Home » Artikelen » Voor goed lezen moet je goed kunnen zien

Voor goed lezen moet je goed kunnen zien

Door:

Justine Pardoen

Wat is er aan de hand als je kind niet goed kan lezen, terwijl het niet achterlijk is maar ook niet dyslectisch? Misschien heeft het wel fixatie disparatie.

Jonge kinderen die niet goed kunnen zien, kunnen dat zelf nog niet vertellen. Ze hebben vaak niet door dat er wat mis is. Hoofdpijn, geen zin in school, moe... allemaal verschijnselen die erop kunnen duiden dat ze moeite hebben met zien.

Zien is iets wat je maar voor een klein deel met je ogen doet. Het belangrijkste werk doen je hersenen: die verwerken de visuele prikkels die via de ogen binnenkomen tot een betekenisvol beeld.

Er is van alles in ons beeld waarmee het 'mis' kan gaan: de werking van het licht, de verhouding van de lijnen ten opzichte van elkaar, kleur en contrast. De werking van onze ogen in combinatie met onze hersenen is fenomenaal. Het is heel leuk om kinderen hier gevoelig voor te maken, door samen naar plaatjes te kijken die optische illusies oproepen. Als je dat doet met kinderen van verschillende leeftijden, merk je grote verschillen in hun verbazing en de mate waarin ze onder woorden kunnen brengen wat er nu precies 'niet klopt' aan het beeld of aan hun waarneming.

Kleuters kunnen van de onderstaande drietand goed zien dat hij 'gek' is:

Gekke drietand

Drietand

 

De volgende afbeelding is een variant op de bekende olifant met vijf poten:

Gekke olifant

Olifant

 

Een prent van Escher is voor kleuters nog te moeilijk. Oudere kinderen kunnen meer concentratie opbrengen om het hele beeld te bekijken, en de tijd te nemen om het als het ware 'uit te rekenen'. En plotseling zien ze dan wat er zo raar aan is:

Escher, Belvedere

Escher - Belvedere

 

Andersom zal een ouder kind (en uzelf!) meer moeite hebben om goed te lezen wat hieronder staat dan een kind dat net leert lezen:

De mus in de de (2x) boom

De mus in de boom

 

Wat staat daar? U en ik lezen 'de mus in de boom', maar dat staat er niet! (Wat er wel staat, ziet u in het bijschrift, als u de muispijl boven het plaatje zet).

Een kind dat net leert lezen, ontdekt veel sneller wat er werkelijk staat. De hersens van beginnende lezers zijn namelijk nog niet zo ingesteld op verwachtingen bij het lezen, en die van gevorderde lezertjes wel. Daarom lezen gevorderde lezers over de afwijking heen. Ze zien hem gewoon niet.

Anders zien is anders lezen

Als je niet goed kunt zien, bijvoorbeeld omdat je hersens op een afwijkende manier de beelden verwerken die via je ogen binnenkomen, kun je niet – of met meer moeite – lezen. Het kan zijn dat er een 'fout' in de verwerking zit, maar het kan ook zijn dat beide ogen niet goed samenwerken, waardoor er een afwijkend beeld binnenkomt.

Maar hoe dan ook: kinderen die hier last van hebben, hebben meer moeite met leren lezen. Ze hóuden ook niet van lezen, omdat ze er erg moe van worden.

Deze gestoorde visuele verwerking wordt 'fixatie disparatie' genoemd. Er is helaas nog niet veel over bekend bij leerkrachten en ouders. Toch is het de moeite waard je erin te verdiepen.

Dyslexie en fixatie disparatie

Een grote groep kinderen met fixatie disparatie (oftewel een afwijking in de verwerking van visuele prikkels door de hersenen), wordt op school gediagnosticeerd als dyslectisch. Ze hebben inderdaad vaak veel verschijnselen die horen bij dyslexie. Het verschil is alleen dat dyslexie niet te behandelen is met een bril, en fixatie disparatie wel.

