke vragen ging het? Test uzelf! (Antwoorden onderaan de pagina).

1. Als ik als fietser afsla, heeft een recht doorlopende voetganger voorrang.
(Waar of onwaar?)

2. Ik mag op een spits-strook rechts inhalen.
(Waar of onwaar?)

3. Als er geen zebrapad is, hoef ik niet te stoppen voor mensen die slecht ter been of blind zijn, en willen oversteken.
(Waar of onwaar?)

4. Fietsers en voetgangers hebben op een voorrangsweg altijd voorrang.
(Waar of onwaar?)

5. Buiten de bebouwde kom mag ik als voetganger aan beide kanten van de weg lopen.
(Waar of onwaar?)

Verkeersexamen-app

Viel het mee of viel het tegen? Hoe dan ook: Veilig Verkeer Nederland heeft een gratis app waarmee je samen het verkeersexamen (voor volgend jaar) kunt oefenen.

Antwoorden op de test-vragen

1. waar
2. niet waar
3. niet waar
4. niet waar
5. waar

Redactie Ouders Online

 

Meer over

Reacties

"Maar uit een steekproef van

"Maar uit een steekproef van 5 vragen uit het examen bleek bij elke vraag dat ruim een derde van de ouders (die dachten dat ze wel zouden slagen) de mist in ging."

Onduidelijk artikel. Hoeveel vragen moest je goed hebben om niet 'de mist in' te gaan? 3? 5?

Hè, wat jammer dat we het

Hè, wat jammer dat we het niet duidelijk genoeg geformuleerd hadden! Maar het zat dus zo:
- alle ouders kregen 5 vragen
- elke vraag werd door een derde van de ouders (35% om precies te zijn) fout beantwoord
- het ging daarbij (bij die 35%) om de ouders die van zichzelf dachten dat ze het wel goed zouden doen.

Lees verder