Home » Artikelen » Voor het eerst naar de opvang

Voor het eerst naar de opvang

Door:

Aida Siegelschmidt

Niet alleen kinderen maar ook ouders moeten wennen aan de kinderopvang. Hier leest u hoe dat werkt.

In principe zijn er drie soorten kindercentra die opvang verzorgen:

  • crèche of kinderdagverblijf – opvang voor hele dagen (soms halve dagen), meestal van 8.00 tot 18.00 uur, voor kinderen van 0 tot 4 jaar, meestal het hele jaar beschikbaar;
  • peuterspeelzaal – opvang voor halve dagen, 's ochtends of 's middags, voor kinderen van 2 tot 4 jaar, doorgaans gesloten tijdens de vakanties;
  • buitenschoolse opvang (BSO) – opvang buiten de schooluren (voor school, tijdens de lunchpauze en na school), voor kinderen in de basisschoolleeftijd (4-13 jaar), meestal ook geopend tijdens de vakantie.

Daarnaast zijn er nog talloze andere vormen van opvang, waaronder gastouder-opvang, tieneropvang en 24-uurs opvang. Zie ook: het overzicht van Boink (Belangenvereniging van ouders in de kinderopvang) of het overzicht op kinderopvang.com.

Wat alle opvangsvormen gemeen hebben, is dat er gewenning nodig is voor alle betrokkenen. Daarover zullen we het nu hebben.

Ingrijpend

Het eerste bezoek aan een kindercentrum is een behoorlijke stap. Niet alleen voor het kind zelf, maar ook voor de ouders. Dat geldt vooral voor ouders van baby's of dreumesen; de zorg voor hun kind wordt dan vaak voor het eerst aan vreemden uit handen gegeven.

Ook ingrijpend, zij het iets minder, is het voor kinderen in de basisschoolleeftijd die naar de buitenschoolse opvang (BSO) gaan. Zij zijn vaak al gewend om naar school te gaan, of ze hebben al ervaring met een kinderdagverblijf of peuterspeelzaal. Voor hen is het echter wel een nieuwe situatie: nieuwe kinderen, een tweede 'groep' waarmee je te maken krijgt (naast de schoolklas), en nieuwe leiders of leidsters.

Wennen voor de ouders

Maar hoe dan ook: voor de ouders is het ook wennen. De opvoeding van hun kinderen gaat gedeeld worden met de leiders en leidsters van het kindercentrum.

Voorafgaand aan de plaatsing vindt altijd een kennismakingsgesprek plaats. In zo'n gesprek krijgen de ouders informatie over de gang van zaken op het kindercentrum. Daarnaast wordt er veel informatie gevraagd over het kind.

Vragen beantwoorden

De vragen die tijdens een kennismakingsgesprek gesteld worden, zullen onder andere betrekking hebben op:

  • eten
  • slapen
  • spelen
  • de omgang met anderen
  • allergieën
  • medicijngebruik.

Al deze gegevens geven de leidsters een richting in de omgang met uw kind. Ook worden tijdens zo'n kennismakingsgesprek afspraken gemaakt over het wennen op het kindercentrum.

Wen-periode voor het kind

Bij het starten op een kindercentrum is het van groot belang om rekening te houden met een wen-periode. Een wen-periode wordt in de regel over 1 à 2 weken verspreid, waarbij de verblijfsduur per dag geleidelijk wordt uitgebreid met een 'groepsmoment' (zoals fruit eten, lunchen en slapen). Het creëren van voortgang en ritme komt de gewenning ten goede, en verhoogt het welbevinden van het kind.

In de wen-periode is het opbouwen van een vertrouwensrelatie tussen de leidsters, de ouders en het kind het belangrijkste doel. Kinderen willen zich veilig en geborgen voelen, maar ouders willen die zekerheid ook.

Ervaringen uitwisselen

Als het goed is, wordt er veel tijd genomen voor het uitwisselen van ervaringen tussen de leidsters en de ouders, bijvoorbeeld in de vorm van schriftjes en gesprekken.

Wilt u meer weten dan de leidsters uit zichzelf opschrijven of vertellen, schroom dan nooit om uw zorgen of vragen aan hen voor te leggen.

Besluit

De ervaring leert dat een duidelijke wen-periode een goede basis legt voor de vertrouwensband die er uiteindelijk moet groeien tussen het kind, de ouders en de leidsters.

Aida Siegelschmidt

is beleidsmedewerker bij Alcides kinderopvang.

Meer over

Leeftijden: 

Onderwerpen: 

Lees verder