Als je écht dyslectisch bent, zul je met veel training daarmee moeten leren omgaan. Maar kinderen met de afwijking zoals hier beschreven, kunnen er vanaf komen met een oefenbril met prismaglazen, in combinatie met oefeningen. Soms is alleen oefenen al voldoende. Je traint daarmee je hersens opnieuw, om een beetje anders te leren kijken.

Hoe herken je fixatie disparatie?

Kinderen met fixatie disparatie zien een bewegend beeld zonder dat ze dat zelf doorhebben. Het beeld op het netvlies van het linkeroog wordt door de hersens nét naast het beeld dat binnenkomt via het rechteroog geprojecteerd. Deze kinderen zien alleen met overmatige inspanning een scherp of stilstaand beeld. In de ochtend, als ze nog fris zijn, gaat het schoolwerk soms nog wel, maar dat houdt op als de dag vordert.

De juf of de meester beschouwen dit doorgaans als een concentratieprobleem. De kinderen waar het om gaat, krijgen vaak hoofdpijn, en doen gewoon niet meer mee met de les. Soms ontwikkelt het kind ook gedragsproblemen, en soms wordt het somber. In beide gevallen komt dat voort uit frustratie: lezen en schrijven, maar ook bordkijken, is extreem vermoeiend en lukt gewoon niet goed genoeg.

Sommige kinderen stoppen met dan werken. In het nieuwe schooljaar in groep 3 beginnen ze enthousiast aan de leesles, maar tegen Kerstmis doen ze eigenlijk al niet meer mee. Het zijn kinderen van wie deze achterstand niet verwacht werd. Ouders en leerkrachten zijn verbaasd en vaak wordt er onmiddellijk aan dyslexie gedacht.

Oplossing?

Wanneer er gedacht wordt aan fixatie disparatie, heeft het geen zin om naar een oogarts te gaan. Je moet dan een functioneel optometrist raadplegen.

Op de website van het Informatiepunt functionele optometrie Nederland staat een observatielijst die speciaal bedoeld is voor leerkrachten. Hoe meer vinkjes je kunt zetten, hoe groter de noodzaak is dat het kind een functioneel optometrisch onderzoek krijgt. Op de website van optometrist Groenink is de lijst is ook interactief in te vullen.

Helaas wordt het onderzoek niet vergoed door de meeste ziektekostenverzekeringen.

Wiskunde

Voor wiskunde-leraren heeft leerkracht Olly Satoer (zelf leraar wiskunde) een artikel geschreven waarin hij uitlegt dat kinderen met fixatie disparatie geen kubussen of piramides kunnen tekenen. Ze maken vreemde fouten, die je niet verwacht bij hun intelligentie. Als deze kinderen dan ook dyslectisch genoemd worden, is de kans groot dat het niet gaat om dyslexie, maar om fixatie disparatie, meent Satoer.

Satoer: "Fixatie disparatie is echt een onderschat probleem. Ik denk dat maar een klein deel van de nu als dyslectisch aangemerkte kinderen echt alleen maar dyslectisch is." Zie verder: Satoers artikel Wiskunde-onderwijs en visuele problemendetectie bij leerlingen in de Nieuwe Wiskrant van december 2002 (pdf-bestand, 5 MB).

Oogarts Willemien Manschot geeft Satoer gelijk: "Dyslexie is een pseudowetenschappelijk etiket geworden. Vaak is het een verlegenheidsdiagnose. Echte dyslexie is betrekkelijk zeldzaam."

Kortom: er is alle reden voor leerkrachten om zich te gaan verdiepen in het soort gezichtsbedrog waar sommige kinderen dagelijks last van hebben. Rob Groenink, functioneel optometrist in Amsterdam, heeft een brochure gemaakt voor leerkrachten, waarin ze kunnen zien waarop je kunt letten bij kinderen. Voor meer informatie, zie: visueletraining.nl

Justine Pardoen

is hoofdredacteur van Ouders Online.