Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

28 november 2003 door Niels van de Griend

Vragen over het voogdijschap

Notaris Niels behandelt een aantal vaak gestelde vragen over het onderwerp 'voogdij'.

Veel ouders willen iets regelen voor het geval hun iets overkomt. Wie worden de nieuwe ouders voor de kinderen? Om te voorkomen dat de rechter dat bepaalt, kun je zelf de voogden aanwijzen. Daarover ging mijn eerste artikel voor Ouders Online.

Naar aanleiding van dat artikel zijn er veel vragen en opmerkingen binnengekomen. Het is duidelijk dat dit thema de gemoederen stevig bezighoudt. Helaas kan ik niet alle vragen beantwoorden, maar ik zal een poging doen om in de buurt te komen. En ongetwijfeld kom ik in een volgende column nog op het onderwerp terug.

Wie kan het voogdijschap vastleggen?

Je kunt het voogdijschap pas vastleggen wanneer je het gezag hebt over een kind. De vraag moet dus eigenlijk luiden: wie heeft het gezag over de kinderen? Dat zijn de gehuwde (of als partner geregistreerde) ouders. Die hebben van rechtswege het gezamenlijk ouderlijk gezag over de kinderen die tijdens hun huwelijk (of partnerschap) geboren zijn.

Ongehuwden zullen het gezamenlijk ouderlijk gezag bij de rechter moeten aanvragen. Let op: de moeder heeft altijd het gezag, ook al is zij niet gehuwd. Een ongehuwde vader kan het gezag pas krijgen (samen met de moeder) na dat verzoek aan de rechter.

In beginsel heeft dit niets te maken met de erkenning door de (ongehuwde) vader. Door erkenning ontstaan er familierechtelijke betrekkingen tussen de vader en het kind. Op grond van deze familierechtelijke betrekkingen erft het kind van de vader (en mogelijk omgekeerd), en ontstaan er onderhoudsverplichtingen.

Wel is het zo dat een vader die het kind erkend heeft, veel sterkere papieren heeft als hij het (mede-)gezag opeist dan wanneer de vader het kind niet erkend heeft. Dus: voor het aanvragen van het gezamenlijke gezag hoeft een ongehuwde vader zijn kind niet erkend te hebben, maar het helpt wel.

Er is overigens pas sprake van voogdijschap indien iemand anders dan de ouder het gezag uitoefent. Gezag valt dus uiteen in ouderlijk gezag enerzijds en voogdij anderzijds.

Wat gebeurt er als er geen voogdijregeling is vastgelegd?

Als beide ouders het ouderlijk gezag hebben en één van beiden overlijdt, heeft de langstlevende ouder het zelfstandig ouderlijk gezag.

In alle andere gevallen (dus ook als de overblijvende ouder overlijdt), zal er een rechter aan te pas komen om te voorzien in het gezag.

Het verzoek aan de rechter om het gezag toe te kennen is doorgaans afkomstig van de Raad voor de Kinderbescherming. Maar het verzoek kan natuurlijk ook afkomstig zijn van de andere ouder die het gezag nog niet had.

Wat gebeurt er als de moeder iemand anders heeft aangewezen als voogd, en de vader (die het gezag niet had) het daarmee niet eens is?

Over moeders die derden hebben aangewezen als voogd, en de ellende die dat kan opleveren, lees je doorgaans in de krant. Het zijn vaak spectaculaire verhalen, die helaas het drama voor het kind overschaduwen.

De soep wordt echter niet zo heet gegeten als hij wordt opgediend. Als de moeder een derde heeft aangewezen (maar ook wanneer de rechter dat heeft gedaan), kan de vader altijd het gezag opeisen. Hij zal dat meestal ook krijgen, tenzij er gegronde vrees bestaat dat de belangen van de kinderen daarmee geschaad zullen worden.

Wat gebeurt er als een kind meerderjarig wordt?

Heel eenvoudig: als een kind meerderjarig wordt, vervallen zowel het gezag als de voogdij.

Als u vindt dat kinderen met hun 18e jaar wel erg jong zijn om over het geërfde vermogen te beschikken (sommige kinderen zijn daar op hun 28e nog te jong voor, maar dit terzijde), dan kunt u het vermogensbeheer door de ouder/voogd laten doorlopen door middel van bewind.

Het bewind op het erfdeel van het kind zou bijvoorbeeld kunnen doorlopen totdat de kinderen 21 jaar zijn. Dit bewind moet vastgelegd zijn in een testament.

Hoeveel voogden wijs je aan; één voogd of meer?

Mijn advies is altijd om één persoon aan te wijzen als voogd en niet een stel (dus geen gehuwden of partners). Dit heeft een aantal redenen.

Ten eerste gaat de aansprakelijkheid voor de kosten van de verzorging en de opvoeding bij twee personen verder dan bij één persoon. Daarnaast is het voor officiële gelegenheden meestal handiger dat er één persoon namens het kind optreedt.

In de praktijk maakt het verder niet uit. Het spreekt immers voor zich dat de feitelijke opvoeding en verzorging door 'het stel' zal worden uitgevoerd en niet door een van beide.

Een bijkomend voordeel van deze aanpak is dat er ook geen problemen kunnen ontstaan over de voortzetting van de voogdij als het stel geen stel meer is.

Wel is het misschien verstandig om iemand als back-up voogd aan te wijzen. Wanneer de eerste voogd zijn of haar taak niet (meer) wil of kan uitvoeren, dan kan de tweede inspringen.

Lees ook: