Meld je hier aan voor de gratis webinars tijdens De Week van de Opvoeding

5 november 2004 door Justine Pardoen

Vredes-educatie, wat is dat?

Van vredes-opvoeder Jan Durk Tuinier mogen kinderen best slaan, schoppen en schelden. Een verrassend interview met een ervaren rot. Deel 1 van onze mini-serie over de Vredesweek.

"Laat ze af en toe gewoon maar slaan, schoppen en schelden. Zeg niet meteen stop. En leer te begrijpen dat kinderen hun onderlinge problemen op hun eigen manier oplossen". Een onverwacht advies van Jan Durk Tuinier, mede-oprichter van de Stichting Vredeseducatie. Een onconventioneel en interessant mens, die in niets doet denken aan de softe vredesduif die je zou verwachten bij een professionele vredesopvoeder. Hij is dan ook van oorsprong pedagoog, en geen Jezus op aarde (die nooit kinderen heeft gehad).

Ik zocht hem op in Fort de Bilt in Utrecht, en sprak met hem over het onderwerp vredes-educatie. Ik wilde erachter komen wat dat betekent voor de gewone gezinspraktijk.

Draag je wollen sokken?

"Soms, als het koud is."

'Vrede kun je leren' zeggen ze. Dat is ook jouw boodschap. De stichting Vredeseducatie helpt leraren om dat in de klas in de praktijk te brengen. Maar hoe kunnen ouders daar thuis mee aan de slag?

"Ik zie dat ouders veel minder goed kunnen omgaan met ruzie dan hun kinderen. Kinderen hebben geen enkele moeite met een grote ruzie zo nu en dan. Een conflict tussen kinderen suddert ook meestal niet zo na. Maar volwassenen vinden ruzie naar en zijn erop uit om conflicten te voorkomen. Vrede kun je leren, maar je kunt het een ander niet opleggen. Vrede kun je niet afdwingen, niet in het klein, en ook niet in het groot."

"In de regel kunnen kinderen hun eigen oplossingen vinden bij een conflict. Maar dan moeten ze wel de kans krijgen om onderling ruzie te maken en zelf uit te vinden hoe je dat weer oplost. Laat ze dus gaan, zodat ze hun eigen grenzen ontdekken. Zodat ze leren welke oplossingen er zijn."

"Ouders zouden kinderen kunnen helpen bij het leren omgaan met agressie en conflicten, door juist iets meer te verdragen dat kinderen ruzie maken en te accepteren dat ze er anders mee omgaan. Dat lijkt tegenstrijdig, maar dat is het niet."

"Een kind dat bij de kleinste aanvaring of knokpartij al te horen krijgt dat het moet stoppen – 'Hou op! Niet doen!' – krijgt voortdurend de boodschap dat hij zich anders moet gedragen dan hij is of zich voelt. Slaan, schoppen, schelden, boos worden... het zijn allemaal dingen die kinderen gewoon doen. Wij volwassenen vinden eigenlijk dat er maar één soort oplossing is bij conflicten, namelijk praten, praten, praten. Maar waarom zou je een kind dat zo dwingend opleggen? Zodra er op een schoolplein een pleinwacht wordt geïntroduceerd, loopt de agressie tussen leerlingen juist vaker uit de hand."

Moet je kinderen dan niet aan de hand nemen om ze te leren hoe wij het doen?

"Op een andere manier. Niet door ze van alles uit handen te nemen. Ouders vinden de wereld voor kinderen zo complex, dat er werkelijk geen gebied meer is waar kinderen zonder toezicht kunnen zijn. Je zag dat heel goed in die VPRO-documentaire 'Goudstaafjes'."

"Maar tegen de tijd dat ze als pubers de wijde wereld in willen, kunnen ze eigenlijk niets. Ze kunnen wel geld uitgeven (ze hebben ook veel geld tegenwoordig), maar – zo blijkt uit onderzoek – ze maken al op jonge leeftijd echte schulden. Geld uitgeven is geen probleem. Schulden maken is geen probleem. De banken maken zich zorgen. Maatschappelijk zitten ze nog in de luiers."

"Een kind moet leren wat het is om deel uit te maken van een groter geheel, een maatschappij. En dat dat verantwoordelijkheden met zich meebrengt."

"Als de nieuwe generatie ouders dat hun kinderen niet meer bijbrengt, moet de maatschappij het misschien doen: kinderen moeten leren dat er niet alleen rechten zijn, maar ook plichten. Het voorstel van een sociale dienstplicht vind ik zo gek nog niet. Jonge mensen zullen er toch eens achter moeten komen dat de samenleving iets van hen eist."

Ben je pessimistisch?

"Nee. Ik maak zelf ook deel uit van de maatschappij die ik kritisch beschrijf. Wel zie ik trends die ik betreur. Niemand weet meer wat Pasen is, maar Valentijnsdag wordt omhelsd. Dat mensen geen besef meer hebben van natuurlijke levensritmes, geen rituelen meer hebben, afzien van het vieren van vaste momenten – de cyclus van sterven en geboren worden – dat vind ik jammer."

"Maar tegelijkertijd zie ik ook goede dingen. Hoewel je dat niet terugziet in de dominante jongerencultuur, vragen jonge mensen zich toch ook nog wel af wie ze zijn en waar het allemaal heen moet. Ze publiceren in groten getale hun eigen poëzie op het Internet, bijvoorbeeld. Dus uiteindelijk komt het wel goed allemaal."

Wat is voor jou de kern van wat kinderen moeten leren over vrede?

"Kinderen verdienen respect voor wie ze zijn. Ze moeten de kans krijgen om op hun eigen manier actief te worden in onze samenleving. Niet alleen als consument."

"Vredes-educatie houdt in dat je ze leert nadenken over zichzelf in relatie tot maatschappelijke problemen. Wie zijn we en waar willen we heen? Micha de Winter [hoogleraar Pedagogiek in Utrecht – JP] noemt dat 'maatschappelijk opvoeden'. Voor mij houdt dat in dat je een kind leert ontdekken wat de verbanden zijn tussen vraagstukken van wereldomvang en de eigen kleinere leefwereld."

"Voor iedereen, maar vooral ook voor kinderen, is het belangrijk dat ze inzien dat – en hoe – ze zelf betrokken kunnen zijn. Het is belangrijk dat ouders hun kinderen uitzicht geven op een goede, en mogelijk betere toekomst. Een hopeloos gevoel leidt namelijk tot angst, en angst kan leiden tot agressie."

"Daarom is 'vertrouwen' van essentieel belang in een opvoeding tot vrede. Maar vertrouwen is niet aangeboren, je moet het leren in de omgang met andere mensen. Daarom is het belangrijk dat een kind gerespecteerd wordt, dat hij voelt dat hij mag zijn wie hij is. Dit vertrouwen is de basis van waaruit een kind het leven aandurft en op den duur iets kan betekenen voor anderen."

Je hebt zelf ook kinderen. Wat wil jij ze meegeven?

"Ik probeer mijn eigen kinderlijke verwondering vast te houden en door te geven aan mijn kinderen dat verwondering belangrijk is. Ik wil ook overbrengen dat ik leef vanuit een diep verlangen om het leven te zien als iets dat zich beweegt in een goede richting: als een stijgende lijn. Ik probeer mijn kinderen ook te laten zien hoe ik mogelijke verbetering zie. Door te zijn wie ik ben, met de idealen die ik heb en het werk dat ik doe. Wat dat betreft geloof ik dus in een maakbare samenleving."

"Tegelijkertijd bied ik mijn kinderen ook veel structuur. Dat lijkt ouderwets, maar dat hebben kinderen gewoon nodig. En ik benadruk het belang van rust. Men vergeet tegenwoordig rust te nemen. Zo heb ik met mijn pubers afgesproken dat er één tv-loze dag per week moet zijn. Daarover ga ik de confrontatie aan. Zij vinden dat in eerste instantie een beperking van hun vrijheid. Maar is dat wel zo? Als je slaaf bent van de tv – of iets anders – dát is pas beperkend! Ik wil niet zozeer dat ze over alles zo gaan nadenken als ik, maar ik wil wel dat ze zelf gaan nadenken."

"Kijk, de invloed van de buitenwereld houd je niet tegen. Kinderen moeten er ook mee leren omgaan. Ik accepteer dus dat er veel op hen afkomt, maar ik wil wel mijn eigen grenzen kunnen stellen. Als ouder wil je toch je eigen normen kunnen hanteren. Ik houd me ook stevig vast aan rituelen. Zo krijgt elk kind elk jaar met Kerstmis van mij een boek."

Vanaf welke leeftijd kun je met een kind praten over oorlog en vrede?

"Praten over thema's als 'anders zijn', 'tevreden zijn', 'jaloezie', 'problemen en ruzie oplossen', dat kan al vroeg. Maar praten over sommige aspecten van oorlog en vrede die introspectie vereisen, dat kan eigenlijk pas als een kind een bepaald abstractie-vermogen heeft bereikt."

"Mijn ervaring is dat ze dat pas kunnen als ze een jaar of 10 zijn. Eerder is het meestal te moeilijk voor ze om na te denken over gevoelens van macht en agressie, slachtofferschap, het zondebok-mechanisme of verzet. Het veronderstelt dat een kind de grotere structuren begrijpt, in een groter geheel verbanden kan zien en zichzelf daarbinnen kan plaatsen."

"En dan nog: soms zijn ze zo wijs en lijken ze al zoveel te begrijpen van de grote wereld. Maar een tienjarige is eigenlijk ook nog klein en denkt heel dicht bij huis. In onze tentoonstelling over de oorlog en het verzet moeten ze de vraag beantwoorden waar zij in hun leven het meest bang voor zijn. Oorlog? Milieurampen? Armoede? Nou nee, de meerderheid antwoordt dat ze bang zijn dat hun ouders gaan scheiden."